vragen fracties ap 5 raadsvoorstel geurgebiedsvisie
Een raadslid stelde op 5 juli 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen (16 vragen).
In het kort
16 vragen en wat het college antwoordt
- In de afbeelding op pagina 5 van het document Raadsvoorstel zijn de contouren te zien. → Voor een agrarisch bedrijf dat zou liggen aan de westzijde van de N260 geldt de norm 10 Ou.
- Stel dat een boer die zijn bedrijfsvoering op enig moment in de toekomst wil veranderen naar een camping of een B&B en zijn bedrijf zit in een gebied met 10 ou? → Kunt u gegeven dit scenario de mogelijkheden of eventuele verplichtingen van de boer toelichten?
- Momenteel kent de gemeente Gilze en Rijen volgens eigen zeggen, geen knelpunten binnen de gemeente. → Nee, deze knelpunten kunnen niet ontstaan.
- Is het juist dat in de concentratiegebieden waar we naar 28 oudeur willen geen gevoelige objecten mogen liggen? → Woningen zijn gevoelige objecten.
- De ontwikkelingen in het buitengebied en met name t.a.v. de veehouderij gaan op dit moment zeer snel. → Het spreekt voor zich dat de gemeente Gilze en Rijen streeft naar een zo gezond mogelijk woon- en leefklimaat.
- Is het 100% zeker dat er door het toepassen van de 50% regeling er altijd een reductie van geurhinder zal plaatsvinden? → De 50% regeling ziet op situaties waar de voorgrondnorm wordt overschreden.
- Welke redenen zijn er om de adviezen van de GGD niet over te nemen? → De adviezenwaarden van de GGD worden niet overgenomen omdat deze nieuwe gewenste ontwikkelingen, zoals woningbouw kunnen beperken.
- Hoeveel veehouderijen (excl. → 35
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
In de afbeelding op pagina 5 van het document Raadsvoorstel zijn de contouren te zien. Het valt op dat er gebieden zijn waarbij de meeste ruime grens (10 ou) dicht bij die van de meest lage grens (3 ou) liggen. Het is aannemelijk dat geur zich langzaam verspreid en daardoor een geleidelijke overgang kent. Wij zien bijvoorbeeld bij Gilze dat de N260 zijn grens markeert bij de N260. De vraag is wat dit betekent voor de te verlenen vergunning voor een hypothetisch voorbeeld van een boer die net aan de westzijde van N260 zijn bedrijf uitoefent?
Antwoord van het college
Voor een agrarisch bedrijf dat zou liggen aan de westzijde van de N260 geldt de norm 10 Ou. Op basis van een aanvraag van zo’n bedrijf dient getoetst te worden of de geurbelasting op ‘voor geur gevoelige objecten’ voldoet aan de 10 Ou norm. Als dat zo is zal de conclusie zijn dat de geurbelasting afkomstig van deze veehouderij acceptabel is.
Vraag 2
Stel dat een boer die zijn bedrijfsvoering op enig moment in de toekomst wil veranderen naar een camping of een B&B en zijn bedrijf zit in een gebied met 10 ou?
Antwoord van het college
Kunt u gegeven dit scenario de mogelijkheden of eventuele verplichtingen van de boer toelichten? Antwoord: Hiervoor geldt de verplichting dat het bestemmingsplan ter plaatse moet worden aangepast. Een onderdeel van deze procedure is de toets of een dergelijke ontwikkeling belemmeringen oplevert voor eventuele toekomstplannen van de aanwezige veehouderijen in de omgeving. D66
Vraag 3
Momenteel kent de gemeente Gilze en Rijen volgens eigen zeggen, geen knelpunten binnen de gemeente. Kunnen deze knelpunten als gevolg van de nieuwe nu voorliggende geurgebiedsvisie wel ontstaan?
Antwoord van het college
Nee, deze knelpunten kunnen niet ontstaan.
Vraag 4
Is het juist dat in de concentratiegebieden waar we naar 28 oudeur willen geen gevoelige objecten mogen liggen?
Antwoord van het college
Woningen zijn gevoelige objecten. Deze liggen nu ook in de gebieden D.
