vragen fracties ap 7 raadsvoorstel APV 20042022
Een raadslid stelde op 21 april 2022 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen (10 vragen).
In het kort
10 vragen en wat het college antwoordt
- Uit de toelichting blijkt dat de aanpassing van het detectieverbod bedoeld is om magneetvissen te verbieden. → Antwoord Het kenmerk van een magneet is dat deze uitsluitend metalen voorwerpen aantrekt, waarmee is ingegeven dat het gebruik ervan bestemd is voor het opsporen van metalen voorwerpen.
- Door de ruime formulering “op het grondgebied van de gemeente” zou het niet zijn toegestaan om met een magneet aan een touwtje een sleutelbos uit een straatkolk te… → Antwoord Omdat er meerdere methoden zijn om metalen voorwerpen te kunnen opsporen, is in de APVbepaling juist gekozen voor de bewoordingen ‘metaaldetector of enig ander voorwerp bestemd…
- De APV verwijst naar de ‘Verordening inzake Speelautomatenhallen’. → Antwoord In de gemeente Gilze en Rijen is er in het verleden voor gekozen om het toestaan van het houden van een speelautomatenhal mogelijk te maken door middel van een ‘eigen’ Verordening…
- Wordt met doorhaling van Art 2:40 lid 3 automatisch geregeld dat de vergunning voor het opstellen van kansspelautomaten één jaar geldig is, of heeft de doorhalen tot… → Antwoord Met de doorhaling van het derde lid van artikel 2:40 geldt er geen vaste geldigheidsduur meer voor een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten.
- Een standaard overeenkomst met een exploitant van kansspelautomaten kent een looptijd van 5 jaar. → Antwoord Dit is nog niet bekend; deze vraag is intern uitgezet.
- Staat het een houder van een exploitatievergunning vrij om na 1 of 2 jaar de kansspelautomaat uit exploitatie te nemen of is hij verplicht deze de 3 jaar vol te maken? → Antwoord De aanwezigheidsvergunning ziet slechts op het gedurende de looptijd van de vergunning ‘mogen’ plaatsen van een kansspelautomaat.
- Uit de toelichting blijkt er behoefte zou zijn aan meer flexibiliteit. a. → Antwoord Met de doorhaling van het derde lid van artikel 2:40 geldt er geen vaste geldigheidsduur meer voor een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten.
- De standaard duurt wordt 1 jaar in plaats van 3 jaar a. → Antwoord Met de doorhaling van het derde lid van artikel 2:40 geldt er geen vaste geldigheidsduur meer voor een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten, dus ook niet een…
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan Gemeenteraad Van College van burgemeester en wethouders Portefeuillehouder Burgemeester Alssema Vragensteller CDA Onderwerp Raadsvoorstel Algemene plaatselijke verordening Gilze en Rijen 2022 Datum vergadering 21-04-2022 Agendapunt vergadering 7 Datum ingekomen 08-04-2022 Datum beantwoording 20 april 2022 Behandelend medewerker Jan-Willem van Oorschot Zaaknummer 391821 Nummer -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------CDA
Artikel 2:22
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Uit de toelichting blijkt dat de aanpassing van het detectieverbod bedoeld is om magneetvissen te verbieden. In het artikel wordt magneetvissen niet expliciet benoemd. Wanneer handhaving van het detectieverbod tot een verschil van inzicht lijkt, is het dan juridisch houdbaar om magneetvisgereedschap te bestempelen als voorwerp bestemd voor het opsporen van metalen voorwerpen?
Antwoord van het college
Antwoord Het kenmerk van een magneet is dat deze uitsluitend metalen voorwerpen aantrekt, waarmee is ingegeven dat het gebruik ervan bestemd is voor het opsporen van metalen voorwerpen. Het is juridisch dan ook prima houdbaar dat magneetvisgereedschap een voorwerp is dat is bestemd voor het opsporen van metalen voorwerpen.
