12 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Geldrop-Mierlo

Treasurystatuut 2026

Een raadslid stelde op 12 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo (8 vragen).

In het kort

8 vragen en wat het college antwoordt

  • Financiële drempelbedragen en raadsbetrokkenheid Artikel 13.1 bepaalt dat het college besluit over het verstrekken van leningen en garanties aan derden op basis van… → b.
  • Definitie en afbakening "publieke taak" Artikel 10.1b bepaalt dat het college vaststelt of een garantie/participatie tot de publieke taak behoort, waarbij de raad zijn… → Kunt u deze criteria toelichten en aangeven of deze ergens schriftelijk zijn vastgelegd? b.
  • Kredietwaardigheid en risicobeoordeling Artikel 12 en 13 bevatten algemene criteria voor leningen en garanties ("risico moet overzienbaar en aanvaardbaar zijn"), maar… → b.
  • Waarborgfonds Sport – 40%-bepaling Artikel 13.5 bepaalt dat garanties voor sportverenigingen "uitsluitend op voorwaarde dat de Stichting Waarborgfonds Sport zich… → Zo correct, wat betekent dit concreet voor de risicoverdeling tussen gemeente en Waarborgfonds Sport? b.
  • Informatievoorziening aan de raad Artikel 17 regelt dat de raad wordt geïnformeerd via de paragraaf Financiering in de begroting en jaarrekening (jaarlijks) en via twee… → b.
  • Escalatiemechanisme bij grote risico's Het statuut bevat geen bepaling over wat er gebeurt als een lening of garantie in problemen komt (betalingsachterstanden, dreigend… → Op welk moment wordt de raad hierover geïnformeerd? b.
  • Aanleiding actualisatie en materiële wijzigingen Het vorige treasurystatuut dateert uit 2005. → Was er sprake van een wettelijke verplichting, gewijzigde wet- of regelgeving, of interne ontwikkelingen? b.
  • Procedure en raadsbetrokkenheid Het treasurystatuut wordt op basis van artikel 17 van de Financiële verordening 2023 door het college vastgesteld en ter kennisname aan… → Het college / de burgemeester* wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: 1.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Schriftelijke vragen (ex. Artikel 36 RvO)

Registratie: 2026.36.005 Datum: 11 januari 2026 Aan de voorzitter van de raad, Steller vragen: Daan Jansen (SAMEN) Onderwerp: Treasurystatuut 2026 Het college / de burgemeester* wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Financiële drempelbedragen en raadsbetrokkenheid Artikel 13.1 bepaalt dat het college besluit over het verstrekken van leningen en garanties aan derden op basis van artikel 160 lid 1 sub d Gemeentewet. Artikel 16 (bevoegdhedentabel) plaatst deze bevoegdheid volledig bij het college, zonder financiële limieten waarboven de raad beslist of vooraf betrokken wordt. De gemeenteraad komt in de bevoegdhedentabel niet voor bij leningen en garanties aan derden. a. Waarom kent het Treasurystatuut geen concrete financiële drempelbedragen waarboven de raad beslist over, of vooraf wensen en bedenkingen kan inbrengen bij, het verstrekken van leningen en garanties aan derden?

Antwoord van het college

b. Is het college bereid om dergelijke drempelbedragen op te nemen in het statuut of in aanvullende beleidsregels, zodat de raad bij grotere transacties een expliciete rol krijgt?

Vraag 2

Definitie en afbakening "publieke taak" Artikel 10.1b bepaalt dat het college vaststelt of een garantie/participatie tot de publieke taak behoort, waarbij de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college kan brengen. Het statuut bevat echter geen definitie of concrete afbakening van wat onder "publieke taak" wordt verstaan. Dit is een politiek gevoelig criterium, omdat het de legitimatie vormt voor gemeentelijke financiële steun aan derden. a. Op basis van welke concrete, objectieve criteria bepaalt het college of een lening of garantie behoort tot de publieke taak?

