2025 - 38. Schriftelijke vragen Leefbaar Assen, LijstvBrakel - Jeugdbescherming Noord
Een raadslid stelde op 15 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Assen (7 vragen).
In het kort
7 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe verklaart het college dat in de beantwoording vooral wordt verwezen naar de door JBN zelf opgestelde kaderbrief, terwijl zowel de inspecties (IGJ/IJenV, juli 2025)… → Waarom is ervoor gekozen de eigen positieve beeldvorming van JBN te volgen, in plaats van deze actuele en onafhankelijke oordelen als uitgangspunt te nemen?
- Acht het college het wenselijk dat in beantwoordingen aan de raad uitsluitend de visie van contractpartners (zoals JBN) wordt overgenomen, zonder eigen onafhankelijke… → Erkent het college dat hiermee het risico ontstaat dat de raad onjuist of misleidend wordt geïnformeerd.
- Hoe verklaart het college dat zij CRT presenteren als méér dan de veldnorm, terwijl dit feitelijk dezelfde aanpak betreft en bovendien door de inspectie als ontoereikend… → Het college stelt dat gezinnen via het CRT 'adequaat geholpen' worden.
- Erkent het college dat het feit dat de IGJ tijdelijk “gedoogt” niet betekent dat deze werkwijze juridisch toelaatbaar is, aangezien grondwettelijke kaders alleen door de… → Hoe beoordeelt het college dan de rechtmatigheid van de huidige uitvoering door JBN? 2 Het garantiebudget voor JBN is vastgesteld op € 4,908 mln in 2024, waarvan € 898.164 voor rekening van…
- Waarom is de gemeenteraad niet voorafgaand geconsulteerd, gezien het budgetrecht en de controlerende rol van de raad? → In de kaderbrief die het college aan de gemeenteraad heeft gestuurd, ontbreekt elk inhoudelijk hoofdstuk over jeugdhulp en jeugdbescherming.
- Waarom zijn deze financiële posten niet in de kaderbrief opgenomen, terwijl dit rechtstreeks raakt aan het budgetrecht van de raad? → Erkent het college dat de raad hierdoor niet tijdig of volledig in positie is gebracht om zijn controlerende en budgettaire verantwoordelijkheid uit te oefenen?
- Hoe kan de gemeenteraad onder deze omstandigheden nog vertrouwen hebben in het toezicht en de kwaliteitsborging door de inkoopregio en het huidige bestuur van JBN? → Vorig jaar werd de toenmalige voorzitter van de cliëntenraad benoemd tot lid van de Raad van Toezicht.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN ONDERWERP:
JEUGDBESCHERMING NOORD DATUM: 15 SEPTEMBER 2025 INGEDIEND DOOR:
ANITA DE RIJKE NAMENS LEEFBAAR ASSEN EN LIJST VAN BRAKEL
VRAAG Het is voor Lijst van Brakel en Leefbaar Assen van cruciaal belang dat de raad op basis van feitelijke en volledige informatie in staat wordt gesteld haar controlerende taak uit te oefenen.
Op 11 september 2025 heeft uw college de schriftelijke vragen van onze fracties beantwoord over de structurele tekortkomingen bij Jeugdbescherming Noord (JBN). Na bestudering constateren wij meerdere tegenstrijdigheden en feitelijke onjuistheden in de beantwoording.
Daarnaast bevestigt de recente berichtgeving van: Een Vandaag https://eenvandaag.avrotros.nl/artikelen/ex-werknemers-onder-toezicht-gezettejeugdbescherming-noord-maken-zich-zorgen-om-clienten-hebben-recht-op-goede-zorg-161081, het NRC (https://www.nrc.nl/nieuws/2025/09/07/als-je-eenmaal-in-de-jeugdbescherming-zit-komje-er-niet-meer-uit-a4905326) Dagblad van het Noorden, https://dvhn.nl/groningen/voortbestaanjeugdbescherming-noord-hangt-aan-zijden-draadje-47239471.htmleen recente uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 augustus 2025 (https://www.splitonline.nl/kennisbank/uitspraken/72449?token=086c6eafddf28e79abe54745d20a9925) dat tekortkomingen nog steeds voortduren en veel ernstiger van aard zijn dan uw college aan de raad presenteert.
Daarom stellen wij hierbij aanvullende vragen:
Uw college stelt dat sinds het AEF-onderzoek in maart 2025 sprake is van een “stijgende lijn”.
Uit de stukken blijkt echter dat dit beeld vooral is gebaseerd op de kaderbrief van JBN zelf. De inspecties publiceerden een actueel oordeel op 24 juli 2025, inclusief de maatregel van verscherpt toezicht (IGJ-rapport juli 2025, p. 6–7). Het rapport laat zien dat de kernproblemen bij JBN onverminderd voortbestaan: kinderen krijgen nog steeds niet tijdig een vaste jeugdbeschermer, veiligheidsplannen ontbreken of zijn niet actueel en ouders voelen zich niet gehoord. Dit betekent dat er sprake is van aanhoudend falen in de uitvoering van wettelijke maatregelen. Bovendien is het beeld van het college strijdig met de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 augustus 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:5305), waarin Het hof van oordeel is dat de wijze waarop de hulpverlening is vormgegeven onvoldoende recht doet aan de bescherming waarop de moeder en de kinderen op grond van voornoemde verdragen aanspraak kunnen maken.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe verklaart het college dat in de beantwoording vooral wordt verwezen naar de door JBN zelf opgestelde kaderbrief, terwijl zowel de inspecties (IGJ/IJenV, juli 2025) als het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (28 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5305) recent hebben vastgesteld dat de kernproblemen bij JBN voortduren?
