25 maart 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Borne

vragen contourennota van de fracties van de VVD, GB90 en CDA d.d. 4-3-2025

Een raadslid stelde op 25 maart 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Borne (16 vragen).

In het kort

16 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoofdvraag: de Contourennota is een richtinggevend document voor de toekomst van Borne. → Graag uw reactie.
  • In de stukken staat de ambitie om door te groeien tot 30.000 inwoners, mede als gevolg van de regionale schaalsprong en de bevolkingsgroei. → Vraag 2: klopt onze aanname dat deze principiële discussie aan de hand van deze Contourennota moet worden gevoerd? 1.
  • Pagina 9: kan het kloppen dat de participatieladder, zoals de raad die heeft vastgesteld, nu weer anders wordt geïnterpreteerd? → De participatie zoals omschreven, is gebaseerd op de participatieladder, zoals die is opgenomen in de participatieleidraad.
  • Pagina 9: voor wat betreft een eventuele MER-verplichting is een onderscheid tussen kaderstellende uitspraken en richtinggevende uitspraken essentieel. → Hoe verhoudt zich dat tot bijvoorbeeld de drie ontwikkelgebieden in de centrumvisie, die toch redelijk kaderstellend van aard zijn.
  • Pagina 9: Graag verduidelijking hoe om te gaan met het kostenverhaal. → Met de omgevingsvisie creëer je ‘voorzienbaarheid’.
  • Pagina 11: welke communicatiestrategie heeft u voor ogen, temeer daar in het verdere traject ook concrete complexe keuzes zullen moeten worden gemaakt? → Kan daarbij al een globaal tijdspad worden gegeven?
  • Pagina 16: wat is Bruto Twents Geluk? → Bruto Twents geluk is vanuit het Twente Board opgezet.
  • Hoe wordt gewaarborgd dat alle onderliggende deelvisies van de omgevingsvisie ook voldoen aan de contourennota? → Het kan zijn dat de deelvisies op onderdelen nog wat afwijkingen vertonen.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Vragen van de fractie van de VVD over de Contourennota.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoofdvraag: de Contourennota is een richtinggevend document voor de toekomst van Borne. Vele inzichten, visies en mogelijke ontwikkelingen passeren de revue voor het Borne van de toekomst. In dat verband is de vraag essentieel, op welke punten de raad nu al bij de vaststelling van de Contourennota richtinggevende uitspraken moet doen ten behoeve van de verdere uitwerking?

Antwoord van het college

Graag uw reactie.

De Contourennota bevat inderdaad richtinggevende uitspraken. Als u instemt met het document dan zullen deze richtingen verder uitgewerkt worden tot de Omgevingsvisie. Indien u het met bepaalde richtinggevende “contouren” niet eens bent, of u mist een aanvullende richtinggevende “contour” dan kunt u bij de vaststelling van de Contourennota het raadsbesluit amenderen of per motie meegeven aan het college voor nadere uitwerking, waarna dit verwerkt wordt in de Omgevingsvisie.

Vraag 2

In de stukken staat de ambitie om door te groeien tot 30.000 inwoners, mede als gevolg van de regionale schaalsprong en de bevolkingsgroei. Voor zover de fractie van de VVD weet, is hier nooit een principiële discussie over gevoerd. Essentieel gezien de samenhang met voorzieningen als zorg, onderwijs, werkgelegenheid etc. etc. Vraag 1: op welk inwonertal zou de gemeente uitkomen bij ongewijzigd beleid?

Antwoord van het college

Vraag 2: klopt onze aanname dat deze principiële discussie aan de hand van deze Contourennota moet worden gevoerd?

1. Bij ongewijzigd beleid zal de gemeente groeien naar ongeveer 28.500 inwoners (volgens inzicht 2024).

2. Ja dat klopt. En de nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in de Omgevingsvisie. In hoofdstuk 5 van de Contourennota worden een aantal van deze dilemma's reeds geagendeerd.

Vraag 3

Pagina 9: kan het kloppen dat de participatieladder, zoals de raad die heeft vastgesteld, nu weer anders wordt geïnterpreteerd?

