9 november 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Epe

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

Een raadslid stelde op 9 november 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Epe (2 vragen).

In het kort

2 vragen en wat het college antwoordt

  • Gaat het hierbij om kostenposten die uitsluitend behoren tot de primaire verantwoordelijkheid en invloed van het gemeentebestuur en zo, ja: welke zijn dat met welke… → Indien het (ook) andere instellingen en organisaties betreft:
  • Indien dit het geval is: kunt u aangeven wanneer en op welke wijze deze instellingen en organisaties in dit bezuinigingstraject zijn betrokken? → 1.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

M E M O Aan

: Leden van de Raad

Van

: Eenheid bedrijfsvoering

Onderwerp

: Beantwoording vragen programmabegroting 2024-2027

Datum

: 3-11-2023

Beste leden van de raad, Door diverse fracties zijn schriftelijk technische- en informatieve vragen gesteld over de Programmabegroting 2024-2027. Hieronder treft u de beantwoording van de vragen aan. Ten opzichte van deel 2 is de beantwoording van vragen 99, 129, 132 & 134 toegevoegd.

N.B.: de verwijzing naar de paginanummers heeft betrekking op het pdf-document van de begroting. 1

Fractie:

Vraag heeft betrekking op: Inleiding pagina 5 D66 Vraag: U schrijft: Voor 2024 en 2025 passen we op beïnvloedbare kostenposten (met uitzondering van subsidies) geen indexatie toe van 7,5%. De opbrengst daarvan ramen we op € 1 mln. Dit is een maatregel voor de korte termijn vooruitlopend op de beleidsmatige en financiële doorlichting.

Welke beïnvloedbare kostenposten zouden dit kunnen zijn?

Antwoord:

Deze maatregel betekent dat door de hele begroting heen een groot aantal budgetten voor de uitvoering van de taken gelijk zal zijn aan het budget ter hoogte van de begroting 2023. Hiervoor wordt op de op korte termijn beïnvloedbare posten de reeds verwerkte indexatie voor 2024 ongedaan gemaakt. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan budgetten voor werkzaamheden die aan derden worden opgedragen, leveringen door derden, onderhoudskosten en advieskosten. Het zijn budgetten waarvan we als gemeente zelf kunnen bepalen dat we wat minder of wat later de uitgaven doen.

2

Fractie:

Vraag heeft betrekking op: Inleiding pagina 6 D66 Vraag: U schrijft: Bij het ruimtelijk domein komen diverse bestemmingsplannen ter besluitvorming om daarmee woningbouw te kunnen faciliteren. Daarnaast komt er een geactualiseerde woonagenda.

Waarop baseert u deze volgorde?

Antwoord:

De lopende bestemmingsplannen waarmee woningbouw mogelijk wordt gemaakt, zijn gebaseerd op het huidige beleid van de gemeente Epe. Wanneer nieuw beleid, zoals een geactualiseerde Woonagenda, wordt vastgesteld, zal bij vaststelling van de bestemmingsplannen rekening gehouden moeten worden met dit nieuwe beleid.

De gemeente stelt periodiek nieuw beleid op.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Gaat het hierbij om kostenposten die uitsluitend behoren tot de primaire verantwoordelijkheid en invloed van het gemeentebestuur en zo, ja: welke zijn dat met welke bedragen?

Antwoord van het college

Indien het (ook) andere instellingen en organisaties betreft:

Vraag 2

Indien dit het geval is: kunt u aangeven wanneer en op welke wijze deze instellingen en organisaties in dit bezuinigingstraject zijn betrokken?

Antwoord van het college

1. Het gaat om op korte termijn direct beïnvloedbare kostensoorten. Hierbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan budgetten voor werkzaamheden die aan derden worden opgedragen, leveringen door derden, onderhoudskosten en advieskosten. Het zijn budgetten waarvan we als gemeente zelf kunnen bepalen dat we wat minder of wat later de uitgaven doen.

Dit wordt de komende weken nader uitgewerkt op kostenplaats niveau; het resultaat is een groot aantal verlagingen van budgetten met (niet meer dan) de toegepaste indexatie van 7,5%. Nu is nog niet aan te geven om welke bedragen per kostenpost het gaat.

2. Uitgangspunt is dat alleen op korte termijn te beïnvloeden kostenposten worden bijgesteld.

Subsidies en bijdragen aan instellingen/organisaties vallen hier niet onder.

3. In dit traject (niet toepassen van de indexatie voor 2024 en 2025) zijn de instellingen/ organisaties dus niet in beeld. Bij de beleidsmatige en financiële doorlichting, waar het college in 2024 mee bezig gaat, zal dat anders zijn. Voor dat traject wordt nog een plan van aanpak opgesteld.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

28

86

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Gevolgen van keuzen Financieel Lijn beleid Vraag: In de inleiding op pagina 5 en het overzicht op pagina 12 geeft u aan de begroting door te lichten waardoor in 2025 en 2026 € 2 miljoen opbrengst wordt ingevuld.

1. Bent u het met ons eens dat dit geen concrete dekkingsmiddelen zijn, maar toekomstige verwachtingen waarvan op dit moment iedere duidelijkheid ontbreekt?

2. Betekent dat het college hiermee een niet-sluitende meerjarenbegroting presenteert?

3. Is het gevolg hiervan dat de financiële problemen naar de toekomst worden verschoven?

Antwoord:

1. Het college heeft in de begroting vanaf 2026 een taakstellende stelpost opgenomen van structureel € 2 mln. Deze stelpost is nodig om de begroting structureel sluitend te krijgen.

De stelpost moet worden gerealiseerd door een beleidsmatige en financiële doorlichting op de gehele begroting uit te voeren. Uitkomst hiervan moet zijn dat concreet wordt gemaakt op welke begrotingsposten en dus op welke beleidsgebieden de raad besluit om hiervoor minder financiële middelen in te zetten dan wel op welke gebieden de raad de inkomsten wil verhogen.

2. De begroting is sluitend gemaakt met de genoemde taakstellende stelpost. De financiële invulling/realisatie van de stelpost moet de komende jaren worden uitgewerkt door de gehele begroting door te lichten. Het college zal hiervoor een plan van aanpak opstellen, hieraan uitvoering geven en met voorstellen naar de raad komen.

3. Na besluitvorming door de raad over de realisatie/vertaling van de taakstelling in de begroting is weer sprake van een materieel sluitende meerjarenbegroting.

87

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Belastingen en woonlasten Lijn Vraag: In de inleiding op pagina 11 schrijft u dat de belastingen in 2024 met 7,5% stijgen, inclusief het ‘inhaaleffect’ (doorwerking van de extra stijging) voor 2023.

1. Wat bedoelt u met het inhaaleffect?

2. Wat was in 2023 de stijging van de gemeentelijke lasten, zowel wat betreft het in de vorige begroting opgenomen percentage en het uiteindelijk gerealiseerde percentage?

Antwoord:

1. Met inhaaleffect wordt bedoeld dat in de programmabegroting 2023-2026 voor het begrotingsjaar 2023 rekening is gehouden met een indexatie van 2,3% voor de prijsontwikkeling (verwachting van het CBS in maart 2022). De actuele inschatting van het CBS (in maart 2023) is, dat dit voor 2023 5,9% zal bedragen. Deze toename van 3,6% voor 2023 is meegenomen als ‘inhaaleffect’ bij de indexatie van de begroting 2024 (t.o.v. begroting 2023).

2. De tarieven zijn in 2023 met 5% geïndexeerd. Ook hierbij was sprake van een ‘inhaaleffect’ (extra stijging van de CBS-verwachting over 2022). Het effect van deze stijging is opgenomen in de Programmabegroting 2023-2026 en de belastingvoorstellen 2023. De door de raad vastgestelde tarieven zijn ook de gerealiseerde tarieven.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

29

88

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Sport -en beweegplan, Spukgeld Lijn Vraag: In programma 2, Actief in Epe, staan op pagina 22 diverse kerndocumenten, zoals het Sport- en Beweegplan 2020 – 2024, vermeld. Onder ander op pagina 119 wordt melding gemaakt van de zogenaamde Spukgelden, ingaande € 2024 van € 400.000.

