15 september 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Assen

schriftelijke vragen Lijst van Brakel, Leefbaar Assen - 'JB Noord'

Een raadslid stelde op 15 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Assen (5 vragen).

In het kort

5 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoe verklaart het college dat in de beantwoording vooral wordt verwezen naar de door JBN zelf opgestelde kaderbrief, terwijl zowel de inspecties (IGJ/IJenV, juli 2025)… → Waarom is ervoor gekozen de eigen positieve beeldvorming van JBN te volgen, in plaats van deze actuele en onafhankelijke oordelen als uitgangspunt te nemen?
  • Acht het college het wenselijk dat in beantwoordingen aan de raad uitsluitend de visie van contractpartners (zoals JBN) wordt overgenomen, zonder eigen onafhankelijke… → Erkent het college dat hiermee het risico ontstaat dat de raad onjuist of misleidend wordt geïnformeerd.
  • Hoe verklaart het college dat zij CRT presenteren als méér dan de veldnorm, terwijl dit feitelijk dezelfde aanpak betreft en bovendien door de inspectie als ontoereikend… → Wij hebben in de beantwoording aangegeven hoe JB Noord met het CRT werkt en dat zij aangeven dat het meer is dan het handelingsperspectief.
  • Hoe kan het college in het licht van deze harde inspectieconclusies blijven volhouden dat gezinnen via CRT 'adequaat geholpen' worden, en erkent het college dat dit een… → In de beantwoording van het college wordt geschetst dat we actief sturen en handelen op het adequaat helpen van gezinnen.
  • Hoe kan het college, in het licht van de Jeugdwet, het EVRM en het IVRK, de inzet van CRT en de veldnorm accepteren als “werkend”, terwijl de staatssecretaris heeft… → Zoals aangegeven in de vorige beantwoording vinden wij de inzet van het CRT niet wenselijk en niet werkend. 6.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Leden van de raad

Contactpersoon I. van den Berg Telefoon 14 0592 Bezoekadres Noordersingel 33 Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk 78945-2025 Bijlagen Datum 15 oktober 2025 Verzenddatum 15/10

Onderwerp: Beantwoording schriftelijke vragen ‘JB Noord’

Geachte leden van de raad, In deze brief beantwoorden we de schriftelijke raadsvragen over “Jeugdbescherming Noord”.

Ingediend door Leefbaar Assen en Lijst van Brakel op 15 september 2025. Het gaat om aanvullende vragen naar aanleiding van de beantwoorden van de schriftelijke vragen over “structurele tekortkomingen JB Noord”, deze beantwoording heeft u ontvangen op 11 september 2025.

Hieronder vindt u de beantwoording van uw (vervolg)vragen.

Uw college stelt dat sinds het AEF-onderzoek in maart 2025 sprake is van een “stijgende lijn”. Uit de stukken blijkt echter dat dit beeld vooral is gebaseerd op de kaderbrief van JBN zelf. De inspecties publiceerden een actueel oordeel op 24 juli 2025, inclusief de maatregel van verscherpt toezicht (IGJ-rapport juli 2025, p. 6–7). Het rapport laat zien dat de kernproblemen bij JBN onverminderd voortbestaan: kinderen krijgen nog steeds niet tijdig een vaste jeugdbeschermer, veiligheidsplannen ontbreken of zijn niet actueel en ouders voelen zich niet gehoord. Dit betekent dat er sprake is van aanhoudend falen in de uitvoering van wettelijke maatregelen. Bovendien is het beeld van het college strijdig met de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 augustus 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:5305), waarin Het hof van oordeel is dat de wijze waarop de hulpverlening is vormgegeven onvoldoende recht doet aan de bescherming waarop de moeder en de kinderen op grond van voornoemde verdragen aanspraak kunnen maken.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoe verklaart het college dat in de beantwoording vooral wordt verwezen naar de door JBN zelf opgestelde kaderbrief, terwijl zowel de inspecties (IGJ/IJenV, juli 2025) als het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (28 augustus 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:5305) recent hebben vastgesteld dat de kernproblemen bij JBN voortduren?

Antwoord van het college

Waarom is ervoor gekozen de eigen positieve beeldvorming van JBN te volgen, in plaats van deze actuele en onafhankelijke oordelen als uitgangspunt te nemen?

Wanneer er schriftelijke vragen gesteld worden over een contractpartner, vragen wij de contractpartner altijd om hun visie. Daarnaast verwijzen we in onze beantwoording op kwaliteitsoordelen van onafhankelijke partijen, zoals het AEF, het keurmerkinstituut (KMI) en uitspraken van het IGJ en Inspectie van J&V. Wij kunnen ons niet vinden in de positieve beeldvorming die u noemt. Bij vraag 25 van de vorige beantwoording, stelt het college ook dat JB Noord niet aan de gestelde kwaliteitscriteria voldoet.

