vragen rekening 2021 (aangevuld)
Een raadslid stelde op 7 juli 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Epe (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Realiseren subsidieprogramma Vraag: Er zijn éénjarige subsidieafspraken gemaakt met organisaties in de sport- en cultuursector over de doelstellingen en activiteiten. → Op pagina 88 van de jaarstukken is een analyse opgenomen van de verschillen die zijn ontstaan tussen de begroting en de werkelijkheid voor dit programma.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Format voor vragen over de rekening Mailen naar: [email protected].
Vraag heeft betrekking op: Jeugdzorg pagina 9 Fractie:
PvdA Vraag:
Bij o.a.: De subsidies voor onder andere CJG Epe, inclusief schoolmaatschappelijk werk en opvoed advies bureau, zijn voor 2022 verleend en de subsidies voor 2020 zijn vastgesteld.
Vraag: Begrijp ik hieruit dat in 2021 subsidies zijn vastgesteld en voor 2022 al zijn verleend?
Wanneer werd deze verstrekt? 1.
In de verstrekking van de subsidie staat wanneer er moet worden vastgesteld en met welke voorwaarden.
- Subsidies tot € 5.000,00:
De subsidies tot en met € 5.000,00 worden direct vastgesteld of verleend. Er volgt dus geen aparte subsidievaststelling achteraf. De organisatie krijgt een verlenings- en vaststellingsbeschikking in één. De gemeente kan wel vragen aan de subsidieontvanger of de activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd. In dat geval wordt de subsidie binnen dertien weken nadat de inlichtingen zijn verstrekt ambtshalve vastgesteld.
- Subsidies vanaf € 5.000,00 De subsidies vanaf € 5.000,00 moeten worden vastgesteld door een verzoek tot vaststelling.
Binnen 13 weken na ontvangst van de (volledige) aanvraag wordt een besluit genomen, waarna de organisatie wordt geïnformeerd.
Het college heeft besloten om voor de periode van 2020 en 2021 coulant om te gaan met de vaststelling. In de coronatijd zijn er diverse maatregelen geweest waardoor activiteiten niet altijd (volledig) zijn uitgevoerd.
Hieronder korte tijdslijn voor de subsidie over 2021: juni 2020 :
Aanvraag subsidie 2021 dec 2020:
Verlening subsidie 2021 met ingangsdatum 1 januari 2021 2021:
Uitvoering activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt juni 2022:
Aanvraag subsidievaststelling sept 2022:
Subsidievaststelling over subsidie 2021 Hieronder korte tijdslijn voor de subsidie over 2022: juni 2021 :
Aanvraag subsidie 2022 dec 2021:
Verlening subsidie 2022 met ingangsdatum 1 januari 2022 2022:
Uitvoering activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt juni 2023:
Aanvraag subsidievaststelling sept 2023:
Subsidievaststelling over subsidie 2022
2.
Fractie:
Vraag heeft betrekking op: Jeugdzorg pagina 12 PvdA
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Realiseren subsidieprogramma Vraag: Er zijn éénjarige subsidieafspraken gemaakt met organisaties in de sport- en cultuursector over de doelstellingen en activiteiten. De subsidies over 2019 zijn ook vastgesteld. Vraag: Graag een toelichting over systematiek vaststelling en verlening van subsidies, wanneer worden deze in het algemeen vastgesteld, verleend en uitgekeerd? Zie vraag 1 3. Fractie: Vraag heeft betrekking op: Vergunningverlening/handhaving, PvdA Pagina 23, pagina 78, bijlage 1 Vraag: Wat heeft dat gekost (handhaving) Lasten 644 654 929 en Baten 110 110 221 overzicht Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Werkelijk 2021 Vraag: Graag een korte toelichting verklaring op het grote verschil in saldo van de Begroting 2021 na wijziging en de Werkelijke kosten gemaakt in 2021? Is er dit jaar een andere systematiek toegepast?
Antwoord van het college
Op pagina 88 van de jaarstukken is een analyse opgenomen van de verschillen die zijn ontstaan tussen de begroting en de werkelijkheid voor dit programma.
Als gevolg van de coronapandemie zijn extra niet begrote kosten gemaakt voor de inhuur van personeel voor toezicht en handhaving. Deze kosten zijn gedeeltelijk gedekt vanuit de (eveneens niet begrote) rijksbijdrage voor extra kosten toezicht en handhaving.
