schriftelijke vragen PvdA zienswijze werkprogramma en begroting MRE.docx
Een raadslid stelde op 16 mei 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Vragen Commissie Commissie en datum: Commissie Algemene Zaken 16 mei 2023 Datum indienen vragen: 8 mei 2023 Aan de voorzitter van de raad, Steller vragen en fractie: Gerloes van Nunen, Partij van de Arbeid Onderwerp: Zienswijze Raad Geldrop-Mierlo op werkprogramma MRE -2024 en begroting MRE 2024 Het college / de burgemeester* wordt verzocht de volgende vragen mondeling/schriftelijk* te beantwoorden:
Raadsvoorstel Argumenten 1.1 Werkprogramma meer van de 21 gemeenten: in het werkprogramma wordt die gezamenlijke inzet in de eerste hoofdstukken wel belicht, maar blijft dat bij de uitwerking van programma’s en deelprogramma’s wat buiten beeld.
Vraag 1: Waar denkt het college dan aan? (voorbeelden) Raadsvoorstel Bijstellingen werkbudgetten: Om werkbudget vrij te maken voor het programma Wonen en ruimte zijn de werkbudgetten voor andere programma’s naar beneden bijgesteld. Onze ambities zijn met het versnellen van de schaalsprong echter scherper geworden. Daarmee rijst de vraag of de onttrekking aan de andere werkbudgetten haalbaar is.
Vraag 2: Wat vindt of wil het college?
Raadsvoorstel Argumenten 1.2 extern advies afwachten: Het DB van de Metropoolregio Eindhoven is de initiatiefnemer van de externe adviesaanvraag. In de brief van het DB van de Metropoolregio Eindhoven staat expliciet: wij koersen er op dat medio mei 2023 er een advies ligt zodat wij zo spoedig mogelijk daarna de organisatie gereed kunnen maken voor de opdracht uit het samenwerkingsakkoord. Met deze zinsnede lijkt het erop dat de uitkomst al vaststaat.
Vraag 3: Zijn de opdracht en onderzoeksvraag inclusief implementatieplan afgestemd met de 21 gemeenten? Indien nee, wat vindt de gemeente Geldrop-Mierlo hiervan en ook de andere regiogemeenten?
Concept zienswijze:
We merken wel op dat de focus in het werkprogramma op de MRE-organisatie een risico in zich draagt dat het niet zozeer als werkprogramma van de gemeenten 21 voelt. We zien graag meer nadruk liggen op de inzet die we met elkaar plegen.
Vraag 4: Waar denkt het college aan of wat zou dan anders kunnen?
Toelichting:
N.v.t.
Pagina 1 van 2
Datum beantwoording:
Antwoord:
Vraag 1: waar denkt het college aan (voorbeelden) bij “in het werkprogramma wordt die gezamenlijke inzet in de eerste hoofdstukken wel belicht, maar blijft dat bij de uitwerking van programma’s en deelprogramma’s wat buiten beeld”?
In hoofdstuk 2 van het concept-werkprogramma staat een pleidooi voor een stevige inzet vanuit de gemeenten en het samen naar buiten treden. In de volgende hoofdstukken wordt vervolgens bij de activiteiten steeds ingezoomd op de rol van de MRE-organisatie. De inzet van de gemeenten blijft uit zicht. Het college had liever gezien dat het werkprogramma een sfeer uitademt als dat het van de 21 gemeenten is en minder dat het ’t werkprogramma van de MRE-organisatie is. Het werkprogramma lijkt op deze manier gericht op het onderbouwen van de gevraagde formatie-uitbreiding. De capaciteitsbelasting van de gemeenten blijft op deze manier bijvoorbeeld buiten beeld, inclusief de uitdagingen die er op dat vlak liggen.
Vraag 2: wat vindt of wil het college ten aanzien van het vrijmaken van werkbudget voor het programma Wonen en ruimte en de onttrekking aan andere werkbudgetten?
Wij zien als college dat het dagelijks bestuur van de MRE alles in het werk heeft gesteld om binnen de bestaande begroting te blijven. Wij stellen vraagtekens bij de haalbaarheid daarvan. Het afromen van de werkbudgetten op reeds bestaande thema’s lijkt tegenstrijdig met de grotere ambities op die thema’s. Wij verwachten dat dit in de praktijk niet realistisch blijkt en dat in de toekomst andere keuzes nodig zijn: de doelen beperken op de vijf thema’s of met elkaar ervoor kiezen om meer middelen beschikbaar te stellen om de werkbudgetten op een passend niveau te hebben.
Vraag 3: zijn de opdracht en onderzoeksvraag inclusief implementatieplan afgestemd met de 21 gemeenten? Indien nee, wat vindt de gemeente Geldrop-Mierlo hiervan en ook de andere regiogemeenten?
De opdracht en de onderzoeksvraag zijn uitgevaardigd en opgesteld door het DB-MRE en niet afgestemd met de 21 gemeenten. Dit geldt ook voor de keuze om de rollen van de MRE-organisatie uit te breiden en te intensiveren en voor de daaraan gekoppelde vraag om formatie-uitbreiding. Wij hebben als college behoefte om hier aan de voorkant nauwer bij betrokken te zijn en dit is ook al geuit in verschillende overleggen binnen de MRE-samenwerking. In deze overleggen bleek eenzelfde behoefte te leven binnen diverse andere gemeenten.
Vraag 4: waar denkt het college aan of wat zou dan anders kunnen ten aanzien van de uitspraak in de zienswijze dat de focus in het werkprogramma op de MRE-organisatie een risico in zich draagt dat het niet zozeer als werkprogramma van de gemeenten 21 voelt en dat we graag meer nadruk zien liggen op de inzet die we met elkaar plegen.
Deze zinsnede in de zienswijze is in het raadsvoorstel aan de orde gesteld bij argument 1.1. Hier ging uw vraag 1 over. In de hoofdstukken 3 t/m 8 zou beter in beeld kunnen worden gebracht hoe de activiteiten worden opgepakt binnen de samenwerkende gemeenten, naast de inzet die de MREorganisatie erop pleegt.
Pagina 2 van 2
Bron: raadsinformatie van de gemeente Geldrop-Mierlo (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.