Alle betrokken partijen zijn het erover eens dat JB Noord nog niet aan de gestelde kwaliteitscriteria voldoet, we sturen erop dat JB Noord zo snel als mogelijk een duurzame organisatie is die gezinnen goed ondersteunt.

Vraag 2

Acht het college het wenselijk dat in beantwoordingen aan de raad uitsluitend de visie van contractpartners (zoals JBN) wordt overgenomen, zonder eigen onafhankelijke analyse?

Antwoord van het college

Erkent het college dat hiermee het risico ontstaat dat de raad onjuist of misleidend wordt geïnformeerd.

Zoals genoemd in de beantwoording van vraag 1, maken we gebruik van input van verschillende onafhankelijke partijen. Wij informeren de raad met alle relevante informatie die wij ontvangen vanuit verschillende partijen. Daarmee wil het college de risico’s om de raad onjuist te informeren minimaliseren.

Uw college stelt dat CRT méér is dan de veldnorm, omdat er o.a. veiligheid wordt gemonitord, planvorming wordt opgestart en een aanspreekpunt aanwezig is. Dit zijn echter precies de elementen die de veldnorm sinds 2022 beschrijft. Bovendien heeft de IGJ in 2023, 2024 en 2025 geoordeeld dat deze werkwijze inhoudelijk tekortschiet en kinderen nog steeds niet tijdig bescherming biedt.

Vraag 3

Hoe verklaart het college dat zij CRT presenteren als méér dan de veldnorm, terwijl dit feitelijk dezelfde aanpak betreft en bovendien door de inspectie als ontoereikend is beoordeeld?

Antwoord van het college

Wij hebben in de beantwoording aangegeven hoe JB Noord met het CRT werkt en dat zij aangeven dat het meer is dan het handelingsperspectief. Daarnaast hebben we genoemd dat we het werken met het CRT een onwenselijke situatie vinden. Het overkoepelende rapport van het IGJ onderschrijft dit: “Het werken met het Handelingsperspectief, of door jeugdigen zonder vaste jeugdzorgwerker onder te brengen bij een speciaal team, wekt de indruk dat de situatie niet ideaal, maar onder controle is en dat er ten minste zicht is op deze jeugdigen. De inspecties zien dat wat destijds gestart is als een tijdelijke oplossing, inmiddels structureel onderdeel is van de werkwijze bij de GI's. De rapporten van de inspecties maken duidelijk dat het werken met het Handelingsperspectief of een variant hierop volstrekt ontoereikend is om de taak om namens de overheid jeugdigen te beschermen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd ernstig tekortschiet1”. “De inspecties zien acceptatie bij gemeenten dat GI's werken met het Handelingsperspectief en wacht- en doorstroomlijsten, op dezelfde manier als sommige GI-bestuurders in deze situatie een 'status quo' zien. Het baart de inspecties zorgen dat belangrijke partijen die verantwoordelijk zijn voor een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van jeugdbescherming (gemeenten) en voor de uitvoering daarvan (GI's) lijken te berusten in de huidige situatie”.

Het college, gezamenlijk met de gemeenten in Groningen en Drenthe, berusten niet in de huidige situatie. We hebben gestuurd op onderzoek, sturen op afbouw van het CRT team en kwaliteit. Naar aanleiding van het onderzoek naar alternatieve scenario’s van Eveline Kampman en Thomas Dijksman2, onderzoeken we welke mogelijkheden we hebben op de aanbevelingen uit dit rapport om op korte termijn tot een gewenste situatie te komen.

1 2

Rapport+Als+zelfs+overheidsingrijpen+kinderen+geen+bescherming+biedt.pdf algemene-brief-gemeenteraden-voortgang-JBN-9-september-2025-bijlage-3.pdf

Het college stelt dat gezinnen via het CRT 'adequaat geholpen' worden. JBN werkt echter al sinds 2022 met de landelijke veldnorm bij onderbezetting (Handelingsperspectief GI’s). De IGJ rapporteerde sinds 2023 herhaaldelijk dat deze aanpak inhoudelijk tekortschiet. Dit betekent feitelijk dat JBN al drie jaar structureel werkt met een noodmaatregel die door de IGJ als onvoldoende is beoordeeld. Uit de beantwoording van Kamervragen door de staatssecretaris voor Rechtsbescherming, maar ook uit meerdere rechterlijke uitspraken, blijkt dat een ondertoezichtstelling (OTS) zonder vaste jeugdbeschermer doelloos en onrechtmatig is.