Antwoord van het college
Waarom is ervoor gekozen de eigen positieve beeldvorming van JBN te volgen, in plaats van deze actuele en onafhankelijke oordelen als uitgangspunt te nemen?
Vraag 2
Acht het college het wenselijk dat in beantwoordingen aan de raad uitsluitend de visie van contractpartners (zoals JBN) wordt overgenomen, zonder eigen onafhankelijke analyse?
Antwoord van het college
Erkent het college dat hiermee het risico ontstaat dat de raad onjuist of misleidend wordt geïnformeerd.
Uw college stelt dat CRT méér is dan de veldnorm, omdat er o.a. veiligheid wordt gemonitord, planvorming wordt opgestart en een aanspreekpunt aanwezig is. Dit zijn echter precies de elementen die de veldnorm sinds 2022 beschrijft. Bovendien heeft de IGJ in 2023, 2024 en 2025 geoordeeld dat deze werkwijze inhoudelijk tekortschiet en kinderen nog steeds niet tijdig bescherming biedt.
Vraag 3
Hoe verklaart het college dat zij CRT presenteren als méér dan de veldnorm, terwijl dit feitelijk dezelfde aanpak betreft en bovendien door de inspectie als ontoereikend is beoordeeld?
Antwoord van het college
Het college stelt dat gezinnen via het CRT 'adequaat geholpen' worden. JBN werkt echter al sinds 2022 met de landelijke veldnorm bij onderbezetting (Handelingsperspectief GI’s). De IGJ rapporteerde sinds 2023 herhaaldelijk dat deze aanpak inhoudelijk tekortschiet. Dit betekent feitelijk dat JBN al drie jaar structureel werkt met een noodmaatregel die door de IGJ als onvoldoende is beoordeeld. Uit de beantwoording van Kamervragen door de staatssecretaris voor Rechtsbescherming, maar ook uit meerdere rechterlijke uitspraken, blijkt dat een ondertoezichtstelling (OTS) zonder vaste jeugdbeschermer doelloos en onrechtmatig is.
Vraag 4
Erkent het college dat het feit dat de IGJ tijdelijk “gedoogt” niet betekent dat deze werkwijze juridisch toelaatbaar is, aangezien grondwettelijke kaders alleen door de wetgever buiten werking kunnen worden gesteld?
Antwoord van het college
Hoe beoordeelt het college dan de rechtmatigheid van de huidige uitvoering door JBN?
2
Het garantiebudget voor JBN is vastgesteld op € 4,908 mln in 2024, waarvan € 898.164 voor rekening van Assen komt. Deze toezegging vond plaats zonder voorafgaande consultatie van de raad.
Vraag 5
Waarom is de gemeenteraad niet voorafgaand geconsulteerd, gezien het budgetrecht en de controlerende rol van de raad?
Antwoord van het college
In de kaderbrief die het college aan de gemeenteraad heeft gestuurd, ontbreekt elk inhoudelijk hoofdstuk over jeugdhulp en jeugdbescherming. Daarmee worden substantiële financiële verplichtingen, zoals de incidentele subsidies aan JBN en de gemeentelijke bijdrage van bijna € 900.000 in het garantiebudget, niet transparant gepresenteerd aan de raad.
Vraag 6
Waarom zijn deze financiële posten niet in de kaderbrief opgenomen, terwijl dit rechtstreeks raakt aan het budgetrecht van de raad?
Antwoord van het college
Erkent het college dat de raad hierdoor niet tijdig of volledig in positie is gebracht om zijn controlerende en budgettaire verantwoordelijkheid uit te oefenen?
Uw college stelt dat de inkoopregio’s zicht houden op de kwaliteit en uitvoering van JBN. In de praktijk blijkt echter dat de inkoopregio’s al sinds 2018 tekortschieten in hun wettelijke taak van toezicht en kwaliteitsborging. Dat blijkt ook uit de financiële inzet: via incidentele subsidies is de afgelopen jaren miljoenen gemeenschapsgeld verstrekt om wachtlijsten bij JBN te verminderen. In bestuursverslagen, subsidieverantwoording en jaarstukken van JBN wordt gemeld dat de wachtlijsten zouden zijn afgenomen.
