15 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Bronckhorst

B01 College van B&W, beantwoording vragen GBB Noodsteunpunten VNOG

Een raadslid stelde op 15 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst (7 vragen).

In het kort

7 vragen en wat het college antwoordt

  • Bevestiging berichtgeving en rol Bronckhorst 1a. → Op welk moment, en in welk bestuurlijk overleg, is dit standpunt ingenomen?
  • Afwegingskader: waarom geen interesse? → 2a.
  • Betrokkenheid van de raad 3a. → Het college heeft hierover een brief binnengekregen, hierop is deze op 13 oktober conform collegebevoegdheid behandeld. 3b.
  • Huidige crisisstructuur in de kernen 4a. → Los van de pilot is de borging van fysieke aanspreekpunten geregeld via de reguliere crisisorganisatie.
  • Financiële aspecten en rijksbijdrage 5a. → 5b.
  • Gelijke crisisbestendigheid in de regio 6a. → We waarborgen dat inwoners van Bronckhorst in de praktijk niet slechter af zijn door de ontwikkeling van het bredere project weerbaarheid.
  • Toekomst, opschaling en lokale uitwerking 7a. → Afhankelijk van de uitkomsten van de pilot, en de snelheid daarvan en de ontwikkelingen binnen het thema weerbaarheid nemen we in de toekomst hier graag aan deel.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 40 Reglement van Orde) Indiener:

Onderwerp:

Gemeentebelangen Bronckhorst (Marja Berenschot) Noodsteunpunten/ noodhulppunten bij crisis in de VNOG-regio

Inleiding De fractie van Gemeentebelangen Bronckhorst heeft vragen over berichtgeving in De Gelderlander van 20 november 2025 over de start van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) met proeven voor lokale noodsteunpunten.

Dit zijn kleine locaties in dorp of stad (bijvoorbeeld buurthuis, sportkantine of school) waar inwoners bij een grote crisis – zoals langdurige uitval van stroom of water – terechtkunnen voor informatie, instructies en mogelijk ook water en voedsel. De locaties worden uitgerust met onder andere een noodaggregaat, communicatiemiddelen en herkenbare bebording.

Binnen de VNOG-regio zouden vier proeflocaties worden ingericht, waaronder één in de Achterhoek (Dinxperlo). Zes Achterhoekse gemeenten hebben volgens hetzelfde artikel belangstelling getoond voor deelname; alleen Oost Gelre en Bronckhorst zouden geen belangstelling hebben uitgesproken. De Rijksoverheid stelt voor deze pilot in totaal 580.000 euro beschikbaar.

Gelet op het belang van crisisvoorbereiding en de kwetsbaarheid van onze (landelijke) kernen, heeft de fractie van Gemeentebelangen Bronckhorst hierover de volgende vragen aan het college.

Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Bevestiging berichtgeving en rol Bronckhorst 1a. Kan het college bevestigen dat Bronckhorst, in tegenstelling tot een aantal andere Achterhoekse gemeenten, geen belangstelling heeft getoond voor deelname aan de proef met noodsteunpunten van de VNOG?

Antwoord van het college

Op welk moment, en in welk bestuurlijk overleg, is dit standpunt ingenomen?

De reden voor het afzien van deelname was de gevraagde inzet van capaciteit (projectleiding en uitvoering). Het besluit om niet deel te nemen aan de pilot is genomen in de collegevergadering van 13 oktober 2025.

Op het moment van het verzoek tot deelname aan de pilot was er geen personele capaciteit dit in te regelen in de gemeente Bronckhorst. Wel wordt dit meegenomen in het bredere vraagstuk weerbaarheid. Daar zal in totaliteit gekeken worden naar hoe zorgen we ervoor dat we als Bronckhorst weerbaarder worden bij grote crises. Als gemeente zien wij het belang van noodsteunpunten maar willen de pilot graag laten lopen in een andere gemeente i.v.m. personele krapte. De uitkomsten vanuit de pilot nemen wij mee in de verdere uitwerking van het thema en onze voorbereiding.

Vraag 2

Afwegingskader: waarom geen interesse?

Antwoord van het college

2a. Welke inhoudelijke, financiële en organisatorische argumenten hebben voor het college de doorslag gegeven om geen kandidaat-locatie in Bronckhorst voor te dragen?

