31 maart 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Bronckhorst

B01 College van B&W beantwoording vragen VVD - Inzicht locatievorm AMV locaties

Een raadslid stelde op 31 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst (13 vragen).

In het kort

13 vragen en wat het college antwoordt

  • Is er een analyse gemaakt van de verschillen tussen bijvoorbeeld twee opvanglocaties van circa 80 personen en één locatie van circa 60 personen, versus een model waarbij… → Er is geen analyse gemaakt waarin opvanglocaties van circa 80 of 60 amv’s zoals we deze in Bronckhorst beogen, vergeleken met een model van zeer kleinschalige opvang van maximaal circa 8…
  • Wat zijn naar verwachting de verschillen in kosten tussen grotere locaties en meerdere kleinschalige locaties (denk aan vastgoed, beheer, beveiliging, begeleiding… → Het is op dit moment niet mogelijk om een onderbouwd kostenverschil te schetsen tussen grotere opvanglocaties en meerdere zeer kleinschalige locaties, omdat het COA deze vorm van opvang…
  • In hoeverre worden deze kosten gedekt door rijksvergoedingen of COAbijdragen, en welke financiële risico’s of meerkosten zouden bij de gemeente kunnen liggen? → De kosten voor een model met zeer kleinschalige opvanglocaties kunnen niet worden afgezet tegen de kosten van reguliere, COA-locaties, omdat het COA deze vorm van opvang niet kan realiseren…
  • Zijn schaalvoordelen of juist extra kosten te verwachten bij kleinschalige spreiding? 2 → Bij een opvangmodel met maximaal circa 8 personen per locatie zijn uitsluitend schaalnadelen te verwachten.
  • Welke gevolgen heeft kleinschalige opvang voor benodigde begeleiding, toezicht en personele inzet in vergelijking met grotere locaties? → Zie hierboven
  • Is een dergelijke spreiding organisatorisch haalbaar binnen de huidige capaciteit van gemeente, COA en betrokken partners? → Nee Maatschappelijke en integratie-aspecten
  • Zijn onderzoeken of praktijkervaringen bekend die inzicht geven in de effecten van kleinschalige opvang (en welke schaal hebben deze opvanglocaties dan) op integratie… → Er zijn geen onderzoeken bekend die dit beeld ondersteunen.
  • Worden dergelijke ervaringen uit andere gemeenten betrokken bij de beleidsafweging? 3 → Bij de keuze voor de opvangvormen die wij in Bronckhorst realiseren, zijn ervaringen uit andere gemeenten meegewogen.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 40 Reglement van Orde) Indiener:

Onderwerp:

VVD (Daniëlle Rouwen) Inzicht krijgen in locatievorm voor opvang AMV

Inleiding Naar aanleiding van eerdere berichtgeving en verschillende standpunten over de invulling van de opvangopgave vanuit de Spreidingswet heeft de fractie van de VVD aanvullende vragen.

Met deze vragen beoogt de VVD-fractie een feitelijke vergelijking te krijgen tussen verschillende schaalgroottes van opvang, inclusief financiële, organisatorische en maatschappelijke consequenties. Het gaat om de verschillen tussen grotere centrale opvanglocaties en een model met kleinschalige, verspreide opvang (bijvoorbeeld maximaal 8 personen per locatie), zodat dit onderwerp op basis van feiten en uitvoerbaarheid bij toekomstige keuzes kan worden (her)beoordeeld.

Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden:

Inleiding Het college waardeert het dat de VVD-fractie aanvullende vragen stelt over eerdere berichtgeving en verschillende standpunten over de invulling van de opvangopgave en de schaalgroottes van opvang amv’s.

Het college en de gemeenteraad hebben het besluit genomen om de asielopgave in Bronckhorst te realiseren met kleinschalige amv opvanglocaties, passend bij de aard en schaal van de kernen en dorpen in Bronckhorst waarbij het COA de volledige realisatie, bemensing en financiële verantwoordelijkheid op zich neemt.