Antwoord van het college

De participatie zoals omschreven, is gebaseerd op de participatieladder, zoals die is opgenomen in de participatieleidraad. Participatie bestaat uit verschillende fasen, bij iedere fase behoren niveaus (tredes) van de participatieladder. De participatieladder, zoals we die kennen uit de participatieleidraad bestaat uit vijf niveaus/treden: 1.

Informeren, 2. Raadplegen, 3. Adviseren, 4. Coproduceren en 5. Meebeslissen. In de contourennota is per fase aangegeven welke trede van onze participatieladder het betreft. Er is dus geen sprake van een andere interpretatie.

Vraag 4

Pagina 9: voor wat betreft een eventuele MER-verplichting is een onderscheid tussen kaderstellende uitspraken en richtinggevende uitspraken essentieel. Bent u het met de fractie van de VVD eens, dat de Coutourennota als richtinggevend moet worden gezien?

Antwoord van het college

Hoe verhoudt zich dat tot bijvoorbeeld de drie ontwikkelgebieden in de centrumvisie, die toch redelijk kaderstellend van aard zijn. Lopen wij kortom geen risico met het voor ons uitschuiven van de MER-verplichting?

In de uit te werken Omgevingsvisie worden voornamelijk strategische uitspraken gedaan. Op dit moment wordt uitgegaan van een richtinggevende omgevingsvisie met richtinggevende uitspraken, waarvoor een plan-MER-beoordeling niet verplicht is. Deze strategische uitspraken zullen zijn gebaseerd op het (bestaande en/of nieuwe) beleid, maar dit betekent niet dat het (bestaande en/of nieuwe) beleid in zijn geheel landt in de uit te werken Omgevingsvisie. De niet strategische, maar tactische en operationele, delen van het beleid kunnen bijvoorbeeld landen in andere instrumenten van de Omgevingswet (zoals het Programma en het Omgevingsplan).

Met deze scheiding is in het (bestaande en/of nieuwe) beleid, zoals op dit moment bij u bekend, nog niet in alle beleidsstukken rekening gehouden. Bij het verder uitwerken van de Omgevingsvisie wordt verder bepaald welke onderdelen uit het (bestaande en/of nieuwe) beleid strategisch zijn en dus moeten landen in de Omgevingsvisie. Ook wordt bij het verder uitwerken duidelijk of inderdaad sprake is van een richtinggevende uitspraken, waar op dit moment vanuit gegaan wordt, of dat toch kaderstellende uitspraken worden gedaan waardoor wel een plan-MER-beoordeling nodig is.

De centrumvisie kan gezien worden als een gebiedsgericht programma. Als daar concrete gebiedsontwikkelingen genoemd worden zal in het kader van de centrumvisie wellicht een plan-MER nodig zijn. Dit betreft echter de fase na de visievorming.

Vraag 5

Pagina 9: Graag verduidelijking hoe om te gaan met het kostenverhaal. De “nadere uitwerking landt elders”. Wat moet hieronder worden begrepen?

Antwoord van het college

Met de omgevingsvisie creëer je ‘voorzienbaarheid’. Je geeft dus een signaal af waardoor de nadere uitwerking in een programma het kostenverhaal geen verrassing meer is, maar consistent beleid. Dit zal ook onderdeel uitmaken van de nota grondbeleid.

Vraag 6

Pagina 11: welke communicatiestrategie heeft u voor ogen, temeer daar in het verdere traject ook concrete complexe keuzes zullen moeten worden gemaakt?

Antwoord van het college

Kan daarbij al een globaal tijdspad worden gegeven?

De communicatie wordt beschreven in de Contourennota. De participatie met inwoners is in 2023 al gestart met de Bornse Dromendagen. We bouwen daarop voort. Daarbij zal met name gecommuniceerd worden over de terinzagelegging voor inspraakreacties van de Omgevingsvisie. Daarbij zullen we in het bijzonder de BBO en de Wijk- en dorpsraden wijzen op de mogelijkheden om een zienswijze in te dienen.

Vraag 7

Pagina 16: wat is Bruto Twents Geluk?

