24 september 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Gorinchem

23-09-2026 Beantwoording vragen naar aanleiding van de 1e burap

Een raadslid stelde op 24 september 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Beantwoording vragen naar aanleiding van de 1 e bestuursrapportage 2026 Fractie SGP/CU Vraag 1: Hebben wij zicht op actuele ziekteverzuimcijfers binnen VT?

Antwoord: gewenste niveau. Ook uit het medewerkerstevredenheidsonderzoek blijkt dat medewerkers druk ervaren in de werk-privébalans en de werkdruk. Binnen de teams wordt hierover het gesprek gevoerd. Daarnaast heeft DG&J een programma Vitaliteit ingezet en is de begeleiding bij ziekteverzuim geïntensiveerd.

Naast deze maatregelen spelen ook bredere vraagstukken rond de taakstelling bij Veilig Thuis, het aantal meldingen en de uitkomsten van het kostprijsonderzoek. Deze onderwerpen worden dit najaar binnen het bestuur van DG&J nader besproken en bestuurlijk gewogen Vraag 2: Mijn indruk is dat er beste wel veel verloop in personeel is binnen de dienst, ook op managementniveau. Deel je dat beeld?

Antwoord: In de afgelopen 12 maanden kende de DG&J een uitstroom van 9,5% van alle medewerkers met een arbeidsovereenkomst (in loondienst) bij DG&J. Het verloop op managementniveau laat geen afwijkend beeld zien. Naast normaal verloop is er op managementniveau sprake van wisselende gezichten als gevolg van inhuur voor vervanging bij ziekte. Mogelijk draagt dit bij aan het beeld dat bij u is ontstaan.

Wanneer we het getal van 9,5% uitstroom toetsen aan de landelijke benchmark (A&O fonds Gemeenten Personeelsmonitor), dan ligt de uitstroom bij de DG&J in de afgelopen 12 maanden iets lager dan het landelijk gemiddelde van 10%.

Fractie CDA Vraag 1: Op basis van het kostprijsonderzoek zijn de tarieven voor 2026 bijgesteld.

Daarnaast is er een aanpassing gedaan van de indexatie van de tarieven die ook al voor 2026 impact heeft. Waar zit het verschil in tussen deze twee aanpassingen en hoe kunnen deze allebei in 2026 impact hebben? Of is de impact van de tariefsaanpassing het restant na aanpassing indexatie?

Antwoord:

Eerst zijn de bestaande tarieven geïndexeerd conform de contractuele afspraken. Voor 2026 is daarbij gerekend met een indexatie van 5,13%, waarmee de tarieven worden gecorrigeerd voor de verwachte loon- en prijsontwikkelingen. Vervolgens is een kostprijsonderzoek uitgevoerd om te toetsen of deze geïndexeerde tarieven nog voldoen aan de wettelijke eisen voor reële tarieven uit de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële Prijzen Jeugdwet.

Uit het kostprijsonderzoek bleek dat de geïndexeerde tarieven voor bepaalde producten niet aansloten op de AMvB reële prijs. Daarbij gaat het onder andere om hogere cao-ontwikkelingen, gewijzigde werkgeverslasten, de verwerking van personeel niet in loondienst (PNIL), ziekteverzuim en enkele productiviteits- en functiemixcorrecties. Voor deze producten zijn de tarieven naast de indexatie ook nog bijgesteld. De tariefsaanpassing uit het kostprijsonderzoek is voor de betreffende producten dus een aanvullende correctie boven op de reguliere indexatie.

Vraag 2: Leidt de aanpassing van de indexatie voor 2026 ook tot een aanpassing van ramingen voor komende jaren? Met welke indexatie wordt naar de toekomst toe gerekend?

Antwoord: kostprijsonderzoek leiden tot een aangepast prijsniveau voor 2026.

Daarmee ontstaat een nieuwe uitgangspositie voor de tarieven en ook voor toekomstige indexaties die over het hogere tarief worden toegepast.

In de begroting 2027 is al rekening gehouden met zowel de indexatie als de herijking van de tarieven. Daarnaast is voor de indexatie van 2027 gerekend met een percentage van 5,35%. Op basis van recente publicaties van de VNG ligt de indexatie inmiddels op 3,59%. Dit voordeel zal bij de 1e bestuursrapportage 2027 worden verwerkt.