De genoemde invulling van de asielopgave door zeer kleinschalige opvang van maximaal circa 8 personen per locatie is niet passend binnen de mogelijkheden die het COA landelijk biedt.

In onderstaande beantwoording treft u een nadere toelichting per gestelde vraag.

Vergelijking schaalmodellen

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Is er een analyse gemaakt van de verschillen tussen bijvoorbeeld twee opvanglocaties van circa 80 personen en één locatie van circa 60 personen, versus een model waarbij opvang wordt verdeeld over meerdere locaties van maximaal circa 8 personen? Zo ja, kan deze analyse worden gedeeld of toegelicht?

Antwoord van het college

Er is geen analyse gemaakt waarin opvanglocaties van circa 80 of 60 amv’s zoals we deze in Bronckhorst beogen, vergeleken met een model van zeer kleinschalige opvang van maximaal circa 8 personen per locatie. De reden hiervoor is dat deze vorm van opvang niet behoort tot de beschikbare of uitvoerbare varianten binnen de mogelijkheden van het COA.

Het COA is verantwoordelijk voor het faciliteren, realiseren en financieren van amvopvang. Uit navraag bij het COA blijkt dat voor opvangvormen van deze zeer kleine schaal geen haalbare businesscase kan worden opgesteld. Dit betekent dat het COA dergelijke locaties niet kan organiseren, bemensen of bekostigen.

Daarnaast is een dergelijk model in de praktijk niet uitvoerbaar en niet beheersbaar.

Om aan de huidige taakstelling te voldoen, zou het gaan om een orde van grootte van circa 30 afzonderlijke locaties verspreid over onze dorpen en kernen. Dit vraagt om een veelvoud aan panden (die er niet zijn), vergunningen, beheer, toezicht en begeleiding, waarvoor geen uitvoeringscapaciteit beschikbaar is bij het COA en evenmin bij de gemeente.

Financiële consequenties

Vraag 2

Wat zijn naar verwachting de verschillen in kosten tussen grotere locaties en meerdere kleinschalige locaties (denk aan vastgoed, beheer, beveiliging, begeleiding, infrastructuur en organisatie)?

Antwoord van het college

Het is op dit moment niet mogelijk om een onderbouwd kostenverschil te schetsen tussen grotere opvanglocaties en meerdere zeer kleinschalige locaties, omdat het COA deze vorm van opvang niet ondersteunt of aanbiedt. Het COA is wettelijk verantwoordelijk voor de realisatie, organisatie en financiering van de asielopvang, inclusief de opvang van amv’s. De keuze voor de huidige schaalgrootte van de opvanglocaties in Bronckhorst (80-60 amv’s) is onder andere gebaseerd op volledige realisatie, bemensing en financiële verantwoordelijkheid van het COA.

Vraag 3

In hoeverre worden deze kosten gedekt door rijksvergoedingen of COAbijdragen, en welke financiële risico’s of meerkosten zouden bij de gemeente kunnen liggen?

Antwoord van het college

De kosten voor een model met zeer kleinschalige opvanglocaties kunnen niet worden afgezet tegen de kosten van reguliere, COA-locaties, omdat het COA deze vorm van opvang niet kan realiseren binnen een verantwoorde businesscase. Het COA heeft aangegeven dat opvanglocaties van maximaal circa 8 personen per locatie niet uitvoerbaar, niet organiseerbaar en niet financierbaar zijn binnen hun wettelijke taak en beschikbare middelen.

In een theoretische situatie waarin dergelijke kleinschalige opvang toch zou worden nagestreefd, zouden de meeste kosten volledig bij de gemeente komen te liggen. Voor deze vorm van opvang zijn geen rijksvergoedingen of COA bijdragen beschikbaar, omdat het geen erkende of ondersteunde opvangvariant is binnen het landelijke stelsel. Dit zou betekenen dat zowel vastgoed, begeleiding, beheer, toezicht en organisatie voor eigen rekening van de gemeente zouden komen.

