25-067 Beantwoording schriftelijke vragen GL D66 en PvdD inzake PFAS
Een raadslid stelde op 16 oktober 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gouda (15 vragen).
In het kort
15 vragen en wat het college antwoordt
- ODMH heeft, volgens uw eerdere beantwoording, onderzoek uitgevoerd bij een aantal van de 46 potentiële PFAS bronnen in de provincie. → Het doel van het onderzoek was om te beoordelen of de selectie van bedrijven met verhoogd risico op PFAS in de bodem dit daadwerkelijk wordt aangetroffen.
- Kan het college aangeven wanneer de resultaten van het onderzoek en de evaluatie worden aangeboden aan de raad? → Zie vraag 1.
- Hoe ziet het college de eigen rol in de bronaanpak van PFAS lozing? → Er zijn meerdere bronnen van PFAS lozing.
- Herkent het college het beeld dat PFAS breed en in ongezonde concentraties worden aangetroffen en dat rioolwaterzuiveringsinstallaties PFAS niet of nauwelijks… → Wat betekent dit concreet voor de zuiveringsinstallaties in Gouda en de Hollandse IJssel?
- Zijn openbaar toegankelijke gegevens beschikbaar van metingen (oppervlaktewater, rioolwater, waterbodem) per meetpunt? → Zo ja, waar?
- Welke PFAS hotspots zijn bekend? → Wij ontvangen graag per locatie status, risico en beheersmaatregelen.
- Welke (extra) stappen kan het college nu al zetten, bijvoorbeeld bij vergunningverlening en toezicht om te voorkomen dat PFAS wordt geloosd? → PFAS zijn aangemerkt als een Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS).
- Welke (extra) stappen kan het college nu al zetten om de bodem van (mogelijke) PFAS hotspots te saneren? → Omdat er geen PFAS hotspots bekend zijn; zijn er op dit moment geen (extra) stappen die het college kan zetten.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
beantwoording schriftelijke vragen Fractie van D66, GroenLinks en Partij voor de Dieren
Bezoekadres Huis van de Stad, Burgemeester Jamesplein 1 Postadres Postbus 1086, 2800 BB Gouda
afdeling
uw kenmerk
gouda
RBA
-
25 november 2025
contactpersoon
zaaknummer
P. Gerritsma
1578204
onderwerp
Beantwoording schriftelijke vragen Beantwoording schriftelijke vragen van GroenLinks, D66 en Partij voor de Dieren over PFAS Geachte fracties, Op 16 oktober 2025 heeft u schriftelijke vragen gesteld over het onderwerp PFAS. Onderstaand de beantwoording van uw vragen.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
ODMH heeft, volgens uw eerdere beantwoording, onderzoek uitgevoerd bij een aantal van de 46 potentiële PFAS bronnen in de provincie. De resultaten en evaluatie zouden na de zomer van 2025 worden aangeboden en met de raad worden gedeeld. Kan het college ons informeren over de stand van zaken van het onderzoek?
Antwoord van het college
Het doel van het onderzoek was om te beoordelen of de selectie van bedrijven met verhoogd risico op PFAS in de bodem dit daadwerkelijk wordt aangetroffen. Het onderzoek is afgerond maar de evaluatie vanuit de provincie over de resultaten is nog niet gereed. Deze wordt eind Q4 2025 verwacht.
Voor Gouda specifiek is er 1 bodemonderzoek gedaan op een locatie nabij een bedrijf dat voorkomt op de lijst met bedrijven waar potentieel een verhoogd risico is. De PFAS concentratie ligt onder de achtergrondwaarde. De conclusie van het onderzoek is als volgt:
Voor een effectieve aanpak van PFAS is een regionale werkgroep opgericht, bestaande uit de provincie Zuid-Holland en de vijf omgevingsdiensten die binnen deze provincie actief zijn. Binnen deze werkgroep worden gegevens verzameld en geanalyseerd om inzicht te krijgen in de verspreiding en impact van PFAS in de regio.
De werkgroep werkt nu aan vervolgonderzoek en evaluatie zodat op basis van de uitkomsten gerichte vervolgstappen kunnen worden gezet.
Vraag 2
Kan het college aangeven wanneer de resultaten van het onderzoek en de evaluatie worden aangeboden aan de raad?
Antwoord van het college
Zie vraag 1.
