Schriftelijke vragen Lijst van Brakel & Leefbaar Assen - structurele tekortkomingen bij Jeugdbescherming Noord
Een raadslid stelde op 16 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Assen (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe verhoudt dit zich tot de wettelijke verplichtingen uit de Awb en de Woo? → Acht uw college deze beperkte transparantie verenigbaar met de publieke taak die Jeugdbescherming Noord vervult?
- Welke maatregelen bent u bereid te nemen om volledige openheid en verantwoording af te dwingen? → Toezicht, controle en informatievoorziening
- Worden signalen, klachten en terugkoppelingen structureel verzameld en besproken? → En door wie worden deze klachten en signalen verzameld?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN ONDERWERP:
STRUCTURELE TEKORTKOMINGEN BIJ JEUGDBESCHERMING NOORD DATUM: 16 JUNI 2025 INGEDIEND DOOR: TIRZA VAN BRAKEL (NAMENS LIJST VAN BRAKEL & LEEFBAAR ASSEN) VRAAG Geacht college, Naar aanleiding van:
•
•
•
•
•
•
Aanhoudende zorgwekkende berichtgeving in de media;
De uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, waarin wordt vastgesteld dat Jeugdbescherming Noord structureel tekortschiet, rechterlijke uitspraken naast zich neerlegt en daarmee niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor gecertificeerde instellingen;
Het verscherpt toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd;
De duidelijke uitspraken van staatssecretaris Struycken van Justitie en Veiligheid, die wijzen op onwettig handelen van Jeugdbescherming Noord;
De informerende raadsbijeenkomst van 12 juni jl., waarin de structurele tekortkomingen van Jeugdbescherming Noord aan de orde kwamen;
De voortgangsbrief Jeugd van staatssecretaris Karremans d.d. 13-06 waarin o.a. wordt gesteld: “Jeugdigen en ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorg die zij ontvangen passend is en hen daadwerkelijk helpt. Jeugdigen en ouders vormen een toetssteen voor kwaliteit: wanneer voegt de hulp waarde toe in hun leefwereld.”
Richt de fractie van Lijst van Brakel / Leefbaar Assen zich tot uw college met de volgende schriftelijke vragen:
Transparantie en publieke verantwoording Jeugdbescherming Noord is een gecertificeerde instelling met een publieke taak, volledig gefinancierd met gemeenschapsgeld. Daarmee functioneert zij feitelijk als bestuursorgaan en is zij onderworpen aan de transparantieverplichtingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet open overheid (Woo). Desondanks weigert de instelling tot op heden onder meer auditrapporten openbaar te maken, wat het maatschappelijk vertrouwen en de democratische controle ernstig ondermijnt.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe verhoudt dit zich tot de wettelijke verplichtingen uit de Awb en de Woo?
Antwoord van het college
Acht uw college deze beperkte transparantie verenigbaar met de publieke taak die Jeugdbescherming Noord vervult?
Vraag 2
Welke maatregelen bent u bereid te nemen om volledige openheid en verantwoording af te dwingen?
Antwoord van het college
Toezicht, controle en informatievoorziening
Vraag 3
Worden signalen, klachten en terugkoppelingen structureel verzameld en besproken?
Antwoord van het college
En door wie worden deze klachten en signalen verzameld?
Informatievoorziening aan de raad Lijst van Brakel en Leefbaar Assen constateren dat de informatievoorziening richting de raad op dit moment onvoldoende is om haar controlerende taak goed te kunnen uitvoeren.
6. Is het college bereid de gemeenteraad op korte termijn inzage te geven in:
•
Het herstelplan voor JBN van 2021 n.a.v. het IGJ onderzoek “Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd”;
•
Het door teammanagers van jeugdbescherming Noord geschreven plan voor regie op cliënten zonder vaste jeugdbeschermer uit 2023;
•
De wijze waarop de € 851.073 verstrekte subsidies voor werkdrukverlichting in 2023 is besteed.
•
Het jaarverslag over 2024
•
Het totaalbedrag van het garantiebudget en de bijdrage van de gemeente Assen
•
Het actuele herstelplan n.a.v. het AEF rapport;
•
De financiële onderbouwing van het geheel (inzet middelen, subsidies, gemeentelijke bijdragen, verantwoording)
•
Het landelijke handelingsperspectief bij onderbezetting en de lokale toepassing ervan (CRT team)
•
Auditrapporten, voortgangsverslagen, evaluaties, klachtenrapportages en bestuurlijke terugkoppelingen;
7. Is uw college bereid de gemeenteraad tevens inzicht te bieden in geanonimiseerde interne rapportages en evaluaties die het functioneren van Jeugdbescherming Noord inzichtelijk maken?