Antwoord van het college

Kunt u deze criteria toelichten en aangeven of deze ergens schriftelijk zijn vastgelegd?

b. Overweegt het college om, in lijn met de praktijk in andere gemeenten, een aparte nota of beleidsregel "Publieke taak leningen en garanties" op te stellen waarin de raad de kaders vaststelt voor welke sectoren, activiteiten en typen organisaties gemeentelijke steun passend is? c.

Hoe wordt de procedure vormgegeven waarbij "de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college kan brengen" (art. 10.1b)? Binnen welke termijn gebeurt dit, en wat is de status van de raadsinbreng: adviserend of bindend?

Vraag 3

Kredietwaardigheid en risicobeoordeling Artikel 12 en 13 bevatten algemene criteria voor leningen en garanties ("risico moet overzienbaar en aanvaardbaar zijn"), maar geen concrete eisen aan de kredietwaardigheid van de aanvrager. Het is onduidelijk welke financiële ratio's, zekerheden of beoordelingsprocedures het college hanteert om te bepalen of een risico "aanvaardbaar" is. Pagina 1 van 9 a. Welke concrete, meetbare criteria hanteert het college om te bepalen of een lening of garantie een "overzienbaar en aanvaardbaar risico" met zich meebrengt?

Antwoord van het college

b. Worden eisen gesteld aan de financiële positie van de aanvrager, zoals:

• Minimale solvabiliteit of eigen vermogen (percentage)?

• Liquiditeitsratio's?

• Sluitende meerjarenbegroting?

• Bewezen track record? c.

Vindt er een kredietbeoordeling plaats bij aanvragen voor leningen of garanties? Zo ja, door wie (intern/extern), en vanaf welk bedrag is dit verplicht?

d. Hanteert het college een maximale risicoblootstelling per instelling, per sector, of in totaal voor alle leningen en garanties samen? Zo ja, wat zijn deze maxima?

Vraag 4

Waarborgfonds Sport – 40%-bepaling Artikel 13.5 bepaalt dat garanties voor sportverenigingen "uitsluitend op voorwaarde dat de Stichting Waarborgfonds Sport zich eveneens voor minimaal 40% garant stelt" worden verstrekt. Deze formulering roept vragen op, omdat de gebruikelijke praktijk is dat het Waarborgfonds Sport maximaal 50% van het risico neemt en de gemeente minimaal 50% draagt. a. Is de formulering "voor minimaal 40%" correct, of betreft dit een verschrijving?

Antwoord van het college

Zo correct, wat betekent dit concreet voor de risicoverdeling tussen gemeente en Waarborgfonds Sport?

b. Wat is de maximale risicoblootstelling die de gemeente Geldrop-Mierlo kan lopen bij een sportgarantie onder deze bepaling? Kan de gemeente bijvoorbeeld 60% of meer van het risico dragen als het WSF zich voor precies 40% garandeert? c.

Op basis van welke afweging is gekozen voor deze specifieke percentage-verdeling?

Vraag 5

Informatievoorziening aan de raad Artikel 17 regelt dat de raad wordt geïnformeerd via de paragraaf Financiering in de begroting en jaarrekening (jaarlijks) en via twee tussentijdse rapportages. Er is geen bepaling dat de raad vooraf wordt geïnformeerd over individuele grote leningen of garanties voordat het college hierover besluit. a. Waarom is niet gekozen voor een verplichting om de raad vooraf te informeren bij leningen of garanties boven een bepaald bedrag, zoals in vergelijkbare gemeenten gebruikelijk is?

Antwoord van het college

b. Hoe wordt voorkomen dat de raad pas achteraf, via de reguliere rapportages, kennisneemt van grote financiële risico's of verplichtingen die het college is aangegaan? c.

Is het college bereid om de informatievoorziening aan te vullen met:

• Een verplichting tot voorafgaande raadsinformatie bij transacties boven een nader te bepalen bedrag?

• Een separaat overzicht van alle lopende leningen en garanties (per instelling, bedrag, looptijd, restantschuld) als bijlage bij de tussenrapportages?