Vraag 4

Hoe kan het college in het licht van deze harde inspectieconclusies blijven volhouden dat gezinnen via CRT 'adequaat geholpen' worden, en erkent het college dat dit een misleidend beeld schetst?

Antwoord van het college

In de beantwoording van het college wordt geschetst dat we actief sturen en handelen op het adequaat helpen van gezinnen. We willen nogmaals benadrukken dat de inzet van het CRT niet wenselijk is en we sturen erop dat inzet van het CRT zo snel mogelijk eindigt.

Vraag 5

Hoe kan het college, in het licht van de Jeugdwet, het EVRM en het IVRK, de inzet van CRT en de veldnorm accepteren als “werkend”, terwijl de staatssecretaris heeft aangegeven dat deze constructie ongrondwettelijk is?

Antwoord van het college

Zoals aangegeven in de vorige beantwoording vinden wij de inzet van het CRT niet wenselijk en niet werkend. 6.

Erkent het college dat het feit dat de IGJ tijdelijk “gedoogt” niet betekent dat deze werkwijze juridisch toelaatbaar is, aangezien grondwettelijke kaders alleen door de wetgever buiten werking kunnen worden gesteld? Hoe beoordeelt het college dan de rechtmatigheid van de huidige uitvoering door JBN?

Het IGJ treedt op, door verscherpt toezicht uit te voeren bij JB Noord. Het IGJ biedt JB Noord hiermee de gelegenheid om haar taken naar behoren uit te voeren, dit valt binnen de beleidsvrijheid die in de Jeugdwet wordt geboden (Art. 3.1.5).

Het garantiebudget voor JBN is vastgesteld op € 4,908 mln in 2024, waarvan € 898.164 voor rekening van Assen komt. Deze toezegging vond plaats zonder voorafgaande consultatie van de raad.

7. Waarom is de gemeenteraad niet voorafgaand geconsulteerd, gezien het budgetrecht en de controlerende rol van de raad?

Deze kosten passen binnen de reguliere begroting, omdat het hier enkel om zorgkosten binnen de Jeugdwet gaat. Het garantiebudget moet gelezen worden als een minimale afnameverplichting. Op het moment dat de regio minder afneemt dan het totaalbedrag van €4,908 miljoen wordt het bedrag aangevuld tot dit bedrag.

In de kaderbrief die het college aan de gemeenteraad heeft gestuurd, ontbreekt elk inhoudelijk hoofdstuk over jeugdhulp en jeugdbescherming. Daarmee worden substantiële financiële verplichtingen, zoals de incidentele subsidies aan JBN en de gemeentelijke bijdrage van bijna € 900.000 in het garantiebudget, niet transparant gepresenteerd aan de raad. 8.

Waarom zijn deze financiële posten niet in de kaderbrief opgenomen, terwijl dit rechtstreeks raakt aan het budgetrecht van de raad? Erkent het college dat de raad hierdoor niet tijdig of volledig in positie is gebracht om zijn controlerende en budgettaire verantwoordelijkheid uit te oefenen?

Het gaat hier niet om verplichtingen buiten de reguliere wettelijke taken van de gemeente tot het bieden van jeugdbescherming. Voor het genoemde bedrag wordt zorg afgenomen van JBN. Dit is niet anders dan bij andere zorgaanbieders. De enige afwijking is dat we afspraken hebben gemaakt over een minimale afname als regio. Als dit bedrag niet behaald wordt betalen de gemeenten het verschil tussen de afgenomen omzet en de garantieomzet.

Dit betreffen reguliere uitgaven die al jaren in het programma meedoen opgenomen zijn. Er is geen sprake van extra kosten als gevolg van deze afspraak, anders dan de tariefsverhoging zoals die door de VNG is gecommuniceerd. Daarom wordt het niet apart in de kaderbrief opgenomen. Het risico op de kostenstijging was wel opgenomen in de risicoparagraaf van de begroting 2025.

Uw college stelt dat de inkoopregio’s zicht houden op de kwaliteit en uitvoering van JBN. In de praktijk blijkt echter dat de inkoopregio’s al sinds 2018 tekortschieten in hun wettelijke taak van toezicht en kwaliteitsborging. Dat blijkt ook uit de financiële inzet: via incidentele subsidies is de afgelopen jaren miljoenen gemeenschapsgeld verstrekt om wachtlijsten bij JBN te verminderen. In bestuursverslagen, subsidieverantwoording en jaarstukken van JBN wordt gemeld dat de wachtlijsten zouden zijn afgenomen.

