Oplaten ballonnen en artikel 4-8a APV
Een raadslid stelde op 8 juli 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo (3 vragen).
In het kort
3 vragen en wat het college antwoordt
- Is er ontheffing verleend van het verbod op het oplaten van ballonnen (artikel 4:8a van de APV) voor de opening van de buurtcamping aan de Joris van Spilbergenstraat op… → I
- Is in dit specifieke geval sprake geweest van handhaving of een andere gevolgtrekking? → a.
- Wie wordt in situaties als deze door het college in beginsel als verantwoordelijke aangemerkt bij overtreding van artikel 4:8a van de APV: de organisator van het… → 1.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Schriftelijke vragen (ex. Artikel 36 RvO)
Registratie: 2025.36.032 Datum: 8 juli 2025 Aan de voorzitter van de raad, Steller vragen: Vienna Geers-Roos (SAMEN) Onderwerp: Oplaten ballonnen en artikel 4:8a APV Het college / de burgemeester wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Is er ontheffing verleend van het verbod op het oplaten van ballonnen (artikel 4:8a van de APV) voor de opening van de buurtcamping aan de Joris van Spilbergenstraat op 5 juli 2025?
Antwoord van het college
I
Vraag 2
Is in dit specifieke geval sprake geweest van handhaving of een andere gevolgtrekking?
Antwoord van het college
a. Zo ja:
– Tegen wie was de handhaving gericht?
– Op welke juridische grondslag is deze gebaseerd?
– Op welke wijze is deze handhaving of maatregel uitgevoerd?
b. Zo nee:
– Wat is de reden dat geen handhaving of gevolg is verbonden aan de gedraging?
– Welke afweging is daarbij gemaakt en door wie?
Vraag 3
Wie wordt in situaties als deze door het college in beginsel als verantwoordelijke aangemerkt bij overtreding van artikel 4:8a van de APV: de organisator van het evenement, de feitelijke overtreder (bijv. degene die de ballonnen oplaat), of beiden? Kunt u dit onderbouwen met het geldende handhavingsbeleid of eerdere precedenten? Bron foto’s: Rob Biesters, Buurtcamping Vrijdag Coevering 2025, IMG_6595–IMG_6597. Beschikbaar via: https://www.biesters.nl/Coevering/2025/Buurtcamping%20Vrijdag/ Toelichting: In het weekend van 5 en 6 juli 2025 is de buurtcamping aan de Joris van Spilbergenstraat in Geldrop feestelijk geopend. SAMEN is ontzettend enthousiast over dit initiatief. Dankzij de inzet van vele vrijwilligers is er iets moois ontstaan dat de samenhang in de wijk versterkt, bewoners verbindt en bijdraagt aan een positieve sfeer. Wat ons betreft verdienen dit soort burgerinitiatieven alle steun. Pagina 1 van 3 Tijdens de opening – een vrolijk en goed bezocht evenement – is op foto’s te zien dat wethouder Stravers betrokken was bij het oplaten van ballonnen. Dat zal ongetwijfeld met de beste bedoelingen zijn gebeurd. Tegelijkertijd geldt in onze gemeente een uitdrukkelijk verbod op het oplaten van ballonnen, zoals vastgelegd in artikel 4:8a van de APV. Dat verbod geldt voor iedereen, tenzij er een ontheffing is verleend. Als er ontheffing is verleend, is er formeel mogelijk geen sprake van een overtreding. Toch roept het vragen op wanneer een lid van het college actief meewerkt aan een handeling die in beginsel verboden is. Niet alleen vanwege de voorbeeldfunctie van bestuurders, maar ook vanwege de beeldvorming richting inwoners. Daarnaast willen we duidelijkheid over de wijze waarop in dit soort situaties wordt gehandhaafd, en wie daarbij als verantwoordelijke wordt gezien: de organisator of de feitelijke overtreder. Datum beantwoording: 24 juli 2025
Antwoord van het college
1. In de vergunning is geen ontheffing verleend voor het oplaten van ballonnen tijdens de opening van de buurtcamping op 4 juli 2025.
2. De organisatie heeft het college om representatie bij de opening van de buurtcamping verzocht.
Bij het verzoek tot representatie is door de organisatie van de buurtcamping aangegeven dat de beoogde openingsverrichting door de wethouder het doorknippen van een lintje zou betreffen. Op basis van deze informatie heeft het college besloten dat wethouder Stravers haar zou vertegenwoordigen en in die hoedanigheid aanwezig zou zijn bij de opening van de buurtcamping.