Vraag 2
Door de ruime formulering “op het grondgebied van de gemeente” zou het niet zijn toegestaan om met een magneet aan een touwtje een sleutelbos uit een straatkolk te vissen. Waarom is er niet voor gekozen om de beperking voor magneetvissen alleen van toepassing te verklaren op openbare wateren?
Antwoord van het college
Antwoord Omdat er meerdere methoden zijn om metalen voorwerpen te kunnen opsporen, is in de APVbepaling juist gekozen voor de bewoordingen ‘metaaldetector of enig ander voorwerp bestemd voor het opsporen van metalen voorwerpen’, zodat het al dan niet kunnen handhaven niet afhankelijk is van de inventiviteit van de gebruiker. Om de APV-bepaling bruikbaar te laten zijn voor alle mogelijke wijzen van het opsporen van metalen voorwerpen, en daarmee dus te voorkomen dat hierdoor bepaalde vormen ongewenst hiervan uitgesloten zouden kunnen zijn, is verder geen opsplitsing gemaakt naar aard van het zoekgebied en dergelijke.
Artikel 2:39 lid 2
Vraag 3
De APV verwijst naar de ‘Verordening inzake Speelautomatenhallen’. Deze verordening is gedateerd en voorziet niet in de concrete verplichtingen waaraan het moet voldoen aangezien het een schaarse vergunningen betreft. Zie VNG: 2018, Handreiking voor gemeenten Schaarse vergunningen. Waarom is in de aanpassing van de APV het advies van VNG ten aanzien van de regels voor een schaarse vergunning in relatie tot de exploitatie van Speelautomatenhallen niet meegenomen, zodat wordt voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan het verdelen van een schaarse vergunning, zoals onder anderen het vaststellen van een vergunningsduur?
Antwoord van het college
Antwoord In de gemeente Gilze en Rijen is er in het verleden voor gekozen om het toestaan van het houden van een speelautomatenhal mogelijk te maken door middel van een ‘eigen’ Verordening Speelautomatenhallen. Daardoor maakt de aanwezigheidsvergunning voor een speelautomatenhal geen onderdeel meer uit van de Algemene plaatselijke verordening. Aan de gemeenteraad ligt momenteel voor de vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Gilze en Rijen 2022 en niet de Verordening Speelautomatenhallen. Dit neemt niet weg dat wij onderkennen dat de Verordening Speelautomatenhallen is gedateerd en aan een update toe is. Een dergelijke update zal te zijner tijd aan uw raad worden voorgelegd.
Artikel 2:40 lid 3
Vraag 4
Wordt met doorhaling van Art 2:40 lid 3 automatisch geregeld dat de vergunning voor het opstellen van kansspelautomaten één jaar geldig is, of heeft de doorhalen tot gevolg dat de looptijd nader overeen te komen is?
Antwoord van het college
Antwoord Met de doorhaling van het derde lid van artikel 2:40 geldt er geen vaste geldigheidsduur meer voor een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten. Dit geeft de aanvrager de ruimte om bij zijn verzoek zelf de gewenste geldigheidsduur aan te vragen. Voor de volledigheid wijzen wij erop dat bij de beoordeling van de geldigheidsduur onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 van de APV heeft te gelden. Kort gezegd betekent dit dat de uiteindelijke geldigheidsduur die aan de vergunning wordt verbonden afhankelijk is van de aard van de vergunning (bijvoorbeeld bij schaarse vergunningen).
Vraag 5
Een standaard overeenkomst met een exploitant van kansspelautomaten kent een looptijd van 5 jaar. Beslist de ondernemer zelf te investeren is hij veelal niet in staat de investering binnen een tot twee jaar terug te verdienen. Hoe vaak heeft de gemeente afgelopen jaar een aanvraag gehad voor een vergunning met een looptijd korter dan 3 jaar?
Antwoord van het college
Antwoord Dit is nog niet bekend; deze vraag is intern uitgezet.
