Raadsvoorstel Bekrachtiging geheimhouding beantwoording raadsvragen VVD__503434__.docx
Een raadslid stelde op 10 mei 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Culemborg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Raadsvoorstel
Onderwerp:
Bekrachtiging geheimhouding beantwoording raadsvragen VVD
Portefeuillehouder:
Nvt
Datum college besluit:
25 april 2022
Behandelend ambtenaar:
Ruitenbeek - van Schaik, Clementine van
Registratienummer:
GZDGCB 376035/503434
Inleiding:
Het college van burgemeester en wethouders heeft in de vergadering van 25 april 2022 besloten een aantal vragen van de VVD over een geheim stuk te beantwoorden met een brief. Het college heeft daarbij besloten om de bovengenoemde brief en de genoemde bijlage niet openbaar te maken. Daarmee wordt een uitzondering gemaakt op de openbaarheid. Het college heeft bij besluit van 25 april 2022 geheimhouding op de beantwoording vervat in twee bestanden te leggen. De geheimhouding is aan de raad opgelegd over: -
de brief met het kenmerk GZDGCB 490127 / 490128 en de bijlage bij de brief met het kenmerk GZDGCB 490127 / 503351.
op basis van artikel 25 lid 2 van de Gemeentewet. Deze geheimhouding geldt voor stukken die voorgelegd worden aan de gemeenteraad voor zolang de raad in haar eerstvolgende raadsvergadering deze geheimhouding bekrachtigt.
Argumenten:
De stukken zijn op 6 mei 2022 aan uw raad verstrekt onder geheimhouding.
Sinds 1 mei 2022 is de Wet openbaarheid van bestuur vervallen en is ook de Gemeentewet gewijzigd. Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid, in werking getreden. Op grond van artikel 25 lid 2 van de Gemeentewet kan het college op grond van een belang genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid (hierna: de Woo) ten aanzien van stukken die aan de raad worden voorgelegd geheimhouding opleggen.
De Woo is op 1 mei 2022 ingegaan. Dat is ook het moment dat de Gemeentewet is gewijzigd en in artikel 25 lid 2 verwijst naar de Woo. Voor 1 mei 2022, en op het moment van besluitvorming door het college om geheimhouding op te leggen was de Wet openbaarheid van bestuur nog van toepassing en werd in artikel 25 lid 2 van de Gemeentewet verwezen naar artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.
Op grond van artikel 25 lid 2 van de Gemeentewet geldend op 25 april 2022 kon het college op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van bestuur (hierna: de Wob) ten aanzien van stukken die aan de raad worden voorgelegd geheimhouding opleggen.
In dit geval heeft het college op 25 april 2022 besloten geheimhouding op te leggen, ten aanzien van de twee genoemde stukken waarmee de raadsvragen worden beantwoord, gelet op belangen genoemd in artikel 10 lid 2 aanhef en onder b en g van de Wob.
Het gaat dan enerzijds om de bescherming van de economische en financiële belangen van de gemeente (artikel 10 lid 2 aanhef en onder b van de Wob). Anderzijds gaat het om het voorkomen van onevenredige bevoor- of benadeling van derden, aangezien kennis van de stukken kan leiden tot bevoor- of benadeling van derden(artikel 10 lid 2 onder g van de Wob). Het college heeft besloten de antwoorden op de raadsvragen onder geheimhouding voor de raadsleden ter inzage te leggen, zodat de raadsleden deze kunnen betrekken bij hun afweging omtrent de besluitvorming over het geheime stuk.
Het belang van openbaarmaking van de raadsvragen en de beantwoording daarvan weegt naar het oordeel van het college niet op tegen de economische en financiële belangen van de gemeente en het belang om te voorkomen dat er sprake is van onevenredige bevoordeling of benadeling van natuurlijke personen of rechtspersonen die belang kunnen hebben bij het onderwerp van de raadsvragen (artikel 10 lid 2 onder g van de Wob).
Nu de stukken zijn verstrekt aan de raad op 6 mei 2022 en daarmee de beantwoording van de vragen aan de raad zijn verstrekt heeft deze verstrekking plaatsgevonden na inwerkingtreding van de Woo. De raad zal om die reden de besluitvorming over het bekrachtiging van de opgelegde geheimhouding baseren op de Wet open overheid.