De belangrijkste reden voor het afzien van deelname was de gevraagde inzet van capaciteit (projectleiding en uitvoering). Het besluit om niet deel te nemen aan de pilot is genomen in de collegevergadering van 13 oktober 2025. Dit neemt niet weg dat wij vol verwachting uitkijken naar de uitkomsten van de pilot en deze in het kader van het weerbaarheidsvraagstuk mee te nemen. 2b. Hoe zijn hierbij de specifieke kenmerken van onze gemeente (uitgestrekte plattelandsgemeente, veel kernen, relatief grote afhankelijkheid van auto en eigen netwerk) meegewogen?

De belangrijkste reden voor het afzien van deelname was de gevraagde inzet van capaciteit (projectleiding en uitvoering). Het besluit om niet deel te nemen aan de pilot is genomen in de collegevergadering van 13 oktober 2025. Dit neemt niet weg dat wij vol verwachting uitkijken naar de uitkomsten van de pilot en deze in het kader van het weerbaarheidsvraagstuk mee te nemen.

Vraag 3

Betrokkenheid van de raad 3a. Is de gemeenteraad vooraf geïnformeerd over de verkenning en de keuze om niet deel te nemen aan de proef met noodsteunpunten?

Antwoord van het college

Het college heeft hierover een brief binnengekregen, hierop is deze op 13 oktober conform collegebevoegdheid behandeld. 3b. Zo nee, waarom niet, en acht het college het passend dat over een onderwerp met directe impact op onze crisisbestendigheid geen voorafgaande politieke discussie is gevoerd?

Binnen de bevoegdheden van het college is dit onderwerp behandeld. Indien er in de toekomst binnen het thema weerbaarheid zaken volgen waar de raad in meegenomen moet worden zullen we u hierin kennen.

Vraag 4

Huidige crisisstructuur in de kernen 4a. Op welke manier is nu, los van deze pilot, geborgd dat inwoners bij een langdurige stroom- of waterstoring in elke kern een fysiek aanspreekpunt hebben voor informatie, instructies en eerste hulp?

Antwoord van het college

Los van de pilot is de borging van fysieke aanspreekpunten geregeld via de reguliere crisisorganisatie. Wanneer zich situatie voordoet, wordt conform de landelijke opschalingssystematiek, opgeschaald binnen de gemeentelijke crisisstructuur. Als er behoefte is aan fysieke locaties waar inwoners terechtkunnen voor informatie, instructies of eerste hulp, wordt dit binnen de crisisstructuur besloten en vervolgens in de betreffende kernen ingericht. Welke locaties worden ingezet, hangt af van de situatie en de lokale omstandigheden.

4b. Kunnen dorpshuizen, sportaccommodaties en andere publieke gebouwen in Bronckhorst op dit moment vergelijkbare functies vervullen als de beoogde noodsteunpunten (denk aan noodstroom, basiscommunicatiemiddelen, logistiek voor water/voedsel)? Graag concreet en inhoudelijk beantwoorden.

Wanneer zich situatie voordoet, wordt conform de landelijke opschalingssystematiek, opgeschaald binnen de gemeentelijke crisisstructuur. Als er behoefte is aan fysieke locaties waar inwoners terechtkunnen voor informatie, instructies of eerste hulp, wordt dit binnen de crisisstructuur besloten en vervolgens in de betreffende kernen ingericht.

Welke locaties worden ingezet, hangt af van de situatie en de lokale omstandigheden.

We kijken verwachtingsvol uit naar de uitkomsten van de pilot om met die ervaring te kijken naar welke publieke gebouwen geschikt zijn in geval van grote maatschappij ontwrichtende crises.

Vraag 5

Financiële aspecten en rijksbijdrage 5a. Kan het college toelichten in hoeverre de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen (580.000 euro voor de VNOG) ook ten goede hadden kunnen komen aan een noodsteunpunt in Bronckhorst, als de gemeente zich wél had aangemeld?

Antwoord van het college

5b. Heeft een verwachte lokale cofinanciering of structurele exploitatiekosten een rol gespeeld in de keuze om niet deel te nemen? Zo ja, hoe zwaar heeft dit gewogen?

