6 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Bergeijk

2026-028 Beantwoording raadsvragen dhr. Groenen (CDA) Commissievergadering GZ 07-05-2026 7b Bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hondsbosserdijk 14

Een raadslid (CDA) stelde op 6 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • Waar zit momenteel de belangrijkste bottleneck voor Bergeijk? → Is dit techniek/software, capaciteit, opleiding of in de inrichting van processen?
  • We zien dat diverse andere gemeenten al publiceren met STOP/TPOD bij projecten. → Wordt hierin bijvoorbeeld ook regionaal samengewerkt, bijvoorbeeld via de Kempengemeenten of de omgevingsdienst?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vraag d.d.

Onderwerp Van Afhandeling door Afgehandeld d.d.

: 5 mei 2026 : Commissievergadering GZ 07-05-2026 7b Bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hondsbosserdijk 14 : Rick Groenen, CDA : Wethouder Wijnen : 22-05-2026

Vraag N.a.v. agendapunt 7B van de commissie GZ heb ik enkele vragen m.b.t. de overgang van TAM-IMRO naar STOP/TPOD.

De vraag is niet of en waarom de overgang lastig is. We begrijpen dat STOP/TPOD in de overgangsfase ingewikkelder dan de oude IMRO-werkwijze vanwege de behoefte aan kennis, nieuwe software en capaciteit, maar het is uiteindelijk wel bedoeld om regels bijvoorbeeld beter digitaal vindbaar, toepasbaar en juridisch eenduidig te maken.

De VNG heeft 7 acties op een rij gezet om te kunnen stoppen met TAM-IMRO: https://vng.nl/artikelen/de-7-minimale-acties-die-iedere-gemeente-moet-uitvoeren Daarom hierover enkele vragen.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Waar zit momenteel de belangrijkste bottleneck voor Bergeijk?

Antwoord van het college

Is dit techniek/software, capaciteit, opleiding of in de inrichting van processen?

Vraag 2

We zien dat diverse andere gemeenten al publiceren met STOP/TPOD bij projecten. Wordt er actief kennis uitgewisseld met gemeenten die al verder zijn in deze overgang?

Antwoord van het college

Wordt hierin bijvoorbeeld ook regionaal samengewerkt, bijvoorbeeld via de Kempengemeenten of de omgevingsdienst?

Alvast bedankt voor de beantwoording.

Antwoord Ad 1:

De gemeente heeft er voor gekozen om daar waar dat kan te werken met een Buitenplanse OmgevingsPlan Activiteit (BOPA). Dit is de eenvoudigste en snelste procedure zowel voor aanvragers als voor gemeenten.

Daar waar een BOPA niet mogelijk is (omdat met een BOPA de onderliggende planologische regeling niet kan worden aangepast) is tot 1 januari 2026 gebruikt gemaakt van de mogelijkheid van TAMIMRO. Dit is een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) om nog op de “oude wijze” een

omgevingsplan aan te passen. Van deze mogelijkheid is 12 keer gebruik gemaakt. Een aantal TAMplannen is al vastgesteld, een aantal is nog in procedure.

Parallel aan het bovenstaande is met ondersteuning van een adviseur gestart met de pilot Luyksgestel. Voor de kern Luyksgestel zijn de bestaande planologische regelingen omgezet in een (concept-)omgevingsplan. Dit concept is afgerond; de nieuwe regels en geometrieën zijn beschikbaar en er is een werkprotocol opgesteld. Dit plan is opgesteld in de zogenaamde pre-productieomgeving, waarin met de nieuwe regels kan worden geoefend. Daarbij is ook geoefend met publiceren. De volgende stap is om dit plan in de productie-omgeving te plaatsen en vervolgens te starten met de procedure. We verwachten in de loop van het jaar deze procedure te starten. Daarnaast zijn we in overleg met de adviseur om de pilot Luyksgestel een vervolg te geven en uit te rollen over de andere kernen. Een exacte planning daarvoor is er nog niet, maar de inschatting is dat dit in de periode 20262028 zal plaatsvinden. Na de kernen zal vervolgens gestart worden met het buitengebied om zodoende tijdig, voor 2032, alle bestemmingsplannen in het omgevingsplan omgezet te hebben.

Tegelijkertijd wordt voor met name voor Molenstraat-Eind gewerkt aan een (standaard) omgevingsplan voor nieuwe ontwikkelingen.

Naast deze pilot werken we aan een raamovereenkomst met een adviseur voor de ondersteuning om plannen van initiatiefnemers in STOP-TPOD te kunnen verwerken.

Tenslotte merken we dat de software nog in ontwikkeling is en er regelmatig problemen geconstateerd worden en updates nodig zijn. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de softwareleverancier, maar betekent bijvoorbeeld ook dat soms extra opleidingen nodig zijn.

Ad 2 Een belangrijk aandachtspunt is dat om goed te kunnen werken met de Omgevingswet een combinatie van RO-kennis én technische kennis nodig is. Met andere woorden de omgevingswet vraag om een nieuw type medewerker, die niet zomaar beschikbaar is. Dat kost tijd.

Daarnaast heeft de projectleider Omgevingswet een andere baan gevonden, waardoor zowel qua kennis als qua capaciteit een probleem is ontstaan. Dat wordt uiteraard door collega’s zo goed mogelijk opgevuld, maar leidt mogelijk wel tot vertraging.

Ad 3 Zie antwoord onder 1 Ad 4 Door middel van de af te sluiten raamovereenkomst met een adviseur proberen we vertraging in planvorming te voorkomen. Tegelijkertijd is vertraging niet uit te sluiten.

Ad 5 De software-leverancier organiseert regelmatig werkbijeenkomsten, waarbij geleerd kan worden van andere gemeenten. Ook binnen de Kempengemeenten vindt overleg plaats en worden bijvoorbeeld gezamenlijke trainingen georganiseerd.

Bekijk de brief: 2026-028 Beantwoording raadsvragen dhr. Groenen (CDA) Commissievergadering GZ 07-05-2026 7b Bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hondsbosserdijk 14

Bron: raadsinformatie van de gemeente Bergeijk (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Bergeijk

Alle artikel 35-vragen in Bergeijk