Schriftelijke vragen CDA mbt landschappelijke inpassing 25 januari 2022
Een raadslid stelde op 28 april 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn (4 vragen).
In het kort
4 vragen en wat het college antwoordt
- Is het college bekend met opmerkingen dat de gemeente een industriële aanblik heeft? → Hoe kijkt het college hier tegen aan?
- Voldoen alle zonneparken die reeds in werking zijn aan de vooraf gestelde criteria en hoe is dit getoetst? → Is er in de uitvoeringsfase voldoende aandacht geweest voor het beeldbepalende uiterlijk van de zonneparken?
- Wat zijn de mogelijkheden om eventueel bij te sturen? → Zijn er mogelijkheden met bijvoorbeeld bloemrijke akkerranden of natuurlijke omheining rondom zonneparken?
- Worden voor nog te vergunnen zonneparken de normenkaders van de RES 1.0 meegewogen? → Deze opmerking heeft het college op verschillende manieren bereikt.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE VRAAG ex artikel 40 van het RvO Vraag van de CDA-fractie Datum: 25 januari 2022
Nr.:
Aan de voorzitter van de raad.
Steller vragen: Margreet Wegman namens de CDA fractie Onderwerp : Landschappelijk inpassing zonneparken Vragen:
Inleiding In 2017 stelde onze gemeente het beleidsplan Zonneakkers 2018-2020 vast. In dit beleidsplan zijn richtlijnen opgenomen voor de landschappelijke inpassing voor zonneparken. De hoofdlijnen: een goede ruimtelijke inpassing heeft te maken met de wijze waarop een zonnepark ruimtelijk logisch aansluiting vindt bij de kenmerken van de omgeving. De afwegingen worden gemaakt op basis van de aspecten: locatiekeuze en ontwerp.
In de in juli vastgestelde RES 1.0 wordt als voorwaarde opgenomen dat nieuwe zonneparken moeten voldoen aan de criteria die zijn opgesteld voor landschappelijke inpassing. De hoofdlijnen: zuinig omgaan met de ruimte, zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik, combineren van energieproductie met andere opgaven en investeringen en aansluiten op gebied specifieke kenmerken.
Toelichting:
Inmiddels zijn een aantal zonneparken die vanuit het beleidsplan Zonneakkers zijn ontstaan in werking. De CDA fractie krijgt veel opmerkingen over het beeld wat een aantal van deze parken oproept. De industriële aanblik van onze gemeente wordt als onprettig ervaren.
Daarom heeft de CDA fractie een aantal vragen: 1
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is het college bekend met opmerkingen dat de gemeente een industriële aanblik heeft?
Antwoord van het college
Hoe kijkt het college hier tegen aan?
Vraag 2
Voldoen alle zonneparken die reeds in werking zijn aan de vooraf gestelde criteria en hoe is dit getoetst?
Antwoord van het college
Is er in de uitvoeringsfase voldoende aandacht geweest voor het beeldbepalende uiterlijk van de zonneparken?
Vraag 3
Wat zijn de mogelijkheden om eventueel bij te sturen?
Antwoord van het college
Zijn er mogelijkheden met bijvoorbeeld bloemrijke akkerranden of natuurlijke omheining rondom zonneparken?
Vraag 4
Worden voor nog te vergunnen zonneparken de normenkaders van de RES 1.0 meegewogen? Antwoord van het College: Algemeen In 2017 is op interactieve wijze gewerkt aan het opstellen van het beleidsplan Zonneakkers 2018-2020. In dat plan is er bewust niet voor gekozen om bepaalde gebieden aan te wijze waar de zonneakkers konden worden gerealiseerd. Aan de hand van te stellen criteria konden aanvragen voor zonneakkers worden ingediend. Het aspect landschappelijke inpassing had een hoofdprioriteit. Het beleidsplan Zonneakkers 2018-2020 is vastgesteld. Op basis van het beleidsplan zijn aan de hand van de coordinatieregeling bestemmingsplannen en omgevingsvergunning in procedure gebracht. Alle bestemmingsplannen zijn voorzien van een landschappelijk inpassingsplan welke als voorwaardelijke verplichtingen zijn opgenomen in de bouw- en gebruiksregels. Beantwoording van de vragen. Vraag 1. Is het college bekend met opmerkingen dat de gemeente een industriële aanblik heeft? Hoe kijkt het college hier tegen aan?