Tegenover dit indexatievoordeel kunnen andere kostenontwikkelingen staan. Deze worden via de reguliere P&C-cyclus verwerkt.

Vraag 3: Totaal stijgen de kosten door indexatie en tariefsaanpassing met bijna 6% ten opzichte van de begroting. Aangeven wordt dat er een ontwikkelopdracht loopt om kosten te verlagen. In de bestuursrapportage wordt juist het risico genoemd dat dit ontwikkelprogramma niet wordt gehaald en kosten verder stijgen, o.a. door personeelskrapte. Kan worden toegelicht wat concreet wordt gedaan om kosten te beheersen, en welke eisen aan aanbieders (kunnen) worden gesteld?

Antwoord:De stijging van de tarieven hangt grotendeels samen met hogere loonkosten, werkgeverslasten, ziekteverzuim en de inzet van personeel niet in loondienst. Deze ontwikkelingen zijn het gevolg van landelijke arbeidsmarktontwikkelingen en wettelijke eisen rondom reële tarieven en kunnen niet volledig door gemeenten worden beïnvloed.

Vanuit de Service Organisatie Jeugd wordt actief gestuurd op kostenbeheersing. In de contracten is reeds vastgelegd dat no-show (niet verschenen zonder afmelding) niet declarabel is. Daarnaast zijn voor een aantal producten de dienstomschrijvingen aangepast, wat bij de herijking van de tarieven een dempend effect heeft op het tarief.

Verder wordt gewerkt aan het normeren van indirecte tijd binnen de contracten.

Ook vindt vanuit de ontwikkelopdracht overleg plaats met aanbieders over mogelijkheden om ziekteverzuim terug te dringen en de afhankelijkheid van personeel niet in loondienst te beperken.

Vraag 4: Het is mooi om te lezen dat het gebruik van jeugdzorg daalt, waarbij voorzichtigheid geboden is. Eén jeugdige in de intensieve zorg kan ongeveer 300.000 euro per jaar kosten. Daarmee is de begroting voor SOJ zeer volatiel, beperkte in- of uitstroom kan al tot grote afwijkingen leiden. Zijn er mogelijkheden om dit in de financiële cyclus van de gemeente werkbaar te maken en de financiële volatiliteit te beperken?

Antwoord:

Binnen Gorinchem worden deze financiële risico’s zo goed mogelijk beheerst door een combinatie van monitoring, regionale samenwerking en financiële buffervorming.

Via de reguliere planning- en controlcyclus worden het zorggebruik en de bijbehorende kosten gedurende het jaar gevolgd. Hierdoor kunnen ontwikkelingen tijdig worden gesignaleerd en waar nodig worden verwerkt in bestuursrapportages en begrotingswijzigingen.

Daarnaast wordt specialistische jeugdhulp binnen de regio Zuid-Holland Zuid regionaal georganiseerd en ingekocht. Dit draagt bij aan een doelmatige organisatie van specialistische zorg en biedt gemeenten beter inzicht in ontwikkelingen van het gebruik en de kosten.

Sinds 2023 is er binnen de regio echter geen sprake meer van financiële solidariteit tussen gemeenten, waardoor de financiële gevolgen van individuele casussen volledig bij de betreffende gemeente terechtkomen.

Tegelijkertijd blijft sprake van een onvermijdelijke financiële onzekerheid. De Jeugdwet kent een open-eindekarakter en enkele jeugdigen die gebruikmaken van zeer intensieve zorg kunnen een groot effect hebben op de gemeentelijke uitgaven. De gemeente Gorinchem houdt daarom een Reserve Sociaal Domein.

De Reserve Sociaal Domein dempt deze schommelingen, maar kan het financiële risico niet volledig wegnemen. Het college blijft daarom via de bestuursrapportages volgen of aanvullende bijsturing nodig is.

Bekijk de brief: 23-09-2026 Beantwoording vragen naar aanleiding van de 1e burap

Bron: raadsinformatie van de gemeente Gorinchem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Gorinchem

Alle artikel 35-vragen in Gorinchem