1. Hoe worden deze gelden ingezet en wie bepaalt de inzet?

2. Hoe worden verenigingen en instellingen hierbij betrokken?

In vervolg hierop:

Op 30 september 2023 meldde Omroep Gelderland dat op de hele Noord-Veluwe de daling van het aantal jeugdleden t/m 18 jaar bij sportverenigingen in de gemeente Epe het allerhoogst is.

1. Heeft u hiervoor een verklaring?

2. Kan de inzet van de Spukgelden een rol spelen om deze zeer ongewenste ontwikkeling om te draaien?

Antwoord:

1. Hoe worden deze gelden ingezet en wie bepaalt de inzet?

Binnen het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) hebben we 400.000 euro aan nieuwe middelen ontvangen vanuit het Rijk. In het plan van aanpak (zie bijlage informatienota Plan van aanpak SPUK GALA 2024-2026) staat beschreven hoe we deze middelen willen gaan inzetten en wie de inzet bepaalt.

2. Hoe worden verenigingen en instellingen hierbij betrokken?

In het plan van aanpak SPUK GALA 2024-2026 staat beschreven hoe verenigingen en instellingen hierbij worden betrokken. Bijvoorbeeld binnen het uitvoeren van het lokaal sport- en beweegakkoord zijn sport- en beweegaanbieders, onderwijsorganisaties, belangenorganisaties en maatschappelijke instellingen uitgenodigd geweest om ambities te formuleren, ideeën in te brengen en aan te geven op welke wijze ze zouden willen bijdragen aan de realisering hiervan.

Verenigingen en instellingen kunnen een bijdrage vragen voor een initiatief met betrekking tot het ontwikkelen van sport en bewegen bij de regiegroep Sport- en beweegakkoord gemeente Epe.

Vervolgvraag:

1. Heeft u hiervoor een verklaring?

Er is een landelijke tendens te zien dat steeds minder vrijwilligers zijn betrokken bij verenigingen.

Dit is helaas ook terug te zien binnen de gemeente Epe. Recent heeft een gymvereniging in de gemeente moeten stoppen met haar bestaan vanwege een gebrek aan vrijwilligers. Hierdoor wordt het sportaanbod binnen de gemeente verminderd, wat eraan kan bijdragen dat het aantal jeugdleden tot en met 18 jaar is gedaald. Daarnaast speelt individualisering van de sport ook een rol. Inwoners (met name jongeren) kiezen steeds vaker voor sporten zoals fitness en hardlopen in plaats van sporten bij een vereniging.

2. Kan de inzet van de Spukgelden een rol spelen om deze zeer ongewenste ontwikkeling om te draaien?

Het sportakkoord heeft onder andere als doel om meer inwoners te laten sporten en bewegen. De middelen vanuit het sportakkoord zijn dus belangrijk om daling van sportende jongeren bij verenigingen tegen te gaan.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

30

89

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Indicatoren, pagina 41 Lijn Vraag: De indicatoren van de bijstandsuitkeringen en het jeugdwerkloosheidpercentage ontbreken.

De verklaring zal ongetwijfeld zijn dat deze niet zijn aangeleverd.

1. Kunt u desondanks toch aangeven wat de stand van zaken is?

Antwoord:

De verplichte indicatoren zijn via de regelgeving aan alle gemeenten in Nederland als een standaard voorgeschreven met een vaste definitie en een vaste bron waaruit de gegevens gehaald dienen te worden. Het doel van deze regelgeving is om via deze standaarden, gemeenten onderling vergelijkbaar te maken. Deze (centrale) bron gebruiken we als gemeente dan ook. Ten tijde van het invoegen van de verplichte indicatoren in de voorliggende begroting (tweede helft van september) waren de nu gepresenteerde cijfers voor onze gemeente daarin beschikbaar voor publicatie.

Na een geleidelijke daling van het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen de afgelopen jaren, zagen we vanaf de zomer 2022 een lichte stijging in ons uitkeringsbestand. De laatste maanden zien we dat die stijging zich weer stabiliseert en het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen op hetzelfde niveau als begin 2022 zit. Wij beschikken niet over recentere cijfers als het gaat om het percentage werkloze jongeren.

Voor meer informatie over de ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen, verwijzen wij u naar de presentatie van de raadsmonitor sociaal domein d.d. 21 september 2023.

90

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Woonlasten, pagina 56 Lijn Vraag: Uit het overzicht van de gemeentelijke woonlasten in vergelijking met de landelijke woonlasten zien we in Epe een enorme stijging over de jaren 2022, 2023 en 2024. Lag de gemeente Epe eerder voortdurend als één van de goedkoopste gemeenten altijd ver onder dat landelijke gemiddelde, nu zien we een extreme stijging richting dat gemiddelde. Was dat in 2020 nog onder de € 700 in 2025 tikken we de € 1.000 aan. Gemiddeld zijn uiteraard alle gemeenten duurder geworden, maar de gemeente Epe is wel veel harder gestegen.

1. Kunt u aangeven waardoor dit wordt veroorzaakt.

2. Bent u van plan hiermee en op deze wijze door te gaan?

3. Waarop baseert u de verwachting dat we vanaf 2025 opeens minder zullen stijgen dan de andere gemeenten, zoals u grafiek (ten onrechte?) laat zien?

Antwoord:

1. Er is voor 3 jaar (2020, 2021 & 2022) sprake geweest van een teruggave op de gemeentelijke aanslag van € 50,- per huishouden ten behoeve van woonlastenverlichting.

Deze teruggave is vanaf 2023 niet meer van toepassing. Daardoor is in 2023 een hogere stijging zichtbaar ten opzichte van de landelijke trend.

2. Dit betreft een politiek-bestuurlijke vraag, deze wordt niet ambtelijk beantwoord. Deze kan aan de orde worden gesteld tijdens de behandeling in de commissie of de raadsvergadering.

3. De landelijke trend voor de komende jaren is gebaseerd op gemiddelde landelijke woonlastenstijging van de afgelopen drie jaar (gemiddeld 5% elk jaar). Deze is gebruikt om de prognose voor de komende jaren te maken. De trend voor de woonlasten binnen onze gemeente is gebaseerd op de prijsindexatie percentages die wij hanteren voor de programmabegroting 2024-2027. Dit is voor 2024 een percentage van 7,5% en vanaf 2025 een percentage van 1,6%, zie hiervoor pagina 88 van de begroting.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

31

91

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Schuldpositie, pagina 63 Lijn Vraag: De gemeente Epe was jarenlang in Gelderland de trotse kampioen van een schuldenvrije gemeente; er was meer bezit en vermogen dan schulden. Het verstandige beleid hield in dat we investeringen betaalden uit eigen gespaarde middelen. Het college presenteert nu cijfers waaruit blijkt dat dit nu anders is geworden.

1. Waarom kiest dit college ervoor om schulden te maken en dure rente aan de bank te betalen?

2. Kiest het college ervoor om investeringen op de pof te doen en de extra kosten bij de huidige en toekomstige generaties neer te leggen?

Antwoord:

1. Het beleid van de afgelopen jaren, waarbij gespaard kon worden voor grotere investeringen, maakte het mogelijk dat de schuldenpositie van de gemeente gaandeweg kon worden afgebouwd. Nog steeds is het financiële beleid om zoveel als mogelijk is, met eigen middelen te financieren (interne financiering). Hier zit echter een grens aan. Als het gewenste en/of noodzakelijke investeringsniveau hoger wordt dan kan worden gefinancierd met eigen middelen, dan zal er geld geleend moeten worden (externe financiering). In de huidige meerjarenbegroting neemt het investeringsniveau zodanig toe, dat dit op een gegeven moment niet meer kan worden gefinancierd uit eigen middelen. Dit komt met name door de geplande investeringen in scholen en maatschappelijke accommodaties, waarvoor de raad het beleid heeft vastgesteld. De verwachting is dat daarvoor op termijn leningen aangetrokken moeten worden. In het raads- en coalitieakkoord is ook aangegeven dat voor investeringen in scholen en maatschappelijke accommodaties leningen kunnen worden aangetrokken. In welke mate leningen aangetrokken moeten worden is onder meer afhankelijk van toekomstige factoren die de liquiditeitspositie van de gemeente beïnvloeden, zoals het totale investeringsvolume van de gemeente en het investeringstempo.