Daarnaast is bij de toerekening van de directe personele kosten van de afdelingen Ruimte en Samenleving aan dit programma een nadeel ontstaan. Op basis van de totale personele kosten voor deze afdelingen en de werkelijke tijdsbesteding moest een groter deel van de personele kosten worden toegerekend. Er is geen sprake van een wijziging van de systematiek.
4.
Fractie:
Vraag heeft betrekking op: Weer aan het werk, PvdA Arbeidsparticipatie, Pagina 26 Vraag:
Er zijn nadere afspraken gemaakt met werkbedrijf Lucrato die zullen leiden tot meer samenwerking en het vaker inzetten van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Vraag: Zijn er inmiddels ook al mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkzaam in andere Gemeentelijke Organisaties of in het gemeentehuis?
Er is sprake van doorstroom naar Gemeentelijke organisaties, contractpartijen via SROI en partijen die wij subsidiëren Vorig jaar heeft een kandidaat met een afstand tot de arbeidsmarkt een stage gevolgd bij de gemeente Epe. Deze kandidaat volgde de stage op de financiële administratie en is goed begeleid.
Mevrouw had de ambitie om binnen dit werkveld betaald aan het werk te gaan en dat resulteerde in een betaalde baan bij een bedrijf in Vaassen (relatie van Lucrato). Voorts zijn kandidaten vorig jaar via een werkervaringsplaats doorgestroomd naar een betaalde baan bij Circulus/Stilema in Vaassen. Deze kandidaten worden op de werkplek goed begeleid door een jobcoach en de werkbegeleiders van Circulus.
Recentelijk (d.d. 2 juni ) heeft er een Meet & Greet op het gemeentehuis van Epe plaatsgevonden.
Deze is door werkzoekenden in de regio goed bezocht en tijdens de Meet & Greet konden werkzoekenden met de werkgevers op een laagdrempelige manier in gesprek. Werkgevers waren tevreden met de opkomst en de diverse vervolggesprekken. O.a. Axent Groen heeft meerdere vervolggesprekken gehad met de werkzoekenden en de eerste terugkoppeling is veelbelovend.
5.
Fractie:
Vraag heeft betrekking op: Pagina 27, Wat heeft dat gekost, Arbeidsparticipaie, Inkomensondersteuning.
PvdA Vraag:
Lasten 14.853 15.092 15.823 en Baten 6.793 6.793 8.206 in overzicht Begroting 2021, Begroting 2021 na wijziging, Werkelijk 2021 Vraag: Graag een korte toelichting op het grote verschil in baten bij begroting 2021 na wijziging en werkelijke baten?
Antwoord:
De analyse van het verschil tussen de werkelijke en de begrote baten is te vinden op pagina 90.
6.
Fractie:
Vraag heeft betrekking op: Pagina 31 Wet waardering onroerende zaken PvdA Vraag:
In februari zijn de WOZ-waarden bekend gemaakt. In 96% van de gevallen is geen bezwaar gemaakt tegen de waarde. Het algemeen oordeel van de Waarderingskamer over de uitvoering van de WOZ was voldoende. Tribuut werkt planmatig aan verbeteringen om eind 2021 als algemeen oordeel 'goed' te krijgen. Dat is in 2021 nog niet gelukt, mede omdat de Waarderingskamer steeds strengere eisen stelt aan de uitvoering. In een nieuwe samenwerkingsovereenkomst met Tribuut zal deze norm opnieuw afgewogen tegen de daarmee samenhangende (extra) lasten.
Vraag: Is er al bekend of er in 2022 toegewerkt wordt naar het oordeel “goed”?
Antwoord:
Tribuut werkt continu aan verbeteringen in het WOZ-proces. In 2022 wordt de verbetering van de registratie van secundaire objectkenmerken (zoals ligging, onderhoud en kwaliteit) projectmatig aangepakt. De nieuwe samenwerkingsovereenkomst bevindt zich nog in de ambtelijke voorbereidingsfase. Het streven daarin blijft ‘goed’ met ‘voldoende’ als ondergrens. ` 7.
Fractie:
Vraag heeft betrekking op: Vraag heeft betrekking op: Pagina 39 Algemene Uitkering.
PvdA Vraag:
Voor al deze risico’s is in de begroting 2022-2025 rekening gehouden met een daling van de algemene uitkering oplopend van € 350.000.