Onafhankelijk toezicht laat echter het tegenovergestelde zien: IGJ/IJ&V constateren in 2023, 2024 en juli 2025 dat wachtlijsten en doorstroomproblemen onverminderd groot zijn en dat kinderen nog steeds niet tijdig een vaste jeugdbeschermer krijgen. Ook na invoering van het herstelplan in Maart 2024 blijkt uit de meest recente cijfers van 28 Augustus dat nog steeds 249 kinderen geen vaste jeugdbeschermer hebben. Dat is exact hetzelfde aantal kinderen als in Maart 2025, voor invoering van het ‘herstelplan’. Opmerkelijk is bovendien dat de voormalig directeur van de inkoopregio Groningen, thans bestuurder is van JBN zelf en haar inkoopadviseur en contractmanager uit diezelfde periode nu bestuursadviseur is bij JBN.
Vraag 7
Hoe kan de gemeenteraad onder deze omstandigheden nog vertrouwen hebben in het toezicht en de kwaliteitsborging door de inkoopregio en het huidige bestuur van JBN?
Antwoord van het college
Vorig jaar werd de toenmalige voorzitter van de cliëntenraad benoemd tot lid van de Raad van Toezicht. Dit was in strijd met de kaders van goed bestuur, de Governancecode Zorg en de statuten van JB Noord, waarin onafhankelijkheid, transparantie en het vermijden van (de schijn van) belangenverstrengeling centrale beginselen zijn. Na het aftreden van de voormalig raad van toezicht hebben de huidige benoemingen van toezichthouders door of op voordracht van de bestuurder plaatsgevonden, terwijl dit volgens het governancekader niet is toegestaan om belangenverstrengeling te voorkomen. Daarmee is ook de huidige vorm van toezicht niet integer.
Deze handelwijze kan leiden tot: 3
•
•
•
Aantasting van de rechtsgeldigheid en legitimiteit van besluiten van de Raad van Toezicht;
Het verlies van vertrouwen bij cliënten en gemeenten in de onafhankelijkheid van het toezicht;
Verdere risico’s op falend toezicht, waardoor structurele problemen onvoldoende worden gesignaleerd en ggecorrigeerd
11. Wij verzoeken het college uiteen te zetten welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat het toezicht bij JB Noord daadwerkelijk onafhankelijk, integer en in lijn met de geldende kaders wordt ingericht.
In het coalitieakkoord van Assen staat dat de internationale rechten van het kind leidend zijn. In de berichtgeving van Een Vandaag, NRC en DVHN blijkt dat werknemers en ketenpartners óók aangeven dat er sprake is van machtsmisbruik en een onveilige werkcultuur, dat kinderen soms zelfs door eenzijdig handelen van JBN uit huis worden geplaatst zonder rechterlijke grond. Dit staat haaks op artikel 3 IVRK (belang van het kind voorop) en artikel 12 IVRK (recht om gehoord te worden).
12. Hoe kan het college in lijn met het coalitieakkoord blijven stellen dat kinderrechten worden gewaarborgd, terwijl zowel de inspectie als ervaringsverhalen aantonen dat deze rechten dagelijks worden geschonden?
Uw college stelt dat een cliëntenstop onwenselijk is omdat de veiligheid van kinderen dan helemaal niet meer geborgd zou zijn. De feiten laten het tegendeel zien. Het Gerechtshof ArnhemLeeuwarden (28 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5305) oordeelde dat JBN juist onveiligheid veroorzaakt.
In de artikelen van het NRC en DVHN worden voorbeelden genoemd van ouders die door JBN kapotgemaakt zijn en van medewerkers die tegen ouders zeggen dat zij de macht hebben om hun kinderen af te pakken. Ouders en professionals spreken van machtsmisbruik en een angstcultuur.
De IGJ stelt dat klachtenprocedures bij JBN onvoldoende functioneren.
13. Hoe verantwoordt het college dat zij formeel een cliëntenstop uitsluit, terwijl JBN in de praktijk kinderen blootstelt aan schijnzorg die leidt tot extra onveiligheid en structurele schending van kinderrechten (art. 3 en 12 IVRK)?
14. Erkent het college dat dit bestuurlijk en juridisch nog ernstiger is dan een tijdelijke cliëntenstop, omdat het niet alleen onzichtbaar maakt dat er geen zorg is, maar ook actief onveiligheid creëert?
15. Hoe beoordeelt het college deze signalen van machtsmisbruik en angstcultuur in relatie tot de verantwoordelijkheid van gemeenten als opdrachtgever? Welke waarborgen zijn er om te voorkomen dat deze cultuur door kan blijven gaan?
In het artikel van DvhN wordt gesuggereerd dat een regionale parlementaire enquête wenselijk kan zijn om de onderste steen boven te krijgen, omdat gemeenten en raden jarenlang hebben “geslapen” en signalen hebben genegeerd. Een formele parlementaire enquête is echter uitsluitend een instrument van de Tweede Kamer; provincies en gemeenten beschikken over eigen onderzoeksinstrumenten (Provinciewet art. 186–189; Gemeentewet art. 157–161), zoals een enquêtecommissie of een commissie van onderzoek, zij het zonder verschijningsplicht en zonder het horen onder ede.
4
16. Hoe beoordeelt het college de wenselijkheid om gebruik te maken van deze onderzoeksinstrumenten, gezien de ernst en structurele aard van de tekortkomingen bij JBN?
5
Bron: raadsinformatie van de gemeente Assen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.