9 juli 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Bronckhorst

B03 College van B&W, beantwoording vragen LB Ruimtelijke initiatieven rondom geitenhouderijen

Een raadslid stelde op 9 juli 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • Hanteert het college een ruimere afstandsnorm ten opzichte van geitenhouderijen dan de eerder gehanteerde 500 meter? → Zo ja, sinds wanneer en in welke gevallen?
  • Is het college voornemens om structureel een ruimere afstandsnorm te gaan hanteren (zoals de genoemde 1 kilometer grens) bij ruimtelijke initiatieven in de nabijheid van… → .
  • BOPA aanvragen voor gevoelige functies binnen een straal van 500 tot 1000 meter voorlopig toe te voegen aan de lijst bindend advies tot dat een definitief besluit is… → Gesteund door de adviezen van de Gezondheidsraad en de GGD kan worden geconcludeerd dat er op basis van objectief wetenschappelijk onderzoek gerede aanwijzingen zijn dat er een verband is…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 40 Reglement van Orde) Indiener:

Lokaal Bronckhorst (Mette Westerink) Onderwerp:

Ruimtelijke initiatieven rondom geitenhouderijen Inleiding In het huidige gemeentelijke beleid geldt het uitgangspunt dat geen nieuwe initiatieven worden toegestaan binnen een straal van 500 meter van een geitenhouderij. Wij hebben echter vernomen dat een plan in Keijenborg op dit moment geen doorgang kan vinden vanwege de aanwezigheid van een geitenhouderij binnen een straal van 1 kilometer. Dit is een ruimere grens dan de 500 meter die in de beleidsregels is neergelegd.

Voor zover ons bekend is er vanuit het Rijk nog geen nadere duidelijkheid of aangepast landelijk beleid vastgesteld over de omgang met geitenhouderijen. Uit de actieve informatievoorziening van 16 december 2025 blijkt wel dat de Gezondheidsraad adviseert een afstand van 1 kilometer aan te houden. Maar uit die actieve info blijkt niet dat het college deze afstandsnorm inmiddels als beleid toepast.

Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hanteert het college een ruimere afstandsnorm ten opzichte van geitenhouderijen dan de eerder gehanteerde 500 meter?

Antwoord van het college

Zo ja, sinds wanneer en in welke gevallen?

Het college past op dit moment nog steeds het beleid toe zoals vastgesteld op 18 maart 2026, te weten de 500 meter-zone. Dit houdt in dat plannen binnen 500 meter van een geitenhouderij niet ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad en dat voor die gevallen geen omgevingsvergunningen worden verleend. Wel is het zo dat bij de voorbereiding van lopende en nieuwe initiatieven op dit moment rekening wordt gehouden met het advies om uit te gaan van een zone van 1 km. Initiatiefnemers worden hierover ook geïnformeerd. Met deze werkwijze worden in afwachting van het besluit van de gemeenteraad (zie 2.) onwenselijke ontwikkelingen – met het oog op het voorzorgsbeginsel – voorkomen.

Vraag 2

Is het college voornemens om structureel een ruimere afstandsnorm te gaan hanteren (zoals de genoemde 1 kilometer grens) bij ruimtelijke initiatieven in de nabijheid van geitenhouderijen?

Antwoord van het college

.

Op 26 mei 2026 heeft het college besloten om de gemeenteraad het volgende voor te stellen:

1. Initiatieven voor gevoelige functies (voorheen bestemmingen) binnen een straal van 500 tot 1000 meter rond geitenhouderijen voorlopig niet in behandeling te nemen;

2. Het besluit onder 1 te laten gelden voor alle ingediende en nog in te dienen plannen/projecten waarvoor een wijziging of afwijking van het omgevingsplan vereist is;

Vraag 3

BOPA aanvragen voor gevoelige functies binnen een straal van 500 tot 1000 meter voorlopig toe te voegen aan de lijst bindend advies tot dat een definitief besluit is genomen over de afstandsnormen ten opzichte van geitenhouderijen. Dit is een tijdelijke maatregel in afwachting van een aangekondigde standpuntbepaling door het kabinet nog voor de zomer. 2a. Zo ja (op vraag 2), kan het college aangeven op basis van welke inhoudelijke gronden zij het noodzakelijk acht om een grotere afstandsnorm te hanteren?

Antwoord van het college

Gesteund door de adviezen van de Gezondheidsraad en de GGD kan worden geconcludeerd dat er op basis van objectief wetenschappelijk onderzoek gerede aanwijzingen zijn dat er een verband is tussen het verhoogd risico op longontsteking onder direct omwonenden van geitenhouderijen en de aanwezigheid van die geitenhouderijen. 2b. Zo ja (op vraag 2), kan het college aangeven welke nieuwe inzichten of ontwikkelingen aanleiding vormen voor deze gewijzigde benadering, nu er vanuit het Rijk voor zover bekend nog geen duidelijkheid is gekomen ten aanzien van geitenhouderijen?

Zie het antwoord onder 2a. 2c. Zo ja (op vraag 2), welke gevolgen heeft het hanteren van een ruimere afstandsnorm voor lopende en toekomstige ruimtelijke initiatieven binnen de gemeente?

Het eventueel hanteren van een grotere beschermingszone zal effect hebben op meer woningbouwinitiatieven. Uitgaande van een zone van 1 kilometer zullen naar verwachting nog eens ruim 80 woningen (huidige stand) niet gebouwd kunnen worden.

3. Is het college bereid de gemeenteraad actief te informeren op het moment dat wordt/is besloten een ruimere afstandsnorm dan de huidige 500 meter rondom geitenhouderijen te hanteren?

Met het besluit van 26 mei 2026 betrekt het college de gemeenteraad actief in dit dossier.

Datum:

15 mei 2026

2

Bekijk de brief: B03 College van B&W, beantwoording vragen LB Ruimtelijke initiatieven rondom geitenhouderijen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Bronckhorst (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Bronckhorst

Alle artikel 35-vragen in Bronckhorst