B03 College van B&W, beantwoording vragen GL Rapport Alg Rekenkamer
Een raadslid stelde op 31 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst (6 vragen).
In het kort
6 vragen en wat het college antwoordt
- Heeft de gemeente Bronckhorst de opleidingskwalificaties en werkervaring van al onze statushouders vastgelegd? → Tijdens de brede intake en het opstellen van de PIP (persoonlijke plan inburgering en participatie) worden deze gegevens door het participatieteam uitgevraagd.
- Heeft het college zicht op of de statushouders werken op het niveau van hun diploma’s uit het land van herkomst? → Statushouders beschikken niet altijd over diploma’s of bewijsstukken uit het land van herkomst.
- Hoort het college ook geluiden dat de combinatie werk en taalonderwijs voor statushouders lastig te realiseren is? → Momenteel volgen statushouders hun taallessen voornamelijk overdag.
- Hoeveel procent van de deelnemers aan het taalonderwijs sluit in Bronkhorst af met een diploma? → Binnen het inburgeringstraject zijn er drie leerroutes: de Onderwijsroute, de B1-route en de Z-route.
- Is het voor werkende statushouders in Bronckhorst mogelijk de taalroute ’s avonds of in het weekend te volgen? → Momenteel wordt met betrokken partijen verkend of dit mogelijk is.
- Hoe staat het college in de gemeente Bronckhorst tegenover de suggestie van de Algemene Rekenkamer om taalonderwijs op de werkvloer mogelijk te maken? → Het college staat hier positief tegenover.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 40 Reglement van Orde) Indiener:
Onderwerp:
GroenLinks (Ulrike ter Braak) Rapport Algemene Rekenkamer over participatie van statushouders
Inleiding In 2022 ging de nieuwe Wet Inburgering in. Gemeenten, verantwoordelijk voor uitvoering van deze wet, moeten meer begeleiding bieden aan statushouders dan voorheen.
Op 28 januari 2026 heeft de Algemene Rekenkamer een rapport gepubliceerd1 over hoe de inburgeringswet in 2022-2024 presteert in termen van werk en taalonderwijs bij statushouders. De Rekenkamer concludeert dat veel arbeidspotentieel van statushouders onbenut blijft en dat de resultaten op taalonderwijs onvoldoende zijn: “zonde voor de mensen zelf en de arbeidsmarkt”.
De Rekenkamer benadrukt dat ‘participatie naar vermogen’ -zoals de wet beoogt- door veel statushouders niet wordt bereikt. Taal en beleidsprocedures blijken de grootste barrières te zijn. De aanbevelingen van de Rekenkamer richten zich vooral op duidelijkere beleidsdoelen en realistische inzet van middelen:
- Beter aansluiten van de inburgering op werkpotentieel van statushouders;
- Meer aandacht voor kwalificaties en werkervaring;
- Praktische maatregelen, zoals integratie van taalonderwijs op de werkplek.
Volgens de Rekenkamer worden van statushouders allerlei gegevens vastgelegd, maar niet welke opleidingen ze hebben afgerond. Van driekwart blijkt dit onbekend te zijn.
Verder heeft landelijk gezien in 2025 slechts 28% procent van de statushouders een (tijdelijke) baan gekregen. Eén van de redenen dat talent te weinig wordt ingezet, is dat gemeenten niet goed weten welke beleidskeuze voorrang heeft: zo snel mogelijk aan het werk of werken op het niveau dat bij de statushouder past. De Inburgeringswet zegt ‘participeren naar vermogen’: snel én volwaardig meedoen. Volgens de Rekenkamer zijn dit botsende doelstellingen, waardoor gemeenten verschillende keuzes maken.
De Rekenkamer signaleert dat boven verwachting veel taalroutes zonder examen of diploma worden afgesloten (29%, waaronder veel jongeren). Dit kan niet alleen vanuit het percentage laaggeschooldheid of analfabetisme verklaard worden. Werken betekent dat taallessen in de avonduren of in het weekend gevolgd moeten worden, en deze combinatie blijkt vaak lastig. De Rekenkamer adviseert dan ook dat
1Algemene Rekenkamer, ‘Onbenut potentieel – Gebrek aan resultaten taalwerving en arbeidsparticipatie bij
inburgering’, (2026)…
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Heeft de gemeente Bronckhorst de opleidingskwalificaties en werkervaring van al onze statushouders vastgelegd?