Antwoord van het college

Bruto Twents geluk is vanuit het Twente Board opgezet. Meer toelichting hierover op https://brutotwentsgeluk.nl/

8. Pagina 17: principe 1: zelfstandig wonen: gemist wordt het flexibel omgaan met nieuwe woonvormen, zoals tijdelijke woning op eigen erf, met een ander doel dan het leveren van mantelzorg, seniorenhofjes etc.

Ook herbestemming of splitsing van gebouwen wordt gemist. Dat mogen ook karakteristieke gebouwen zijn met een publieke functie. Kortom, wij zien dit principe

graag aangevuld met het vorenstaande, mede gelet op het wetsvoorstel voor vergunningvrij bouwen op eigen erf. Graag reactie.

In de uit te werken Omgevingsvisie worden voornamelijk strategische uitspraken gedaan. In de opgenomen principes wordt onder meer vermeld dat woningbouw zoveel mogelijk binnen de kernen wordt gerealiseerd, dat rood voor rood initiatieven mogelijk zijn (herbestemming agrarische erven) en dat ingezet wordt op het beter benutten van de bestaande woningvoorraad om inbreiding aan te moedigen (principe 1, derde bullet in paragraaf 4.3). Daarnaast staat vermeld dat initiatieven met betrekking tot levensloopbestendige woningen aangemoedigd worden en dat doorstroming gestimuleerd wordt (principe 1, vierde bullet in paragraaf 4.3). Op strategisch niveau wordt daarmee ruimte geboden, echter moet deze nog vertaald worden om uitvoerbaar te maken (naar een Programma en/of Omgevingsplan).

Hierbij wordt opgemerkt dat de gemeente Borne onder meer al beschikt over de vastgestelde woonvisie, Regionale spelregels Zuidwest Twente (2021) en het Omgevingsplan Borne, waarin reeds mogelijkheden voor woningbouwinitiatieven geboden worden. Binnen de uitwerken van het beleid beter benutten bestaande woningvoorraad die zal landen in de Omgevingsvisie worden de thema’s die betrekking hebben op de bestaande woningvoorraad nader geconcretiseerd. Hierbij verwijzen wij specifiek ook naar de notitie Beter benutten bestaande woningvoorraad die u op 4 juni 2024 van ons ontvangen heeft.

9. Pagina 18: in lichtblauwe gedeelte staat: “speelbeleid, nog vast te stellen”. Hoe

verhoudt zich dat tot de bijlage “bewegen en speelruimte visie”. Is dat hetzelfde?

Dat is inderdaad hetzelfde.

10. Pagina 18: principe 4: kopje inclusief onderwijs is o.i. beter dan passend onderwijs.

Bent u het daarmee eens?

In de nadere uitwerking van de Omgevingsvisie nemen we dit mee door te spreken over ‘Het streven naar een uitdagende en veilige schoolomgeving voor iedereen'. ‘Voor iedereen’ gaat dan ook over inclusief onderwijs.

11. Pagina 18: principe 4: veilige schoolomgeving is o.i. meer dan verkeersveilig. Wij zien daaraan graag toegevoegd, veilig ook voor wat betreft drugs- en alcoholgebruik en loverboys etc. Kunt u daarin meegaan?

Zie ook antwoord vraag 10. In de nadere uitwerking van de Omgevingsvisie nemen we dit mee door te spreken over ‘Het streven naar een uitdagende en veilige schoolomgeving voor iedereen'. ‘Veilig’ gaat dan ook over andere aspecten dan enkel verkeersveiligheid zoals drugs- en alcoholgebruik en loverboys

12. Pagina 19: principe 2: aanmoedigen innovatie in bedrijvigheid lijkt u te koppelen aan

agrarische bedrijven. Vraag: 1. geldt dit niet voor alle vormen van bedrijvigheid?

Vraag 2: wat moeten wij ons voorstellen bij dat wij bereid zijn te kijken naar hoe agrarische bedrijven hun bedrijfsvoering kunnen aanpassen en eventueel verbreden?

Overstijgt u hiermee niet uw eigen beïnvloedingsmogelijkheden en bevoegdheden?

Vraag 1: De eerste bullet onder principe 2 gaat in op kleinschaligheid en startups zoals ook in de economische visie verwoord.

Vraag 2: bedoeld is hier faciliteren binnen de kaders die de gemeente ter beschikking staan, bijvoorbeeld planologische medewerking verlenen als het beleidsdoelen ondersteund.