2. Vanaf het moment dat financiering van investeringen met leningen moet gebeuren, moeten hiervoor jaarlijks de rente en aflossingen aan de bank worden betaald. Deze lasten komen structureel ten laste van de gemeentebegroting.

92

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Herinrichting Hoofdstraat Epe, Lijn pagina 120 Vraag: In 2024 wordt € 40.000 uitgetrokken ten behoeve van het definitieve ontwerp voor de Hoofdstraat in Epe. De onbekende uitvoeringskosten moeten in 2025 worden gevonden.

1. Kunt u bij benadering aangeven aan welke bedragen moet worden gedacht bij deze herinrichting, uitgaande van de bestaande voorlopige ontwerpen?

2. Is spoedige realisatie van dit plan te verwachten nu de gemeente in de komende jaren enorm moet bezuinigen en dekking voor de meerjarenraming niet concreet is?

Antwoord:

1. In december 2023 wordt de startnotitie voor de herinrichting van de Hoofdstraat in Epe door het college vastgesteld. De raad wordt in december 2023 daarover geïnformeerd. In deze startnotitie wordt een kostenoverzicht opgenomen voor de ontwerp- en uitvoeringsfase.

Dan is er te zien welke bedragen er gemoeid zijn met betrekking tot deze herinrichting.

2. In deze startnotitie wordt ook een planning opgenomen waarin de beoogde realisatie is aangegeven. Voor de uitvoeringsfase zal nog budget beschikbaar moeten worden gesteld.

Als er niet voldoende budget is, kan de herinrichting niet worden uitgevoerd.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

32

93

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Brandweerkazerne Oene, pagina Lijn 124 Vraag: Uit de tekst van dit onderwerp blijkt dat de veetakel van de brandweer niet meer in de kazerne past en dat dit de aanleiding is om een nieuwe kazerne te bouwen. Eerder werd hiervoor een bedrag van € 430.000 opgenomen, in deze begroting vindt voor het jaar 2025 een aanzienlijke verhoging plaats tot in totaal € 1,22 miljoen, incl. btw. U schrijft in dit verband over een creatieve en sobere oplossing, waar later meer duidelijkheid kan ontstaan.

1. Betekent dit dat het in 2025 beschikbare bedrag als minimaal moet worden gezien?

2. Door de VNOG is de post Oene aangewezen als locatie voor de veetakel. Waar staat de veetakel nu? Dit gelet op uw informatie: “Deze veetakel past echter niet in de verouderde kleine kazerne.” Antwoord:

1. Het uitgangspunt voor de brandweerkazerne Oene is sober en doelmatig. In een later stadium zal bij planvorming meer duidelijkheid komen over de kosten. Er is bijvoorbeeld nog geen programma van eisen bekend. Ook zijn de kosten voor onder andere de bouwgrond onbekend.

2. De veetakel zit nu op een aanhanger en wordt getrokken door de tankautospuit. Er komt een grote bus voor in de plaats waar alles is ingebouwd. Zo blijft de tankautospuit beschikbaar voor een andere inzet. De nieuwe bus (incl. veetakel) past niet in de remise.

Daarnaast voldoet de huidige brandweerkazerne niet meer aan de Arbo-normen.

94

Fractie:

Nieuwe lijn

Vraag heeft betrekking op: beperkt ruimte nieuw beleid

Vraag: Nieuwe Lijn leest meerdere keren in de begroting dat er beperkt ruimte is voor nieuw beleid.

Dat betekent dat er maatregelen genomen moeten worden.

1. Kan het college vertellen hoe de maatregelen eruit zien?

2. Wat heeft dit voor gevolgen? Bijvoorbeeld voor het opstellen van een nieuw speelruimtebeleid?

Antwoord:

1. Door het financiële tekort dat in de komende jaren ontstaat, is het college genoodzaakt om maatregelen te treffen, om de financiële positie van de gemeente gezond te houden. Dit betekent dat de begroting zal worden doorgelicht en dat zal worden onderzocht waar financiële ruimte kan worden 'vrij gespeeld’ door het maken van beleidsmatige keuzes over het niet meer (of in mindere mate, of anders) uitvoeren van huidig (structureel) beleid of het vermeerderen van inkomsten. Hiermee kan het dreigende financiële tekort worden opgeheven en kan ruimte worden gecreëerd voor toekomstig nieuw beleid. Het college stelt hiervoor komend jaar een plan van aanpak op.

2. De beleidsmatige keuzes die hieruit volgen (en waarover de raad zal moeten besluiten) hebben tot gevolg dat op nog te bepalen beleidsterreinen (per saldo) minder financiële middelen beschikbaar zullen worden gesteld en/of dat er meer inkomsten zullen worden gegenereerd. Dit zal (met de huidige inzichten) effect hebben op de begroting van 2026 en verder. Vanzelfsprekend zullen de beleidsmatige keuzes effect hebben op de uit te voeren activiteiten en de te realiseren doelen.

Voor het opstellen van nieuw speelruimtebeleid zijn in de begroting 2024 middelen gereserveerd. Dit betreffen de middelen die in de begroting 2023-2026 waren opgenomen (onder nieuw beleid) voor 2024.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

33

95

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: huisvesting onderwijs en Lijn maatschappelijke accommodaties blz. 13 Vraag: Nieuwe Lijn leest in de begroting dat er een koppeling gemaakt gaat worden tussen huisvesting onderwijs en maatschappelijke accommodaties. Hieruit lezen wij dat al het geld wat zowel voor onderwijshuisvesting als voor maatschappelijke accommodaties beschikbaar is op één pot gegooid wordt

1. Klopt deze aanname?

2. Zo ja, wat heeft dit voor gevolgen voor de visie voor maatschappelijke accommodaties die is vastgesteld?

Antwoord:

Bij het uitvoeren van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen bekijken we de toekomstige voorziening op een integrale en gebiedsgerichte wijze. Wat is naast de onderwijsvoorziening nog meer noodzakelijk in dat gebied. Hierbij valt dan te denken aan b.v. een voorschoolse voorziening (kinderopvang) en welzijnswerk. Waar de mogelijkheden aanwezig zijn kunnen deze zaken gecombineerd worden met een onderwijsvoorziening.

Dit past uitstekend in de visie voor maatschappelijke accommodaties. In deze visie streven we ook naar een integrale en een gebiedsgerichte benadering.

96

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: (Bedrijvigheid / Programma 9, blz.39, Lijn Wat is de stand van zaken/ Netto arbeidsparticipatie Vraag: Zijn er zowel de statushouders als Oekraïense vluchtelingen in het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking hierin meegenomen?

Antwoord:

In de definities die het CBS hanteert voor de (werkzame) beroepsbevolking is dit niet te herleiden. De vraag is uitgezet bij het CBS.

97

Fractie:

98

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: (Ruimte en Wonen / Programma 5, Lijn blz. 29, Wat is de stand van zaken / Indicator:

Vraag: Wat is of zijn de redenen van daling van nieuwbouwwoningen?

In 2021 5,2 en in 2022 1,6.

Antwoord:

Tijdens de coronacrisis in de jaren 2020, 2021 en 2022 hebben veel woningbouwprojecten in de voorbereidingsfase vertraging opgelopen. Daardoor is met de bouw van deze woningen veel later gestart dan oorspronkelijk beoogd. Wij verwachten voor de jaren vanaf 2023 een stijging in het aantal opgeleverde woningen in onze gemeente.

NL

Vraag heeft betrekking op: (Ruimte en Wonen / Programma 5, blz. 29, Wat gaan we ervoor doen / nr.4: (Uitvoering in 2024) Vraag: Starten van uitgifte locaties, afhankelijk van energie infrastructuur.

Welke energie infrastructuur wordt hiermee bedoeld?

Antwoord:

Dit heeft betrekking op netcongestie. Voortgang is afhankelijk van tijdige aansluiting op het elektriciteitsnet door de netwerkbeheerder.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

34

99

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: (Ruimte en Wonen/Programma 5, Lijn blz. 30, Wonen nr.4a) Vraag: Zijn er tot heden, volgens de genoemde geldende taakstellingen, met partners huisvesten van statushouders behaald?