Het terugkoppelen van de resultaten gebeurt in afstemming met de provincie Zuid-Holland. De provincie is opdrachtgever voor het in vraag 1 genoemde bronnenonderzoek en het vervolgonderzoek. De gemeente wordt hierover geïnformeerd via de Omgevingsdienst MiddenHolland, die participeert in het onderzoek van de provincie.
Vraag 3
Hoe ziet het college de eigen rol in de bronaanpak van PFAS lozing?
Antwoord van het college
Er zijn meerdere bronnen van PFAS lozing. Als college hebben we alleen invloed op de indirecte lozingen* vanuit bedrijven via vergunningverlening, toezicht en handhaving. (zie verder onder vraag 7) Voor lozingen als gevolg van afspoeling wegdek of van gebruiksartikelen in huishoudens ziet het college geen mogelijkheid om een rol te spelen in de bronaanpak aangezien het gaat om PFAS lozingen afkomstig van regulier verkrijgbare producten. Bij vraag 12 wordt verder ingegaan op de rol die het college voor zichzelf ziet bij een verbod op PFAS. *lozingen waarbij het afvalwater via het gemeentelijk rioolstelsel op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) van het hoogheemraadschap worden geloosd.
Vraag 4
Herkent het college het beeld dat PFAS breed en in ongezonde concentraties worden aangetroffen en dat rioolwaterzuiveringsinstallaties PFAS niet of nauwelijks verwijderen en daardoor onbedoeld als doorgeefluik werken?
Antwoord van het college
Wat betekent dit concreet voor de zuiveringsinstallaties in Gouda en de Hollandse IJssel?
Het RIVM geeft aan dat PFAS in het milieu komen door emissies uit bedrijven die de stoffen maken of gebruiken. Ook geeft het RIVM aan dat PFAS in het milieu komen door het gebruik van PFAS-houdende producten, zoals blusschuim, impregneermiddel voor textiel en smeermiddelen, of als PFAS-houdende producten bij het afval terecht komen. Op grond hiervan herkent het college het beeld dat PFAS breed voorkomen. Of en in welke mate PFAS voorkomen in ongezonde concentraties hangt af van de voorkomensvorm van PFAS (zit het in producten, in het afvalwater, in de bodem, in de lucht of anderszins), de waarden waaraan mens (en dier) worden blootgesteld en de gezondheidskundige grenswaarden. Dat er ongezonde concentraties aan PFAS in Nederland voorkomen zien we onder meer aan de adviezen van het RIVM met betrekking tot het nuttigen van eieren afkomstig van hobbykippen.
De ervaring is inderdaad dat PFAS niet of nauwelijks wordt afgevangen door Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) omdat PFAS zich door haar stofeigenschappen lastig laat afbreken of binden.
Wat dit concreet betekent voor de zuiveringsinstallatie in Gouda en de Hollandse IJssel is de verantwoordelijkheid van het waterschap. Er zijn nog geen metingen op PFAS gedaan.
Gouda is een van de koplopergemeenten binnen het convenant ‘Grip op indirecte lozingen’ waarbinnen met de waterschappen en omgevingsdiensten in Zuid Holland wordt samengewerkt om, via het beheersen van indirecte lozingen, bij te dragen aan het realiseren van de doelen van de Kaderrichtlijn water (KRW). Indirecte lozingen van PFAS worden nadrukkelijk betrokken bij deze aanpak.
pagina 2
Vraag 5
Zijn openbaar toegankelijke gegevens beschikbaar van metingen (oppervlaktewater, rioolwater, waterbodem) per meetpunt?
Antwoord van het college
Zo ja, waar? Zo nee, waarom niet en wanneer kan dit worden geopenbaard?
Voor rioolwater en waterbodems is geen database bekend; deze vallen onder de verantwoordelijkheid van de waterschappen.
Voor het oppervlaktewater wordt verwezen naar PFAS metingen beschikbaar in Waterinfo -
Waterinfo Extra.
Onder ‘kaarten’ en vervolgens ‘expert’ en ‘chemie’ oppervlaktewater kan PFAS worden geselecteerd. Hieronder worden 31 verschillende soorten getoetst (zie hieronder de resultaten van de 5 soorten; meer kunnen niet gelijktijdig worden geselecteerd). Uit deze gegevens blijkt dat de meeste PFAS niet worden aangetoond en de PFAS met de hoogste waarde is 0,01 ug/l (perfluoroctaanzuur); wat overeenkomt met 10 nanogram.