Vraag 6

Escalatiemechanisme bij grote risico's Het statuut bevat geen bepaling over wat er gebeurt als een lening of garantie in problemen komt (betalingsachterstanden, dreigend faillissement lener, noodzaak tot herstructurering). Dit zijn Pagina 2 van 9 situaties waarin substantiële gemeenschapsmiddelen op het spel staan en waarbij raadsbetrokkenheid wenselijk lijkt. a. Welke procedure volgt het college als een verstrekte lening of garantie in problemen komt (betalingsachterstanden, noodzaak herstructurering, dreiging van faillissement)?

Antwoord van het college

Op welk moment wordt de raad hierover geïnformeerd?

b. Zijn er criteria of drempels waarop het college van plan is de raad actief te betrekken bij besluitvorming over bijvoorbeeld kwijtschelding, uitstel van betaling, of aanvullende garanties? c.

Hoe wordt geborgd dat de raad tijdig en volledig wordt geïnformeerd over situaties waarin gemeenschapsmiddelen mogelijk verloren gaan?

Vraag 7

Aanleiding actualisatie en materiële wijzigingen Het vorige treasurystatuut dateert uit 2005. Na 21 jaar is het statuut geactualiseerd, maar uit de memo blijkt niet wat de concrete aanleiding was of welke materiële wijzigingen zijn doorgevoerd. a. Wat was de directe aanleiding om het treasurystatuut na 21 jaar te actualiseren?

Antwoord van het college

Was er sprake van een wettelijke verplichting, gewijzigde wet- of regelgeving, of interne ontwikkelingen?

b. Welke materiële wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van het statuut uit 2005? Kunt u per hoofdonderwerp (financiering, uitzettingen, leningen/garanties, risicobeheer, etc.) aangeven wat er is veranderd en waarom? c.

Zijn er in de periode 2005-2026 problemen, risico's of knelpunten geweest met de uitvoering van het oude statuut die aanleiding hebben gegeven tot specifieke aanpassingen in het nieuwe statuut?

d. Is er een evaluatie van het oude statuut uitgevoerd voordat het nieuwe statuut werd opgesteld? Zo ja, kunnen de bevindingen daarvan met de raad worden gedeeld?

Vraag 8

Procedure en raadsbetrokkenheid Het treasurystatuut wordt op basis van artikel 17 van de Financiële verordening 2023 door het college vastgesteld en ter kennisname aan de raad gezonden. Het statuut bevat echter strategische beleidskeuzes (zoals het derivatenverbod in artikel 3.4) en regelt bevoegdheden met grote financiële consequenties. De vraag is of "ter kennisname" hier de juiste procedure is. a. Waarom is de raad niet voorafgaand aan vaststelling geconsulteerd over de actualisatie van het treasurystatuut, zodat eventuele wensen en bedenkingen in het ontwerpproces hadden kunnen worden meegenomen? b. Waarom is gekozen voor de procedure "ter kennisname" in plaats van instemming door of een zienswijzeprocedure met de raad, gezien de strategische beleidskeuzes en grote financiële impact van het statuut? c. Is bij de totstandkoming van het statuut overwogen om de Financiële verordening aan te passen, zodat de raad (mede)bevoegd wordt voor het vaststellen van het treasurystatuut of in ieder geval voor de onderdelen die betrekking hebben op leningen en garanties aan derden? d. Zou het college een aparte nota of beleidsregel "Leningen en garanties aan derden uit hoofde van de publieke taak" willen opstellen die wél door de raad wordt vastgesteld, Pagina 3 van 9 waarbij concrete kaders, criteria en limieten worden bepaald? Dit zou de democratische legitimiteit en transparantie kunnen versterken zonder de operationele flexibiliteit van het college te beperken. Toelichting: Op 8 januari 2026 ontving de raad ter kennisname het geactualiseerde Treasurystatuut 2026, dat met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 in werking is getreden. Het statuut vervangt het treasurystatuut uit 2005 en bevat het beleidskader voor de uitvoering van de treasuryfunctie, waaronder het verstrekken van leningen en garanties aan derden. Wij waarderen dat het statuut technisch degelijk is opgezet en aansluit bij de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Bij nadere bestudering rijzen echter vragen over de democratische borging en de rolverdeling tussen college en raad, met name bij het verstrekken van leningen en garanties aan derden. Deze materie kan aanzienlijke financiële risico's met zich meebrengen en verdient daarom heldere kaders en adequate raadscontrole. Op dit punt wijkt het treasurystatuut duidelijk af van de lijn die andere gemeenten hanteren, ook bij gemeenten die hun treasurystatuut recent hebben geactualiseerd. Wij danken u bij voorbaat voor uw beantwoording. Datum beantwoording:

Antwoord van het college

Het college / de burgemeester* wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden:

1. Financiële drempelbedragen en raadsbetrokkenheid Artikel 13.1 bepaalt dat het college besluit over het verstrekken van leningen en garanties aan derden op basis van artikel 160 lid 1 sub d Gemeentewet. Artikel 16 (bevoegdhedentabel) plaatst deze bevoegdheid volledig bij het college, zonder financiële limieten waarboven de raad beslist of vooraf betrokken wordt. De gemeenteraad komt in de bevoegdhedentabel niet voor bij leningen en garanties aan derden.

a. Waarom kent het Treasurystatuut geen concrete financiële drempelbedragen waarboven de raad beslist over, of vooraf wensen en bedenkingen kan inbrengen bij, het verstrekken van leningen en garanties aan derden?

Het treasurystatuut kent geen concrete drempel, maar om een lening en/of garantie te verstrekken uit hoofde van de publieke taak, dient het college altijd de raad zijn wensen en bedenkingen te laten geven. Zie hiervoor artikel 10.1b.

b. Is het college bereid om dergelijke drempelbedragen op te nemen in het statuut of in aanvullende beleidsregels, zodat de raad bij grotere transacties een expliciete rol krijgt?

Het college zal, conform artikel 10.1b altijd de wensen en bedenkingen van de raad meenemen bij het uitzetten van garanties en/of leningen in het kader van de publieke taak. Daarmee is de expliciete rol voor de raad geborgd.

2. Definitie en afbakening "publieke taak"

Pagina 4 van 9

Artikel 10.1b bepaalt dat het college vaststelt of een garantie/participatie tot de publieke taak behoort, waarbij de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college kan brengen. Het statuut bevat echter geen definitie of concrete afbakening van wat onder "publieke taak" wordt verstaan. Dit is een politiek gevoelig criterium, omdat het de legitimatie vormt voor gemeentelijke financiële steun aan derden.

a. Op basis van welke concrete, objectieve criteria bepaalt het college of een lening of garantie behoort tot de publieke taak? Kunt u deze criteria toelichten en aangeven of deze ergens schriftelijk zijn vastgelegd?

Er staat nergens gedefinieerd in de wetgeving wat precies onder ‘publieke taak’ wordt verstaan. De betekenis is afhankelijk van de context.

Het feit dat het college hierover geen besluit mag nemen voordat de raad zijn wensen en bedenkingen ter zake van het college heeft kunnen brengen, borgt de kwaliteit van de beslissing voldoende. Dat is lastig om in alomvattende teksten te definiëren. Juist het debat hierover in de raad bevordert een goed doordachte beslissing.

b. Overweegt het college om, in lijn met de praktijk in andere gemeenten, een aparte nota of beleidsregel "Publieke taak leningen en garanties" op te stellen waarin de raad de kaders vaststelt voor welke sectoren, activiteiten en typen organisaties gemeentelijke steun passend is?

Zoals in het antwoord op vraag 2a aangegeven, is het debat volgens het college van belang als een betreffende casus zich voordoet. Het aantal keer waarop een lening of garantie uit hoofde van de publieke taak wordt verstrekt is beperkt. Een aparte nota of beleidsregel is daarom niet proportioneel. c.

Hoe wordt de procedure vormgegeven waarbij "de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college kan brengen" (art. 10.1b)? Binnen welke termijn gebeurt dit, en wat is de status van de raadsinbreng: adviserend of bindend?

Wanneer het college een lening of garantie wil verstrekken uit hoofde van de publieke taak, zal dit altijd via een commissie aan de raad worden voorgelegd. Dit zal dus altijd zijn voordat het college een lening of garantie überhaupt verstrekt. De inbreng van de raad is adviserend, gezien de uitvoering van het treasurystatuut bij het college is belegd.

