22 januari 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Geldrop-Mierlo

Samenwerkingsovereenkomst Regionale mobiliteit

Een raadslid stelde op 22 januari 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Vragen Commissie Commissie en datum: Ruimte 22 januari 2024 Datum indienen vragen: 19 januari 2024 Aan de voorzitter van de raad, Steller vragen en fractie: Leo Uittenbroek, D66 Onderwerp: RV GM2023-1918597 Samenwerkingsovereenkomst Regionale mobiliteit MRE 2024-2030 Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:

Het college adviseert de raad om een zienswijze op te stellen waarin wordt gevraagd om de voortzetting van een regionaal ambtelijk overleg. In het raadsvoorstel staat dat dit ambtenarenoverleg “meerwaarde” heeft.

-

-

Kan het college aangeven waaruit die meerwaarde bestaat?

Met name de integrale afstemming tussen de verschillende gemeenten en het gezamenlijk met andere verkeersprofessionals bespreken van de belangrijke regionale onderwerpen op het gebied van mobiliteit heeft een meerwaarde.

Is het niet juist een van de taken van het op te richten Programmabureau om zorg te dragen voor een effectieve communicatie en afstemming binnen de regio?

Dat zal zeker een van de taken van het Programmabureau worden.

De kosten van het Programmabureau bedragen jaarlijks EUR 575.000 met indexatie.

-

-

Kan het college dit bedrag onderbouwen?

Dit is het totaalbedrag wat alle gemeenten gezamenlijk bijdragen. Voor Geldrop-Mierlo bedraagt het €28.000,- op jaarbasis. Dit bedrag is overigens ten opzichte van de huidige samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsagenda niet gewijzigd.

Waarom is het college van mening dat dit een redelijk bedrag is?

Het betreft de organisatiekosten, die bestaan uit personele kosten van het Programmabureau en de kosten voor extern advies. Met de invoering van het Programmabureau wordt een en ander breder opgepakt dan bij de bereikbaarheidsagenda en zijn deze kosten dus reëel.

Ten aanzien van de conceptversie van de Samenwerkingsovereenkomst Regionale mobiliteit MRE de volgende vragen:

Pagina 1 van 3

Artikel 5 stelt dat de programmatische sturing als uitgangspunt van de samenwerking via vijf met elkaar samenhangende kernprocessen tot stand komt. Deze betreffen onder meer het opstellen van de regionale mobiliteitsvisie en de strategische beleidskaders.

-

-

Welke rol heeft de gemeenteraad bij het opstellen van de visie en de beleidskaders? De raad zal worden betrokken bij het opstellen van de regionale Mobiliteitsvisie en bij het opstellen van de strategische beleidskaders (bijv. regionaal fietsbeleid). In welke vorm de raad betrokken gaat worden is nog niet bekend.

Verandert de rol van de gemeenteraad met deze samenwerkingsovereenkomst? Nee. De regio zal ook geen besluitvorming van de raad overnemen. Het blijft een samenwerkingsverband.

Artikel 8 en 9 regelen het Programma Regionale mobiliteit en het jaarplan Regionale mobiliteit.

-

Worden deze documenten ook gedeeld met de gemeenteraad?

Deze documenten worden ter informatie aan de raad aangeboden. Dat werd in de samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsagenda ook al gedaan.

Artikel 15 definieert deelregio’s:

-

-

Waarom is lid 1 sub d leeg? Wat had hier moeten staan?

Dat betreft een foutje in de samenwerkingsovereenkomst en zal hersteld worden. De verdeling van de deelregio’s zal overigens niet wijzigen ten opzichte van de huidige samenwerkingsovereenkomst.

Waarom wordt Eindhoven bij drie deelregio’s ingedeeld en Helmond bij twee? o Levert dit deze steden een (nog) grotere rol op in de stuurgroep dan de enkelvoudig ingedeelde gemeenten?

De gemeente Eindhoven neemt deel aan de deelregio Oost vanwege het Bereikbaarheidsakkoord van enkele jaren geleden. In verband met de belangen in de deelregio zal Eindhoven echter nooit een voorzittersrol pakken in de deelregio Oost.

Deelname van Eindhoven aan de deelregio Bovens komt voort uit de samenwerking op ruimtelijk gebied in het stedelijk gebied. Deelregio Bovens is daar op het gebied van verkeer een vertaling van.

Doordat de steden Eindhoven en Helmond door hun omvang op het gebied van verkeer grotere opgaves hebben is er in de huidige samenwerkingsovereenkomst voor gekozen om deze steden een eigen zetel te geven. Er is geen aanleiding om in de nieuwe samenwerkingsovereenkomst deze opzet te wijzigen. o In theorie kan Eindhoven zowel zichzelf, deelregio Oost en deelregio Bovens vertegenwoordigen in de stuurgroep en zo 3 stemmen hebben.

Wat vindt het college van deze inrichtingskeuze?

In theorie zou dat inderdaad kunnen, maar dat is nog nooit gebeurd. De verwachting is ook niet dat dat zal gebeuren.

Pagina 2 van 3

Artikelen 17 en 18 regelen de inrichting van het bestuurlijk overleg in deelregio Oost, waartoe ook Geldrop-Mierlo behoort.

-

Waarom wordt alleen de inrichting van het bestuurlijk overleg van deze deelregio via de samenwerkingsovereenkomst geregeld?

Dit heeft met het Bereikbaarheidsakkoord te maken. Met het komen vervallen van de “Grote Ruit” zijn de daarvoor gereserveerde gelden naar de regio gekomen en is tussen de provincie, regio en de gemeenten aan de oostzijde van Eindhoven een afspraak gemaakt over besteding van deze gelden.

Daarvan worden bijvoorbeeld routegebonden projecten gerealiseerd.

De verantwoordelijkheid over de financiën ligt bij het Bestuurlijk overleg Oost.

Bij de andere deelregio’s is dat niet het geval. Overigens betreft dit ook geen wijziging ten opzichte van de huidige samenwerkingsovereenkomst.

Tot slot willen we graag weten waarom het college de raad (of de commissie Ruimte) niet eerder heeft betrokken bij de totstandkoming van deze overeenkomst? En we bedoelen hiermee niet de zinsnede in het raadsvoorstel dat de raad via de vaststelling van de begroting al heeft ingestemd met de budgetten.

Het betreft hier een update van een eerdere samenwerkingsovereenkomst. Wij betrekken de gemeenteraad juist vooraf bij het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst en niet pas bij de besluitvorming. Op dit moment is het nog mogelijk om zienswijzen in te dienen.

Antwoord:

Pagina 3 van 3

Bekijk de brief: beantwoording schriftelijke vragen D66 over Samenwerkingsovereenkomst Regionale mobiliteit

Bron: raadsinformatie van de gemeente Geldrop-Mierlo (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Geldrop-Mierlo

Alle artikel 35-vragen in Geldrop-Mierlo