Vooraf is vervolgens niet met het college, noch met de wethouder gecommuniceerd over het wijzigen van de openingsverrichting.
3. Het college is van mening dat iedere inwoner (en bezoeker) van onze gemeente gehouden is aan de APV, zo ook de leden van het college van B&W zelf. Het college betreurt het dat zij in een positie is gebracht die tot gevolg had dat er een handeling is verricht die strijdig is met de APV. Tegelijkertijd heeft het college ook niet geverifieerd of er een ontheffing is verleend voor de gewijzigde openingsverrichting. Hier had zij alerter op moeten zijn om deze situatie te voorkomen.
4. Niet van toepassing, omdat er geen ontheffing is verleend (zie beantwoording van vraag 1).
5. De organisatie heeft aangegeven dat er gebruik is gemaakt van helium om de ballonnen mee te vullen. Dit is inderdaad verboden conform artikel 4:8a van de APV.
6. Dit is afhankelijk van de wijze waarop de overtreding wordt vastgesteld. In algemene zin dient een overtreding waartegen handhavend moet worden opgetreden in het kader van artikel 4:8a van de APV door een toezichthouder en/of handhaver te worden geconstateerd. Dat betekent in feite dat een heterdaad eigenlijk altijd is vereist om te kunnen handhaven. Er kan niet handhavend worden opgetreden op basis van waarneming(en) door derden waarvan de gemeente nadien in kennis wordt gesteld. In beginsel geldt dit ook voor eventuele foto- of filmopnamen die van een (mogelijke) overtreding zijn gemaakt. De eventuele sanctie- en handhavingsmogelijkheden (een herstelsanctie of een bestraffende sanctie) kunnen echter alleen worden toegepast wanneer een heterdaad is geconstateerd. Wel zou er preventief gehandhaafd kunnen worden (door het opleggen van een preventieve lastgeving onder dwangsom) wanneer vooraf bij de gemeente bekend was geweest dat er
Pagina 2 van 3
in strijd met de APV zou worden gehandeld. Echter dient ook in dat geval de overtreding op heterdaad te worden geconstateerd om de dwangsom daadwerkelijk te kunnen verbeuren.
Voor de volledigheid: In artikel 6:1 van de APV zijn de overtredingen van de bepalingen in de APV strafbaar gesteld. Constatering van overtredingen dient door een daartoe bevoegde toezichthouder (BOA) te worden verricht. Veelal vindt bestraffing plaats in de vorm van een geldboete. Nadat een bevoegde toezichthouder een overtreding heeft geconstateerd, wordt een proces-verbaal opgemaakt die naar het Openbaar Ministerie wordt gestuurd. Dit orgaan bepaalt vervolgens de concrete boete. 7a. Niet van toepassing. 7b. – Voor handhaving is een heterdaad door een daartoe bevoegde toezichthouder vereist (zie beantwoording vraag 6).
– Zie beantwoording vraag 6.
8. In juridische zin valt in beginsel te twisten over of het individu die de ballonnen heeft losgelaten of de organisator van het evenement als zodanig kan worden aangemerkt. Dit kan dan ook niet worden onderbouwd met het geldende handhavingsbeleid of eerdere precedenten, gezien het feit dat een heterdaad vereist is om überhaupt tot handhaving (en een schuldvraag) over te kunnen gaan.
Tegelijkertijd is het college van mening dat de organisatie het college vooraf had moeten informeren over het wijzigen van de openingsverrichting. Waarbij de organisatie zelf een plicht heeft om ervoor te zorgen dat alle (beoogde) handelingen binnen zowel de aan hen verleende vergunning, als aan algemeen geldende wet- en regelgeving passen. Voor de volledigheid: de organisatie is gedurende én na afloop van het weekend door diverse ambtenaren van de gemeente aangesproken op de onwenselijkheid van de openingsverrichting.
Pagina 3 van 3
Bekijk de brief: 2025.36.032 Beantwoording vragen SAMEN over Oplaten ballonnen en artikel 4-8a APV
Bron: raadsinformatie van de gemeente Geldrop-Mierlo (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.