schriftelijke vragen GLPvdA - Vogelgriep
Een raadslid stelde op 24 november 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Assen (12 vragen).
In het kort
12 vragen en wat het college antwoordt
- Beleid en actualiteit 1. → Wij hebben geen beleid op het gebied van zoönose.
- Ziet het college aanleiding om dit beleid te herzien of aan te vullen, nu uitbraken van vogelgriep zich steeds vaker voordoen en niet langer seizoensgebonden lijken te… → Nee, wij zien geen aanleiding om beleid te maken.
- Op welke manier wordt binnen dit beleid aandacht besteed aan de risico’s voor huisdieren (zoals honden en katten) die in aanraking kunnen komen met besmette vogels of… → Wij hebben op dit punt geen beleid.
- Hoe verloopt de gemeentelijke procedure bij meldingen van zieke of dode wilde dieren die mogelijk besmet zijn? → Wij volgen de instructies van de NVWA.
- Hoe wordt de samenwerking met partijen zoals de NVWA, het DWHC, Waterschap Hunze en Aa’s en terreinbeheerders georganiseerd bij de afhandeling van dergelijke meldingen? → Wij melden bij de NVWA en laten de coördinatie aan deze organisatie over.
- Worden inwoners actief geïnformeerd over wat zij moeten doen wanneer zij dode of zieke vogels aantreffen, en over het belang van hygiënemaatregelen voor mens én huisdier? → Dit gebeurt door o.a. de NVWA, het RIVM en de GGD Drenthe. 3.
- Is het college bereid om – bijvoorbeeld via de gemeentelijke website, sociale media of lokale dierenartsen – inwoners te informeren over hoe zij hun huisdieren kunnen… → Rondom processen gerelateerd aan vogelgriep zijn duidelijke afspraken gemaakt over welke partij verantwoordelijk is voor welke actie.
- Kan de gemeente, waar dat relevant is, bij recreatieplassen of natuurgebieden waarschuwingsborden plaatsen met adviezen zoals “Houd uw hond aan de lijn” of “Raak dode… → Geen dode dieren of vogels aanraken lijkt logisch en is ook wijdverbreid bekend.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Leden van de raad
Contactpersoon P. Gautier Telefoon 14 0592 Bezoekadres Noordersingel 33 Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk 96272-2025 Bijlagen 1 Datum 17 december 2025 Verzenddatum 17/12
Onderwerp: Raadsvragen Groenlinks/PVDA
Geachte leden van de raad, Op 24 november zijn door Groenlinks/PVDA raadsvragen gesteld over de vogelgriep. Graag beantwoorden wij deze vragen als volgt:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Beleid en actualiteit 1. Wat is het huidige gemeentelijke beleid ten aanzien van zoönosen (waaronder vogelgriep), en wanneer is dit voor het laatst geactualiseerd?
Antwoord van het college
Wij hebben geen beleid op het gebied van zoönose. Het beleid is landelijk geregeld. De uitvoering is ondergebracht bij de NVWA (Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit) en het RIVM.
Vraag 2
Ziet het college aanleiding om dit beleid te herzien of aan te vullen, nu uitbraken van vogelgriep zich steeds vaker voordoen en niet langer seizoensgebonden lijken te zijn?
Antwoord van het college
Nee, wij zien geen aanleiding om beleid te maken. Bij zoönose gaat het om uitbraken in een groter gebied dan een gemeente dit vraagt om landelijk beleid.
Vraag 3
Op welke manier wordt binnen dit beleid aandacht besteed aan de risico’s voor huisdieren (zoals honden en katten) die in aanraking kunnen komen met besmette vogels of kadavers?
Antwoord van het college
Wij hebben op dit punt geen beleid. In onze Algemene Plaatselijke Verordening is wel een bepaling op genomen rond de aanlijning van honden. Dit richt zich echter niet op het voorkomen van besmetting, maar kan er wel aan bijdragen dat besmetting wordt voorkomen.
2. Meldingen en aanpak in de openbare ruimte
Vraag 4
Hoe verloopt de gemeentelijke procedure bij meldingen van zieke of dode wilde dieren die mogelijk besmet zijn?
Antwoord van het college
Wij volgen de instructies van de NVWA. De NVWA zorgt voor de verwijdering
Vraag 5
Hoe wordt de samenwerking met partijen zoals de NVWA, het DWHC, Waterschap Hunze en Aa’s en terreinbeheerders georganiseerd bij de afhandeling van dergelijke meldingen?
Antwoord van het college
Wij melden bij de NVWA en laten de coördinatie aan deze organisatie over.
Vraag 6
Worden inwoners actief geïnformeerd over wat zij moeten doen wanneer zij dode of zieke vogels aantreffen, en over het belang van hygiënemaatregelen voor mens én huisdier?
Antwoord van het college
Dit gebeurt door o.a. de NVWA, het RIVM en de GGD Drenthe.
3. Voorlichting aan inwoners en huisdiereigenaren
Vraag 7
Is het college bereid om – bijvoorbeeld via de gemeentelijke website, sociale media of lokale dierenartsen – inwoners te informeren over hoe zij hun huisdieren kunnen beschermen tijdens periodes van vogelgriep?
