B02 College van B&W, beantwoording vragen GL Vervolg Mestvergisting - energetisch rendement
Een raadslid stelde op 23 april 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Is een positief energetisch rendement randvoorwaardelijk voor het college om mestvergisting op te nemen in het circulair werklandschap als onderdeel van de Regiorotonde? → Waarbij energetisch rendement is gedefinieerd als het rendement indien input en output van energie in de hele keten van mestvergisting, inclusief de aan- en afvoer van grondstoffen en…
- Indien een positief energetisch rendement ter zake niet randvoorwaardelijk is, welke motivering is dan leidend voor het al dan niet opnemen van mestvergisting in het… → Zie beantwoording vraag 1.
- Wordt uitgegaan van monovergisting of co-vergisting? → Voor de rendementsberekening is uitgegaan van monovergisting.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 40 Reglement van Orde) Indiener:
GroenLinks Onderwerp:
Vervolg Mestvergisting – energetisch rendement Inleiding Op 03-02-2026 heeft GroenLinks schriftelijke vragen gesteld betreffende het energetisch rendement van mestvergisting. De beantwoordingi van de vragen (24-02-2026) is voor Groen Links inhoudelijk onvoldoende en kan volgens ons op onderdelen tot verkeerde conclusies leiden.
Want:
1. De rapporten waarnaar wordt verwezen dateren van 2006 en 2011 en zijn dus niet actueel. Dit is zeer relevant omdat de kennis over dit onderwerp sterk in ontwikkeling is. Follow the Money trekt in een artikel uit 2021ii op basis van gedegen onderzoek de conclusie dat het energetisch rendement nihil of op zijn best gering positief is;
2. Het door het college genoemde energetisch rendement ad 38,1% is niet uit deze rapporten te halen maar heeft mogelijk betrekking op het rendement van alleen de installatie. Hierbij blijft de rest van de keten inclusief aanvoer van mest en andere grondstof, hygiënisering en afvoer van digestaat buiten de berekening.
Het genoemde energetisch rendement geeft daarmee een onrealistisch en misleidend gunstig beeld;
3. Het rendement is mogelijk berekend op basis van een co-vergistingsinstallatie, waarbij naast mest dus nog andere grondstof moet worden aangevoerd. Dit is belangrijk, omdat mest slechts weinig energie bevat, een eventueel positief rendement van een co-vergistingsinstallatie bestaat volgens recente literatuur vrijwel geheel uit energie uit de aangevoerde andere grondstoffen. Als het college uitgaat van co-vergisting heeft dat een heel andere impact dan een monovergister, de andere grondstof moet immers ook voorradig zijn van elders worden aangevoerd en geen extra milieurisico opleveren. Als dit de bedoeling is van het college moet dat als uitgangspunt worden benoemd.
Verder werd op de beleidsvraag (2) slechts een technisch antwoord gegeven. Deze vraag is voor Groen Links cruciaal voor de boordeling of het college terecht gemeenschapsgeld investeert in mestvergisting of dat daarmee alleen een ondernemersgroep wordt gefaciliteerd.
Het college wordt verzocht – gelet op bovenstaande inleiding- de volgende vragen te beantwoorden:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is een positief energetisch rendement randvoorwaardelijk voor het college om mestvergisting op te nemen in het circulair werklandschap als onderdeel van de Regiorotonde?
Antwoord van het college
Waarbij energetisch rendement is gedefinieerd als het rendement indien input en output van energie in de hele keten van mestvergisting, inclusief de aan- en afvoer van grondstoffen en verwaarding en hygiënisering van het digestaat, is
ingecalculeerd.
In het kader van de nieuw te ontwikkelen werklocaties wordt momenteel een onderzoek voorbereid naar randvoorwaarden waar een circulair werklandschap aan moet voldoen. Hierin wordt specifiek gefocust op het thema Energie. Naar aanleiding van de uitkomsten in dit onderzoek zullen randvoorwaarden door het college beoordeeld en vastgesteld worden. Dit is in lijn met het Plan van aanpak Circulair Werklandschap, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 16-102025.
Vraag 2
Indien een positief energetisch rendement ter zake niet randvoorwaardelijk is, welke motivering is dan leidend voor het al dan niet opnemen van mestvergisting in het circulair werklandschap als onderdeel van de Regiorotonde?
Antwoord van het college
Zie beantwoording vraag 1. Er wordt een verkenning gedaan naar noodzakelijke randvoorwaarden op het gebied van Energie in een circulair werklandschap.
Vraag 3
Wordt uitgegaan van monovergisting of co-vergisting?
Antwoord van het college
Voor de rendementsberekening is uitgegaan van monovergisting.
Datum:
16 maart 2026
i https://portal.ibabs.eu/Document/ListEntry/e2c10b37-7ad5-4e7b-84f0-cdcaf8ebb2aa/528dd894-adf5-49d9-
8f61-ef9d26276338
ii Follow the Money 5-10-2021: Mest: bruine stroom die niet groen te krijgen is
2
Bron: raadsinformatie van de gemeente Bronckhorst (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.