specialistische kinderopvang
Een raadslid stelde op 21 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Schriftelijke vragen (ex. Artikel 36 RvO)
Registratie: 2026.36.024 Datum: 21 mei 2026 Aan de voorzitter van de raad, Steller vragen: Mariëlle Verdouw (SAMEN) Onderwerp: Specialistische kinderopvang
Vragen
1. De klachtencommissie stelt dat de raad tijdens het spoeddebat van 3 november 2025 mogelijk onjuist is geïnformeerd. Kan het college exact aangeven welke informatie richting de raad achteraf onjuist, onvolledig of niet verifieerbaar blijkt te zijn geweest.
2. De wethouder heeft tijdens het debat en later ook publiekelijk aangegeven dat sprake zou zijn van onwaarheden vanuit een deel van de raad. Kan het college nu concreet aangeven welke uitspraken feitelijk onjuist waren en op basis van welke documenten dit vastgesteld is.
3. De klachtencommissie stelt dat eerder overleg met KluppluZ noodzakelijk was geweest. Waarom heeft het college er niet voor gekozen eerst volledig inzicht te verkrijgen in de gevolgen voor kinderen, ouders en aanbieders voordat werd ingestemd met deze koers.
4. Uit eerdere beantwoording blijkt dat het college op 2 september 2025 heeft ingestemd met deze koers, terwijl het proces om alternatieven te organiseren pas daarna op gang kwam. Hoe kan het college dan volhouden dat er op het moment van besluitvorming al sprake was van een passend alternatief voor alle betrokken kinderen.
5. Het college stelt dat kinderen altijd passende ondersteuning ontvangen, terwijl tegelijkertijd wordt aangegeven dat voor plaatsing binnen BSO+ geen beschikking of indicatie vereist is. Op basis van welke objectieve criteria wordt bepaald welke kinderen toegang krijgen tot deze ondersteuning en wie neemt hierover uiteindelijk het besluit.
6. De directeur van VoorJouw! Maakt volgens de beantwoording onderdeel uit van de triage rondom plaatsingen. Hoe waarborgt het college dat aanbieders geen invloed hebben op de toegang tot hun eigen aanbod.
7. Is het college bereid de volledige evaluatie, onderliggende adviezen en bestuurlijke afwegingen rondom deze besluitvorming actief met de raad te delen. Zo nee, waarom niet.
Toelichting
De fractie van SAMEN heeft kennisgenomen van de uitspraak van de onafhankelijke klachtencommissie zoals gepubliceerd in het Eindhovens Dagblad van 21 mei 2026. De commissie Pagina 1 van 2
concludeert onder meer dat ouders onbehoorlijk zijn behandeld en stelt daarnaast dat de gemeenteraad tijdens het spoeddebat van 3 november 2025 mogelijk onjuist is geïnformeerd.
Daarnaast blijkt uit de uitspraak dat onvoldoende is stilgestaan bij de gevolgen van de gemaakte keuzes voor kinderen en ouders en dat eerder overleg met KluppluZ noodzakelijk was geweest.
De fractie van SAMEN vindt dit bestuurlijk zeer zorgelijk en stelt daarom de volgende vragen.
Datum beantwoording: 30-06-2026
Antwoord: 1.
De klachtencommissie stelt dat de raad tijdens het spoeddebat van 3 november 2025 mogelijk onjuist is geïnformeerd. Kan het college exact aangeven welke informatie richting de raad achteraf onjuist, onvolledig of niet verifieerbaar blijkt te zijn geweest.
Het college is van mening dat de raad steeds juist geïnformeerd is met de informatie die op dat moment beschikbaar was. Tijdens het interpellatiedebat van 3 november zijn er geen uitspraken gedaan vanuit de wethouder waarbij op dat moment de informatie niet kloppend zou zijn. 2.
De wethouder heeft tijdens het debat en later ook publiekelijk aangegeven dat sprake zou zijn van onwaarheden vanuit een deel van de raad. Kan het college nu concreet aangeven welke uitspraken feitelijk onjuist waren en op basis van welke documenten dit vastgesteld is.