Vraag Bij de tekst “…algemene uitkering oplopend van € 350.000.” ontbreekt tekst of “van” moet zijn “tot”.
Graag de juiste tekst en nog onze vraag of er inmiddels al aanvullende informatie bekend is over de te verwachten algemene uitkering?
Antwoord:
Bij de begroting 2022-2025 is uitgegaan van een structurele daling van de algemene uitkering van € 350.000. Bij de meicirculaire heeft het rijk de herverdeeleffecten verder verfijnd en doorgerekend naar 2023. Dit resulteerde voor Epe in een voordeel van € 6 per inwoner. (ca.€ 200.000).
Echter is dit ook weer een voorlopige uitkomst. Er komen nog 4 vervolgonderzoeken. Het is niet uit te sluiten dat Epe volgend jaar weer een nadeel gemeente is.
Naast het effect van de herijking hebben andere factoren als de opschalingskorting en het verloop van de accressen voor het begrotingsjaar 2026 een nadelig effect dat naar alle waarschijnlijkheid hoger uitvalt dan € 350.000.
8.
Vraag heeft betrekking op: Pagina 55, verbonden Partijen OVIJ,
Fractie:
PvdA
Vraag:
Vraag: Graag een toelichting over huidige stand van zaken bij mogelijke fusie van OVIJ met een andere omgevingsdienst en de beoordeling “laag” bij risicoprofiel. Heeft een fusie in de toekomst geen extra risico’s? Er staat hierover niets vermeld in de beoordeling over 2021 van de verbonden partij.
Antwoord:
De fusiebesprekingen tussen OVIJ en de ODNV heeft tot doel om een nieuwe organisatie neer te zetten die meer ontwikkelkracht genereert voor de inhoudelijke taakuitvoering, bedrijfsvoering, anticipatie op maatschappelijke vraagstukken, het opleiden van personeel en het blijven van een aantrekkelijke werkgever. Door bundeling van krachten kan onder andere beter ingespeeld worden op de komst van de Omgevingswet en de ontwikkeling naar een data gedreven informatiedienst op het gebied van milieu en duurzaamheid. Ook ontstaat een robuuste organisatie, in lijn met de aanbevelingen van de commissie-Van Aartsen.
Inmiddels zijn volgende stappen gezet het fusieproces en is een concept bedrijfsplan voor 2023 opgesteld.
Op dit moment hebben wij geen informatie dat de risico’s voor de gemeente Epe door de fusie toenemen.
De voorgenomen fusie is juist een antwoord op de toekomstige ontwikkelingen en de daarmee gepaarde mogelijke risico’s in de VTH taken voor onze gemeente.
9.
Fractie:
PvdA
Vraag heeft betrekking op: pagina 6, Positief resultaat bij Pensioenvoorziening voor wethouders.
Vraag:
Er zijn in afgelopen jaren behoorlijke bedragen bijgestort.
Vraag: Graag een korte uitleg over de systematiek voor de vaststelling van de hoogte van deze voorziening.
Antwoord:
Gemeenten zijn verplicht een voorziening in te stellen voor pensioenen van wethouders. De reden voor deze voorziening is dat deze pensioenverplichtingen onvoorspelbaar zijn. Zij kunnen namelijk sterk fluctueren als gevolg van de mogelijkheid voor gewezen ambtsdragers om de gevormde pensioenrechten tussentijds op te eisen via waardeoverdracht. Voor de berekening van de voorziening wordt een wettelijk voorgeschreven rentepercentage toegepast. De hoogte van het rentepercentage wijzigt jaarlijks. Bij de jaarrekening wordt per deelnemer een berekening gemaakt door een extern bureau welk bedrag in de voorziening moet zitten om aan de toekomstige pensioenverplichtingen te kunnen voldoen op basis van het actuele rentepercentage. Een verlaging van de rente ten opzichte het jaar eerder, lijdt tot hogere stand van de voorziening en een renteverhoging lijdt tot een verlaging van de voorziening. Bij deze jaarrekening is het wettelijk voorgeschreven rentepercentage verlaagd. Hierdoor hoeft bij de jaarrekening niet de geraamde storting in de voorziening plaats te vinden en kan er zelfs een bedrag vrijvallen uit de voorziening.
10.
