24 juni 2025 · artikel 35-vragen · gemeente Goirle

17 Beantwoording vragen vanuit gecombineerde commissie.pdf

Een raadslid stelde op 24 juni 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Goirle.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Vraag: Inzicht in de verhoudingen tussen de administratief technische maatregelen De administratief technische maatregelen tellen naar verwachting op tot zo’n € 1,2 miljoen. Dit zijn in totaal vier maatregelen. Met de huidige inzichten is de onderlinge verhouding tussen deze vier maatregelen:

- Indexering: 10%

- Herschikking budgetten: 20%

- Rente-effect: 25%

- Reserve dekking kapitaallasten: 45%

Vraag: uitleg rentesystematiek Het BBV doet een stellige uitspraak inzake de rente:

De omslagrente (rekenrente) wordt bij de begroting berekend door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente (in Euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa + voorraad gronden die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa en voorraad gronden. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage.

Het bij de begroting gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond.

Indien de werkelijke rentelasten (in Euro’s) die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten (in Euro’s) die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%.

De berekening van dit percentage rekenrente heeft diverse componenten. Onder andere het materieel vast actief op de balans, de voorraden (zijnde boekwaarden van de grondexploitatie), de uitstaande langlopende financieringen en de huidige rente lasten én baten van schatkistbankieren.

Uitleg huidige systematiek:

In de huidige systematiek bepalen we in de begroting de voorgecalculeerde renteomslag. Deze bepalen we voor de lopende en afgeronde activa, investeringen en gronden. Dit zijn de activiteiten waarvoor de raad de kredieten heeft gevoteerd of bij de begroting zal voteren. Voor de voorgenomen investeringen wordt op dit moment gerekend met de verwachte marktrente.

Voorgenomen investeringen zijn B-kredieten in de begroting, dan wel investeringen die zijn gepland in de jaarschijven na het begrotingsjaar. De aanname die hieronder ligt, is dat we voor al die investeringen nieuwe financiering moeten aangaan. In de praktijk ligt dit genuanceerder.

Wat zien we in de praktijk?

Door o.a. het achterblijven van investeringen zoals we in de overzichten van investeringen bij P&C producten zien hebben we een groot bedrag in schatkistbankieren staan. Hierdoor worden de te verwachten rentelasten geen lasten maar rentebaten. Dit zorgt ervoor dat de nacalculatorische berekening van de omslagrente dusdanig afwijkt dat bij de jaarrekening een rentepercentage van 0% is berekend en dus geen rente toegerekend mocht worden aan de taakvelden. Dit resulteerde erin dat we enkel afschrijvingslasten mogen rekenen als zijnde kapitaallasten in plaats van afschrijvingslasten én rentelasten. Conform BBV zijn wij als gemeente dan verplicht om deze rentebaten op het taakveld Treasury te laten landen. Dit is o.a. te zien op pagina 85 van de jaarrekening voor een bedrag van € 308.000.

Al enkele jaren zien we deze onderuitputting van de kapitaallasten en stellen we de begroting hier in de bestuursrapportages of bij de Slotwijziging op bij. Zoals we dit bij meerdere budgetten hebben aangegeven waren dit incidentele afwijkingen. Met het oog op de taakstelling is deze trend onder de loep genomen en deze rekenrente structureel doorgerekend. Doordat we een marge van 0,5% hanteren én we deze rekenrente jaarlijks herzien, monitoren we dit kritisch.

Kortom, in de praktijk zien we dat de uitvoering van de projecten vertraging oploopt ten opzichte van de financiële planning. Dit heeft enkele consequenties: -

-

-

We houden onnodig kapitaallasten vast in de begroting, die we vervolgens ieder jaar in bestuursrapportages of slotwijzigingen voor dat jaar moeten laten vrijvallen. In het project “investeringsagenda” komen we tot een realistischer financiële planning van de projecten.

In de huidige systematiek laten we de omvang van de “schatkist” buiten beschouwing, terwijl deze er juist voor zorgt dat er in de eerste jaren geen nieuwe financiering hoeft te worden aangetrokken.

De omslagrente wordt bepaald door de werkelijke rentelast toe te rekenen aan de activa. Op het moment dat er nieuwe financiering aangetrokken moet worden, ontstaat er een nieuwe totale werkelijke rentelast die op de beschreven moet worden toegerekend. De nieuwe omslagrente die op dat moment ontstaat, is niet gelijk aan de marktrente. Hier zit een vertragend effect in de ontwikkeling van de omslagrente.

Wat is het voorstel?

Met de nieuwe investeringsagenda hebben we een inschatting gemaakt van het moment dat er een nieuwe financieringsbehoefte ontstaat, omdat de “schatkist” dan leeg dreigt te raken. We verwachten dat we hier pas in 2027, mogelijk 2028 mee worden geconfronteerd. Het is onmogelijk om te voorspellen wat op dat moment de marktrente zal zijn en de impact daarvan op de omslagrente. Hiervoor is de kapitaalmarkt niet stabiel genoeg. Daarom stellen we voor om voor de komende jaren het uitgangspunt te hanteren dat de omslagrente ook gehanteerd wordt voor de voorgenomen investeringen.

Bekijk de brief: 17 Beantwoording vragen vanuit gecombineerde commissie.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Goirle (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Goirle

Alle artikel 35-vragen in Goirle