22 september 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Buren

Schriftelijke vragen - PCG - Dwangsommen scheuren grasland van tafel

Een raadslid stelde op 22 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Buren (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Is het college het met ons eens dat de recente intrekking van de dwangsommen voor het scheuren van grasland door de Omgevingsdienst, aantoont dat de juridische basis… → a.
  • Is het college het met ons eens dat dit verschil in uitkomst schadelijk is voor het vertrouwen van inwoners en agrariërs in de gemeentelijke overheid en in de positie… → a.
  • Is het college bereid om te bewerkstelligen dat er duidelijke en actuele spelregels komen, zodat agrariërs, raad en college allemaal weten waar ze aan toe zijn en er… → a.
  • Is het college het met ons eens dat de gemeenteraad, als hoogste orgaan binnen de gemeente, op zijn minst dezelfde ruimte moet hebben om via besluitvorming invloed uit… → a.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke vragen (artikel 34 RvO) Datum vraag: 22 september 2025 Datum antwoord:

Aan de voorzitter van de raad Onderwerp: Dwangsommen scheuren grasland van tafel Het college wordt verzocht de volgende vraag/vragen schriftelijk te beantwoorden:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Is het college het met ons eens dat de recente intrekking van de dwangsommen voor het scheuren van grasland door de Omgevingsdienst, aantoont dat de juridische basis voor handhaving twijfelachtig was, en dat boeren hierdoor onnodig onder druk zijn gezet?

Antwoord van het college

a. Zo ja, op welke wijze gaat het college hier op acteren?

b. Zo nee, waarom niet?

Vraag 2

Is het college het met ons eens dat dit verschil in uitkomst schadelijk is voor het vertrouwen van inwoners en agrariërs in de gemeentelijke overheid en in de positie van de raad?

Antwoord van het college

a. Zo ja, op welke wijze gaat het college hier op acteren?

b. Zo nee, waarom niet?

Vraag 3

Is het college bereid om te bewerkstelligen dat er duidelijke en actuele spelregels komen, zodat agrariërs, raad en college allemaal weten waar ze aan toe zijn en er niet opnieuw onwerkbare situaties ontstaan?

Antwoord van het college

a. Zo ja, op welke wijze gaat het college hier op acteren?

b. Zo nee, waarom niet?

Vraag 4

Is het college het met ons eens dat de gemeenteraad, als hoogste orgaan binnen de gemeente, op zijn minst dezelfde ruimte moet hebben om via besluitvorming invloed uit te oefenen op beleid en handhaving als individuele Statenleden via Statenvragen?

Antwoord van het college

a. Zo ja, op welke wijze gaat het college hier op acteren?

b. Zo nee, waarom niet?

Registratienummer: Z.072730/D.232989

Toelichting:

In de afgelopen maanden zijn diverse agrariërs in onze gemeente geconfronteerd met voornemens tot handhaving en zware dwangsommen wegens het scheuren van grasland in weidevogelgebieden.

Ondanks herhaald aandringen vanuit de gemeenteraad en het stellen van schriftelijke vragen, bleef het college aangeven dat er juridisch geen mogelijkheden waren om op te schorten of van handhaving af te zien.

Op maandag 22 september jl. werd echter in de media bekendgemaakt dat de Omgevingsdienst Rivierenland de opgelegde sancties definitief van tafel heeft gehaald, mede naar aanleiding van Statenvragen. De dwangsommen bleken “juridisch wankel en compleet uit verhouding’.

Deze gang van zaken roept belangrijke vragen op: waarom lukte het een individueel Statenlid wel om verandering teweeg te brengen, terwijl een meerderheid van de gemeenteraad nul op het rekest kreeg? Wat betekent dit voor de rechtszekerheid en het vertrouwen van onze inwoners?

Daarnaast zijn er mogelijke gevolgen voor de boeren die eerder zijn geraakt door deze handhaving.

Bijvoorbeeld door de aanpassing van hun bedrijfsvoering of het maken van juridische kosten. Nu de dwangsommen zijn ingetrokken omdat ze niet houdbaar bleken, vinden wij dat het college de verantwoordelijkheid heeft om met deze boeren in gesprek te gaan en te verkennen hoe op een passende wijze tegemoet kan worden gekomen aan mogelijke nadelige gevolgen.

Bron: https://www.src.fm/regionieuws/55552/dwangsommen-voor-boeren-voor-scheuren-grasland-van-tafel

Naam en ondertekening:

Rijk Prosman PCG Buren

De beantwoording van het college:

1. Is het college het met ons eens dat de recente intrekking van de dwangsommen voor het scheuren van grasland door de Omgevingsdienst, aantoont dat de juridische basis voor handhaving twijfelachtig was, en dat boeren hierdoor onnodig onder druk zijn gezet?

a. Zo ja, op welke wijze gaat het college hier op acteren?

b. Zo nee, waarom niet?