13. Pagina 20: het geheel autoluw maken van het centrum en stimuleren van parkeren rond het centrum gaat ons erg ver en lijkt ook irreëel, gezien bereikbaarheid van voorzieningen, met name ook in het centrum? Hoe je het ook wendt of keert, de auto behoudt een belangrijke functie voor gezinnen en ouderen. Een nuancering lijkt ons op zijn plaats. Hoe kijkt u daar tegenaan?

Met autoluw maken wordt met name de Grotestraat tussen Oude Almeloseweg en Stationsstraat bedoeld en de Nieuwe Kerkstraat en eventueel het Dorsetplein. Dit noemen we eigenlijk anders, namelijk in de winkelstraten meer ruimte bieden voor lopen, fietsen, verblijven en winkelen aangenamer, aantrekkelijker en veiliger maken.

De parkeerplaatsen moeten goed bereikbaar zijn (en wellicht in aantal nog toenemen) en vandaar kunnen mensen lopend naar de winkelstraten van het centrum. Doorgaand autoverkeer door het centrum kan ook heel goed buitenom.

14. Pagina 20: wij missen enige uitwerking bij leefbare kernen. Graag alsnog enige uitwerking voor wat betreft Hertme en Zenderen? Mogen wij een toevoeging tegemoet zien?

De Contourennota is bedoeld om de discussie te voeren en de Raad juist de ruimte te geven om een hoofdlijn nader in te vullen, Zo ook het begrip leefbare kernen. In de Omgevingsvisie zal dit meer concreet bepaald en uitgewerkt worden. Indien u nu al strategische aandachtspunten mee wilt geven, dan bestaat die mogelijkheid er via amendering en het indienen van een motie.

15. Pagina 21: ivm vergrijzing moet de bereikbaarheid van voorzieningen omhoog. Hoe

rijm je dat met meer te voet en wandelen? Met name ouderen zullen niet alles te voet kunnen afleggen. Ligt een aanpassing van de tekst niet voor de hand? Wat houdt u overigens aan als loop- dan wel fietsafstand?

We proberen ouderen langer te laten fietsen met programma's als ‘doorfietsen’.

Kunnen mensen niet meer goed lopen of fietsen dan is het openbaarvervoer voorliggend. Met FlexRRReis kunnen ook oudere bewoners bijna bij de voordeur instappen en zijn alle voorzieningen met de bus bereikbaar. Daarnaast is ‘automaatje’ een initiatief die mensen kan helpen om bij voorzieningen te komen. Loopafstand is vaak onder de kilometer, fietsafstand heeft een relatie met het motief. Woon-werk en met e-bike gaat al verder dan 10 km. Recreatief is nog verder. In Borne is alles op fietsafstand, dit komt door de compactheid van het dorp.

16. Pagina 21: de bereikbaarheid van zorg moet op loopafstand. Lijkt ons totaal onrealistisch en onbetaalbaar. Graag reactie.

Nabijheid is belangrijk, kan dit niet lopend dan is de fiets, openbaarvervoer voorliggend, daarna komt een maatwerk voorziening vanuit het sociaal domein.

Daarnaast zal bij de bouw van seniorenwoningen en het toevoegen van voorzieningen waar mogelijk rekening gehouden moeten worden met dit principe. Gelet op de

geldende loopafstand (zie antwoord 15) en de compactheid van dit dorp zien wij dit op veel plekken wel degelijk als haalbaar.

17. Pagina 26: in het groene vakje staat het nodige over te maken keuzes bij

conflicterende belangen? De keuze wordt overgelaten bij enerzijds de Omgevingsvisie en anderzijds de uitwerking van een programma. O.i. ligt een keuze voor de Omgevingsvisie voor de hand gelet op de dan directe betrokkenheid van de raad. Kortom: wat verzet zich om die keuze te maken in het kader van de vaststelling van de Omgevingsvisie? Graag uw reactie.

Het ligt aan het niveau van de uitspraken die gedaan worden. Strategische richtinggevende uitspraken kunnen gedaan worden in de Omgevingsvisie zonder een m.e.r.-verplichting te creëren. Zie ook het antwoord op uw vraag 4.