Antwoord: Er is sprake van een achterstand op de huisvestingtaakstelling statushouders als gevolg van de landelijke netcongestie. De tijdelijke huisvesting van statushouders op diverse locaties loopt daardoor een behoorlijke vertraging op. Dit jaar moeten er nog circa 50 statushouders worden gehuisvest. Met Triada worden gesprekken gevoerd om het aantal vrijkomende woningen binnen de huidige voorraad zoveel mogelijk in te zetten tbv statushouders.

Tijdens de informatiebijeenkomst, monitor Ruimte, is een update hiervan gegeven. 100

Fractie:

Nieuwe Lijn

101

Fractie:

Nieuwe Lijn

Vraag heeft betrekking op: (Epe op orde / Programma 6, blz.32, Wat gaan we daarvoor doen/ Verkeer en vervoer/ nr.1:

Vraag: Worden in het uitvoeren onderhoud wegen om deze in stand te houden op het vastgestelde niveau, ook de wegen in het buitengebied meegenomen?

Antwoord:

De wegen in het buitengebied worden ook onderhouden op het vastgestelde niveau. Het beleid wordt echter herzien. Zie verder antwoord vraag 17.

Vraag heeft betrekking op: Bestuurlijke en Financiële overwegingen, blz 11- Belastingen en woonlasten

Vraag: Er wordt een stijging van de gemeentelijke lasten in de begroting doorgevoerd van 7,5% terwijl er bij doorrekenen van de getallen op pagina 56 – 1.6 Woonlasten een stijging van ruim 9% het resultaat is. Waar komt dit verschil vandaan?

Antwoord:

De woonlasten bestaan uit drie componenten, namelijk: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing.

Het bedrag van de gemiddelde woonlasten van € 896 in 2023 is gebaseerd op informatie van COELO. De gepresenteerde gemiddelde woonlast in 2024 van € 978 wordt berekend op basis van de eigen informatie die beschikbaar is.

Voor de genoemde heffingen is in de begroting de 'reguliere’ indexatie van 7,5% doorgevoerd.

Bij de rioolheffing is aanvullend op de indexatie van 7,5% een stijging van toepassing van 1,9%.

Dat is afgesproken in het GWP (zie voor een nadere uitwerking ook vraag 29).

Een ander aspect is de berekening van de tariefstijging van de afvalstoffenheffing. De heffing is voor de begroting 2024 gebaseerd op het aantal gerealiseerde ledigingen in 2022. Dit aantal kan afwijken van het aantal waarmee het COELO gerekend heeft bij de berekening van de gemiddelde woonlasten over 2023 (het COELO rekent op basis van de gemiddelde hoeveelheid afval per inwoner per gemeente zoals gepubliceerd door het CBS, deze gegevens worden echter met twee jaar vertraging openbaar).

Het effect hiervan is dat de gemiddelde woonlasten per huishouden ten opzichte van 2023 (COELO) sterker toenemen dan het percentage van 7,5%.

102

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Algemene dekkingsmiddelen en Lijn onvoorzien, blz 48 - overzicht Vraag: Vanwaar het opportunisme dat in 2024 de Algemene uitkering op basis van de meicirculaire 12 miljoen hoger zal uitvallen dan de 64 miljoen van 2023?

Antwoord: Het juiste bedrag in de tabel voor de Algemene Uitkering bedraagt 61.573 i.p.v. 54.707.

Dat laatste bedrag is per abuis opgenomen en betreft begroting 2022. Het totaalbedrag wordt dan 70.163.

Het verschil tussen begroting 2023 en begroting 2024 is dan geen 12 miljoen meer maar 7 miljoen.

De belangrijkste oorzaken zijn: 2 miljoen voordeel op saldo financieringsfunctie en 4.5 miljoen hogere Algemene Uitkering (met name extra middelen jeugdzorg en compensatie loon en prijs).

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

35

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: 1 Lokale heffingen, blz 53 – Lijn Forensenbelasting Vraag: Welke soort woningen wordt er bedoeld met gemeubileerde woning? 103

Fractie:

Antwoord:

De term gemeubileerde woning is een in de wet genoemd voorwerp voor de belasting.

Forensenbelasting is een belasting die u betaalt als u een gemeubileerde woning beschikbaar houdt. U staat niet ingeschreven in de gemeente. Denkt u hierbij vooral aan chalets, (recreatie)woningen en stacaravans. 104

Fractie:

Nieuwe Vraag heeft betrekking op: Toelichting mutaties prog 11, blz Lijn 106 - overzicht Vraag: Wat is de reden dat genoemde getallen afwijken? Begroot 2023 vorig jaar €5062 nu €4998 Dit fenomeen vindt je in veel overzichten terug.

Antwoord:

De begroting die de raad voor 2023 heeft vastgesteld in november 2022 sluit voor programma 11 op het saldo van baten en lasten van € 5.062. Gaandeweg het jaar 2023 worden daarop wijzigingen aangebracht door besluiten van het college en/of de raad. Dit kunnen bijvoorbeeld raadsbesluiten zijn zoals bijvoorbeeld in februari 2023 toen besloten is een “Bijdrage Giro 555 aardbeving Syrië-Turkije” over te maken. Ook op basis van collegebesluiten kan de begroting 2023 wijzigen in de loop van het jaar. Een voorbeeld daarvan is het opnemen in de begroting 2023 van restanten van incidentele budgetten vanuit de begroting 2022 (deze collegebevoegdheid is vastgelegd in de financiële verordening). Daarnaast kan het zijn dat de benutting van posten in de begroting soms beter bij een ander programma past wat tot een technische wijziging (verschuiving tussen programma’s) van de begroting leidt. Daarmee komt het saldo van baten en lasten voor programma 11 anders uit.

Om een zo goed mogelijk inzicht te geven in de verschillen tussen de begroting 2023 en de begroting 2024 wordt de meest actuele versie van de begroting 2023 gepresenteerd in de diverse overzichten.

105

Fractie:

GroenLinks

106

Fractie:

GroenLinks

Vraag heeft betrekking op: Programma 3 blz. 25 punt 6a Uitvoeren van onderzoek ter versterking van cliënt ondersteuning Vraag: Gaat de gemeente zelf het wiel uitvinden of wordt er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de kennis van Movisie?

Antwoord:

Het onderzoek naar versterking van de cliëntondersteuning in Epe wordt gefinancierd met Rijksbudget. Het onderzoek vindt plaats in overeenstemming met de door Movisie opgestelde handreikingen, tools en praktijkvoorbeelden van andere gemeenten. Er is een projectleider van MEE Samen aangesteld om uitvoering te geven aan het lokaal versterken van de cliëntondersteuning. Aan elke deelnemende gemeente is een adviseur vanuit Movisie gekoppeld.

Vraag heeft betrekking op:

Programma 3, blz.25, punt 8, Opstellen inclusie agenda

Vraag: Bij het aanbieden van de regenboogvlag in 2019, heeft het college toegezegd dat er een inclusieagenda opgesteld gaat worden. Deze is breder dan alleen het hijsen van de regenboogvlag voor de LBTHQ-gemeenschap.

Iedereen moet mee kunnen doen, ongeacht geloof, geaardheid, etniciteit, afkomst of beperking.

Deze inclusieagenda wordt elk jaar weer toegezegd. Kunnen we erop vertrouwen dat deze inclusieagenda in 2024 wordt opgesteld?

Antwoord:

Bij de vaststelling van het beleidsplan sociaal domein in de gemeenteraad in februari 2023 is door de portefeuillehouder aangegeven dat de inclusieagenda in de eerste helft van 2024 aan de raad zou worden aangeboden. Hier streven we nog steeds naar.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

36

107

Fractie:

Vraag heeft betrekking op: Programma 4 blz. 28 Ruimte GroenLinks Vraag: In de 3e alinea van deze pagina staat het volgende:

We leveren maatwerk en streven de volgende doelen na in de fysieke leefomgeving:

• We nemen verantwoordelijkheid in de energietransitie en de klimaatopgave.

• In de gemeente Epe kun je een leven lang gezond, prettig en veilig wonen.