Er is door de wethouder aangegeven dat in meerdere artikelen in de krant niet de juiste stand van zaken is weergegeven. De wethouder heeft niet aangegeven dat er sprake zou zijn van onwaarheden vanuit de raad. 3.
De klachtencommissie stelt dat eerder overleg met KluppluZ noodzakelijk was geweest.
Waarom heeft het college er niet voor gekozen eerst volledig inzicht te verkrijgen in de gevolgen voor kinderen, ouders en aanbieders voordat werd ingestemd met deze koers.
In eerste instantie, tijdens het genomen besluit op 8 en 9 september 2025, was er sprake van een implementatieperiode van anderhalf jaar, tot 1 januari 2027. Hiermee zou voldoende tijd ingeregeld zijn voor gesprekken met partners om tot een oplossing te komen voor alle kinderen.
Op 13 oktober 2025 heeft KluppluZ een informatiebrief aan ouders verzonden met het genomen besluit van KluppluZ om per 1 januari 2026 de locatie op de Deelenstraat te sluiten. KluppluZ was voor de gemeente de partner om toe te werken naar een inclusieve kinderopvang. 4.
Uit eerdere beantwoording blijkt dat het college op 2 september 2025 heeft ingestemd met deze koers, terwijl het proces om alternatieven te organiseren pas daarna op gang kwam. Hoe kan het college dan volhouden dat er op het moment van besluitvorming al sprake was van een passend alternatief voor alle betrokken kinderen.
In de gemeente Geldrop-Mierlo is, voordat KluppluZ op 7 oktober 2025 het besluit nam om vanwege bedrijfseconomische redenen te stoppen met de BSO+ en de SNO, altijd sprake geweest van een passend alternatief. Of kinderen konden gebruik blijven maken van de subsidie afspraken die Geldrop-Mierlo met KluppluZ had gemaakt. Of de doorgang van de SNO tot 1 januari 2027. 5.
Het college stelt dat kinderen altijd passende ondersteuning ontvangen, terwijl tegelijkertijd wordt aangegeven dat voor plaatsing binnen BSO+ geen beschikking of indicatie vereist is. Op basis van welke objectieve criteria wordt bepaald welke kinderen toegang krijgen tot deze ondersteuning en wie neemt hierover uiteindelijk het besluit
De besluitvorming tot de BSO+ wordt gedaan door 3 deskundigen op dit gebied, 1 medewerker vanuit het CMD jeugd, de gedragsdeskundige van het team Jeugd en een deskundige vanuit de aanbieder. Inzet voor de BSO+ wordt afgestemd aan een aantal randvoorwaarden, ouders werken beide, er is sprake van problematiek bij het kind waardoor het niet terecht kan op de reguliere opvang, er is duidelijk sprake van een grotere zorgbehoefte van het kind dan de reguliere kinderopvang kan bieden. De criteria zijn niet gewijzigd ten opzichte van vorig jaar toen de inzet door KluppluZ gedaan werd, ook een deskundige van KluppluZ nam deel in de triage. Dit is ook belangrijk om een goede inschatting te kunnen maken of een kind in de groep past en wat nodig is aan specialisme van de groepsbegeleiders. 6.
De directeur van VoorJouw! Maakt volgens de beantwoording onderdeel uit van de triage rondom plaatsingen. Hoe waarborgt het college dat aanbieders geen invloed hebben op de toegang tot hun eigen aanbod.
De triage bestaat, naast de directeur van voorJouw! uit een collega van het CMD en de gedragsdeskundige van het CMD. Dit betekent dat zij met drie personen het eens moeten zijn over de voorwaarde tot plaatsing.
Daarmee wordt gewaarborgd dat het een gedeelde invloed is waarbij in goed overleg gekeken wordt wat er voor een kind nodig is. 7.
Is het college bereid de volledige evaluatie, onderliggende adviezen en bestuurlijke afwegingen rondom deze besluitvorming actief met de raad te delen. Zo nee, waarom niet.
Het college is ten alle tijden bereid u als raad volledig te infomeren, zoals we tot nu toe doen.
Pagina 2 van 2
Bekijk de brief: 2026.36.024 Beantwoording vragen SAMEN over specialistische kinderopvang
Bron: raadsinformatie van de gemeente Geldrop-Mierlo (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.