Sommige keuzes zijn al voorbereid in deelvisies, andere liggen misschien voor de hand en kunnen rekenen op een breed draagvlak en kunnen dus overgenomen worden in de omgevingsvisie. Weer ander keuzes vragen om een nadere onderbouwing voordat er een besluit over kan plaats vinden. Soms kan de onderbouwing op relatief korte termijn gemaakt worden en kan het nog mee in de Omgevingsvisie. In andere gevallen is meer tijd nodig voor de onderbouwing. Die keuzes kunnen dan als uitgewerkt agendapunt meegenomen worden in de Omgevingsvisie.

19. Pagina 29: welke uitgangspunten zijn bepalend bij participatie voor de te maken keuzes en welke vormen van participatie zijn daarbij in beeld?

Wij volgen de gemeentelijke participatieleidraad. De vormen van participatie staan op pagina 28 beschreven.

De invulling van de participatie voor fase 2 (zie Contourennota) staat nog open, maar een combinatie van fysiek en online ligt voor de hand

20. Tot slot: in de stukken wordt een evaluatie van de Omgevingsvisie voorzien na 4 jaar.

Deze termijn is wat ons betreft niet realistisch gezien de implementatie van de visie, die zeer geruime tijd zal vragen. Graag uw reactie terzake.

Een cyclus van 4 jaar is realistisch en wenselijk. Dit betekent niet dat na 4 jaar alles al voltooid dient te zijn. Een evaluatie betekent ook een reflectie op de voortgang. Dus wat goed gaat vooral bevestigen en mee doorgaan. Sommige zaken vragen wellicht om een bijsturing. Maar er kunnen ook nieuwe thema’s op komen die we nu niet kunnen voorzien en die om een aanvullende strategische keuze vragen. In het kader van het opbouwen van een beleidshuis zal de komende jaren de afstemming tussen omgevingsvisie (strategisch), programma’s (tactisch (veelal huidige beleidsvisies) en operationeel (omgevingsplan), nog veel aandacht vragen.

Vragen van de fractie van GB90 over de Contourennota.

1. We hebben een vraag over de contourennota, waarbij we hebben gezien dat er door de VVD eenzelfde eerste technische vraag hierover is gesteld. Echter, denken we dat het een bestuurlijke vraag betreft, dus bij deze onze vraag. Hoe moeten we het raadsvoorstel en het bijbehorende concept raadsbesluit lezen? Met name met betrekking tot punt 2 wat stellen we hiermee in feite inhoudelijk dan nu vast? In hoeverre beperken we ons hier als raad onbedoeld nu al mee door hier mee in te stemmen (over bijvoorbeeld de knip in de rondweg)?

De Contourennota bevat inderdaad richtinggevende uitspraken. Als u instemt met het document dan zullen deze richtingen verder uitgewerkt worden tot de Omgevingsvisie. Indien u het met bepaalde richtinggevende “contouren” niet eens bent, of u mist een aanvullende richtinggevende “contour” dan kunt u bij de vaststelling van de Contourennota het raadsbesluit amenderen of per motie meegeven aan het college voor nadere uitwerking, waarna dit verwerkt wordt in de Omgevingsvisie. Ten aanzien van de 5 visies waarvan de gemeenteraad gevraagd wordt om kennis te nemen, geldt dat deze nu niet ter vaststelling worden aangeboden. De richtinggevende uitspraken van strategische aard zijn echter in sommige gevallen wel opgenomen in de Contourennota. In die gevallen wordt de raad wel gevraagd daar mee in te stemmen middels instemming met de contourennota. Een voorbeeld daarvan is het niet invoeren van de knip in de rondweg. U kunt deze dus ook amenderen of op deze punten een motie indienen.

Vragen van de fractie van het CDA over de Contourennota.

1) Waarom is de onlangs herijkte toekomstvisie “Mijn Borne 2030” niet expliciet hierin opgenomen?

De toekomstvisie Mijn Borne 2030 is het vertrekpunt geweest voor de Bornse Dromen Dagen.

Daar is opgehaald wat onze inwoners en partners ons mee wilden geven. Op hoofdlijnen kan gesteld worden dat de opbrengst van de Bornse Dromen Dagen in lijn was met de toekomstvisie Mijn Borne 2030. En daarmee is dit als input meegenomen.