• Onze omgeving stimuleert ontmoeting en versterkt de band tussen onze inwoners.

• We werken aan een stevige woningbouwopgave.

• Voor ondernemers biedt de gemeente Epe een prettig ondernemersklimaat.

• De centra van Vaassen en Epe zijn uitnodigend.

• Recreatie benaderen vanuit onze natuurlijk omgeving.

• Mobiliteit is in beweging.

• Landbouw heeft in Epe een nieuwe toekomst.

Dit zijn niet allemaal doelen, ook niet SMART geformuleerd en daardoor erg vrijblijvend.

Wat gaat het college aan dit streven doen?

Worden het SMART geformuleerde doelen of moet we er volgend jaar op terugkomen, omdat ze bijvoorbeeld niet realiseerbaar zijn of te vrijblijvend?

Antwoord: De omgevingsvisie geeft op hoofdlijnen richting en koers en hier horen de genoemde doelen bij (deze staan op pagina 4 en 5 van de omgevingsvisie). Deze doelen op hoofdlijnen moeten nog verder worden uitgewerkt en concreet worden gemaakt. Dit wordt vanaf 2024 in gebiedsgerichte en themagerichte programma's opgepakt. 108

Fractie:

GroenLinks

Vraag heeft betrekking op: Hoofdstuk 5 blz.70, punt 5.3 Beleidsvoornemens

Vraag: “Waar we voorheen vaak bepalen waren, hebben we steeds vaker de rol van medespeler.” De gemeente is niet alleen de medespeler maar vooral de regisseur. De regisseur bepaalt en geeft de kaders aan en de medespelers voeren het uit, samen met de gemeente.

Als we alleen medespeler zijn, ontlopen we als gemeente en opdrachtgever dan niet onze eindverantwoordelijkheid en geven we “de markt” zo niet veel te veel ruimte?

Antwoord:

De rol en positie van de gemeente in de samenleving is een onderwerp dat veel aandacht krijgt in het raadsakkoord bij het onderdeel inwoners en bestuur. In het collegeprogramma is dat onderdeel vertaald naar het opstellen van een visie op de positie van de gemeente in de samenleving om goed aan te sluiten op de veranderende vraag van de samenleving. In de ontwikkeling van deze plannen komt ook aan de orde hoe de gemeente zich wil verhouden tot de samenleving en wat de rol is van de gemeente bij de diverse onderwerpen. 109

Fractie:

Vraag heeft betrekking op: Programma 6 blz. 32 Epe op GroenLinks orde Vraag: Het bomenbeleidsplan is van 2010. In 2021 was het nieuwe bomenbeleidsplan bijna klaar.

We zijn 2 jaar verder en er is nog steeds geen nieuw bomenbeleidsplan. Waarom niet? En hoe lang gaat het nog duren voordat dit nieuwe bomenbeleidsplan er is?

Antwoord:

Het nieuwe bomenbeleid willen we goed laten aansluiten op de gebiedsgerichte uitwerkingen van de omgevingsvisie. Daarom is ervoor gekozen het concept bomenbeleidsplan niet af te ronden maar te vervangen door een bomenbeheervisie. In deze visie willen we uiteenzetten hoe wij komen tot een toekomstbestendig bomenbestand. Geldend zowel voor de gemeentelijke-, als bomen in particulier bezit. We verwachten uw raad hierover in het 1e kwartaal van 2024 verder over te informeren.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

37

110

Fractie:

GroenLinks

Vraag heeft betrekking op: Programma 3, blz. 25 punt 6b Verbetering van bekendheid van WMO zorg en ondersteuning van inwoners.

Vraag: De website van Koppel/SwoE is erg aanbod gericht. De gemeente Epe wil vooral vraaggerichte werken.

Hoe gaat de gemeente Koppel/SwoE beïnvloeden, zodat zij ook vraaggericht gaan werken.

Antwoord:

De gemeente maakt momenteel met directie en medewerkers van Koppel-Swoe nieuwe werkafspraken over de dienstverlening en de samenwerking. Hierbij is ook het onderwerp (meer) vraaggericht werken aan de orde.

111

Fractie:

Vraag heeft betrekking op: Programma 7 blz.35 punt 2 GroenLinks Implementeren van werkwijze inzamelen grondstoffen.

Vraag: De uitvoering hiervan zou al in 2023 plaatsvinden.

Waarom is dit nog niet gebeurd?

Kunnen we er op vertrouwen dat dit dan wel in 2024 plaats vindt?

Antwoord:

Evaluatierapport Grondstoffenplan komt er z.s.m. aan, zie vraag 22.

Voor de volgende fase wat betreft inzameling grondstoffen wordt momenteel een Plan van Aanpak geschreven. U wordt als raad begin 2024 hier verder over geïnformeerd.

Status CAC, zie vraag 22 en 114. 112

Fractie:

Lokaal Vraag heeft betrekking op: programma 2,wat gaan we CDA daarvoor doen, uitvoering in 2024, blz. 23 punt 4b, Vraag: Is er, zoals gewenst, nieuw beleid om speeltoestellen die kapot zijn te vervangen in plaats van te verwijderen?

Antwoord:

Er is momenteel geen nieuw beleid om speeltoestellen, die kapot zijn, te vervangen. Momenteel wordt er gewerkt aan een vragenlijst om inwoners te vragen naar hoe zij speelruimte binnen de gemeente ervaren. Deze informatie wordt gebruikt voor het ontwikkelen van een nieuw speelruimteplan voor de gemeente Epe.

113

Fractie:

Lokaal Vraag heeft betrekking op: weerstandsvermogen en CDA risicobeheersing, juridische risico’s en aansprakelijkheid, blz. 60 Vraag: Wat loopt er op dit moment nog aan zaken van enige betekenis en hoe gaan we hiermee om?

Antwoord:

De juridische risico’s zijn niet afzonderlijk in de paragraaf opgenomen. Dit vanwege mogelijke invloed op claims en lopende juridische geschillen. Het grootste deel van het bedrag wordt in deze begroting gevormd door (zoals gesteld in de beschrijving van het risico) de steeds meer toenemende juridificering van de samenleving, het daarmee toenemend aantal claims en geschillen en de oplopende kosten daarvan. In de begroting kan vanwege het onzekere karakter hiermee niet volledig rekening worden gehouden in de beschikbaar gestelde budgetten. Daarom wordt voor het risico van mogelijk ontoereikende budgetten rekening gehouden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Verder volgen de juridische risico’s dezelfde systematiek als de andere risico’s in de begroting.

Voor de risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) financiële maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting (zie pagina 57 - 59 van de programmabegroting).

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

38

114

Fractie:

115

Fractie:

116

Fractie:

117

Fractie:

118

Fractie:

Lokaal CDA

Vraag heeft betrekking op: toelichting nieuw beleid, programma 7, aanleg en inrichting Circulair Ambachtscentrum, blz. 120 Vraag: Wat is de status hieromtrent? Wat kunnen we verwachten?

Antwoord:

In een circulair ambachtscentrum werken partijen samen aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en materiaalhergebruik, waardoor spullen en materialen langer in gebruik blijven en onnodig storten en verbranden wordt voorkomen.

Op dit moment zijn we samen met Circulus bezig met het afronden van de businesscase. We verwachten in het eerste kwartaal van 2024 u hierover nader te informeren.

Lokaal Vraag heeft betrekking op: Programma 3, wat mag dat kosten, CDA blz. 25 en blz. 27 Vraag: Zowel op blz. 25 als 27 zien we dat de ‘baten bestaand beleid’ na 2022 flink omlaag gaan, kunt u dit toelichten?

Antwoord:

De hogere baten wordt in 2022 veroorzaakt door het financiële overschot voor Maatschappelijk Opvang/ Beschermd Wonen en van de Specifieke Uitkering voor opvang Oekraïners.

In 2023 en verder zijn deze baten onzeker en ook niet begroot.

Op pagina 27 betreft dit de Specifieke Uitkering voor Controle Corona Toegangsbewijzen.

Lokaal Vraag heeft betrekking op: toelichting mutaties programma 2, CDA blz. 97, Vraag: de landelijk sterk gestegen energietarieven leiden tot hogere inkomsten uit servicekosten.