Antwoord van het college
Rondom processen gerelateerd aan vogelgriep zijn duidelijke afspraken gemaakt over welke partij verantwoordelijk is voor welke actie.
Elk van deze partijen heeft publieksinformatie beschikbaar over de taken die ze uitvoeren.
Landelijk en regionaal zijn er verschillende informatiebronnen. Wij zijn natuurlijk bereid om daar naar verwijzen op de gemeentelijke website.
De volgende informatie is beschikbaar:
Vogelgriep | RIVM Op deze site is naast proces informatie rondom vogelgriep ook antwoord te vinden op vragen van inwoners, ook over honden en katten.
Vogelgriep | NVWA Op deze site staat naast algemene informatie, ook informatie over hoe inwoners melding kunnen doen wanneer ze dode dieren vinden.
Kan mijn huisdier vogelgriep krijgen? | NVWA Site met antwoorden op vragen rondom vogelgriep en huisdieren.
Vogelgriep - GGD Drenthe publieksinformatie over vogelgriep van GGD Drenthe.
Vraag 8
Kan de gemeente, waar dat relevant is, bij recreatieplassen of natuurgebieden waarschuwingsborden plaatsen met adviezen zoals “Houd uw hond aan de lijn” of “Raak dode vogels niet aan”?
Antwoord van het college
Geen dode dieren of vogels aanraken lijkt logisch en is ook wijdverbreid bekend. Vanuit de rijksoverheid geldt een duidelijke waarschuwing om dit te voorkomen. Het plaatsen van borden lijkt van weinig toegevoegde waarde en kan zelfs een schijnveiligheid creëren op plekken waar géén bord staat. Centrale publieksinformatie lijkt effectiever. Deze informatie is beschikbaar (zie antwoord vraag 6 en 7)
Vraag 9
Wordt er samengewerkt met lokale dierenartsenpraktijken of dierenambulances om signalen van mogelijke besmettingen bij huisdieren snel te delen met de NVWA of GGD?
Antwoord van het college
Ja, dit gebeurt via de GGD. Vanuit de GGD en de dierenartsen in onze regio zijn er korte lijnen met de NVWA. De GGD heeft voor diergerelateerde vragen een aanspreekpunt bij de NVWA, namelijk de veterinair consulent. Samen met het RIVM houden ze elkaar op de hoogte.
Rondom vogelgriep zijn er duidelijke afspraken rondom vermoedens van, en bewezen vogelgriep bij dieren en mensen. (Melding doen over dierziekten | Melding doen | NVWA en Influenza van dierlijke oorsprong | LCI-richtlijn | LCI-richtlijnen). Dierenartsen en laboratoria zijn verplicht om met vogelgriep besmette dieren te melden bij de overheid.
4. Preventie en structurele aanpak
Vraag 10
Hoe ziet het college de eigen rol bij het voorkomen van zoönosen, zowel binnen de intensieve veehouderij als in de vrije natuur?
Antwoord van het college
Wij vragen bij vergunningaanvragen advies aan de GGD die op dit aspect let. Het is belangrijk dat bij de inrichting van de openbare ruimte en het waterbeheer altijd rekening wordt gehouden met mogelijke effecten op dierziekten, infectieziekten en gezondheid. De uitvoering rond veehouderijen laten wij over aan de NVWA.
Vraag 11
Ziet het college mogelijkheden om – samen met provincie, waterschappen en terreinbeheerders – beleid te versterken dat de weerbaarheid van ecosystemen vergroot, bijvoorbeeld door natuurinclusieve landbouw, bufferzones tussen natuur en veehouderijen, en herstel van biodiversiteit?
Antwoord van het college
Kan het college dat toelichten waarom wel of waarom niet?
Natuurbeleid is primair een taak van de provincie. De provincie heeft al gezorgd voor veel nieuwe natuur en blijft dat verder ontwikkelen. Ook de gemeente Assen zet zich in voor het versterken van biodiversiteit in eigen natuurterreinen en bossen waar Stichting het Drents Landschap de regie heeft op het beheer. De gemeente heeft ook nieuwe natuur ontwikkeld; zelfstandig of in samenwerking met andere partijen. Denk hierbij aan stadsrand bij Assen-Oost (Assen aan de Aa/ Amelte); het beekdal van de Messchen (bij Marsdijk); het herstel van de Bosbeek/Nijlandsloop en het Witterdiep. Maar ook zijn er in het omgevingsplan bufferzones aangewezen rond het Witterveld. Naar de toekomst toe geven wij invulling aan de door de gemeenteraad vastgestelde groenvisie.
Vraag 12
Is het college bereid om in regionaal verband te pleiten voor een structurele en preventieve aanpak van vogelgriep en andere zoönosen, waarin dierenwelzijn, volksgezondheid en ecologie gelijkwaardig worden meegewogen?
Antwoord van het college
Wij zien niet de meerwaarde van een regionale aanpak. Wij laten de aanpak van zoönose over aan de Rijksoverheid.
Wij hopen de vragen hiermee voldoende te hebben beantwoord.
Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen GLPvdA - Vogelgriep
Bron: raadsinformatie van de gemeente Assen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.