Vraag 6
Staat het een houder van een exploitatievergunning vrij om na 1 of 2 jaar de kansspelautomaat uit exploitatie te nemen of is hij verplicht deze de 3 jaar vol te maken?
Antwoord van het college
Antwoord De aanwezigheidsvergunning ziet slechts op het gedurende de looptijd van de vergunning ‘mogen’ plaatsen van een kansspelautomaat. Het staat de houder vrij om, al dan niet gedurende de volledige geldigheidsduur, van die vergunning gebruik te maken.
Vraag 7
Uit de toelichting blijkt er behoefte zou zijn aan meer flexibiliteit. a. Op welke wijze voorziet het in te plaats stellen van een standaardduur voor een nieuwe standaardduur in meer flexibiliteit?
Antwoord van het college
Antwoord Met de doorhaling van het derde lid van artikel 2:40 geldt er geen vaste geldigheidsduur meer voor een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten. Dit geeft de aanvrager de ruimte om bij zijn verzoek zelf de gewenste geldigheidsduur aan te vragen.
b. Met daarop de volgende vraag; waarom wordt er dan niet gekozen voor een looptijd van maximaal 3 jaar?
Antwoord Alhoewel het uiteraard mogelijk is om een maximale geldigheidsduur van de vergunning te bepalen, zien we hier de noodzaak niet van in.
Vraag 8
De standaard duurt wordt 1 jaar in plaats van 3 jaar a. Heeft deze aanpassing tot gevolg dat horecaondernemers die 3 jaar of langer kansspelautomaten geplaatst hebben jaarlijks legeskosten moeten gaan betalen?
Antwoord van het college
Antwoord Met de doorhaling van het derde lid van artikel 2:40 geldt er geen vaste geldigheidsduur meer voor een aanwezigheidsvergunning voor kansspelautomaten, dus ook niet een standaardtermijn van een jaar. Op grond van de Legesverordening dienen jaarlijks leges te worden betaald voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten. Dit met uitzondering van aanwezigheidsvergunningen voor kansspelautomaten met een geldigheidsduur van meer dan 4 jaar of voor onbepaalde tijd. Het tarief daarvoor komt ongeveer overeen met 4 keer het jaarlijkse legestarief.
b. Zo ja, daarop de volgende vraag; met welke lastenverzwaring krijgen de horecaondernemers die nog altijd herstellende zijn van de Corona maatregelen te maken?
Antwoord De wijziging van de APV biedt ondernemers die een aanwezigheidsvergunning voor een kansspelautomaat nodig hebben juist de mogelijkheid zelf te bepalen voor welke geldigheidsduur zij deze wensen aan te vragen.
Vraag 9
Hoe groot is de extra belasting op het ambtelijk apparaat, wanneer jaarlijks de vergunningsaanvragen en mogelijke bezwaarprocedures behandeld moeten worden?
Antwoord van het college
Antwoord De verwachting is dat met het doorhalen van de vaste geldigheidsduur van 3 jaar er vaker en beter kan worden aangesloten bij de specifieke wensen van de ondernemer en dit dus juist zal leiden tot minder belasting op het ambtelijk apparaat.
Artikel 2:48a
Vraag 10
Per 1 november worden 6 nieuwe feitcodes vrijgegeven om met een bestuurlijke strafbeschikking te kunnen handhaven op lachgas. Is beoordeeld of dit een aanpassing van de APV tot gevolg zou hebben?
Antwoord van het college
Antwoord Er is inderdaad beoordeeld of het vrijgeven van die nieuwe feitcodes gevolgen zou (moeten) hebben voor artikel 2:48a van de APV. Gebleken is dat aanpassing hiervan niet nodig is, omdat de APVbepaling reeds aansluit op de betreffende feitcodes.
Bekijk de brief: beantwoording vragen fracties ap 7 raadsvoorstel APV 20042022
Bron: raadsinformatie van de gemeente Gilze en Rijen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.