Moeten we hierbij bijvoorbeeld denken aan energiekosten die doorbelast worden aan huurders van ruimte in het gemeentehuis?

Antwoord:

Dit betreft de doorbelasting van de gestegen energiekosten van het complex De Wachtelenberg aan huurders (verschillende verenigingen).

Lokaal Vraag heeft betrekking op: programma 1, specificatie nieuw CDA beleid, blz. 21 Vraag: er wordt fors geld vrijgemaakt voor de renovatie/verbouwing van de RSG. In het verleden is hiervoor ook al geplust. Is er rekening gehouden met eventuele nieuwe tegenvallers in de kosten?

Antwoord:

Nee, er is geen rekening gehouden met nieuwe tegenvallers. Er is een budget voor renovatie geraamd. Deze is gebaseerd op prijspeil maart 2022. Sindsdien is het prijspeil aanzienlijk gestegen. Eind december 2023/begin januari 2024 is het resultaat van de aanbesteding bekend.

Pas dan kan er een conclusie getrokken worden.

Lokaal Vraag heeft betrekking op: verbonden partijen, OVIJ, blz. 78 CDA Vraag: jaarlijkse gemeentelijke bijdrage staat voor 2025 op iets meer dan €10 miljoen, dit is een typefout?

Antwoord:

De jaarlijkse bijdrage aan de verbonden partij OVIJ voor het jaar 2025 staat niet goed vermeld op bladzijde 78 van de programmabegroting. Het juiste bedrag voor het jaar 2025 is €1.004.808. Per abuis is er een 0 extra opgenomen, dit zal worden hersteld naar aanleiding van deze vraag.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

39

119

Fractie:

Lokaal Vraag heeft betrekking op: financiële begroting, overzicht CDA baten en lasten, blz.86 Vraag: Bij de mutaties in reserves punt 3 zorg en opvang zien we een groot verschil tussen baten in het jaar 2025 en de andere jaren. Kunt u dit toelichten?

Antwoord:

In 2024 is de bate een vrijval van het surplus van de Reserve Risico’s Sociaal Domein.

Vanaf 2025 ontvangt de gemeente Epe ieder jaar minder middelen van het Rijk voor de Hervorming Jeugdzorg. Daarom moeten er ieder jaar meer middelen vanuit de reserve hervormingsagenda Jeugd worden onttrokken om de activiteiten op hetzelfde peil te houden.

120

Fractie:

121

Fractie:

122

Fractie:

Lokaal Vraag heeft betrekking op: financiële begroting, overzicht van CDA de geraamde structurele mutaties in reserves, blz. 90 Vraag: Bij de reserve vervanging bruggen zien we in de komende jaren wel toevoegingen maar geen onttrekkingen, zijn er geen kosten te verwachten met betrekking de bruggen?

Antwoord:

In het meerjareninvesteringsplan zijn voor de huidige planperiode twee vervangingen van bruggen gepland: een vervanging van de brug aan de Esschertweg (2024) en aan de Middelbeekse Allee (2026).

In de regelgeving wordt een strakke indeling gehanteerd voor incidenteel en structurele kosten en baten. Omdat er niet elk jaar kosten gemaakt worden voor de vervanging van bruggen en er daarmee geen jaarlijkse verrekening daarvan plaatsvindt met de reserve wordt die onttrekking als incidenteel aangemerkt. Daarmee valt deze buiten het overzicht van structurele onttrekkingen aan reserves. De storting in deze reserve wordt wel jaarlijks gedaan en daarom staan deze wel in het overzicht.

Lokaal Vraag heeft betrekking op: financiële begroting, overzicht van CDA de geraamde structurele mutaties in reserves, blz. 90 Vraag: Bij de reserve starterslening zien we in de komende jaren veel hogere toevoegingen dan onttrekkingen, kunt u dit toelichten?

Antwoord:

De reserve starterslening is ingesteld vanuit de Stimuleringsmiddelen Goedkope Woningbouw.

Hieruit kunnen starters een lening aanvragen naast de hypotheek bij de bank zodat zij makkelijker kunnen starten op de woningmarkt. De toevoegingen aan de reserve bestaan uit rente en aflossingen van de leningen die in het verleden zijn uitgegeven. Deze inkomst uit rente en aflossingen is momenteel groter dan de uitgave voor de aangevraagde leningen en dus onttrekkingen aan de reserve. Hierdoor neemt de stand van de reserve toe. Echter met de plannen om 1800 woningen te bouwen in de gemeente tot 2030 blijven deze middelen gereserveerd omdat verwacht wordt dat het aantal aanvragen van startersleningen weer toe zullen nemen.

Lokaal Vraag heeft betrekking op: toelichting autonome ontwikkeling CDA bestaand beleid, programma 11, blz. 114 Vraag: Bij de stelpost stabilisatie energiekosten wordt gekozen voor een kostenverlagende stelpost vanaf 2025. Gelet op de huidige(onverwachte) situatie in het Midden Oosten is dit achteraf gezien misschien te voorbarig, ziet u dit ook zo?

Antwoord:

Bij de overwegingen voor het verlagen van de stelpost is onder andere contact gelegd met de Provincie. Hierbij is in overleg de beslissing genomen om de stelpost tot de helft af te bouwen in een periode van drie jaar. Dit geeft naar verwachting de beste inschatting van de te verwachten energiekosten. Zoals ook aangegeven in de begroting blijft de ontwikkeling echter onzeker welke door factoren zoals de ontwikkeling in het Midden-Oosten beïnvloed kan worden.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

40

123

Fractie:

Lokaal Vraag heeft betrekking op: 5 overzicht baten en lasten per CDA taakveld, blz. 126/127 Vraag: Als we kijken naar de totalen van programma 4 en 5 en naar het totaal lasten programma 11 dan zien we een verschil met deze zelfde posten op blz.86 en 87. Kunt u dat toelichten?

Antwoord:

Het bedrag van programma 11 op bladzijde 127 komt overeen met het bedrag op bladzijde 86.

Voor wat betreft programma 4 en 5 is het verschil van totale lasten op pagina 126 en 86 voor programma 4 en 5 allebei € 746.000. De juiste gegevens staan op bladzijde 86. Op pagina 126 worden de totale lasten €3.716.000 voor programma 4 en € 4.508.000 voor programma 5. De totale lasten op programma 4 worden dus € 746.000 hoger en de totale lasten op programma 5 € 746.000 lager. Kortom, dit betreft dus een verschuiving van lasten van programma 5 naar programma 4.

Tevens wordt een bedrag van €51.000 baten aangepast van programma 5 naar programma 4.

Hiermee worden de totale baten op programma 4 €51.000 hoger en op programma 5 €51.000 lager.

Reden is een kostenplaats die op een later moment in het traject naar het juiste programma over is gegaan. Per abuis is het overzicht baten en lasten per taakveld hier niet meer op aangepast.

124

Fractie: PvdA

Vraag heeft betrekking op: (onderwerp/programma, blz. 21 punt specificatie nieuw beleid Investeringen 1, 2 en 3. en blz.124 investeringsplan.

Vraag: Het is duidelijk dat voor uitvoering IHP aanzienlijk meer nodig is dan opgebouwd is aan reserve IHP, staat op pag. 124.

Hoe zijn de bedragen die achter Investeringen 1, 2, en 3 staan tot stand gekomen?

1. 420000 eenmalige middelen 2024,

2. 1963000 eenmalige middelen 2025,

3. 3.3 miljoen vrijval van het surplus in reserves.

En waar kunnen we de specificatie vinden van het surplus? Blz. 12 bovenaan.

Antwoord:

1. In de programmabegroting 2023-2026 (pag. 122) was voor het jaar 2024 voor het IHP een totaalbedrag opgenomen van € 2.250.000, ineens (als eenmalige middelen) te dekken uit de financiële ruimte in het begrotingssaldo 2024. In de programmabegroting 2024 is van dit bedrag € 420.000 overgeheveld naar het investeringsplan (opgenomen op pag. 124) *.