Gelet op de omvang van de taakstelling zou dit bovendien neerkomen op minimaal 30 afzonderlijke locaties (die in Bronckhorst niet aanwezig zijn), wat de financiële risico’s en uitvoeringslasten verder zou vergroten en inbreuk zou zijn op de beschikbare woningvoorraad voor autochtone woningzoekende in bronckhorst.

Vraag 4

Zijn schaalvoordelen of juist extra kosten te verwachten bij kleinschalige spreiding? 2

Antwoord van het college

Bij een opvangmodel met maximaal circa 8 personen per locatie zijn uitsluitend schaalnadelen te verwachten. Deze vorm van opvang wordt zoals eerder aangegeven door het COA niet ondersteund of aangeboden, waardoor een dergelijke variant niet uitvoerbaar is binnen het landelijke opvangstelsel.

Voor een goede en veilige opvang van amv’s is continue begeleiding en toezicht, inclusief beveiliging, essentieel. De schaalgroottes zoals wij die nu realiseren (80 Hengelo Gld– 80 Vorden) maken het mogelijk voor het COA om die 24/7begeleiding en beveiliging te organiseren. Deze voorzieningen worden volledig door het COA gerealiseerd en gefinancierd.

Bij zeer kleinschalige spreiding is dit niet haalbaar. Op locaties van 8 personen kan geen permanente aanwezigheid van begeleiding of beveiliging worden georganiseerd.

Dit leidt tot risico’s voor de kwaliteit van opvang, veiligheid en stabiliteit voor de jongeren, en tot een disproportionele inzet van personeel en middelen.

Organisatie en personele inzet

Vraag 5

Welke gevolgen heeft kleinschalige opvang voor benodigde begeleiding, toezicht en personele inzet in vergelijking met grotere locaties?

Antwoord van het college

Zie hierboven

Vraag 6

Is een dergelijke spreiding organisatorisch haalbaar binnen de huidige capaciteit van gemeente, COA en betrokken partners?

Antwoord van het college

Nee Maatschappelijke en integratie-aspecten

Vraag 7

Zijn onderzoeken of praktijkervaringen bekend die inzicht geven in de effecten van kleinschalige opvang (en welke schaal hebben deze opvanglocaties dan) op integratie, draagvlak in de omgeving en leefbaarheid, vergeleken met grotere opvanglocaties?

Antwoord van het college

Er zijn geen onderzoeken bekend die dit beeld ondersteunen. Bij het COA zijn kleinschalige opvangvoorzieningen voor uitgeprocedeerde jongeren bekend die plaats bieden aan circa 20 bewoners. Dit betreft de KWV’s (Kleinschalige Woonvoorzieningen), die uitsluitend bedoeld zijn voor uitgeprocedeerde jongeren tot 18 jaar. Deze doelgroep is niet van toepassing op de situatie in Bronckhorst.

Opvanglocaties met een capaciteit van 8 personen zijn binnen het COA niet bekend en vormen daarom geen reëel alternatief.

Voor jongeren die inmiddels een verblijfsstatus hebben gekregen, kent Nidos KWE’s (kleinschalige wooneenheden). Deze zijn bedoeld voor jongeren die hun procedure hebben afgerond en in Nederland mogen blijven. Dit betreft daarmee een andere doelgroep dan de AMV’s die nog in procedure zijn.

Vraag 8

Worden dergelijke ervaringen uit andere gemeenten betrokken bij de beleidsafweging? 3

Antwoord van het college

Bij de keuze voor de opvangvormen die wij in Bronckhorst realiseren, zijn ervaringen uit andere gemeenten meegewogen. Met name de praktijkervaringen uit Rekken en Nunspeet hebben input gegeven in de voorbereiding en besluitvorming.