Onafhankelijk toezicht laat echter het tegenovergestelde zien: IGJ/IJ&V constateren in 2023, 2024 en juli 2025 dat wachtlijsten en doorstroomproblemen onverminderd groot zijn en dat kinderen nog steeds niet tijdig een vaste jeugdbeschermer krijgen. Ook na invoering van het herstelplan in Maart 2024 blijkt uit de meest recente cijfers van 28 Augustus dat nog steeds 249 kinderen geen vaste jeugdbeschermer hebben. Dat is exact hetzelfde aantal kinderen als in Maart 2025, voor invoering van het ‘herstelplan’. Opmerkelijk is bovendien dat de voormalig directeur van de inkoopregio Groningen, thans bestuurder is van JBN zelf en haar inkoopadviseur en contractmanager uit diezelfde periode nu bestuursadviseur is bij JBN.

9. Hoe beoordeelt het college deze situatie, waarin (a) de inkoopregio ondanks miljoenen subsidies geen zichtbare resultaten heeft geboekt, (b) JBN in jaarstukken, subsidieverantwoording en beantwoording van raadsvragen een misleidend beeld schetst van afgenomen wachtlijsten?

De uitvoering van Jeugdbeschermingsmaatregelen is een ‘wicked problem’. De inkoopregio's en gemeenten hebben de afgelopen jaren stelselmatig ingezet op verbeteringen. Achteraf is dit bij jeugdbescherming Noord onvoldoende gebleken. Op dit moment is er een veel nauwer toezicht op de stappen die JB Noord zet in de benodigde verbeteringen.

Tegelijkertijd zijn we er daarmee niet. Alle GI's in Nederland ervaren problemen door de uitwerking van het huidige stelsel. We zullen gezamenlijk wijzigingen door moeten voeren om het stelsel te verbeteren en recht te doen aan de ouders en jeugdigen die te maken krijgen met de uitvoering van maatregelen.

10. Hoe kan de gemeenteraad onder deze omstandigheden nog vertrouwen hebben in het toezicht en de kwaliteitsborging door de inkoopregio en het huidige bestuur van JBN?

In de beantwoording van 11 september 2025 hebben we onder andere in vraag 4 en 10 antwoord gegeven op de vraag hoe er toezicht wordt gehouden door de inkoopregio en het huidige bestuur.

Het is aan de gemeenteraad om te beoordelen of zij vertrouwen hebben in dit toezicht.

Vorig jaar werd de toenmalige voorzitter van de cliëntenraad benoemd tot lid van de Raad van Toezicht. Dit was in strijd met de kaders van goed bestuur, de Governancecode Zorg en de statuten van JB Noord, waarin onafhankelijkheid, transparantie en het vermijden van (de schijn van) belangenverstrengeling centrale beginselen zijn. Na het aftreden van de voormalig raad van toezicht hebben de huidige benoemingen van toezichthouders door of op voordracht van de bestuurder plaatsgevonden, terwijl dit volgens het governancekader niet is toegestaan om belangenverstrengeling te voorkomen. Daarmee is ook de huidige vorm van toezicht niet integer.

Deze handelwijze kan leiden tot:

• Aantasting van de rechtsgeldigheid en legitimiteit van besluiten van de Raad van Toezicht;

• Het verlies van vertrouwen bij cliënten en gemeenten in de onafhankelijkheid van het toezicht;

• Verdere risico’s op falend toezicht, waardoor structurele problemen onvoldoende worden gesignaleerd en gecorrigeerd.

11. Wij verzoeken het college uiteen te zetten welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat het toezicht bij JB Noord daadwerkelijk onafhankelijk, integer en in lijn met de geldende kaders wordt ingericht.

De nu functionerende toezichthouders zijn door de bestuurder van Jeugdbescherming Noord, op grond van de statutaire bevoegdheid, aangewezen vanwege het ontbreken van een raad van toezicht. Daarbij is de bestuurder van JB Noord bijgestaan door een extern bureau. Om de onafhankelijke rol te garanderen, werken de per 1 september 2025 aangestelde toezichthouders op interim-basis met als taak om op korte termijn een voltallige nieuwe raad van toezicht te benoemen met 5 nieuwe toezichthouders. Dan functioneert er een onafhankelijke raad van toezicht.

Daarnaast houden de inspecties toezicht middels verscherpt toezicht. Met name zal de komende tijd ingezet worden op sturing vanuit de ambtelijke en bestuurlijke stuurgroepen vanuit de gemeenten van Drenthe en Groningen.

Bekijk de brief: Beantwoording schriftelijke vragen Lijst van Brakel, Leefbaar Assen - 'JB Noord'

Bron: raadsinformatie van de gemeente Assen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Assen

Alle artikel 35-vragen in Assen