2. In de programmabegroting 2023-2026 (pag. 122) was voor het jaar 2025 voor het IHP een totaalbedrag opgenomen van € 4.750.000, ineens (als eenmalige middelen) te dekken uit de financiële ruimte in het begrotingssaldo 2024. In de programmabegroting 2024 is van dit bedrag € 1.963.000 overgeheveld naar het investeringsplan (opgenomen op pag. 124) *.

3. Op pagina 91 van de begroting is bij onderdeel 2 een specificatie opgenomen van - en een toelichting op - de vrijkomende eenmalige middelen (vrijval surplus uit reserves) ter grootte van € 3,3 mln. *Aanvullende toelichting bij punt 1 en 2:

Het resultaat van punt 1 en 2 is dat voor de genoemde jaren 2024 en 2025 in de begroting 2024 dezelfde bedragen beschikbaar zijn als in de vorige begroting voor het IHP/maatschappelijke accommodaties, maar dat de financiële dekking is gewijzigd, als volgt:

Het deel dat uit eenmalige middelen wordt gedekt wordt toegevoegd aan de reserve (pag. 109); voor het deel dat via het investeringsplan wordt gedekt, zijn nu afschrijvings- en rentelasten in de begroting opgenomen (pag. 124). Deze bedragen komen hiermee niet meer in een keer ten laste van de begroting. Deze aangepaste financieringswijze in 2024 en 2025 is een ‘financieel technische omzetting’; hiervoor is gekozen om tot een financieel sluitende begroting te komen.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

41

125

Fractie: PdvA

Vraag heeft betrekking op: (onderwerp/programma, blz. 23 punt sport en cultuur 2b.

Vraag: graag een toelichting op wat precies bedoeld wordt met" Uitvoeren regionaal cultuur, en erfgoedpacht". Zijn hier hoge kosten aan verbonden en wat willen we hiermee bereiken.

Antwoord:

Het Cultuur en Erfgoedpact Noord-Veluwe 2022-2024 is een regionale samenwerking tussen Elburg, Epe, Ermelo, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten. Iedere gemeente draagt € 15.000 per jaar bij en de provincie Gelderland matcht dit bedrag met € 15.000 per gemeente. De uitvoering van het Cultuur en Erfgoedpact ligt bij het CultuurPlein, CultuurOost en CultuurKust. Als voorwaarden stelt de provincie dat er een cultuurplatform opgericht moet worden. Cultuurplein heeft een communityprogrammeur aangenomen en er is een start gemaakt met het oprichten van een cultuurplatform. In 2022 en 2023 is er in Epe een Taalproject opgezet vanuit Erfgoed. Dit gaat over de streektaal en lokale verhalen (Oral History). Er is een Erfgoedcongres en er is een kenniscarrousel ontwikkelt om de vrijwilligersorganisatie te ondersteunen. Daarbij wordt er ook een erfgoedleerlijn ontwikkelt voor de scholen. In 2024 wordt het project Urban Art en Landart opgezet door het CultuurPlein 126

Fractie: PdvA

127

Fractie: PdvA

128

Fractie: PvdA

Vraag heeft betrekking op: (onderwerp/programma, blz. 27 punt leefbaarheid.

Vraag: Wanneer zijn de evaluatie gebiedsgericht werken en Goed voor elkaar regeling verwachten?

Antwoord:

In de begroting is doorontwikkeling van een initiatieventafel en structureel maken van de goed voor elkaar regeling na een evaluatie opgenomen. Op dit moment vindt evaluatie van de Goed voor elkaar regeling plaats, deze wordt in het vierde kwartaal afgerond.

Vraag heeft betrekking op: (onderwerp/programma, blz. 30 Punt wonen punt 1 en 2.

Vraag: Op blz. 31 staat een bedrag begroot voor 2024 en 2025 voor woonzorgagenda. Wanneer is woonzorgagenda klaar en kunnen daarover en de woonagenda besluiten worden genomen.

Antwoord:

De besluitvorming over de woonagenda wacht niet op de update van de woonzorgagenda.

De woonzorgagenda is al in 2021 vastgesteld. Als gevolg van nieuwe wetgeving moeten er een aantal aandachtsgroepen aan de Woonzorgagenda worden toegevoegd.

De vaststelling van de aangevulde woonzorgagenda staat gepland voor de 2e helft van 2024.

Overleg over de Regionale Woonzorgagenda start eind oktober 2023. Dat traject loopt door tot in 2025.

Vraag heeft betrekking op: (onderwerp/programma, blz. 32, punt Bomenbeleidsplan.

Vraag: Het bomenbeleidsplan is al van 2010. Al jaren werd beloofd dit te actualiseren en ter besluitvorming aan te bieden. Graag een toelichting.

Antwoord:

Het nieuwe bomenbeleid willen we goed laten aansluiten op de gebiedsgerichte uitwerkingen van de omgevingsvisie. Daarom is ervoor gekozen het concept bomenbeleidsplan niet af te ronden maar te vervangen door een bomenbeheervisie. In deze visie willen we uiteenzetten hoe wij komen tot een toekomstbestendig bomenbestand. Geldend zowel voor de gemeentelijke-, als bomen in particulier bezit. We verwachten uw raad hierover in het 1e kwartaal van 2024 verder over te informeren.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

42

129

Fractie:

Lokaal CDA

Vraag heeft betrekking op: Hoofdstuk 6, verbonden partijen, blz. 78, OMVV (ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken) Vraag: De jaarlijkse gemeentelijke bijdrage in 2025 staat begroot op € 17.200 voor 2026 op € 138.000 en voor 2027 op €0,- Kunt u aangeven hoe deze verschillen zijn te verklaren?

Antwoord:

Bij de oprichting van de privaatrechtelijke OMVV in 2018 hebben de aandeelhouders afgesproken om te onderzoeken hoe ze de OMVV in de toekomst kunnen co-financieren en een projectgroep is samengesteld om de OMVV te evalueren. Op basis van de evaluatieresultaten onderzoeken de aandeelhouders, met medewerking van het programmabureau VVP en onder leiding van een externe bestuurder, nu hoe de financiering van de OMVV het best kan worden georganiseerd. Uitgangspunt hierbij is dat er onderscheid gemaakt wordt tussen organisatie- en projectkosten, zodat er wel regionaal wordt samengewerkt maar dat eventuele projecten lokaal worden gefinancierd (d.w.z., een gemeente co-financiert enkel projecten in de eigen gemeente). De resultaten worden gedeeld in de AvA van december 2023. Omdat het traject nog loopt, zijn voor 2025 alleen de organisatiekosten begroot. Voor 2026 is eventuele cofinanciering van projecten in de eigen gemeente begroot. Door in te zetten op enkel revolverende projecten kunnen terugkerende middelen worden hergebruikt om nieuwe projecten te financieren en een bredere impact te bereiken. De middelen komen uiteindelijk dus terug.

Het bedrag dat aan bijdrage is vermeld in de paragraaf verbonden partijen is nog niet in de gemeentebegroting opgenomen, dit is nog afhankelijk van besluitvorming die nog volgt door de deelnemende gemeenten.

Vragenuur Vraag heeft betrekking op: Programma 8 – pagina 36 (Nieuwe Lijn) Vraag: Wat is het aantal handhavers op dit moment en welke uitbreidingen zitten daarop in de begroting 2024-2027 (uitbreiding ten opzichte van huidige situatie)? 130

Antwoord:

Het aantal handhavers (boa's) is vijf, waarbij 4 medewerkers domein 1 en 1 medewerker voor 28 uur in domein 2 werkt (groene boa). Hiervoor geldt dat de bezetting ook uit de vaste formatie is gedekt.

Op toezicht is er sprake van twee technische bouwinspecteurs. Hiervan is er een medewerker fulltime vast in dienst en is er een inhuur medewerker voor 22 uur.

Toezicht op Wabo, vakantieparken en Brp door twee medewerkers, een met 27 uur en een met 16 uur (bovenformatief).

In de begroting is het voorstel opgenomen voor structurele middelen voor extra capaciteit i.h.k.v. technisch bouwtoezicht (wkb) om de inhuurmedewerker structureel te kunnen vervangen.

Waar het gaat over handhaving (handhavingsjuristen) is er sprake van drie fulltime medewerkers en een stagiaire, hiermee is de formatie en bezetting sluitend. De functie van senior adviseur is nog vacant.

