Programma Grondbeleid en Kostenverhaal
Een raadslid stelde op 20 november 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo (2 vragen).
In het kort
2 vragen en wat het college antwoordt
- Paragraaf 4.2 geeft een opsomming die ik niet snap. “Bovenwijkse voorzieningen “ zijn toch geen kosten ( die je wilt verhalen)? → Moet er niet staan: Kosten van bovenwijkse voorzieningen?
- Mijn verzoek is hier een begrijpelijke tekst van te maken. → Ad 5.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Paragraaf 4.2 geeft een opsomming die ik niet snap. “Bovenwijkse voorzieningen “ zijn toch geen kosten ( die je wilt verhalen)?
Antwoord van het college
Moet er niet staan: Kosten van bovenwijkse voorzieningen? Taalkundig ook raar is dat “financiële bijdragen” als kosten kunnen worden verhaald. Moet dat niet zijn “kosten van kwaliteitsverbeteringen”? Zoals staat in paragraaf 4.4?
Vraag 2
Mijn verzoek is hier een begrijpelijke tekst van te maken. Ad 4. Wat is het verschil tussen sociale en goedkope huur?
Antwoord van het college
Ad 5. Het is mij niet bekend dat onze gemeente stadsrechten heeft. Pagina 1 van 3 Vragen Commissie Datum beantwoording: Antwoord: 1. Het gaat om investeringen in Bovenwijkse voorzieningen, waarvan een deel van de investeringskosten verhaald kunnen worden. Het gaat veelal om infrastructurele werkzaamheden. Ook op de pagina’s 10 t/m 12 van de bijlage wordt hier nader op ingegaan. Op pagina 28 van de bijlage zijn de Bovenwijkse Voorzieningen weergegeven. Op die pagina staan zowel de totale investeringen als het te verhalen gedeelte. Voor wat betreft de financiële bijdragen worden kosten verhaald voor investeringen in de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zoals netwerkinvesteringen, stedelijke herstructurering en natuur, landschap en groen. 2. In de opgemaakte versie blijken de spaties in de eerste zijn onder “kostendragers privaatrechtelijk” niet zichtbaar. De zin luidt: “Ook in het privaatrechtelijke spoor zijn de kostendragers aangewezen. De kostendragers in het privaatrechtelijke spoor zijn naast de kostendragers in het publiekrechtelijke spoor (zie tekst onder Kostendragers publiekrechtelijk) ook de activiteiten onder artikel 8.20 Omgevingsbesluit. Op pagina 22 van de bijlage staan de extra activiteiten weergegeven. Op dit moment bestaan ze dus uit: a. De bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie. b. De bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie. c. De uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie. d. De bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. e. De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft. f. De verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m² bedraagt. En verder: - de bouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving voor: 1°. land- of tuinbouw, voor zover de oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt; 2°. opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager; Pagina 2 van 3 Vragen Commissie 3°. infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatieinfrastructuur; 4°. handelsreclame; of 5°. recreatie; en - andere activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie, voor zover het gaat om het gebruik van: 1°. een of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de brutovloeroppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.500 m2 bedraagt; 2°. gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 m2 bedraagt; of 3°. een of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning. Voor activiteiten die niet vallen onder deze definities zijn geen afdrachten voor bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen verschuldigd. Gemeentelijke plankosten moeten in dat geval worden verhaald via de legesverordening.
Bron: raadsinformatie van de gemeente Geldrop-Mierlo (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.