Kwaliteit van zorg en gevolgen voor inwoners Tijdens de raadsbijeenkomst van 12 juni jl. werd door verschillende partijen gemeld dat er sprake is van ernstige structurele tekortkomingen, waaronder gebrekkige continuïteit, ondeugdelijke besluitvorming, en onvolledige of foutieve dossiervorming. Volgens de Jeugdwet rust op het college de plicht om een toereikend aanbod van kwalitatieve jeugdhulp te borgen. De WMO verplicht het college om passende ondersteuning aan inwoners te garanderen.
8. Deelt uw college de opvatting dat het blijven aannemen van nieuwe cliënten, terwijl bestaande cliënten niet adequaat geholpen worden, zowel onethisch is als mogelijk strijdig met de zorgplicht, proportionaliteit en voorzorgsbeginselen?
2
9. Op welke wijze monitort uw college de kwaliteit van jeugdbeschermingsmaatregelen die door gecertificeerde instellingen worden uitgevoerd?
10. Hoe waarborgt het college dat de geleverde zorg voldoet aan de eisen van kwaliteit en continuïteit, zoals bedoeld in artikelen 2.3 en 2.6 van de Jeugdwet?
Onwettigheid door niet-uitvoering De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelt dat het niet kunnen uitvoeren van maatregelen (o.a. door gebrek aan jeugdbeschermers) een schending van artikel 8 EVRM kan opleveren. Zonder daadwerkelijke uitvoering vervalt de grondslag voor de maatregel, en is overheidsingrijpen juridisch onhoudbaar. Daarnaast werd het landelijk handelingsperspectief bij onderbezetting in 2022 als tijdelijke noodoplossing ingevoerd. in juni 2023 werd al benadrukt door de IGJ (inspectie Gezondheidszorg Jeugd) dat actieve evaluatie nodig is samen met kinderen, gezinnen en ketenpartners . In april 2024 waarschuwen ze dat de evaluaties vergeleken met eerdere signalen inhoudelijk tekortschieten, en dat de aanpak nog steeds niet voldoende is.
11. Hoe verhoudt de werkwijze van het CRT-team van Jeugdbescherming Noord zich tot de relevante wet- en regelgeving, conclusies van de IGJ en de uitspraken van de staatssecretaris?
12. Hoe beoordeelt uw college het handelen van Jeugdbescherming Noord tegen deze achtergrond?
13. Wat doet u om te voorkomen dat inwoners geconfronteerd worden met onwettige of niet-uitvoerbare maatregelen?
14. Hoe borgt het college de rechtspositie van ouders en kinderen binnen deze context?
15. Worden maatregelen die feitelijk niet worden uitgevoerd (bijvoorbeeld door plaatsing op wachtlijst of toedeling aan het CRT-team) volledig aan de gemeente gefactureerd?
16. Indien dit het geval is: acht u dit verantwoord gebruik van gemeenschapsgeld?
17. Heeft uw college daarnaast zicht op welke maatregelen structureel níét worden uitgevoerd, los van de vraag of deze worden gefactureerd?
Focus op herstel en cliëntenstop Jeugdbescherming Noord heeft afgezien van deelname aan de informatieve raadsbijeenkomst op 12 juni met als reden dat alle inzet momenteel gericht is op het herstelplan. “Voor JB Noord komt dit gesprek te vroeg. Het uitvoeren van het herstelplan en het contact daarover met de inspectie vergt alle nodige aandacht. Het geeft teveel onrust en afleiding wanneer in openbaarheid gesproken zou worden over de voortgang van dit herstel.”
18. Deelt uw college de mening dat publieke verantwoording geen vrijblijvende aangelegenheid is, maar een fundamentele plicht?
19. Hoe beoordeelt u het signaal dat er geen ruimte is voor verantwoording richting volksvertegenwoordiging vanwege interne herstelmaatregelen, zeker gezien de ernst van de situatie?
20. Acht u een instelling die zich volledig op crisismanagement moet richten in staat om kwalitatieve zorg te leveren?
21. Is het college bereid een tijdelijke cliëntenstop te overwegen, zolang Jeugdbescherming Noord niet aan minimale kwaliteitsstandaarden kan voldoen?
