de Actualisatie APV 2026
Een raadslid stelde op 22 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Heeft het college bij deze actualisatie expliciet onderzocht welke bestaande APV-bepalingen op basis van handhavingsgegevens, ervaringscijfers en praktijkervaring kunnen… → Deregulering van onze APV heeft plaatsgevonden in 2007.
- Kan het college per voorgestelde uitbreiding van bevoegdheden en verboden inzichtelijk maken a. welk concreet lokaal probleem daarmee wordt aangepakt, b. welke… → Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen: a.
- Welke gevolgen hebben de voorgestelde wijzigingen voor de benodigde toezicht- en handhavingscapaciteit, welke extra kosten brengt dit met zich mee en hoe worden deze… → De wijzigingen die nu worden voorgesteld in de APV zijn opgenomen om onze handhavingsjuristen (artikel 2:53) en/of onze BOA/toezichthouders (artikelen 2:18, 4:13, 5:5a, 5:8, 5:9 en 5:11) in…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Vragen Commissie Commissie en datum: Algemene Zaken 22 jun 2026 Datum indienen vragen: 18 jun 2026 Aan de voorzitter van de raad, Steller vragen en fractie: Robert de Groot (Wij zijn Geldrop-Mierlo / VVD) Onderwerp: Actualisatie APV 2026 Het college / de burgemeester* wordt verzocht de volgende vraag, vragen mondeling/schriftelijk* te beantwoorden:
Vraag 1 Heeft het college bij deze actualisatie expliciet onderzocht welke bestaande APV-bepalingen op basis van handhavingsgegevens, ervaringscijfers en praktijkervaring kunnen worden versoepeld of geschrapt, en zo ja, waarom heeft dat niet geleid tot concrete voorstellen tot deregulering?
Vraag 2 Kan het college per voorgestelde uitbreiding van bevoegdheden en verboden inzichtelijk maken welk concreet lokaal probleem daarmee wordt aangepakt, welke objectieve gegevens of ervaringscijfers daaraan ten grondslag liggen, en waarom bestaande wettelijke instrumenten daarvoor onvoldoende worden geacht?
Vraag 3 Welke gevolgen hebben de voorgestelde wijzigingen voor de benodigde toezicht- en handhavingscapaciteit, welke extra kosten brengt dit met zich mee en hoe worden deze kosten binnen de gemeentelijke organisatie opgevangen?
Toelichting:
Datum beantwoording: 19 juni 2026
Antwoord:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Heeft het college bij deze actualisatie expliciet onderzocht welke bestaande APV-bepalingen op basis van handhavingsgegevens, ervaringscijfers en praktijkervaring kunnen worden versoepeld of geschrapt, en zo ja, waarom heeft dat niet geleid tot concrete voorstellen tot deregulering?
Antwoord van het college
Deregulering van onze APV heeft plaatsgevonden in 2007. Sindsdien zijn er waar nodig artikelen toegevoegd aan de APV om de APV zo beter passend te maken bij de praktijk en/of in te spelen op ontwikkelingen in de
Pagina 1 van 4
maatschappij. We sluiten hierbij zo veel als mogelijk aan bij het VNG-model, maar kijken ook kritisch welke bepalingen uit het VNG-model niet nodig zijn in Geldrop-Mierlo. Dit om de APV zo veel als mogelijk gedereguleerd te houden. Voor de huidige wijziging van de APV is niet expliciet onderzocht of er bepalingen uit de APV kunnen worden geschrapt. Wel is door de ambtelijke organisatie kritisch gekeken naar welke wijzigingen/aanvullingen noodzakelijk zijn en welke niet.
Vraag 2
Kan het college per voorgestelde uitbreiding van bevoegdheden en verboden inzichtelijk maken a. welk concreet lokaal probleem daarmee wordt aangepakt, b. welke objectieve gegevens of ervaringscijfers daaraan ten grondslag liggen, en c. waarom bestaande wettelijke instrumenten daarvoor onvoldoende worden geacht?
Antwoord van het college
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen:
a. Het concrete probleem is steeds extremere hitte en langere periodes van droogte.
b. Lokale cijfers zijn beperkt. Cijfers per regio worden pas bijgehouden sinds 2023: 2023: 33, 2024: 9, 2025: 94, bron: Kerncijfers Veiligheidsregios, cijfers en statistiek rondom brandweer en brandweerzorg . Maar het is algemeen bekend dat er meer, hevigere en lastiger te bestrijden bosbranden ontstaan door de klimaatverandering.
c. Voor het optreden tegen roken in natuurgebieden is nog niets opgenomen in de APV of landelijke wetgeving, daarom is het op dit moment onvoldoende geborgd. (Artikel 2:24 Definities: dit betreft geen uitbreiding van bevoegdheden of verboden) (Artikel 2:25 Evenementen: idem) Artikel 2:53 Bespieden van personen:
a. Het concrete probleem is dat de praktijk leert dat er mensen zijn die anderen bespieden.
b. Er zijn geen concrete cijfers bekend. Dit wordt niet bijgehouden. Het is iets waar in de praktijk door de handhavingsjuristen en toezichthouders/BOA’s tegenaan gelopen wordt, met name in complexere handhavingszaken die spelen tussen buren.