Antwoord van het college
Tijdens de brede intake en het opstellen van de PIP (persoonlijke plan inburgering en participatie) worden deze gegevens door het participatieteam uitgevraagd. In sommige gevallen heeft het COA (Centraal Orgaan Asielzoekers) al een eerste inventarisatie gedaan, maar dit is niet altijd het geval.
Daarnaast leggen de statushouders een leerbaarheidstoets af. Deze toets geeft inzicht in het leerpotentieel van een statushouder voor het leren van de Nederlandse taal binnen het inburgeringstraject.
Vraag 2
Heeft het college zicht op of de statushouders werken op het niveau van hun diploma’s uit het land van herkomst?
Antwoord van het college
Statushouders beschikken niet altijd over diploma’s of bewijsstukken uit het land van herkomst. Tijdens de brede intake wordt daarom door het participatieteam informatie uitgevraagd over het opleidingsniveau en de werkervaring. Echter worden deze diploma’s en kwaliteiten niet volledig benut.
Daarbij geldt dat het niveau van diploma’s uit het land van herkomst niet altijd vergelijkbaar is met het in Nederland gehanteerde opleidingsniveau.
Vraag 3
Hoort het college ook geluiden dat de combinatie werk en taalonderwijs voor statushouders lastig te realiseren is?
Antwoord van het college
Momenteel volgen statushouders hun taallessen voornamelijk overdag. Tegelijkertijd wordt verkend of het mogelijk is om ook avondlessen aan te bieden. Hierdoor kan het voor statushouders beter mogelijk worden om overdag te werken en in de avond hun taallessen te volgen.
Tijdens de aanbestedingen/ verlenging wordt bovenstaande meegenomen en mogelijke afspraken gemaakt voor een combinatie van werk en taalonderwijs.
2
Vraag 4
Hoeveel procent van de deelnemers aan het taalonderwijs sluit in Bronkhorst af met een diploma?
Antwoord van het college
Binnen het inburgeringstraject zijn er drie leerroutes: de Onderwijsroute, de B1-route en de Z-route. De route wordt bepaald op basis van de leerbaarheidstoets en persoonlijke situatie van de inburgeraar.
Bij de Onderwijsroute en de B1-route leggen inburgeraars examens af. Wanneer deze examens succesvol worden afgerond, ontvangen zij een diploma.
De Z-route is bedoeld voor inburgeraars voor wie het behalen van taalniveau B1 niet haalbaar wordt geacht. In de Z-route ligt focus op participatie en zelfredzaamheid. De afronding vindt plaats met een eindgesprek bij de gemeente. De inburgeraars die de Z-route volgen krijgen alleen een certificaat en geen diploma.
Onderstaande cijfers zijn op basis van de 3 routes.
In 2024 bedroeg dit 82% In 2025 bedroeg dit 84%
Vraag 5
Is het voor werkende statushouders in Bronckhorst mogelijk de taalroute ’s avonds of in het weekend te volgen?
Antwoord van het college
Momenteel wordt met betrokken partijen verkend of dit mogelijk is.
Tijdens de aanbesteding/ verlenging wordt bovenstaande meegenomen en mogelijke afspraken gemaakt voor een avond/weekend lessen.
Vraag 6
Hoe staat het college in de gemeente Bronckhorst tegenover de suggestie van de Algemene Rekenkamer om taalonderwijs op de werkvloer mogelijk te maken?
Antwoord van het college
Het college staat hier positief tegenover. Tijdens een bijeenkomst van de arbeidsregio zijn enkele voorbeelden gepresenteerd waarin taalonderwijs op de werkvloer wordt toegepast. Daarnaast hebben wij in de regio te horen gekregen dat Moerdijk een andere aanpak heeft om taalonderwijs op de werkvloer te realiseren. Dit verkennen wij momenteel.
Echter is het van belang dat het college de richtlijnen van het Rijk volgt waarin een inburgeringstraject verplicht is.
Datum:
23 februari 2026
3
Bekijk de brief: B03 College van B&W, beantwoording vragen GL Rapport Alg Rekenkamer
Bron: raadsinformatie van de gemeente Bronckhorst (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.