3
22. Bent u bereid hierover actief en op korte termijn met Jeugdbescherming Noord en de regionale partners in overleg te treden, en de raad hierover actief te informeren?
Escalatie en alternatieve scenario’s Op 12 juni jl. vond een informerende raadsbijeenkomst plaats over Jeugdbescherming Noord. In de voorbereiding zijn ouders actief benaderd met de vraag of zij hun ervaringen met deze organisatie wilden delen. Meerdere van deze ouders gaven aan daar niet toe bereid te zijn, uit vrees voor (indirecte) repercussies – met name het risico hun kinderen kwijt te raken.
De afgelopen jaren heeft het college o.a. via het spreekuur van de wethouder met diverse ouders gesproken en dossiers ingezien. Zoals het college in beantwoording op de mondelinge vragen van lijst van Brakel d.d. 30 januari aangaf, is het college op de hoogte van de vele tekortkomingen in de kwaliteit van zorg (en het niet naleven van de kinderrechten) bij Jeugdbescherming Noord. De gemeente is als verantwoordelijke voor het stelsel van jeugdzorg beleidsmatig gehouden om het vertrouwen in het systeem te waarborgen.
23. Acht het college een organisatie waarover door meerdere ouders is aangegeven dat zij er bang voor zijn, in staat om uitvoering te geven aan haar wettelijke taak als gecertificeerde instelling zoals bedoeld in de Jeugdwet (artikel 1.1) – te weten het bieden van passende, veilige en zorgvuldige jeugdbescherming in het belang van het kind?
24. Herkent en erkent het college het risico dat gevoelens van angst en afhankelijkheid bij ouders de werkrelatie tussen gezin en jeugdbescherming ondermijnen, met alle gevolgen van dien voor de effectiviteit van de ondersteuning?
25. Kan het college duiden of, en zo ja op welke wijze, deze signalen passen binnen de kwaliteitscriteria die door gemeenten aan gecertificeerde instellingen worden gesteld op grond van artikel 4.1.1 Jeugdwet en de inkoopvoorwaarden (waaronder: veiligheid, vertrouwen, transparantie en cliëntgerichtheid)?
26. Deelt het college de opvatting dat structureel wantrouwen jegens een jeugdzorgaanbieder een ernstige indicatie is dat er sprake is van systeemfalen?
27. Zo ja, welke beleidsmatige maatregelen overweegt het college om dit vertrouwen te herstellen?
28. Is het college ermee bekend dat gemeenten op grond van de Jeugdwet (artikel 2.6 jo. 4.1.1) een wettelijke zorgplicht dragen voor de inkoop, kwaliteit én het toezicht op gecertificeerde instellingen zoals Jeugdbescherming Noord?
29. Is het college zich ervan bewust dat ouders onder omstandigheden de gemeente aansprakelijk kunnen stellen voor schade die is ontstaan door toedoen van een gecertificeerde instelling, indien sprake is van nalatigheid of gebrekkig toezicht van de gemeente?
30. Hoe beoordeelt het college het risico op bestuurlijke of juridische aansprakelijkheid van de gemeente, mede in het licht van structurele signalen van disfunctioneren bij Jeugdbescherming Noord, zoals deze naar voren komen uit:
•
4
meldingen van ernstige onveiligheid, schendingen van (kinder)rechten en wantrouwen bij ouders;
•
signalen van beroepsgroepen (zoals advocaten, vertrouwenspersonen en jeugdrechters) over structureel tekortschieten en niet voldoen aan de wettelijke vereisten voor gecertificeerde instellingen;
31. Op welk moment acht uw college bestuurlijke escalatie noodzakelijk, en bent u bereid dit tijdig met de raad te bespreken?
32. Op 30 januari vroeg lijst van Brakel via mondelinge vragen of er een alternatief scenario uitgewerkt kon worden voor de wettelijke taak die nu uitgevoerd wordt door Jeugdbescherming Noord. Welke stappen zijn inmiddels gezet richting een alternatief scenario voor de uitvoering van wettelijke taken, mocht de situatie bij Jeugdbescherming Noord niet verbeteren?
Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.
Namens de fractie van Lijst van Brakel / Leefbaar Assen,
Tirza van Brakel-Engberts
5
Bron: raadsinformatie van de gemeente Assen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.