Nee, er is geen sprake van intrekking en de juridische basis is ook niet twijfelachtig. Het in de toelichting aangehaalde artikel is misleidend en op onderdelen feitelijk onjuist.

Op een groot aantal percelen binnen weidevogelgebied is zonder vergunning grasland gescheurd. Dat is een overtreding onder het omgevingsplan. Op bindende aanwijzing van de provincie heeft de raad deze weidevogelgebieden destijds in het plan opgenomen. Sindsdien zijn de provinciale weidevogelgebieden gewijzigd. Dat betekent echter niet dat het omgevingsplan zijn rechtskracht verliest.

In dit geval zijn een groot aantal handhavingsverzoeken gedaan. Daarop moest besloten worden. Omdat overtredingen zijn vastgesteld en uitzonderingen niet van toepassing bleken, zijn voornemens verzonden. Dat zijn nog geen definitieve handhavingsbesluiten op grond

Registratienummer: Z.072730/D.232989

waarvan dwangsommen kunnen verbeuren. In zo’n voornemen wordt de aangeschrevene uitgenodigd een zienswijze in te dienen. Op basis daarvan besluit het college of een definitief handhavingsbesluit wordt opgelegd.

In een aantal gevallen heeft het college, met inachtneming van de zienswijzen, besloten dat handhaving niet langer evenredig is. Dat is een bijzondere grond om van handhaving af te zien die in de praktijk niet vaak gebruikt wordt. Het college heeft namelijk een beginselplicht tot handhaving. Of die motivering in bezwaar en beroep standhoudt moet nog blijken.

Dat in een aantal gevallen van handhaving wordt afgezien betekent echter niet dat geen overtreding meer wordt begaan of dat grasland binnen weidevogelgebied nu zonder vergunning gescheurd kan worden. Het omgevingsplan is nog steeds het bindende toetsingskader. Alleen uw raad kan met een nieuw omgevingsplan nieuwe planregels vaststellen.

Op 4 februari 2025 nam de raad een amendement aan op de nota van uitgangspunten omgevingsplan deelgebied buitengebied. Daarbij is besloten het huidige scheurverbod in de toekomst te schrappen en te vervangen door een gebiedsgerichte aanpak. Dat amendement wordt betrokken bij opstelling van een nieuwe planregeling. Pas op grond van een nieuw omgevingsplan zonder scheurverbod, kan met zekerheid van handhaving worden afgezien. Of de recente afwijzingen van de ingediende handhavingsverzoeken standhouden, is nog niet zeker.

2. Hoe verklaart het college dat de Omgevingsdienst – nadat er Statenvragen waren gesteld – besluit dwangsommen in te trekken, terwijl de gemeenteraad bij herhaling te horen kreeg dat dergelijke stappen niet mogelijk waren?

De zienswijzeprocedure in het kader van de verzonden voornemens liep nog toen de Statenvragen gesteld werden. Het college heeft niet van handhaving afgezien op grond van deze vragen. Dat wordt in het aangehaalde artikel ten onrechte gesuggereerd.

In de beantwoording van de raadsvragen van 26 juni jl. is ook gewezen op de mogelijkheid dat naar aanleiding van de indiende zienswijzen van handhaving kan worden afgezien.

Onmiddellijke, categorische intrekking en/of het instellen van een moratorium, waarom toen verzocht werd, was en is juridisch niet mogelijk. Heroverweging naar aanleiding van ingediende zienswijzen wel.

3. Is het college het met ons eens dat dit verschil in uitkomst schadelijk is voor het vertrouwen van inwoners en agrariërs in de gemeentelijke overheid en in de positie van de raad?

a. Zo ja, op welke wijze gaat het college hier op acteren?

b. Zo nee, waarom niet?

Dat verschil in uitkomst herkennen wij niet. De beslissing om in een aantal gevallen geen definitief handhavingsbesluit op te leggen, is genomen in het kader van de zienswijzeprocedure. Dat maatschappelijke en bestuurlijke actoren dan reageren is in de tijd wel verklaarbaar.

4. Op welke wijze is het college bereid om met betrokken agrariërs in gesprek te gaan over de gevolgen die zij hebben ervaren, en te verkennen of en hoe er op een passende wijze tegemoet kan worden gekomen voor de mogelijke nadelige gevolgen?