De middelen die het Rijk beschikbaar heeft gesteld (580.000 euro voor de VNOG) zijn door de veiligheidsregio bedoeld voor de ontwikkeling en uitvoering van de pilot voor noodsteunpunten. Deze middelen worden regionaal verdeeld binnen het kader van de pilot en komen uitsluitend ten goede aan deelnemende gemeenten. Als Bronckhorst zich wél had aangemeld, had een deel van deze middelen, binnen de voorwaarden van de pilot, kunnen worden ingezet voor de ontwikkeling van een noodsteunpunt in onze gemeente. Hier staat echter ook inzet van lokale projectleiding en mogelijk aanvullende lokale financiering tegenover. Op dit moment is zowel de benodigde capaciteit als aanvullende financiering hiervoor niet beschikbaar.

Vraag 6

Gelijke crisisbestendigheid in de regio 6a. Hoe waarborgt het college dat de inwoners van Bronckhorst in de praktijk niet slechter af zijn dan inwoners van bijvoorbeeld Dinxperlo, waar wél een noodsteunpunt komt?

Antwoord van het college

We waarborgen dat inwoners van Bronckhorst in de praktijk niet slechter af zijn door de ontwikkeling van het bredere project weerbaarheid. De uitkomsten van de pilot, inclusief de ervaringen en lessons learned uit gemeenten zoals Dinxperlo, vormen belangrijke input voor dit project. Hierdoor wordt niet alleen gekeken naar de inrichting van noodsteunpunten, maar wordt het thema weerbaarheid integraal en breder benaderd. Op deze manier wordt geborgd dat inwoners goed worden geïnformeerd en ondersteund bij langdurige storingen, en dat de opgedane kennis uit de pilot actief wordt meegenomen in onze lokale ontwikkeling. 6b. Deelt het college de opvatting dat, als één gemeente in de regio een extra voorziening krijgt die vanuit het Rijk wordt gefinancierd, het aan Bronckhorst is om minimaal een vergelijkbaar niveau van crisisvoorzieningen te organiseren voor de eigen kernen?

Ja, we delen de opvatting dat het belangrijk is dat inwoners van Bronckhorst een vergelijkbaar niveau van crisisvoorzieningen hebben als inwoners van andere gemeenten in de regio. Tegelijkertijd hechten we nog groter belang aan een gedragen en goed onderbouwd plan op het gebied van weerbaarheid. Het gaat daarbij om een

integrale aanpak, waarbij crisisvoorzieningen onderdeel zijn van een breder, samenhangend beleid, in plaats van losstaande initiatieven.

Vraag 7

Toekomst, opschaling en lokale uitwerking 7a. Is het college – bij een positieve uitkomst van de pilot – bereid om richting de VNOG actief aan te geven dat Bronckhorst in een volgende fase formeel wil deelnemen aan het netwerk van noodsteunpunten?

Antwoord van het college

Afhankelijk van de uitkomsten van de pilot, en de snelheid daarvan en de ontwikkelingen binnen het thema weerbaarheid nemen we in de toekomst hier graag aan deel. Echter is daarbij uitgangspunt dat we dit bezien in een gedragen en goed onderbouwd plan op het gebied van weerbaarheid. Het gaat daarbij om een integrale aanpak, waarbij crisisvoorzieningen onderdeel zijn van een breder, samenhangend beleid, in plaats van losstaande initiatieven.

7b. Ongeacht de uitkomst van de pilot en de vraag of Bronckhorst formeel deelneemt aan een regionale uitrol; is het college bereid samen met lokale partijen zoals dorpsraden, dorpshuizen, sportverenigingen en hulpdiensten, én in afstemming met de VNOG, een plan van aanpak te ontwikkelen zodat een aantal strategisch gelegen locaties in Bronckhorst kan worden ingericht met basisvoorzieningen (zoals noodaggregaat, communicatiemiddelen en herkenbare informatievoorziening)?

Het bovenstaande gaat onderdeel zijn van de planvorming rond weerbaarheid. Het gaat daarbij om een integrale aanpak, waarbij crisisvoorzieningen onderdeel zijn van een breder, samenhangend beleid, in plaats van losstaande initiatieven.

7c. Welk type locaties (bijvoorbeeld dorpshuizen, brandweerkazernes, sporthallen) ziet het college daarbij als meest kansrijk binnen onze gemeente?

Voor we deze vraag beantwoorden wachten we graag de uitkomsten van de pilot en onze eigen planvorming rond weerbaarheid af.

Datum:

2 december 2025

Bekijk de brief: B01 College van B&W, beantwoording vragen GBB Noodsteunpunten VNOG

Bron: raadsinformatie van de gemeente Bronckhorst (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Bronckhorst

Alle artikel 35-vragen in Bronckhorst