2) Waarom hierin niet expliciet aandacht besteed aan “Windmolens”?

De Energievisie is als vastgesteld beleidskader meegenomen. In dat proces heeft de raad uitgesproken geen beleid voor windmolens te willen vaststellen. In lijn met deze uitspraak zijn ze nu ook niet meegenomen.

3) Waarom hierin niet expliciet aandacht besteed aan “Zonneparken”?

Er zijn al uitvoeringskaders waarbinnen initiatieven beoordeeld kunnen worden. Daarmee zijn er in de Contourennota geen richtinggevende uitspraken opgenomen.

4) Waarom hierin niet expliciet aandacht besteed aan de kwaliteit van “Lucht”?

In paragraaf 4.4 wordt bij het eerste leidende principe ingegaan op o.a. lucht en water, en staat de uitspraak dat we de water- en luchtkwaliteit willen verbeteren. De contourennota omvat de contouren voor de op te stellen Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie (en/of andere instrumenten onder de Omgevingswet) wordt dit nader uitgewerkt.

5) Waarom hierin niet expliciet aandacht besteed aan de kwaliteit van “Water”?

Zie het antwoord op vraag 4.

6) In hoeverre is de beoogde schaalsprong in bevolkingsgroei naar minimaal 30.000 inwoners nodig om de ambities uit de omgevingsvisie waar te kunnen maken?

De regionale ambitie voor de schaalsprong in de bevolkingsgroei van Twente is nodig om het voorzieningenniveau in Twente op peil te houden, voldoende ruimte te bieden voor inwoners van Borne om hier te blijven wonen en is een handreiking aan het Rijk die verzoekt om meer woningen te realiseren om de het woningtekort op te lossen. Met de Contourennota onderschrijft Borne deze regionale ambitie.

7) De voorgenomen ontwikkelingen dienen opgenomen te worden in de omgevingsvisie.

Welke zijn voor Borne in beeld?

In de contourennota wordt vermeld dat de omgevingsvisie onder meer de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkelingen van het grondgebied bevat (paragraaf 1.2). In de uit te werken Omgevingsvisie worden voornamelijk strategische uitspraken gedaan. Hetgeen hiervoor op dit moment in beeld is, is in de basis opgenomen in de contourennota (zie bijvoorbeeld hoofdstuk 4 ‘Leidende principes’ voor ambities en opgaven en een aantal overkoepelende

uitgangspunten). De contourennota omvat namelijk de contouren voor de op te stellen Omgevingsvisie.

Vraag 8

Hoe wordt gewaarborgd dat alle onderliggende deelvisies van de omgevingsvisie ook voldoen aan de contourennota?

Antwoord van het college

Het kan zijn dat de deelvisies op onderdelen nog wat afwijkingen vertonen. De uitwerking van de Contourennota in de Omgevingsvisie moet een duidelijke richting geven. De Omgevingsvisie zal met regelmaat herzien worden (voorstel voor iedere 4 jaar), daarmee kunnen nieuwe ontwikkelingen ook meegenomen worden en komt er zo een wisselwerking tussen onderliggende deelvisies en de “koepel” in de Omgevingsvisie.

Vraag 9

Is er voldoende rekening gehouden met veiligheid en overzicht ten opzichte van het verkeer bij meer groen en minder maaien?

Antwoord van het college

Is er voldoende zicht op de veiligheid bij meer begroeiing van de openbare ruimte?

Dit aspect wordt bij de daadwerkelijke uitvoering van de groenwerkzaamheden meegenomen.

Vraag 10

Er wordt veel gesproken over waterberging, maar is dit ook technisch haalbaar voor Borne?

Antwoord van het college

Bij de inrichting van de openbare ruimte alsmede nieuwe bouwplannen wordt dit nu al meegenomen (als verplichting). De richtinggevende kaders, dat we kiezen voor een klimaatadaptieve inrichting, worden nu in de Contourennota opgenomen.