Fractie: NL
Vraag heeft betrekking op: Algemene deel
Vraag:
In de jaarstukken staat dat 73% van de doelen zijn gerealiseerd, terwijl bij veel van deze onderwerpen wordt aangegeven dat deze in 2022 nog gerealiseerd moeten worden. Hij vraagt hoeveel van de 73% nog uitgevoerd moet worden in 2022.
Antwoord:
In de 11 programma’s van de programmabegroting staan de voor dat jaar uit te voeren activiteiten.
In de jaarrekening staat de verantwoording over de uitvoering van die vermelde activiteiten. De programmabegroting 2021 bevatte 118 activiteiten. Daarvan is 73 % uitgevoerd. In de jaarrekening 2021 staat in de kolom “uitgevoerd” bij die activiteiten dan “ja”. Dan is de activiteit uitgevoerd zoals die beschreven is in de programmabegroting 2021. Bij een drietal van activiteiten staat dat er nog een afronding moet komen in 2022. Als voorbeeld: het in de begroting gemelde op te stellen mobiliteitsplan is opgeleverd. Daarmee is die activiteit gerealiseerd. Het besluitvormingsproces krijgt een afronding begin 2022. De twee andere gevallen betreft de herijking van het subsidiebeleid en de invoering van de omgevingswet vwb de rapportage over de rol en verantwoordelijkheid van de raad.
De activiteiten die in de jaarrekening bij de kolom “uitgevoerd” op “nee” staan, waarbij bijvoorbeeld wordt opgemerkt dat dit in Q1 of Q2 van 2022 wordt afgerond, zijn niet meegeteld in de 73%.
11.
Fractie:
Vraag heeft betrekking op: Programma 6, Epe op orde, GB fietspaden Vraag:
Klopt het dat er voor de aanpak van de knelpunten voor fietsers een budget beschikbaar is van € 10 miljoen?
Antwoord:
Voor dit doel is een dergelijk groot bedrag in de begroting van Epe niet beschikbaar. Wel is in de begroting nog een relatief beperkt budget beschikbaar (ca. € 3 ton, incl. een deel cofinanciering door de provincie) voor werkzaamheden ter verbetering van (recreatieve) fietspaden.
Daarnaast wordt dit jaar een uitvoeringsprogramma opgesteld en is de insteek te komen tot een mobiliteitsfonds.
12.
Fractie:
Vraag heeft betrekking op: Bestuur en organisatie PvdA Vraag:
Mw. Boer (PvdA) vraagt om een nadere toelichting op het inzetten van boven formatief personeel.
Antwoord:
Het begrip ‘bovenformatief’ lijkt een bredere interpretatie te krijgen dan wat er in de organisatie normaal gesproken mee bedoeld wordt, te weten: personeel dat tijdelijk niet meer op een reguliere functie zit, maar boven de formatie in dienst is. Kosten hiervan worden vaak t.l.v. de genoemde reserve gebracht.
De vraag van de PvdA lijkt te gaan over personeel dat boven de formatie wordt ingehuurd, door allerlei oorzaken. Hiervoor is op 3 plaatsen de volgende verklaring gegeven (bijv. pag. 28 en in bijlage 1, waar een overschrijding van rond € 1 mln. op de personeelskosten is toegelicht):
In 2021 is er meer ingehuurd dan in de vorige jaren. We hebben in 2021 te maken gehad met een aantal factoren wat maakt dat de externe inhuur noodzakelijk was:
1. Krapte op de arbeidsmarkt wat maakt dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. De doorlooptijd van vacatures is lang, waardoor er ingehuurd moet worden om het werk door te laten gaan.
2. Stijging in de klantvraag, wat opgevangen moet worden door tijdelijke medewerkers (inhuur).
3. Incidentele middelen voor tijdelijke taken zorgt vaak voor tijdelijk opvulling door middel van inhuur.
4. Er was bij meerdere teams sprake van langdurige ziekte van medewerkers. Daarvoor moest personeel worden ingehuurd. Dit brengt aanzienlijk hogere kosten met zich mee.
13.
Fractie:
Vraag heeft betrekking op: Indicatoren bedrijvigheid (pag. 35) PvdA Vraag:
Is er een verklaring is voor het feit dat de groei van het aantal banen verder is afgenomen.
Antwoord:
De daling van het aantal banen was een landelijke trend en werd ingegeven door de Coronacrisis.
Door het sluiten van diverse bedrijven was er minder werk en daalde het aantal banen enorm.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen rekening 2021 (aangevuld)
Bron: raadsinformatie van de gemeente Epe (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.