De raad kan op grond van 25 lid 1 van de Gemeentewet zelf geheimhouding opleggen omtrent stukken die aan de raad worden voorgelegd op grond van een belang genoemd in artikel 5.1 van de Woo. Op grond van artikel 5.1 lid 2 onder b van de Woo blijft het openbaar maken van informatie achterwege voor zover het belang van openbaar maken niet opweegt tegen de economische en financiële belangen van de gemeente. Op grond van artikel 5.1.lid 2 onder f van de Woo blijft het openbaar maken van informatie achterwege voor zover het belang van openbaar maken niet opweegt tegen de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevensgegevens. Op grond van artikel 5.1 lid 2 onder i van de Woo blijft het openbaar maken van informatie achterwege voor zover het belang van openbaar maken niet opweegt tegen de bescherming van het goed functioneren van de gemeente.
Openbaarmaking van de informatie verwoord in de vragen en de antwoorden zal de economische en financiële positie van de gemeente in het optreden op de markt en in onderhandelingen met derden kunnen schaden omdat derden met de kennis van de informatie hun optreden op de markt en in onderhandelingen met de gemeente daarmee nader kunnen bepalen mogelijk ten nadele van de belangen van de gemeente. Dit zal ook het goed functioneren om te komen tot goede planvorming kunnen beïnvloeden door de gemeente (het goede functioneren) en daarnaast kan met de kennis van de informatie schade worden gedaan aan concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens van derden.
Voorgesteld wordt dan ook om geheimhouding op te leggen over de informatie verwoord in de vragen en de antwoorden en openbaarmaking achterwege te laten. Openbaarmaking weegt niet tegen de belangen verwoord in de artikel 5.1 van de Woo en daarmee het besluit van het college van 25 april 2022 om op grond van artikel 25 lid 2 van de Gemeentewet te bekrachtigen.
Reg.nr.: GZDGCB 376035/503434
Pagina 2 van 4
Kanttekeningen:
Het uitblijven van het opleggen van (en daarmee feitelijk bekrachtigen) van de geheimhouding leidt tot het openbaar worden van de stukken waarop geheimhouding is opgelegd. De raad kan uiteraard ook besluiten de geheimhouding op de stukken zelf op te heffen. Zowel het uitblijven van bekrachtiging van de geheimhouding als het opheffen van de geheimhouding door de gemeenteraad kan mogelijk (juridische) risico’s voor de gemeente met zich meebrengen.
Kosten, Baten, Dekking:
Dit is op dit voorstel niet van toepassing.
Personele en/of Juridische gevolgen:
Er zijn juridische risico's te verwachten in het geval de gemeenteraad de geheimhouding niet zelf oplegt en daarmee feitelijk de door het college opgelegde geheimhouding niet bekrachtigt. In het geval niet wordt overgegaan tot bekrachtiging zullen de stukken waarop door het college geheimhouding is opgelegd van rechtswege openbaar worden. Dit brengt risico mee voor de belangen van de gemeente dan wel van derden.
Communicatie en Burgerparticipatie:
Er is over dit voorstel geen verdere communicatie of burgerparticipatie nodig dan elders in het voorstel wordt besproken.
Bijlagen: -
Reg.nr.: GZDGCB 376035/503434
Pagina 3 van 4
Raadsbesluit
Registratienummer: GZDGCB 376035/503434
De gemeenteraad van Culemborg besluit: gelet op het bovenstaande;
1. De door het college van burgemeester en wethouders in zijn vergadering van 25 april 2022 opgelegde geheimhouding over:
de brief met het kenmerk GZDGCB 490127 / 490128 en
de bijlage bij de brief met het kenmerk GZDGCB 490127 / 503351
te bekrachtigen, door op grond van artikel 25 lid 1 van de Gemeentewet geheimhouding op te leggen over de genoemde brief met bijlage.
Aldus besloten in de vergadering van de Raad,
Gehouden op 10 mei 2022.
De griffier
De voorzitter
A.N. van Aarsen
G. van Grootheest
Reg.nr.: GZDGCB 376035/503434
Pagina 4 van 4
Bron: raadsinformatie van de gemeente Culemborg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.