3. Kredietwaardigheid en risicobeoordeling Artikel 12 en 13 bevatten algemene criteria voor leningen en garanties ("risico moet overzienbaar en aanvaardbaar zijn"), maar geen concrete eisen aan de kredietwaardigheid van de aanvrager.

Het is onduidelijk welke financiële ratio's, zekerheden of beoordelingsprocedures het college hanteert om te bepalen of een risico "aanvaardbaar" is.

a. Welke concrete, meetbare criteria hanteert het college om te bepalen of een lening of garantie een "overzienbaar en aanvaardbaar risico" met zich meebrengt?

b. Worden eisen gesteld aan de financiële positie van de aanvrager, zoals:

• Minimale solvabiliteit of eigen vermogen (percentage)?

• Liquiditeitsratio's?

• Sluitende meerjarenbegroting?

• Bewezen track record?

c. Vindt er een kredietbeoordeling plaats bij aanvragen voor leningen of garanties? Zo ja, door wie (intern/extern), en vanaf welk bedrag is dit verplicht?

d. Hanteert het college een maximale risicoblootstelling per instelling, per sector, of in totaal voor alle leningen en garanties samen? Zo ja, wat zijn deze maxima?

Pagina 5 van 9

In zijn algemeenheid worden geen concrete, meetbare criteria gehanteerd bij het verstrekken van een lening en/of garantie of eisen gesteld aan de aanvrager.

Een gemeente heeft niet als primaire taak leningen en/of garanties te verstrekken en heeft dus geen verfijnde risicomodellen zoals een bank bijvoorbeeld hanteert.

Gezien de momenten waarop een gemeente vanuit de publieke taak leningen en/of garanties verstrekt beperkt zijn, zouden teveel criteria en/of eisen kansrijke situaties t.a.v. de publieke taak direct teniet doen.

Dat maakt dat de uitgangspunten/ voorwaarden voor het verstrekken niet vasthangen aan meetbare criteria en/of eisen aan de aanvrager, maar dat per casus wordt bepaald of een verstrekking vanuit de publieke taak het gemeentelijk risico waard is. Daarbij wordt altijd gekeken naar passende zekerheden om het risico voor de gemeente zoveel als mogelijk te beperken.

4. Waarborgfonds Sport – 40%-bepaling Artikel 13.5 bepaalt dat garanties voor sportverenigingen "uitsluitend op voorwaarde dat de Stichting Waarborgfonds Sport zich eveneens voor minimaal 40% garant stelt" worden verstrekt.

Deze formulering roept vragen op, omdat de gebruikelijke praktijk is dat het Waarborgfonds Sport maximaal 50% van het risico neemt en de gemeente minimaal 50% draagt.

a. Is de formulering "voor minimaal 40%" correct, of betreft dit een verschrijving? Zo correct, wat betekent dit concreet voor de risicoverdeling tussen gemeente en Waarborgfonds Sport?

De formulering is correct. Dit past ook binnen het beleid van Waarborgfonds Sport die zich voor maximaal 50% garant stelt (dus 40% behoort tot de mogelijkheden). Concreet betekent dit dat de gemeente uitsluitend garanties voor financiering van investering in de sportsector voor nietcommercieel ingestelde verenigingen afgeeft, als het Waarborgfonds Sport tussen 40% (eis gemeente) en 50% (maximale grens van Waarborgfonds Sport) garant staat.

b. Wat is de maximale risicoblootstelling die de gemeente Geldrop-Mierlo kan lopen bij een sportgarantie onder deze bepaling? Kan de gemeente bijvoorbeeld 60% of meer van het risico dragen als het WSF zich voor precies 40% garandeert?

Maximaal 60%, immers Waarborgfonds Sport moet minimaal 40% garant staan. c.

Op basis van welke afweging is gekozen voor deze specifieke percentage-verdeling?

We hebben gekeken naar het vigerende treasurystatuut (2024) van de gemeente Eindhoven waar ook dit minimum garantiepercentage van 40% van het Waarborgfonds Sport in staat vermeld.