131

Vragenuur Vraag heeft betrekking op: Indicator arbeidsparticipatie op (Nieuwe pagina 39.

Lijn) Vraag: Betreft de werkzame beroepsbevolking alleen inwoners van de gemeente Epe of is dat de beroepsbevolking die hier werkt en ook van buiten de gemeente kan komen.

Antwoord:

Deze vraag is uitgezet bij het CBS.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

43

Vragenuur Vraag heeft betrekking op: Paragraaf 1 lokale Heffingen – (D66) pagina 52 Vraag: Welke mogelijkheden worden door Tribuut benut om WOZ bezwaren te voorkomen in het kader van het groeiend aantal WOZ bezwaar bureaus (no cure no pay)? Of meer mogelijkheden?

Antwoord:

Tribuut heeft de afgelopen jaren een relatief laag aantal bezwaren gehad op de WOZbeschikkingen. Dit jaar is dat relatief hoog. De oorzaak lijkt te liggen in een combinatie van de grote stijging van de WOZ-waardes in dit gebied (t.o.v. landelijke trend), de aandacht in de media (zowel van gemeenten als van reclame van bureaus) en toenemende lasten voor huishoudens. De meeste oorzaken kunnen zij niet beïnvloeden. Wat Tribuut wel kan beïnvloeden, is de kwaliteit en actualiteit van de gegevens en de communicatie. 132

Tribuut steekt samen met de gemeenten veel energie in de oproep aan inwoners toch vooral Tribuut te bellen als men denkt dat de uitgangspunten van de waardebepaling niet kloppen. Dat blijft ook de insteek voor het komende jaar. Inwoners zijn daar heel tevreden over. Daarmee wil Tribuut mensen weghouden bij de bureaus die voor hun diensten een vergoeding mogen claimen.

Ten tweede investeert Tribuut in extra onderzoek naar de kwaliteit van de woningen. De belangrijkste oorzaak van de toegewezen bezwaren zijn de zogenaamde objectkenmerken. Dat zijn o.a. het onderhoud van de woning, maar ook de kwaliteit en leeftijd van de keuken, de badkamer en dergelijke. Dat onderzoek wordt visueel gedaan door de woningen van buiten te beoordelen.

Daarnaast doet Tribuut dit jaar een extra proef door een uitvraag bij 6000 huiseigenaren over de kwaliteit van de woning. Natuurlijk gebruikt Tribuut alle contacten en bezwaren om de eigenaar te bevragen over de kwaliteit van de woning zodat ze daarmee hun gegevens elk jaar kunnen verbeteren. Uiteindelijk is Tribuut natuurlijk ook afhankelijk van gegevens van gemeenten die de primaire gegevens (oppervlak, vergunning en gebruik van gebouwen) aanleveren. Daarvoor heeft Tribuut maandelijks overleg met gemeenten om de uitwisseling van gegevens te verbeteren.

De verwachting voor volgend jaar is wel dat het aantal bezwaren zal dalen, omdat de stijging van de WOZ-waarde heel beperkt is. De kosten zullen daarmee ook dalen.

De Tweede Kamer heeft op 26 oktober 2023 ingestemd met een wetwijziging die de proceskostenvergoeding met 75% verminderd. De Eerste Kamer moet hierover in december 2023 nog stemmen. Als die wetswijziging doorgaat, heeft dat een enorme invloed op de kosten.

Vragenuur Vraag heeft betrekking op: Paragraaf 1 lokale heffingen – (Nieuwe pagina 56 Lijn) Vraag: Graag zouden we inzicht hebben op welke plaats de gemeente Epe in de COELO lijst staat in 2022 en 2023. 133

Antwoord:

Rangnummer 2022: 19 Rangnummer 2023: 127 Alle gemeenten hebben een rangnummer dat aangeeft hoe hoog de woonlasten zijn in vergelijking met andere gemeenten. Nummer 1 heeft hierbij de laagste woonlasten, nummer 352 de hoogste.

134

Vragenuur Vraag heeft betrekking op: Paragraaf 1 lokale heffingen, (Nieuwe pagina 54, leges omgevingsvergunningen in het kader van de Lijn) nieuwe omgevingswet Vraag: Als de leges voor bouwactiviteiten omlaag gaan, gaan andere leges dan omhoog ter compensatie?

Antwoord:

De leges voor bouwactiviteiten gaan niet omlaag.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

44

135

Vragenuur Vraag heeft betrekking op: Pagina 66 Paragraaf Onderhoud (Nieuwe kapitaalgoederen Lijn) Vraag: Er wordt al in meerdere begrotingen melding gemaakt van een aantal bomen van 32.500 stuks. Dit aantal blijft gelijk ondanks dat er in de afgelopen jaren een behoorlijk aantal bomen in de gemeente is gekapt. Klopt dit aantal wel en is er iets te zeggen over het verloop van het aantal bomen in de afgelopen jaren (incl. aanplanting)?

Antwoord:

Op 23 oktober 2023 hebben wij ca. 32.600 bomen geregistreerd. De hoeveelheid kap en aanplant is ongeveer gelijk. 136

Vragenuur Vraag heeft betrekking op: pagina 117 bijdrage vd (SGP/CU) Reijdenschool Vraag: Hier wordt een structurele bijdrage voor de exploitatie van de van der Reijdenschool voorgesteld. De vraag is of het schoolbestuur dit zelf bij de gemeente heeft aangevraagd? En waar is deze bijdrage voor bedoeld?

Antwoord:

In 2017 is door het Stichtingsbestuur een structurele bijdrage gevraagd voor de materiele instandhouding van de Van der Reijdenschool. Het gaat hierbij om de hoge onderhoudskosten (het gebouw komt uit 1953). Deze vaste bekostiging is gevraagd en toegekend omdat dit nodig bleek voor het voortbestaan van deze SBO/SO binnen het onderwijslandschap van Epe. De bekostiging stopt als het geplande Integraal Kind Centrum Zuidwest betrokken wordt door de school

137

Vragenuur Vraag heeft betrekking op: Overzicht verloop reserves en (D66) voorzieningen Vraag: Voor het onderhoud van gebouwen is zowel een reserve als een voorziening gevormd.

Waarom is dat en wat is het verschil?

Antwoord:

Het groot onderhoud aan gebouwen wordt uitgevoerd op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP). Dit plan geeft een doorkijk van het verwachte onderhoud in het komende decennium en daarmee gepaard gaande kosten per jaar. Om niet in enig jaar voor grote uitgaven te staan en in het ander jaar geen kosten te hebben (heftige fluctuaties in de begroting) wordt een jaarlijks vast bedrag in de begroting opgenomen voor het groot onderhoud van gebouwen. Dit bedrag wordt toegevoegd aan wat we noemen een voorziening. Dit is een apart budget waaraan dus jaarlijks een vast bedrag (behoudens indexatie) wordt toegevoegd en waaruit in de jaren dat groot onderhoud nodig is een bedrag onttrokken wordt. Vanuit de regelgeving is het alleen mogelijk een dergelijke voorziening te vormen als er een actueel MJOP aanwezig is. Tevens mag een voorziening niet meer geld bevatten dan de toekomstige kosten inclusief de toevoegingen. Is er geen actueel MJOP dan mag er geen voorziening gevormd worden.

Naast deze voorziening(en) is er in de begroting ook een reserve voor het onderhoud van gebouwen opgenomen. De aard en doelstelling van deze reserve is: Het reserveren van voordelen die ontstaan bij de verkoop van gemeentelijke panden, om hiermee noodzakelijke aanvullingen van onderhoudsvoorzieningen van panden (a.g.v. actualisatie van het onderhoudsplan) of onderhoudsuitgaven voor panden waarvoor geen MJOP/voorziening is, op te kunnen vangen. Dit zijn vaak gebouwen die geen blijvende functie binnen gemeentelijke taken hebben of die nog maar kort in eigendom zijn en waarvoor nog geen MJOP opgesteld kon worden.

Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

Bekijk de brief: Memo beantwoording vragen begroting 2024-2027 totaal

Bron: raadsinformatie van de gemeente Epe (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Epe

Alle artikel 35-vragen in Epe