Beantwoording vraag financieel belang verhuur maatschappelijk vastgoed
Een raadslid stelde op 11 maart 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Toezegging over Beantwoording vraag financieel belang verhuur maatschappelijk vastgoed – Commissie Algemene Zaken 11 maart 2024 Tijdens de vergadering van de commissie Algemene Zaken van 11 maart 2024 heeft wethouder Stravers de volgende toezegging gedaan: ‘’De vraag waarom de accountant het financieel belang van de verhuur van het maatschappelijk vastgoed te gering vindt om dit in zijn controle mee te nemen, wordt doorgespeeld aan wethouder Van de Laar.’’ Onderstaand treft u de beantwoording aan:
In het rekenkamerrapport staan de volgende opmerkingen over de accountant:
1. Al snel werd duidelijk dat de accountant dit onderwerp niet in zijn controle meeneemt, vanwege een te gering financieel belang.
2. De rekenkamer geeft aan dat in de controle van de jaarrekening door de accountant deze eventueel niet ontvangen huur niet wordt meegenomen vanwege de beperkte materialiteit en er dus geen onafhankelijk oordeel bestaat over de omvang of rechtmatigheid van deze eventuele handelswijze.
3. Gezien de materiële controle door de accountant was dit geen onderwerp van onderzoek.
De accountant heeft als opdracht een oordeel te geven over de getrouwheid en (tot en met 2022 ook de rechtmatigheid) van de jaarrekening als geheel. Dit oordeel gaat niet specifiek over individuele jaarrekeningposten of geldstromen. De voorwaarden hiervoor zijn vastgelegd in de opdrachtbevestiging met de accountant. In algemene zin werkt de accountant met een door de gemeenteraad voorgeschreven tolerantiegrens, de zogenoemde materialiteit. Dit betekent dat zij zich richten op de materiele geldstromen gerelateerd aan deze tolerantiegrenzen en gebaseerd op een risico analyse. Ter indicatie: de tolerantiegrens bedroeg over 2022 € 1.155.000. Over het oordeel bij de jaarrekening, de onderbouwing hiervan en de belangrijkste uitkomsten van de controle wordt de gemeenteraad geïnformeerd via de controleverklaring en het accountantsverslag.
Afhankelijk van de tolerantiegrenzen en risico analyse bepaalt de accountant in welke mate (diepgaande) controlewerkzaamheden noodzakelijk zijn op individuele posten. De centrale vraag van de accountant daarbij is: “hoe groot is de kans dat er een materiele fout in de jaarrekening als geheel ontstaat als gevolg afwijkingen in een individuele jaarrekeningpost?” Daarbij geldt als vuistregel: hoe groter de jaarrekeningpost, hoe meer controlewerkzaamheden. Maar dit is nadrukkelijk niet de enige factor die meeweegt. De accountant kijkt ook naar inherente risico’s (foutgevoeligheid) en de mate van interne beheersing binnen een gemeente.
Vanzelfsprekend zijn de werkzaamheden van de accountant rondom sec de huuropbrengsten van maatschappelijk vastgoed (en daaraan gerelateerde niet ontvangen huur) gezien bovenstaande beperkter dan het specifieke onderzoek van de rekenkamer. Dit betekent overigens niet dat er geen werkzaamheden zijn verricht aan het totaal aan huuropbrengsten, inclusief niet geinde huur. Deze werkzaamheden moeten alleen in het licht worden beschouwd van de opdracht: een oordeel bij de jaarrekening als geheel.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Geldrop-Mierlo (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.