5. Informatievoorziening aan de raad Artikel 17 regelt dat de raad wordt geïnformeerd via de paragraaf Financiering in de begroting en jaarrekening (jaarlijks) en via twee tussentijdse rapportages. Er is geen bepaling dat de raad vooraf wordt geïnformeerd over individuele grote leningen of garanties voordat het college hierover besluit.

a. Waarom is niet gekozen voor een verplichting om de raad vooraf te informeren bij leningen of garanties boven een bepaald bedrag, zoals in vergelijkbare gemeenten gebruikelijk is?

Bij gemeenten wordt hiermee verschillend omgegaan. Art. 10.1a zegt dat het college alleen leningen of garanties mag verstrekken en/of participaties vanuit zijn publieke taak. Art. 10.1b zegt vervolgens dat het college geen besluit neemt nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter zake ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Daarmee is de raad zeker betrokken.

Pagina 6 van 9

b.

Hoe wordt voorkomen dat de raad pas achteraf, via de reguliere rapportages, kennisneemt van grote financiële risico's of verplichtingen die het college is aangegaan?

Zie vorig antwoord. c.

•

•

Is het college bereid om de informatievoorziening aan te vullen met:

Een verplichting tot voorafgaande raadsinformatie bij transacties boven een nader te bepalen bedrag?

Een separaat overzicht van alle lopende leningen en garanties (per instelling, bedrag, looptijd, restantschuld) als bijlage bij de tussenrapportages?

Artikel 10.1b geeft aan dat de raad altijd vooraf betrokken wordt. Zie ook het antwoord op vraag 2c.

Daarnaast wordt via de jaarrekening jaarlijks een overzicht verstrekt van alle lopende uitgezette geldleningen (momenteel met name startersleningen) en garantiestellingen.

6. Escalatiemechanisme bij grote risico's Het statuut bevat geen bepaling over wat er gebeurt als een lening of garantie in problemen komt (betalingsachterstanden, dreigend faillissement lener, noodzaak tot herstructurering). Dit zijn situaties waarin substantiële gemeenschapsmiddelen op het spel staan en waarbij raadsbetrokkenheid wenselijk lijkt.

a. Welke procedure volgt het college als een verstrekte lening of garantie in problemen komt (betalingsachterstanden, noodzaak herstructurering, dreiging van faillissement)? Op welk moment wordt de raad hierover geïnformeerd?

Het is niet gebruikelijk om hierover een specifieke procedure in een treasurystatuut op te nemen.

Wanneer een geldnemer waaraan de gemeente een verstrekking (lening/ garantie) heeft gedaan in de problemen dreigt te komen, worden vanuit het college gesprekken gevoerd om een passende oplossing te vinden. De raad wordt hierbij vanuit de informatieplicht van het college zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht als eventuele consequenties helder zijn. De garantie- of lening verkrijgende instelling dient altijd binnen zes maanden na afloop van het jaar haar jaarrekening bij de gemeente te deponeren, om zicht te houden op de geldende financiële situatie.

Bij het verstrekken van een garantie zal de leningverstrekker (vaak een bank) haar procedures volgen, waarbij dan ook de gemeente haar belangen behartigt.

Daarnaast is het uitgangspunt dat de gemeente bij een te verstrekken financiering passende primaire en/of secundaire zekerheden vestigt (art. 10.1d). Dat vormt een vangnet.

b. Zijn er criteria of drempels waarop het college van plan is de raad actief te betrekken bij besluitvorming over bijvoorbeeld kwijtschelding, uitstel van betaling, of aanvullende garanties?

Nee. De raad wordt hier over geïnformeerd, zeker als het consequenties kan hebben of heeft voor de exploitatie. c.

Hoe wordt geborgd dat de raad tijdig en volledig wordt geïnformeerd over situaties waarin gemeenschapsmiddelen mogelijk verloren gaan?

Wanneer er gemeenschapsmiddelen verloren gaan en dit consequenties heeft voor de exploitatie, worden de grenzen in de financiële verordening aangehouden om te bepalen of de raad in een tussentijdse rapportage wordt geïnformeerd.