Vraag 5
De ontwikkelingen in het buitengebied en met name t.a.v. de veehouderij gaan op dit moment zeer snel. De (negatieve) impact van de intensieve veehouderij op de volksgezondheid wordt steeds duidelijker. Daarom willen wij graag weten welke stappen er ondernomen gaan worden om op termijn de advieswaarden van de GGD te behalen?
Antwoord van het college
Het spreekt voor zich dat de gemeente Gilze en Rijen streeft naar een zo gezond mogelijk woon- en leefklimaat. Het vaststellen van dit beleid zal hier ook toe bijdragen. Hoe dit zich zal ontwikkelen zal na enkele jaren blijken. Afhankelijk hiervan kunnen dan keuzes worden gemaakt voor andere normen. In de Nota van zienswijzen is hierover aangegeven dat ontwikkeling van de geurbelasting zal worden gevolgd en de gemeenteraad zal hierover periodiek worden geïnformeerd. Als die ontwikkeling aanleiding geeft tot heroverweging c.q. aanpassing van de normen, kan er een nieuw voorstel aan de gemeenteraad worden voorbereid. Onder de Omgevingswet zal dit vorm moeten krijgen via het aanpassen het gemeentelijk omgevingsplan.
Vraag 6
Is het 100% zeker dat er door het toepassen van de 50% regeling er altijd een reductie van geurhinder zal plaatsvinden?
Antwoord van het college
De 50% regeling ziet op situaties waar de voorgrondnorm wordt overschreden. Met gebruikmaking van emissiearme staltechnieken dient de geurbelasting te worden teruggebracht. Er is dus altijd sprake van een reductie van geurhinder.
Vraag 7
Welke redenen zijn er om de adviezen van de GGD niet over te nemen?
Antwoord van het college
De adviezenwaarden van de GGD worden niet overgenomen omdat deze nieuwe gewenste ontwikkelingen, zoals woningbouw kunnen beperken. Er is dus sprake van een belangenafweging. Met de gebiedsgerichte benadering brengen we een differentiatie aan die we voor dit moment als meest passend zien. In de Nota van Zienswijze staat hier het volgende over: “De gezondheidskundige advieswaarden van de GGD geven inderdaad meer bescherming tegen geurhinder in relatie tot een gezonde(re) leefomgeving. Maar deze advieswaarden beperken ook nieuwe gewenste ontwikkelingen zoals woningbouw. De gemeente maakt hierin een belangenafweging, maar brengt hierin wel een differentiatie aan door middel van de gebiedsgerichte benadering. Een nog scherpere geurnorm voor deelgebied B conform het advies van de GGD (2 Ou voorgrond en 5 Ou achtergrondbelasting) biedt extra bescherming, maar blokkeert gewenste functieveranderingen. Als er voor wordt gekozen om voor deelgebied B het advies van de GGD over te nemen, komt het belang van de woningbouwopgave in het geding i.v.m. de omgekeerde werking voor bestaande veehouderijen. De voorgestelde normen (5 Ou voorgrond en 13 Ou achtergrond) voor deelgebied B worden als meer passend gezien.”
Vraag 8
Hoeveel veehouderijen (excl. Rundveehouderijen) telt de gemeente Gilze en Rijen momenteel?
Antwoord van het college
35
Vraag 9
Hoeveel veehouderijen (excl. Rundveehouderijen) liggen in de aan te wijzen concentratiegebieden waar we naar 28 oudeur gaan?
Antwoord van het college
Daar waar het gaat om 28 Ou betreft het de achtergrondbelasting. In de gebieden D liggen 25 veehouderijen.
Vraag 10
Willen alle veehouderijen die in het concentratiegebied liggen uitbreiden of zijn daar ook veehouderijen die juist willen afbouwen of ombouwen?
Antwoord van het college
Deze gegevens heeft de gemeente niet.
Vraag 11
Op welke manier is er m.b.t. mogelijk toekomstige woningbouwlocaties bij het intekenen van de deelgebieden A en B in de opgestelde kaarten rekening gehouden met de “omgekeerde werking’ van dit beleid?
