Huisvestingsverordening
Een raadslid stelde op 7 april 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Als u het met me eens bent, wilt u het artikel dan laten vervallen? → Pagina 2 van 2
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Vragen Commissie Commissie en datum: Commissie Ruimte 7 april 2025 Datum indienen vragen: 4 april 2025 Aan de voorzitter van de raad, Steller vragen en fractie: Simon Wessels namens GroenLinks Onderwerp: Huisvestingsverordening Het college / de burgemeester wordt verzocht de volgende vraag, vragen mondeling/schriftelijk te beantwoorden:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Als u het met me eens bent, wilt u het artikel dan laten vervallen? In artikel 13, derde lid, staat het volgende: 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, wordt de huisvestingsvergunning geweigerd indien: a. de verhuurder gelet op diens voor verhuur relevante beleid niet bereid is, de woonruimte aan de aanvrager te verhuren; of, b. artikel 15, tweede tot en met vijfde lid, van de wet van toepassing is; of, c. de verlening van de huisvestingsvergunning zou tot gevolg hebben, dat bij meer dan 50 % van de verleende huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente zoals bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet. Ik zal de vraag toelichten. Als je de bovenstaande, ingewikkelde tekst goed bestudeert, staat er eigenlijk dat iemand die wel een urgentiebeschikking heeft gekregen, toch geen woning krijgt, als meer dan de helft van de urgentiebeschikkingen zijn verleend aan woningzoekenden uit de eigen regio. Maar “de wet”, dat is de Huisvestingswet, zegt dat van alle vrijkomende woningen maximaal 50% met voorrang mag worden uitgegeven aan mensen uit de regio. Dat is heel wat anders. Een dergelijke voorrang wordt niet de voorliggende verordening geregeld; er staat immers dat dat niet nodig is. We verstrekken dus geen huisvestingsvergunningen onder het principe: eigen volk eerst”. Waar het in de verordening om gaat, is om voorrang voor mensen met een urgentiebeschikking. Het streven in het SGE is dat maximaal 25% van de vrijkomende sociale huurwoningen gaat naar mensen met een urgentiebeschikking. Als je nu zegt, zoals artikel.3.c doet, dat je geen woning krijgt als meer dan 50% van die 25% voorrang krijgt, praat je over een grens van (50% van 25%=) 12,5%. Dat is veel minder en valt dus ruimschoots binnen de 50% die de wet bedoelt. In de praktijk zal het nooit zo zijn dat 50% of meer dan 50% van de vrijkomende sociale huurwoningen gaat naar met mensen met een urgentiebeschikking. Dat blijkt ook uit de cijfers van de afgelopen jaren (Wooniezie). Mijn conclusie: de opstellers van de verordening hebben zich vergist. Mijn voorstel is om dit artikel 13, lid 3 onder c. te laten vervallen, omdat het niet klopt, in strijd met de wet en bovendien overbodig is. Pagina 1 van 2 En deze conclusie ook te delen met de andere gemeenten die deze verordening willen vaststellen. Datum beantwoording:
Antwoord van het college
Pagina 2 van 2
Bekijk de brief: Schriftelijke vragen GroenLinks over Huisvestingsverordening
Bron: raadsinformatie van de gemeente Geldrop-Mierlo (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.