Antwoord van het college
Deze opmerking heeft het college op verschillende manieren bereikt. Het college kan zich voorstellen dat het aangezicht en beleving van een voorheen agrarisch onbebouwd perceel wijzigt wanneer dat transformeert naar een zonneakker. Dergelijke invulling is tegenwoordig een maatschappelijk gegeven geworden in het kader van het nastreven van een energie zelfvoorzienende samenleving.
In ons beleid “Beleidsplan Zonneakkers 2018-2020” en in de uitvoering van dit beleid zijn in alle bestemmingsplannen zonneakkers, daarom in de vorm van een voorwaardelijke verplichting primair eisen gesteld aan de noodzakelijke landschappelijke invulling van de zonneakker terreinen.
Vraag 2. Voldoen alle zonneparken die reeds in werking zijn aan de vooraf gestelde criteria en hoe is dit getoetst? Is er in de uitvoeringsfase voldoende aandacht geweest voor het beeldbepalende uiterlijk van de zonneparken?
Antwoord: Het college heeft afgesproken dat voor alle zonneparken een eindinspectie komt, te starten met de parken die gereed zijn dan wel kunnen worden gemeld. Dit zijn: Vloeivelden Nieuw-Buinen, Paardentangendijk Buinerveen en Hooghweg Energy Buinen. De zonneparken Exloo en Daalkampen zijn bijna gereed. De overig vergunde zonneparken zijn nog niet in aanbouw. Bij het niet nakoming van gestelde voorwaarden zal direct handhavend worden opgetreden.
2
In het 2e kwartaal van dit jaar zal met de eindinspectie worden begonnen. Afhankelijk van de daadwerkelijke uitvoering en gereed meldingen, zullen aansluitend de overige zonneparken volgen.
Vraag 3. Wat zijn de mogelijkheden om eventueel bij te sturen? Zijn er mogelijkheden met bijvoorbeeld bloemrijke akkerranden of natuurlijke omheining rondom zonneparken?
Antwoord: Realisatie van een zonneakker moet gebeuren strikt volgens de bepalingen van het bijbehorende bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunning(en). Dit geldt ook voor het daarbij behorende landschappelijk inpassingsplan. In dit plan is met inachtneming van de ter plaatse aanwezige gebiedskenmerken, rekening gehouden met ondersteunende biodiversiteit. Alle uitvoerende activiteiten die aan de gestelde voorwaarden voldoen zijn toegestaan. De aanleg zal pas zichtbaar worden na realisatie dan wel in het bloeiseizoen. Voor elke afwijking geldt dat hiervoor een wijziging van de verleende omgevingsvergunning moet worden aangevraagd.
Vraag 4. Worden voor nog te vergunnen zonneparken de normenkaders van de RES 1.0 meegewogen?
Antwoord: In het kader van de gemeentelijke aanbieding in de RES 1.0 Drenthe heeft het college het bestaande windpark en alle vergunde zonneparken ingebracht. Ook is een gemeentelijke opgave Zon op Daken aangegeven.
Op dit moment zijn alle zonnepark vergund die het “Beleidsplan Zonneakkers 2018-2020” mogelijk maakt. Tot 2030 is uitgesproken geen grootschalige zonneparken meer te willen toestaan.
Er is wel een uitzondering gemaakt voor een initiatief van de dorps coöperatie Valthe om een zonneakker van 2 x 5 hectare te mogen gaan realiseren. In de daarvoor benodigde planologische procedure worden de normenkaders RES 1.0 meegenomen.
3
Bekijk de brief: Schriftelijke vragen CDA mbt landschappelijke inpassing 25 januari 2022
Bron: raadsinformatie van de gemeente Borger-Odoorn (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.