Ter vergelijk; de advieswaarde van het RIVM voor oppervlaktewater waarin gezwommen wordt is 280 nanogram PEQ ((PEQ staat voor PFOA(perfluoroctaanzuur )-equivalenten; de som van meerdere soorten PFAS, uitgedrukt in PFOA-eenheden).
Vraag 6
Welke PFAS hotspots zijn bekend?
Antwoord van het college
Wij ontvangen graag per locatie status, risico en beheersmaatregelen.
Hotspotlocaties binnen Gouda zijn niet bekend.
Vraag 7
Welke (extra) stappen kan het college nu al zetten, bijvoorbeeld bij vergunningverlening en toezicht om te voorkomen dat PFAS wordt geloosd?
Antwoord van het college
PFAS zijn aangemerkt als een Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Dit betekent dat de zorgplichtbepaling van toepassing is, zoals vastgelegd in artikel 2.11, derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Als een lozing van PFAS op het riool bekend wordt, wordt het betrokken bedrijf op grond van dit artikel opgelegd om alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Deze maatregelen worden opgelegd via maatwerkvoorschriften bij meldingsplichtige activiteiten of als onderdeel van de vergunningvoorschriften voor de vergunningplichtige activiteiten.
pagina 3
Deze stappen zijn standaard onderdeel van de opdracht aan de Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH). Extra stappen worden gezet naar aanleiding van het convenant ‘grip op indirecte lozingen’ waarbij bewustwording en voorlichting aan bedrijven een van de instrumenten is die ontwikkeld worden.
Vraag 8
Welke (extra) stappen kan het college nu al zetten om de bodem van (mogelijke) PFAS hotspots te saneren?
Antwoord van het college
Omdat er geen PFAS hotspots bekend zijn; zijn er op dit moment geen (extra) stappen die het college kan zetten.
Welke stappen genomen moeten worden bij de sanering van nog te ontdekken PFASverontreiniging hangt af van de juridische status van de verontreiniging.
Een belangrijke eerste stap is het uitvoeren van een risicobeoordeling om vast te stellen of saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn, en zo ja, welke maatregelen passend zijn.
Ter ondersteuning van deze beoordeling heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de Handreiking ‘Zorgplicht onder artikel 13 van de Wet bodembescherming bij bodemverontreiniging met PFAS’ opgesteld. Deze handreiking wordt door de ODMH gevolgd bij het omgaan met PFASverontreinigingen die zijn ontstaan tussen 1 januari 1987 en 1 januari 2024.
Vraag 9
Welke mogelijkheden zijn er om de verantwoordelijke partijen voor PFAS verontreiniging, financieel en juridisch aansprakelijk te stellen voor de kosten van onderzoek en sanering?
Antwoord van het college
Bij de aanpak van PFAS-verontreiniging is het essentieel om per individueel geval een juridische toets uit te voeren. Op basis van deze beoordeling wordt vastgesteld welk juridisch kader van toepassing is en welke partij verantwoordelijk kan worden gehouden voor de verontreiniging. De ministeriële handreiking ‘Zorgplicht onder artikel 13 van de Wet bodembescherming bij bodemverontreiniging met PFAS’ biedt hierbij ondersteuning. Deze handreiking wordt door de ODMH gevolgd bij het interpreteren van de zorgplicht en het maken van een gemotiveerde afweging van maatregelen, afgestemd op de aard en ernst van de verontreiniging en de specifieke omstandigheden ter plaatse.
Vraag 10
Welke maatregelen neemt het college om aanvullend te inventariseren en te versnellen op en nabij volkstuinen, moestuinen, wijken met tuinen en andere plaatsen waar (dierlijk en plantaardig) voedsel wordt geproduceerd door bewoners en bedrijven, al dan niet in de nabijheid van hotspots?
Antwoord van het college
Het college ziet geen aanleiding om, aanvullend op het project van de provincie, de bodem te inventariseren op de aanwezigheid van PFAS.
Wel zal het college de provincie verzoeken om het afronden van de inventarisatie voortvarend uit te voeren.
Daarnaast wordt, in ODMH verband, onderzocht welke planregels aan het omgevingsplan kunnen worden verbonden met als doel om bij milieubelastende activiteiten op een locatie te waarborgen dat de PFAS-waarden voldoen aan het landelijk handelingskader. Op basis van deze mogelijke planregels zal er meer onderzoek naar PFAS moeten worden uitgevoerd. Deze onderzoeken worden vervolgens gebruikt wordt om het inzicht in de aanwezigheid van PFAS te vergroten.