Pagina 7 van 9

7. Aanleiding actualisatie en materiële wijzigingen Het vorige treasurystatuut dateert uit 2005. Na 21 jaar is het statuut geactualiseerd, maar uit de memo blijkt niet wat de concrete aanleiding was of welke materiële wijzigingen zijn doorgevoerd.

a. Wat was de directe aanleiding om het treasurystatuut na 21 jaar te actualiseren? Was er sprake van een wettelijke verplichting, gewijzigde wet- of regelgeving, of interne ontwikkelingen?

Periodiek worden alle intern geldende verordeningen, statuten en nota’s getoetst op actualiteit.

Ondanks dat het vorige treasurystatuut dateerde uit 2005, was de inhoud nog wel steeds actueel.

Zeker nu de GR Dienst Dommelvallei is omgezet in een bedrijfsvoeringsorganisatie, stonden in de in de verantwoordelijkheden- en bevoegdhedentabel enkele oude termen die voor verwarring konden zorgen. Derhalve is het treasurystatuut nu geactualiseerd. Daarnaast zijn expliciete voorwaarden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden opgenomen. b.

Welke materiële wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van het statuut uit 2005? Kunt u per hoofdonderwerp (financiering, uitzettingen, leningen/garanties, risicobeheer, etc.) aangeven wat er is veranderd en waarom?

Zie a. c.

Zijn er in de periode 2005-2026 problemen, risico's of knelpunten geweest met de uitvoering van het oude statuut die aanleiding hebben gegeven tot specifieke aanpassingen in het nieuwe statuut?

Nee, buiten dat enkele oude termen waren opgenomen en niet meer wordt gewerkt met bijv. een rentevisie. d.

Is er een evaluatie van het oude statuut uitgevoerd voordat het nieuwe statuut werd opgesteld? Zo ja, kunnen de bevindingen daarvan met de raad worden gedeeld?

Nee.

8. Procedure en raadsbetrokkenheid Het treasurystatuut wordt op basis van artikel 17 van de Financiële verordening 2023 door het college vastgesteld en ter kennisname aan de raad gezonden. Het statuut bevat echter strategische beleidskeuzes (zoals het derivatenverbod in artikel 3.4) en regelt bevoegdheden met grote financiële consequenties. De vraag is of "ter kennisname" hier de juiste procedure is.

a. Waarom is de raad niet voorafgaand aan vaststelling geconsulteerd over de actualisatie van het treasurystatuut, zodat eventuele wensen en bedenkingen in het ontwerpproces hadden kunnen worden meegenomen?

In de financiële verordening (art. 17 lid 3) is vermeld dat het college het statuut opstelt en ter kennisgeving naar de raad stuurt. We hebben de financiële verordening gevolgd.

b. Waarom is gekozen voor de procedure "ter kennisname" in plaats van instemming door of een zienswijzeprocedure met de raad, gezien de strategische beleidskeuzes en grote financiële impact van het statuut?

Zie vorig antwoord.

Pagina 8 van 9

c.

Is bij de totstandkoming van het statuut overwogen om de Financiële verordening aan te passen, zodat de raad (mede)bevoegd wordt voor het vaststellen van het treasurystatuut of in ieder geval voor de onderdelen die betrekking hebben op leningen en garanties aan derden?

Nee, ook eerder heeft de bevoegdheid altijd bij het college gelegen. Dit is ook gangbaar, gezien het treasurystatuut vooral gaat over de uitvoering van financiering.

d. Zou het college een aparte nota of beleidsregel "Leningen en garanties aan derden uit hoofde van de publieke taak" willen opstellen die wél door de raad wordt vastgesteld, waarbij concrete kaders, criteria en limieten worden bepaald? Dit zou de democratische legitimiteit en transparantie kunnen versterken zonder de operationele flexibiliteit van het college te beperken.

Zie antwoorden op vragen 1 en 2.

Pagina 9 van 9

Bekijk de brief: 2026.36.005 Beantwoording vragen SAMEN over Treasurystatuut 2026

Bron: raadsinformatie van de gemeente Geldrop-Mierlo (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Geldrop-Mierlo

Alle artikel 35-vragen in Geldrop-Mierlo