Inwoners en ondernemers zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor naleving van wet- en regelgeving. De agrariërs die naar aanleiding van een voornemen, de overtredingen hebben beëindigd en/of tijdig een vergunning hebben aangevraagd, voldoen aan hun rechtsplicht

Registratienummer: Z.072730/D.232989

onder het omgevingsplan. Afhankelijk van de uitkomst van de waarschijnlijke bezwaar- en beroepsprocedures, die hen bespaard blijven, zou dat uiteindelijk ook meer economisch kunnen blijken.

In algemene zin is een tegemoetkoming pas aan de orde bij onrechtmatig handelen. Het college meent dat daarvan geen sprake is. Dat op een bijzondere evenredigheidsgrond van handhaving wordt afgezien, neemt niet weg dat wel degelijk overtredingen zijn begaan. De voornemens zijn pas verzonden na langdurig en zorgvuldig onderzoek naar planregels en uitzonderingen en de feiten en omstandigheden ter plaatse. Afwijzing zonder voornemen was onder de gegeven omstandigheden niet goed voorstelbaar en zou problematisch zijn geweest in bezwaar en beroep.

Buiten onrechtmatig handelen komen kosten in verband met voldoening aan wet- en regelgeving en verstoring in verband met het toezicht daarop, in beginsel niet voor vergoeding in aanmerking. Een andere conclusie zou een te groot beslag leggen op de algemene middelen.

5. Welke lessen trekt het college uit deze gang van zaken, en welke maatregelen worden genomen om in de toekomst te voorkomen dat er wordt gehandhaafd op basis van bestemmingsplannen die niet langer aansluiten bij provinciaal beleid?

Met vaststelling van het omgevingsplan maakt de raad een eigen ruimtelijke afweging. Daarbij dienen de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening in acht genomen te worden (en destijds de aanwijzingen ingevolge de toen geldende goedkeuringsbevoegdheid).

Het is mogelijk om méér bescherming te bieden in het omgevingsplan, maar met de instructieregels strijdige planvorming is niet toegestaan. Wijziging van provinciaal beleid betekent dus niet noodzakelijkerwijs ook wijziging van het omgevingsplan. Wel kan daarin aanleiding gevonden worden het plan te herzien.

Uit onderzoek waarnaar de provincie verwijst in verband met de wijziging van het destijds geldende streekplan, bleek van een verandering van voor weidevolgels waardevolle gebieden (in het bijzonder de grutto). Deze gebieden zijn vervolgens opgenomen in het nieuwe streekplan. Vanaf dat moment week het toen geldende bestemmingsplan af van het provinciale streekplan. Nu de weidevogelgebieden op provinciale aanwijzing in dat bestemmingsplan zijn opgenomen, had in de rede gelegen het plan (eerder) te herzien.

Met tijdige herziening van het plan –of opname van een meer flexibele planregeling- had het weidevogelbelang meer actueel betrokken kunnen worden bij vergunningverlening en handhaving.

6. Is het college bereid om te bewerkstelligen dat er duidelijke en actuele spelregels komen, zodat agrariërs, raad en college allemaal weten waar ze aan toe zijn en er niet opnieuw onwerkbare situaties ontstaan?

a. Zo ja, op welke wijze gaat het college hier op acteren?

b. Zo nee, waarom niet?

Die actualisatie vindt plaats met vaststelling van het nieuwe omgevingsplan. Daarbij wordt het amendement op de nota van uitgangspunten tot schrapping van het scheurverbod betrokken.

Tot die tijd blijft het huidige omgevingsplan van kracht: als binnen weidevogelgebied –zoals aangeven in dat plan- grasland gescheurd wordt, is in beginsel een vergunning nodig. Wij hebben inmiddels alweer nieuwe handhavingsverzoeken ontvangen. Die zullen op dezelfde wijze behandeld moeten worden.

Het nieuwe omgevingsplan treedt naar verwachting eind 2026/begin 2027 in werking.

Registratienummer: Z.072730/D.232989

7. Is het college het met ons eens dat de gemeenteraad, als hoogste orgaan binnen de gemeente, op zijn minst dezelfde ruimte moet hebben om via besluitvorming invloed uit te oefenen op beleid en handhaving als individuele Statenleden via Statenvragen?

a. Zo ja, op welke wijze gaat het college hier op acteren?

b. Zo nee, waarom niet?

Ja, vanzelfsprekend, meer ruimte zelfs. Het college deelt, onder verwijzing naar de beantwoording van vraag 2 en 3, echter niet de veronderstelling dat in dit geval door Statenvragen invloed is uitgeoefend op de besluitvorming.

Registratienummer: Z.072730/D.232989

Bekijk de brief: Beantwoording Schriftelijke vragen - PCG - Dwangsommen scheuren grasland van tafel

Bron: raadsinformatie van de gemeente Buren (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Buren

Alle artikel 35-vragen in Buren