Vraag 11
Hoe worden omwonenden van risicolocaties, vissers en sporters geïnformeerd bij verhoogde PFAS waarden?
Antwoord van het college
Op het moment dat een risicolocatie in beeld komt, dan zal een risicobeoordeling worden gedaan.
Op basis daarvan wordt, naast de benodigde acties ook de communicatie bepaald.
pagina 4
Vraag 12
Is het college bereid om een verbod op het lozen en verspreiden van PFAS te verkennen, vooruitlopend op de EU restrictie?
Antwoord van het college
Een verbod op het lozen en verspreiden van PFAS specifiek voor Gouda wordt niet overwogen.
Juridisch is dit niet mogelijk aangezien het gebruik van PFAS niet is verboden. Zoals onder vraag 7 is aangegeven wordt er wel actief gebruik gemaakt van de zorgplichtbepaling om PFAS lozing en verspreiding zoveel mogelijk te voorkomen.
Vraag 13
Past het college PFAS uitsluitingen toe in de inkoop (bouw, coatings, werkkleding, blusmiddelen) om PFAS te weren?
Antwoord van het college
Zo nee, waarom niet?
Op dit moment wordt de toepassing van PFAS in producten die we als gemeente inkopen niet uitgesloten. Het college gaat onderzoeken of het mogelijk is om dit alsnog te doen.
Vraag 14
Diverse partijen hebben een juridische procedure gestart om het Rijk aan te sporen meer te doen tegen uitstoot en verspreiding van PFAS en bodemsanering. Deelt het college de stelling dat juridische druk op het Rijk legitiem kan zijn als uiterst drukmiddel?
Antwoord van het college
Welke rol ziet het college hierin, mede gezien de maatschappelijke kosten van PFAS voor gemeenten en inwoners?
Op 20 mei 2025 heeft het college besloten de motie over PFAS die tijdens het VNG-congres werd ingediend te steunen en mede te ondertekenen.
Aanleiding voor deze motie is de constatering dat het Europees restrictievoorstel lang op zich laat wachten. Het RIVM geeft aan dat de hoeveelheid PFAS die mensen binnenkrijgen via voedsel en water boven de gezondheidskundige grenswaarde ligt. Daarom moet verdere blootstelling aan PFAS worden voorkomen. Daartoe is een Europees PFAS-restrictievoorstel uitgebracht. De reikwijdte van dit restrictievoorstel staat onder druk en laat mede dankzij de grote hoeveelheid namens de industrie ingediende zienswijzen te lang op zich wachten. Daarom vinden de gemeenten het belangrijk om via de VNG bij het Rijk te bewerkstellingen dat een landelijk verbod ingesteld wordt op de productie, import en het gebruik van niet-essentiële PFAS.
Deze motie is aangenomen en heeft tot doel om bij het Rijk te bewerkstellingen dat een landelijk verbod ingesteld wordt op de productie, import en het gebruik van niet-essentiële PFAS.
Daarnaast onderstreept de motie het belang van een nationale aanpak PFAS-verontreiniging. Ook in Gouda is het niet uitgesloten dat de gemeente kosten moet maken voor het saneren in de gevallen dat de veroorzaker onbekend is. Daarnaast geeft het inzetten op een verbod van het toepassen van PFAS invulling aan het voorzorgprincipe om onze inwoners te beschermen tegen de gezondheidsrisico’s van blootstelling aan PFAS.
De gemeenten die de motie hebben ondertekend zijn momenteel met elkaar in overleg over hoe hieraan uitvoering gegeven gaat worden.
Het college is van mening dat een gezamenlijke aanpak via de VNG effectiever is dan het starten van juridische procedures.
Vraag 15
Is het college bereid om op zeer korte termijn samen met de regiogemeenten in Midden Holland, HHSK en andere geïnteresseerde gemeenten om een gezamenlijke juridische procedure op te starten richting het Rijk?
Antwoord van het college
Zie antwoord op vraag 14.
pagina 5
Wij vertrouwen erop u met deze antwoorden voldoende te hebben geïnformeerd.
Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,
drs. R.C. Bakker
mr. drs. P. Verhoeve
Geschatte ambtelijke capaciteit: 10 uur.
pagina 6
Bekijk de brief: 25-067 Beantwoording schriftelijke vragen GL D66 en PvdD inzake PFAS
Bron: raadsinformatie van de gemeente Gouda (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.