De inzichten die daar zijn opgedaan – onder andere over begeleiding, beveiliging, leefbaarheid en de samenwerking met het COA – zijn verwerkt in de bestuursovereenkomsten die wij met het COA hebben gesloten. Daarnaast zijn de afspraken over 24/7 begeleiding, toezicht en beveiliging, en de wijze waarop deze worden geborgd en gemonitord, vastgelegd in het door de gemeenteraad vastgestelde beheerplan.

Beschikbaarheid locaties

Vraag 9

Is in beeld hoeveel potentiële locaties nodig zouden zijn bij een maximum van circa 8 personen per locatie, en of deze realistisch beschikbaar zijn binnen Bronckhorst?

Antwoord van het college

Er zouden minimaal 30 locaties nodig zijn. Deze zijn niet (realistisch) beschikbaar.

Eerdere regionale afspraken (Achterhoek)

Vraag 10

Klopt het dat Bronckhorst zich in regionaal Achterhoek-verband eerder heeft gecommitteerd aan opvang van met name AMV’s in kleinschaliger locaties van circa maximaal 80 personen, mede als alternatief voor grotere opvanglocaties van circa 200–300 personen of meer?

Antwoord van het college

Ja, dat klopt

Vraag 11

Wat waren destijds de belangrijkste overwegingen bij deze keuze, en gelden deze argumenten nog steeds bij de huidige afwegingen?

Antwoord van het college

De keuze voor opvanglocaties van circa 80 amv’s is gemaakt op basis van meerdere inhoudelijke overwegingen. Deze schaal sluit goed aan bij de omvang en het karakter van onze dorpen en kernen, terwijl het COA op deze schaal volledig kan voorzien in passende ondersteuning, begeleiding en faciliteiten. Voor reguliere asielopvang (AZC’s) hanteert het COA een ondergrens van ongeveer 300 bewoners.

Een dergelijke vorm van opvang past niet binnen de lokale context van Bronckhorst.

Daarnaast is meegewogen dat deze doelgroep – zodra jongeren een verblijfsstatus ontvangen – op termijn een positieve bijdrage kan leveren aan de demografische ontwikkeling van onze gemeente. In samenwerking met het COA, Nidos en de gemeente wordt ingezet op het behouden van deze jongeren voor de regio, onder andere via onderwijs, opleidingstrajecten en begeleiding richting werk. Hiermee kunnen zij op termijn bijdragen aan de arbeidsmarkt en de maatschappelijke vitaliteit in Bronckhorst.

Profiel bewoners bij zeer kleinschalige opvang

Vraag 12

Indien opvang op locaties van maximaal circa 8 personen (al dan niet met betrokkenheid of financiering van het COA) tot de mogelijkheden zou behoren: is er dan een bepaald type of profiel bewoners dat daarvoor in aanmerking zou komen? 4

Antwoord van het college

Het COA bepaalt in iedere situatie welke jongeren op welke locatie worden opgevangen. Dit gebeurt op basis van de actuele instroom en de beschikbare opvangcapaciteit. Als gemeente hebben wij hierin geen beslissingsbevoegdheid. Het COA werkt daarbij niet met doelgroep beperkingen.

In de praktijk blijkt dat diversiteit binnen een groep vaak bijdraagt aan een meer gebalanceerde en stabiele groepsdynamiek, omdat geen enkele subgroep dominant aanwezig is.

Vraag 13

Zijn er extra organisatorische, financiële of maatschappelijke consequenties verbonden aan specifieke profielen van bewoners?

Antwoord van het college

zie hierboven.

Datum:

25-02-2026

5

Bekijk de brief: B01 College van B&W beantwoording vragen VVD - Inzicht locatievorm AMV locaties

Bron: raadsinformatie van de gemeente Bronckhorst (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Bronckhorst

Alle artikel 35-vragen in Bronckhorst