verordeningen Wmo en jeugdzorg.pdf
Een raadslid stelde op 29 september 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- De Centrale raad van beroep heeft een uitspraak gedaan dat gemeenten niet meer resultaatgericht mogen indiceren. → Ad 1.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Beantwoording vragen PvdA n.a.v. verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg, bvr 15 september 2022
Beste mevrouw Veldhuis, beste PvdA fractie, Op 15 september 2022 stonden de Verordening maatschappelijke ondersteuning, en de Verordening Jeugdhulp op de agenda van de beeldvormende raadsvergadering. Naar aanleiding van deze onderwerpen heeft u schriftelijk de volgende vragen gesteld:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
De Centrale raad van beroep heeft een uitspraak gedaan dat gemeenten niet meer resultaatgericht mogen indiceren. Hoe is dat voor ons als gemeente?
Antwoord van het college
Ad 1. Met betrekking tot de afbouwregeling voor pgb zorgverleners, hoe zorgen we ervoor dat de zorgvrager niet in de knel komt en niet tussen de strijd van financiën en zorg komt te zitten?
In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet is opgenomen dat de gemeenteraad vastlegt op welke wijze de hoogte van het pgb wordt vastgesteld (de systematiek).
Voorheen werd het pgb-tarief voor professionele ondersteuning berekend met behulp van het tariefmodel voor zorg in natura, minus een percentage van 15% voor de overheadkosten. Dit was op basis van de oude inkoopsystematiek (prijs x hoeveelheid). In de nieuwe systematiek worden de pgb-tarieven vastgesteld op basis van het laagst geoffreerde tarief dat gehanteerd wordt door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder binnen de aanbesteding van zorg in natura. Dit is geregeld in artikel 15 van de Verordening Wmo en artikel 7 van de Verordening Jeugdhulp.
Hiermee is op voorhand duidelijk op welke wijze de pgb-tarieven tot stand komen. En zijn inwoners in staat met behulp van pgb passende zorg/ondersteuning in te kopen. In artikel 31 van de Verordening Wmo en in artikel 14 van de Verordening jeugdhulp is opgenomen dat een inwoner recht houdt op een reeds lopende indicatie – en dus ook toegekende budget voor pgb – tot afloop van de indicatieduur.
Het college kan nadere regels stellen. Dit heeft het college onder andere gedaan voor de door u genoemde overgangsregeling pgb. Als na afloop van de indicatie er een nieuwe indicatie/herindicatie wordt afgegeven dan zal dit op basis van de nieuwe pgb tarieven zijn. Valt dit pgb budget op basis van het nieuwe tarief lager uit dan het budget op basis van het vorige tarief? Dan krijgt de zorgvrager voor de periode van een half jaar het afbouwbedrag, boven op het nieuwe pgb budget. Dit afbouwbedrag is het verschil tussen het oude tarief en het nieuwe tarief. Daarmee heeft de zorgvrager een half jaar de tijd om te anticiperen op de nieuwe tarieven. De pgb tarieven zijn reële tarieven, gebaseerd op een tarief dat door een gecontracteerde aanbieder wordt gehanteerd. Er wordt geen 15% voor overhead meer afgehaald.
De zorgvrager heeft natuurlijk ook altijd de mogelijkheid om te kiezen voor zorg in natura in plaats van pgb.
Beantwoording vragen PvdA n.a.v. verordeningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg, bvr 15 september 2022 Ad 2. De eisen bij een informele zorgverlener (geen overbelasting en geen druk uitgeoefend op de zorgvrager bijvoorbeeld) klinkt heel reëel, maar worden deze eisen ook aan formele zorgverleners gesteld?
In artikel 7, vierde lid, van de Verordening Jeugdhulp is opgenomen dat “een persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van informele hulp:
a. (…);
b. Deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt;
c. Deze persoon heeft op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de ontvanger van het pgb bij dienst besluitvorming;” Een informele zorgverlener is niet zelden een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de zorgvrager. De onder sub b. opgenomen bepaling strekt ertoe om de hulpverleners uit het sociale netwerk van de zorgvrager, en daarmee indirect de zorgvrager, te beschermen tegen overbelasting. Het bepaalde onder sub c. strekt toe om te verhinderen dat een pgb wordt verstrekt aan een jeugdige die hier onder druk van mensen in zijn omgeving om heeft verzocht en bij wie een werkelijke hulpbehoefte niet aantoonbaar is of bij wie de hulpvraag ondergeschikt is aan financieel gewin.
Deze (sub c.) en aanvullende eisen worden ook aan professionele zorgverleners gesteld.
De professionele zorgverlener geeft beroepsmatig uitvoering aan het pgb. Voor professionele zorgverleners gelden zwaardere kwaliteitseisen (o.a. opleidingsniveau). Deze vereisten voor professionele zorgverleners zijn opgenomen in artikel 7, zesde lid, van de Verordening Jeugdhulp.
Ad 3. De Centrale Raad van Beroep heeft een uitspraak gedaan dat gemeenten niet meer resultaatgericht mogen indiceren. Hoe is dat voor ons als gemeente?
De inwoner, de gemeente en de zorgaanbieder hebben met de vernieuwde werkwijze meer vrijheid om in gezamenlijkheid een ondersteuningstraject in te zetten dat aansluit op de behoefte en de eigen mogelijkheden van de inwoner of diens omgeving. Met de nieuwe werkwijze beoordeelt het college op basis van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner wat het gewenste resultaat is. De zorgaanbieder buigt zich vervolgens samen met de inwoner over de vraag hoe dit resultaat het beste bereikt kan (en gaat) worden.
Daarbij ligt de beantwoording van de hoe-vraag bij de professional, te weten de zorgaanbieder. Uitgangspunt is dat de zorgaanbieder over de juiste kennis en kunde beschikt om dit goed te kunnen inschatten en ook sneller en flexibeler kan inspelen op de (veranderende) ondersteuningsbehoefte van de inwoner (ruimte om op- en af te schalen).
De beantwoording van deze hoe-vraag wordt vastgelegd in Zorgplan. Hierin staat onder andere opgenomen welke zorg wordt geleverd en de omvang van de zorginzet (uren/frequentie).
Als de zorgvrager zich niet kan vinden in het voorgestelde zorgplan dan denkt de gemeente in een gesprek met de zorgaanvrager en zorgverlener mee, om te komen tot een passende maatwerkoplossing. Als dat gesprek niet tot de gewenste oplossing leidt, dan wordt de omvang van de zorginzet alsnog in de beschikking vastgelegd. Op deze beschikking kan de inwoner bezwaar maken.
Bekijk de brief: 28-09-2022 Beantwoording vragen PvdA over verordeningen Wmo en jeugdzorg.pdf
Bron: raadsinformatie van de gemeente Doetinchem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.