20251203 antw schriftelijke vragen CDA - Stookontheffing Scouting D'n Hartel Terheijden
Een raadslid stelde op 3 december 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Op basis van welk artikel(en) uit welke beleidsregel dan wel APV heeft het college concreet besloten haar eigen besluit te herroepen? → Kan er een toelichting gegeven worden hoe het college haar oordeel op basis van deze artikelen gegrond acht?
- Hoe is het mogelijk dat de huidige kampvuurkuil strijdig zou zijn met voorschriften van de brandweer en veiligheidsregio (conform artikel 3 van de beleidsregel), gezien… → Reactie De brandweer heeft kennelijk een fout gemaakt en niet goed getoetst aan de voorschriften van de richtlijn Blokhutwijzer.
- Is het college het met het CDA eens dat een kampvuur en daarmee kuil behoort tot de identiteit van een scoutingvereniging en dit juist de plaats is waar dit soort… → Reactie Wij zijn van mening dat een kampvuurkuil zeker kan bijdragen aan de identiteit van een scoutingvereniging, maar dit betekent niet dat deze zonder regels of naar eigen inzicht van de…
- Is het college het met het CDA eens dat het een relatief kleine kampvuurkuil betreft met een vuurdoorsnee in een schaal van een halve meter met een maximale hoogte van… → Reactie Ook bij een relatief kleine kamvuurkuil bestaat er een aanzienlijke kans op brandgevaar en wordt er niet voldaan aan de beleidsregels.
- De vereniging heeft reeds de toezegging gedaan een heg terug te plaatsen, wanneer beschadigd zou raken door verwijtbaar handelen van de vereniging. → Reactie Wij waarderen dat de vereniging heeft toegezegd eventuele schade aan de heg te herstellen en begrijpen dat zij bovendien op grond van het civiele recht al aansprakelijk zou zijn…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen Onderwerp : Stookontheffing Scouting D’n Hartel Terheijden D.d. : 26 november 2025 Inleiding:
Op dinsdag 11 november heeft het college in haar vergadering besloten haar besluit tot het verlenen (conform artikel 2.2.a beleidsregel) van een stookontheffing voor de kampvuurkuil van Scouting D’n Hartel uit Terheijden te herroepen. Naar aanleiding van een bezwaar van de buurman heeft het college hiermee de verleende ontheffing van een jaar eerder (19 november 2024) tenietgedaan. De gevolgen voor de Scoutingvereniging zijn groot, terwijl zij hebben aangegeven ongeveer maar 6 of 7 keer per jaar keer te willen stoken. Uit respect voor de lopende gesprekken en de buurman heeft de vereniging het afgelopen jaar (ondanks de verleende ontheffing in 2024) niet gestookt.
Zodoende stelt het CDA Drimmelen hierover graag schriftelijke vragen.
Vragen:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Op basis van welk artikel(en) uit welke beleidsregel dan wel APV heeft het college concreet besloten haar eigen besluit te herroepen?
Antwoord van het college
Kan er een toelichting gegeven worden hoe het college haar oordeel op basis van deze artikelen gegrond acht?
Reactie Allereerst betreuren wij de ontstane situatie. We hebben ons maximaal ingespannen om partijen met elkaar in gesprek te brengen en te ondersteunen bij het vinden van een gezamenlijke oplossing. Ondanks meerdere pogingen zijn partijen er helaas niet in geslaagd om tot overeenstemming te komen. Omdat wij gehouden zijn aan het geldende beleid en regelgeving, hadden wij uiteindelijk geen andere keuze dan de ontheffing te herzien.
De ontheffing is ingetrokken omdat er niet wordt voldaan aan artikel 3 van de ‘Beleidsregels ontheffing stookverbod gemeente Drimmelen’ in samenhang met artikel 6 van de ‘richtlijn Blokhutwijzer’. Deze bepalingen schrijven voor dat een stookplaats in een kampvuurkuil voldoende verwijderd moet zijn van gebouwen, opstallen, (gas)opslag, bomen, struiken en andere brandgevaarlijke materialen om vonkoverslag te voorkomen. Hiervoor geldt een richtafstand van minimaal 10 meter.
De gerealiseerde vuurkuil voldoet niet aan deze richtafstand. De vuurkuil bevindt zich op minder dan 3 meter van de erfafscheiding (haag). Hierdoor ontstaat een mogelijke brandgevaarlijke situatie, waarbij bij brandoverslag de haag kan ontbranden. In een worstcasescenario bestaat vervolgens het risico dat de brand zich uitbreidt naar de opstallen op het aangrenzende perceel, waaronder de woning en schuur van de bezwaarmaker.
Ondanks dat de scouting een positieve bijdrage levert aan bewustwording en het college die rol enorm waardeert, is bij de beoordeling wel in aanmerking genomen dat de doelgroep in de leeftijd van 5 tot 21 jaar is. Het jeugdig enthousiasme kan een groter risico op brandoverslag meebrengen. Het is daarom van groot belang dat de voorgeschreven richtafstand wordt nageleefd om dergelijke risico’s te minimaliseren.