Vraag 11

Het is onze wens het centrum autoluw te maken en er worden steeds meer auto’s geweerd uit het centrum. Onze angst is dat we hiermee ook mensen die “slecht ter been” zijn weren en we vinden het belangrijk het centrum goed bereikbaar te houden voor leveranciers en hulpdiensten. Wordt hier voldoende rekening mee gehouden?

Antwoord van het college

Met autoluw maken wordt met name de Grotestraat tussen Oude Almeloseweg en Stationsstraat bedoeld en de Nieuwe Kerkstraat en eventueel het Dorsetplein. Dit noemen we eigenlijk anders, namelijk in de winkelstraten meer ruimte bieden voor lopen, fietsen, verblijven en winkelen aangenamer, aantrekkelijker en veiliger maken. De parkeerplaatsen moeten goed bereikbaar zijn (en wellicht in aantal nog toenemen) en vandaar kunnen mensen lopend naar de winkelstraten van het centrum. Doorgaand autoverkeer door het centrum kan ook heel goed buitenom.

Vraag 12

Zijn er archeologische of historische belemmeringen bij de herontwikkeling van De Haven (of Rheineplein / Grotestraat Noord)?

Antwoord van het college

Ofwel, gaan we voor verassingen kunnen komen in de grond?

In het omgevingsplan (met voor het aspect ‘archeologie’ als basis de door de raad vastgestelde archeologische verwachtingskaart) is vastgelegd voor welke activiteiten (en bij welke omvang) een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Afhankelijk van de exacte planvorming (locatie en omvang) kan dus archeologisch noodzakelijk zijn. De uitkomsten (evt. vervolgonderzoeken of belemmeringen) van een dergelijk onderzoek kunnen niet op voorhand worden ingeschat maar zal te zijner tijd als de planvorming aan de orde is nader onderzocht worden. Daarbij wordt opgemerkt dat de contourennota een richtinggevend document is. Dit gaat niet over specifieke uitvoeringsaspecten die bij planvorming in beeld komen.

Vraag 13

Zijn er subsidiemogelijkheden voor winkels / horeca en ondernemers die willen investeren in duurzame aanpassingen?

Antwoord van het college

Ja, die zijn er. Maar dit niveau van uitvoering zit niet in de richtinggevende Contourennota.

Vraag 14

Wat zijn de extra onderhoudskosten van een groene parkeerplaats met grasbetonstenen ten opzichte van een traditionele parkeerplaats?

Antwoord van het college

Op deze vraag is geen algemeen antwoord te geven omdat het per situatie verschilt wat er aan opbouw ondergronds noodzakelijk is, het type verharding, etc. De Contourennota is een richtinggevend document. Dit gaat niet over specifieke uitvoeringsaspecten die bij planvorming in beeld komen.

Vraag 15

Hoe wordt omgegaan met parkeerplekken die verdwijnen door vergroening en herinrichting?

Antwoord van het college

We willen dat lopen en fietsen wordt gestimuleerd, dit doen we onder anderen door de openbare ruimte groener in te richten. Vergroenen betekent niet direct dat er parkeerplekken zullen verdwijnen. Vooral in het centrum zijn parkeerplekken belangrijk. Door parkeren ook net buiten het centrum te faciliteren kunnen we bezoekers of medewerkers die in het centrum werken stimuleren om op kleine afstand van het centrum te parkeren.

Vraag 16

Fietsstraten – Pagina 25 Hier wordt positief gesproken over de Bornerbroeksestraat. Is onderzocht hoeveel deze wordt gebruikt door sporters?

Antwoord van het college

Of wordt de Azelosestraat nog het meest gebruikt?

Er wordt in Borne veel gefietst. In 2023 zijn er op meerdere locaties verkeerstellingen uitgevoerd. Ter hoogte van het spoor op de Bornerbroeksestraat fietsten hier 1412 fietsers (werkdaggemiddelde) en op de Azelosestraat zijn 1711 fietsers geteld. Bij de tellingen weten we niet welk motief de fietsers hadden en kunnen we dus geen onderscheid maken in sporters, werk, winkel of recreatief.

Bekijk de brief: Beantwoording vragen contourennota van de fracties van de VVD, GB90 en CDA d.d. 4-3-2025

Bron: raadsinformatie van de gemeente Borne (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Borne

Alle artikel 35-vragen in Borne