B03 College van B&W, beantwoording schriftelijke vragen VVD-CDA status Vluchtelingenopvang
Een raadslid stelde op 5 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- De actieve info meldt betreffende de moties fasering locaties Hengelo/Vorden v.v. status ‘afgehandeld’ met het feit dat COA akkoord is met verschil in opening tussen… → We begrijpen uw zorg en oproep voor een zorgvuldige fasering van opening tussen beide locaties.
- De actieve info meldt betreffende de moties gefaseerde start aantallen Vorden en Hengelo ‘afgehandeld’ met de toelichting ‘start locatie 1: 40 AMV’s. → Zoals bij het antwoord op vraag 1 al aangegeven heeft het COA veel ervaring in de opening van nieuwe opvanglocaties en de druk op de asielketen is groot.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 40 Reglement van Orde) Indiener:
Onderwerp:
VVD (Daniëlle Rouwen) en mede-indiener CDA Moties en Berichtgeving status Vluchtelingenopvang Hengelo en Vorden (fasering)
Inleiding VVD Bronckhorst en CDA Bronckhorst hebben vragen aan het college n.a.v. de actieve informatievoorziening “Afhandeling moties per tot en met november 2025” (dd. 6 januari jl.) en berichtgevingen op de gemeentepagina in Bronckhorst Contact (dd. 13 januari jl.) over het onderwerp ‘Hoe staat het met uitvoering van amendementen en moties raad over opvanglocaties voor jongen vluchtelingen?’ De vragen gaan over de gefaseerde start van locaties en de fasering van de aantallen per locatie ‘opvang vluchtelingen Hengelo en Vorden’.
Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
De actieve info meldt betreffende de moties fasering locaties Hengelo/Vorden v.v. status ‘afgehandeld’ met het feit dat COA akkoord is met verschil in opening tussen locatie 1 en locatie 2 van 2 maanden, en artikel in Contact meldt op dat punt ‘ongeveer 2 maanden’. De motie die daarover ging bevatte o.a. “een voorwaarde op te nemen om het gebruik van de tweede locatie pas mogelijk te maken na een grondige evaluatie die gedeeld wordt met de raad”. Kan het college aangeven hoe uitvoering wordt gegeven aan de grondige evaluatie in relatie tot de (korte) termijn van 2 maanden? Is een termijn van minimaal 4 maanden (in de motie is zelfs sprake van 6 maanden) tussen de locaties dan niet meer realistisch en alsnog overeen te komen met het COA?
Antwoord van het college
We begrijpen uw zorg en oproep voor een zorgvuldige fasering van opening tussen beide locaties. Hierover zijn we ook het gesprek met het COA aangegaan. Het COA heeft veel ervaring in het openen van nieuwe opvanglocaties en de druk op de asielketen is groot. Het is wenselijk om amv’s snel na aankomst in Nederland een veilige en duurzame start in Nederland wordt geboden. Het COA geeft aan dat minimaal twee maanden voldoende tijd om de technische kinderziektes eruit te halen en organisatorische ervaringen mee te nemen naar de tweede locatie. In het vast te stellen beheerplan is opgenomen dat voordat de tweede locatie opengaat, Het COA, de gemeente en de politie eerst een evaluatie uitvoeren. In deze evaluatie bespreken we alle signalen en aandachtspunten. Als de veiligheid en leefbaarheid van de eerste locatie als voldoende en beheersbaar wordt beoordeeld, kan de tweede locatie daarna worden geopend.
Wij vinden dat deze afspraak – minimaal twee maanden tussen de openingen en een evaluatie vooraf – een goede en zorgvuldige aanpak is. Zo houden we rekening met de wensen van omwonenden en de gemeenteraad, én met de druk op de asielketen.
Vraag 2
De actieve info meldt betreffende de moties gefaseerde start aantallen Vorden en Hengelo ‘afgehandeld’ met de toelichting ‘start locatie 1: 40 AMV’s. Twee weken later de volgende 40 AMV’s op dezelfde locatie’ (voor locatie 2 geldt hetzelfde). Het artikel in Contact meldt die feiten evenzo. De motie die daarover ging bevatte o.a. “Pas na een grondige evaluatie die gedeeld wordt met de raad verdere uitbreiding naar 80 jongeren mogelijk te maken”. Kan de portefeuillehouder aangeven hoe uitvoering wordt gegeven aan de grondige evaluatie in relatie tot de (korte) termijn van 2 weken? Is een termijn van minimaal 8 tot 10 weken tussen de start met 40 AMV’s en de volgende 40 AMV’s dan niet meer realistisch en alsnog overeen te komen met het COA?
Antwoord van het college
Zoals bij het antwoord op vraag 1 al aangegeven heeft het COA veel ervaring in de opening van nieuwe opvanglocaties en de druk op de asielketen is groot. De locatie en de personele bezetting wordt gericht op de opvang van 80 amv’s. De start met 40 amv’s biedt de eerste twee weken ruimte aan gewenning van personeel, organisatie en omgeving aan de nieuwe locatie. Ervaring van COA leert dat deze termijn passend is voor een stabiele ingebruikname van een nieuwe locatie. Wij denken dat de afspraak met het COA over de fasering van 2 weken tussen eerste 40 en volledige ingebruikname recht doet aan zowel de wens van de raad als de druk in de asielketen.
3. In de voornoemde moties is o.a. opgenomen; *Moties Fasering locaties Hengelo/Vorden v.v.; “Na 6 maanden een eerste evaluatie uit te voeren en deze met de raad te delen, inclusief input van politie, GGD, jeugdzorg, omwonenden en sportverenigingen, en na 12 maanden een tweede evaluatie te houden met dezelfde partijen en de raad” *Moties fasering aantallen op locatie: “Na een periode (van 6–12 maanden) een onafhankelijke evaluatie uit te voeren op veiligheid, zorg, leefbaarheid en samenwerking met omwonenden en verenigingen”.
De moties in de actieve informatievoorziening staan op ‘afgehandeld’ terwijl het voor wat betreft de evaluaties ontbreekt aan nadere informatie. De status van ‘afgehandeld’ is dan toch niet correct en dat zou dan moeten zijn ‘niet afgehandeld’? Kan het college hier een toelichting op geven?
Antwoord: De oproepen uit de moties zijn overgenomen in het vast te stellen beheerplan. Dit is de reden dat de moties op afgehandeld zijn gezet. In het vast te stellen beheerplan zijn evaluatiemomenten opgenomen. Waaronder de evaluatie na twee maanden en jaarlijks door een onafhankelijk bureau. Het doel van de evaluaties is of de beheersmaatregelen voldoende zijn en of beheersmaatregelen functioneren, af- of opgeschaald moeten worden. We delen de bevindingen en concrete acties uit deze evaluaties met u als raad.
4. Betreffende het beheerplan voor de opvanglocaties; overweegt het college om ter ondersteuning van een goed beheerplan een externe partij daarbij te betrekken?
Antwoord: Ja. In het vast te stellen beheerplan is opgenomen dat er een jaarlijkse evaluatie plaatsvindt door een onafhankelijk bureau naar het effect van de beheersmaatregelen.
Datum:
26 januari 2026
2
Bron: raadsinformatie van de gemeente Bronckhorst (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.