Daarnaast moet bij het verlenen van een stookontheffing rekening worden gehouden met mogelijke geuroverlast. Gezien de geringe afstand tot de erfafscheiding zou de
geuroverlast niet in verhouding staan tot de mate van hinder die buren van elkaar redelijkerwijs behoren te dulden.
Wij hebben geprobeerd om in goed overleg tot een alternatieve oplossing te komen.
De bezwaarmaker heeft aangegeven bereid te zijn zijn bezwaar in te trekken wanneer de vuurkuil op een andere locatie op het perceel zou worden gerealiseerd, afhankelijk van de uitvoering. Dit voorstel hebben wij voorgelegd aan de scoutingvereniging, inclusief een schets van de brandweer met een mogelijke nieuwe locatie. De vereniging heeft echter aangegeven niet bereid te zijn de vuurkuil elders te realiseren.
Indien het perceel te klein blijkt om de vuurkuil conform de geldende regelgeving aan te leggen, kan deze niet worden toegestaan. Omdat wij moeten toetsen aan het geldende beleid, dat op dit punt helder is, hebben wij een besluit genomen dat in overeenstemming is met deze regels. Afwijken van het beleid zou ertoe kunnen leiden dat het besluit door de rechter wordt vernietigd. De bezwaarprocedure is bedoeld om eventuele fouten te herstellen. In dit geval was er echter geen grond om van de beleidsregels af te wijken. Daarom is de stookontheffing ingetrokken.
Vraag 2
Hoe is het mogelijk dat de huidige kampvuurkuil strijdig zou zijn met voorschriften van de brandweer en veiligheidsregio (conform artikel 3 van de beleidsregel), gezien hun schriftelijke akkoord per mail van 30 oktober 2024?
Antwoord van het college
Reactie De brandweer heeft kennelijk een fout gemaakt en niet goed getoetst aan de voorschriften van de richtlijn Blokhutwijzer. Dit is nu hersteld in de bezwaarprocedure.
Vraag 3
Is het college het met het CDA eens dat een kampvuur en daarmee kuil behoort tot de identiteit van een scoutingvereniging en dit juist de plaats is waar dit soort activiteiten op een veilige manier met toezicht kunnen plaatsvinden?
Antwoord van het college
Reactie Wij zijn van mening dat een kampvuurkuil zeker kan bijdragen aan de identiteit van een scoutingvereniging, maar dit betekent niet dat deze zonder regels of naar eigen inzicht van de vereniging kan worden gerealiseerd. Er is beleid en regelgeving opgesteld om ervoor te zorgen dat dit op een veilige en verantwoorde manier gebeurt. Indien de scoutingvereniging hieraan voldoet dan kan er altijd een nieuwe stookontheffing worden verleend.
Vraag 4
Is het college het met het CDA eens dat het een relatief kleine kampvuurkuil betreft met een vuurdoorsnee in een schaal van een halve meter met een maximale hoogte van een halve meter?
Antwoord van het college
Reactie
Ook bij een relatief kleine kamvuurkuil bestaat er een aanzienlijke kans op brandgevaar en wordt er niet voldaan aan de beleidsregels. De exacte afmetingen zijn daarom in dit geval van ondergeschikt belang.
Vraag 5
De vereniging heeft reeds de toezegging gedaan een heg terug te plaatsen, wanneer beschadigd zou raken door verwijtbaar handelen van de vereniging. Tegelijk is de vereniging überhaupt aansprakelijk bij dergelijke verwijtbare schade, zelfs zonder hun sympathieke aanvullende toezegging. Hoe kan het dat dit alsnog een struikelblok vormt voor het college in haar beslissing?
Antwoord van het college
Reactie Wij waarderen dat de vereniging heeft toegezegd eventuele schade aan de heg te herstellen en begrijpen dat zij bovendien op grond van het civiele recht al aansprakelijk zou zijn voor schade die door verwijtbaar handelen ontstaat.
Hoewel wij deze bereidheid waarderen, speelt dit binnen onze besluitvorming geen rol. Het college is verplicht de aanvraag te toetsen aan de geldende wet- en regelgeving. De vraag of schade vergoed wordt, maakt geen onderdeel uit van het toetsingskader voor het verlenen van een stookontheffing. De beoordeling richt zich uitsluitend op de vraag of de situatie voldoet aan de veiligheids- en afstandsvoorschriften die bedoeld zijn om risico’s zoals brandoverslag te voorkomen.
Aangezien de situatie niet aan deze voorschriften voldoet, kan een toezegging tot schadevergoeding niet worden meegewogen en vormt dit dus geen criterium waarop het college zijn besluit kan baseren.
Luc Rullens CDA Drimmelen
Bron: raadsinformatie van de gemeente Drimmelen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.