Antwoord van het college
Deze gebieden zijn bepaald op basis van de verhouding “weinig/veel woningen” : “weinig/veel veehouderijen”. VVD
Vraag 12
Is onze aanname correct dat door dit raadsvoorstel bestaande ondernemers niet in hun huidige vergunde mogelijkheden beperkt worden?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet. Antwoord: De mogelijkheden van bestaande vergunningen worden gerespecteerd.
Vraag 13
Is onze aanname correct dat door dit raadsvoorstel alle bestaande woningbouwplannen onverkort in uitvoering kunnen komen?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet. Antwoord: Deze aanname is juist.
Vraag 14
Wie zijn er allemaal in de gelegenheid geweest een zienswijze in te dienen op dit raadsvoorstel c.q. de onderliggende stukken?
Antwoord van het college
Klopt onze aanname dat iedere inwoner, maatschappelijke organisatie en ondernemer deze mogelijkheid heeft gekregen? Zo nee waarom niet. Antwoord: Ja, iedere inwoner, maatschappelijke organisatie en ondernemer heeft de gelegenheid gehad om een zienswijze in te dienen. GB
Vraag 15
Het betreft een technisch document en stuk. Kunt u in lekentaal uitleggen wat de consequenties zijn van dit voorstel?
Antwoord van het college
In het raadsvoorstel staat hierover het volgende: “Met deze geurgebiedsvisie wordt voorgesteld om gebiedsgericht kaders vast te stellen voor het aspect geur vanuit stallen om te komen tot het gewenste woon- en leefklimaat voor zo’n gebied. Dit gaat dan om de geurbelasting van veehouderijen ten opzichte van woningen in de directe omgeving. Ook kan dan beoordeeld worden of een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling of functieverandering kan leiden tot aantasting van bestaande rechten van veehouderijen in de omgeving. Met de geurgebiedsvisie en de geurverordening en beleidsregel die hieruit voortkomen is het mogelijk om meer balans te brengen tussen enerzijds de actieve agrarische functies en de overige functies.”
Vraag 16
Wat zijn (in lekentaal) de verschillen met de huidige situatie en wat is daarvan de impact?
Antwoord van het college
In het raadsvoorstel staat hierover het volgende: “Hoe is het op dit moment geregeld? De gemeente Gilze en Rijen maakt momenteel rechtstreeks gebruik van de Wet geurhinder en veehouderij uit 2007. Met deze Wet gelden geurnormen voor de bebouwde kom en het buitengebied. Voor de bebouwde kom geldt een geurnorm van 3 Ou en voor het buitengebied geldt een geurnorm van 14 Ou. De Wet geurhinder en veehouderij maakt het met artikel 6 mogelijk dat de raad met een Verordening gebiedsgericht andere geurnormen vaststelt dan in deze Wet staat. Met deze geurgebiedsvisie en de hieruit voortkomende Verordening geurhinder en veehouderij willen we dit gebiedsgericht doen. Verder wordt een beleidsregel voorgesteld om gebiedsgericht normen te stellen voor het woon- en leefklimaat. Een dergelijke beleidsregel heeft de gemeente momenteel niet en wordt gemist bij functiewijzigingen in het buitengebied. Hoe ziet de gebiedsgerichte aanpak er uit en wat willen we bereiken? We willen gebiedsgericht perspectief bieden voor de verschillende (niet) agrarische functies in het buitengebied. Hierbij leggen we per deelgebied vast welke mate van geurbelasting acceptabel is om te spreken van een acceptabel woon- en leefklimaat. Zo weten bewoners en gebruikers van het buitengebied waar ze aan toe zijn als ze een initiatief hebben voor functiewijziging. Dit geldt vooral bij verzoeken tot functiewijziging van stoppende of gestopte veehouderijen, maar ook voor initiatieven van veehouderijen die verder willen ontwikkelen.”
Bekijk de brief: beantwoording vragen fracties ap 5 raadsvoorstel geurgebiedsvisie
Bron: raadsinformatie van de gemeente Gilze en Rijen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.