c. Bestaande wettelijke instrumenten zijn niet voldoende, omdat die enkel zien op het gebruik van elektronische middelen daarvoor (zoals camera’s). Er is op dit moment nog niets voor geregeld wanneer dat bespieden persoonlijk/in persoon gebeurt. Het hier bedoelde bespieden is iets anders dan het delict belaging (‘stalking’) uit artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht. Voor dat delict is mede vereist dat wordt ‘bespied/gestalkt’ met als doel om iemand ergens toe te brengen of van af te houden, dan wel vrees aan te jagen. Dit APV-artikel is daar een aanvulling op. Voor het APV-artikel is namelijk niet vereist dat het bespieden een van deze doelen heeft. (Artikel 2:74 Drugshandel op straat: er is een kleine aanpassing verwerkt die voorgeschreven wordt door de VNG. Dit ivm het toevoegen van designerdrugs aan de Opiumwet.) (Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik: idem.) Artikel 5:5a Weesvoertuigen
a. Het concrete probleem is het onbeheerd achterlaten van voertuigen, wat wringt met het tekort aan parkeerruimte. Daarnaast kan het hier bedoelde parkeren een ontsiering van het uiterlijk aanzien van de gemeente meebrengen en om die reden excessief zijn. Dit artikel richt zich op voertuigen die niet aangemerkt kunnen worden als wrak, maar wel duidelijk onbeheerd achter zijn gelaten in de openbare ruimte.
Pagina 2 van 4
b.
c.
Er zijn geen concrete cijfers bekend. Dit wordt niet bijgehouden. Het is iets waar in de praktijk door de BOA’s tegenaan gelopen wordt. De inschatting is dat er per week gemiddeld vier meldingen binnen komen over voertuigen die langdurig op dezelfde locatie geparkeerd staan. Maar niet in alle gevallen gaat het dan om voertuigen waarvan geen geregistreerde eigenaar meer bekend is, soms gaat het ook om voertuigwrakken of defecte voertuigen.
Het gaat hier om voertuigen die nog gewoon (lijken te) functioneren en waarop artikel 5:4 over defecte voertuigen en 5:5 over voertuigwrakken dan ook niet van toepassing zijn.
(Artikel 5:8 Grote voertuigen: betreft een technische en tekstuele aanpassing.) Artikel 5:9 Uitzicht belemmerende voertuigen
a. Het concrete probleem is het op de weg parkeren van grote voertuigen, waardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers van een gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
b. Er zijn geen concrete cijfers bekend. Dit wordt niet bijgehouden. Het is iets waar in de praktijk door de BOA’s tegenaan gelopen wordt, met name in de zomer ivm campers die langdurig geparkeerd staan voor woningen die daardoor het uitzicht beperken. Dit gaat dan via meldingen, maar wordt ook opgemerkt door de BOA’s tijdens het surveilleren.
c. Er zijn op dit moment geen andere middelen om hiertegen op te treden. Om handhavend op te treden op grond van artikel 5:8 Grote voertuigen, dient er tevens sprake te zijn van het schaden van het uiterlijk aanzien van de gemeente. Hiervan hoeft bij dit artikel geen sprake te zijn. Het gaat hier enkel om het belemmeren van het uitzicht, ongeacht of het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt geschaad. (Artikel 5:11 Aantasting groenvoorziening door voertuigen: Dit artikel is reeds opgenomen in de APV, maar er is nu de tekst: ‘daaronder begrepen fietsen en bromfietsen’ toegevoegd. Omdat onduidelijk was of dit er ook onder viel. Daarom is het nu voor de duidelijkheid expliciet genoemd.)
Vraag 3
Welke gevolgen hebben de voorgestelde wijzigingen voor de benodigde toezicht- en handhavingscapaciteit, welke extra kosten brengt dit met zich mee en hoe worden deze kosten binnen de gemeentelijke organisatie opgevangen?
Antwoord van het college
De wijzigingen die nu worden voorgesteld in de APV zijn opgenomen om onze handhavingsjuristen (artikel 2:53) en/of onze BOA/toezichthouders (artikelen 2:18, 4:13, 5:5a, 5:8, 5:9 en 5:11) in staat te stellen handhavend op te treden waar nodig. Vanuit deze medewerkers wordt te allen tijde eerst preventief ingezet op het voorkomen van overlast. Soms is handhavend optreden echter noodzakelijk. Het afgelopen jaar zijn er verschillende praktijkvoorbeelden naar voren gekomen waarbij onze BOA/toezichthouders vanwege het ontbreken van de juiste grond in de APV niet in staat waren om handhavend op te treden tegen bepaalde overlast situaties. Denk hierbij aan weesvoertuigen in woonwijken of aanhangers die aangekoppeld aan een voertuig lang op de openbare weg staan. Dit zijn situaties waarbij de overlast door melders/omwonenden als groot wordt ervaren en waar BOA/toezichthouders graag mee aan de slag willen. Door de juiste grond in de APV wordt dit mogelijk gemaakt. De nu voorgestelde wijzigingen in de APV hebben geen directe gevolgen voor de toezicht- en handhavingscapaciteit. Zoals gezegd wordt de APV in lijn gebracht met wat de BOA’s en toezichthouders op dit moment al tegen komen in de praktijk, waarmee we de BOA’s en toezichthouders in staat stellen om op te treden waar dit noodzakelijk is. n.b. de wijzigingen die nu in de APV worden voorgesteld hebben geen directe invloed op de benodigde toezicht- en handhavingscapaciteit. Op dit moment lopen er echter ontwikkelingen rondom de jeugdaanpak,
Pagina 3 van 4
een gezamenlijk handhavingsarrangement op Dommelstroomniveau en ontwikkelingen in het BOA bestel vanaf 2028. Wij hebben u (de commissie Algemene Zaken) tijdens een presentatie op 23 februari jl. kort meegenomen in deze ontwikkelingen. Wij voorzien dat deze ontwikkelingen op korte termijn wel van invloed zullen zijn op de benodigde toezichts- en handhavingscapaciteit.
Pagina 4 van 4
Bron: raadsinformatie van de gemeente Geldrop-Mierlo (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.