21 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Gouda

Ontwikkelingen Goudasfalt

Een raadslid stelde op 21 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gouda (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Deelt het college de opvatting dat het begrip "goed huisvaderschap", zoals opgenomen in de erfpachtovereenkomst met Stichting GoudAsfalt, mede ziet op: o zorgvuldig en… → Indien het college deze opvatting niet deelt, wat verstaat het dan onder het begrip “goed huisvaderschap” in relatie tot het bestuur van Stichting GoudAsfalt?
  • Op welke wijze toetst het college momenteel actief of Stichting GoudAsfalt invulling geeft aan dit vereiste van goed huisvaderschap? → Door bestuurlijke gesprekken tussen een wethouder en een bestuur afvaardiging van stichting GOUDasfalt.
  • Welke concrete instrumenten heeft het college als erfverpachter om in te grijpen wanneer signalen bestaan dat niet langer aan dit vereiste wordt voldaan? → Wanneer heeft het college voor het laatst getoetst in hoeverre de stichting GoudAsfalt voldoet aan de verwachtingen die zijn gewekt in het Bidbook 2.0, op basis waarvan het terrein voor…
  • Is het college bekend met het feit dat het bestuur van Stichting GoudAsfalt momenteel bestaat uit slechts twee bestuursleden en een interim-penningmeester? → Zo ja, acht het college deze bestuursomvang passend voor een stichting met een omvangrijke maatschappelijke, economische en publieke verantwoordelijkheid?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Deelt het college de opvatting dat het begrip "goed huisvaderschap", zoals opgenomen in de erfpachtovereenkomst met Stichting GoudAsfalt, mede ziet op: o zorgvuldig en proportioneel handelen richting huurders, o het borgen van maatschappelijke functies, o transparante besluitvorming, o en het voorkomen van machtsmisbruik in een afhankelijke verhuurrelatie?

Antwoord van het college

Indien het college deze opvatting niet deelt, wat verstaat het dan onder het begrip “goed huisvaderschap” in relatie tot het bestuur van Stichting GoudAsfalt? Antwoord: De genoemde elementen kunnen inderdaad onder goed huisvaderschap verstaan worden. Vraag

Vraag 2

Op welke wijze toetst het college momenteel actief of Stichting GoudAsfalt invulling geeft aan dit vereiste van goed huisvaderschap?

Antwoord van het college

Door bestuurlijke gesprekken tussen een wethouder en een bestuur afvaardiging van stichting GOUDasfalt. Ook zijn er op zijn tijd ambtelijk contacten met het bestuur of huurders. Vraag

Vraag 3

Welke concrete instrumenten heeft het college als erfverpachter om in te grijpen wanneer signalen bestaan dat niet langer aan dit vereiste wordt voldaan?

Antwoord van het college

Wanneer heeft het college voor het laatst getoetst in hoeverre de stichting GoudAsfalt voldoet aan de verwachtingen die zijn gewekt in het Bidbook 2.0, op basis waarvan het terrein voor gebruik aan GoudAsfalt is gegund? Wat was het resultaat van deze toetsing? Antwoord De gemeente heeft geen harde dwingende instrumenten om in te grijpen. Er is geen letterlijke toetsing aan de hand van criteria, wel vond het laatste bestuurlijke gesprek plaats op 12 november 2025. Vraag

Vraag 4

Is het college bekend met het feit dat het bestuur van Stichting GoudAsfalt momenteel bestaat uit slechts twee bestuursleden en een interim-penningmeester?

Antwoord van het college

Zo ja, acht het college deze bestuursomvang passend voor een stichting met een omvangrijke maatschappelijke, economische en publieke verantwoordelijkheid? Antwoord: Ja Vraag 5 Hanteert het college – expliciet of impliciet – minimale governance-normen voor stichtingen die gemeentelijke grond met een belangrijke maatschappelijke functie in erfpacht beheren? Antwoord: Stichting GOUDasfalt is geen beheerder van gemeentelijk vastgoed. Zij is pachter en zelf geheel vrij in het maken van inhoudelijke keuzes. Als de gemeente een beheerder en directe sturing had gewild, dan had hiervoor bij aanvang van het project een andere juridische constructie gekozen moeten worden. Vraag 6 Is het college bereid te erkennen dat bestuurlijke kwetsbaarheid en het ontbreken van voldoende tegenkracht een risico vormen voor zorgvuldig beheer en goed huisvaderschap? Antwoord: Dit kan zeker een risico vormen. De juridische mogelijkheden van de gemeente iets met deze constatering te doen zijn echter niet aanwezig (zie tevens vraag 5). Vraag 7 Is het college op de hoogte van het recente verzoek van het bestuur van Stichting GoudAsfalt aan de ondernemersvereniging om namen te verstrekken van ondernemers die een kritische brief aan de gemeenteraad hebben ondersteund? Antwoord: Nee Vraag 8 Deelt het college de zorg dat een dergelijk verzoek, gezien de afhankelijke verhuurrelatie, een afschrikwekkend effect kan hebben op ondernemers om hun zorgen vrijuit te uiten? Antwoord: Zie antwoord op vraag 7 Vraag 9 Acht het college het verenigbaar met goed huisvaderschap en goed verhuurderschap dat ondernemers zich onveilig of onder druk gezet voelen om hun mening te uiten richting de raad? Antwoord: De vraag is of het college iets kan met een dergelijke constatering (zie tevens vraag 5). pagina 2 Vraag 10 Welke rol ziet het college voor zichzelf wanneer signalen bestaan dat huurders terughoudend zijn uit angst voor beëindiging van hun huurovereenkomst? Antwoord: Het college heeft voor wat betreft de Scouting een mediator ingebracht om te kijken welke mogelijkheden er zijn om tot oplossingen te komen. Het college kan dus wel handelen maar binnen haar rol als verpachter en de pachtovereenkomst. Als de raad meer invloed wil, dan zal dat een andere rol vragen met bijbehorend budget en personele uren. Ook is er hulp geboden voor de Scouting bij het vinden van een nieuwe locatie. Vraag 11 Deelt het college de opvatting dat het beëindigen van een huurovereenkomst met een maatschappelijke organisatie als de scouting, zonder reëel alternatief, extra zorgvuldigheid vereist in het licht van goed huisvaderschap? Antwoord: Zie vraag 5 Vraag 12 Heeft het college beoordeeld of dit besluit past binnen de doelstelling van een evenwichtige invulling van maatschappelijke, recreatieve en commerciële functies zoals beoogd in de erfpachtconstructie? Antwoord: Ja hier is naar gekeken. Maar opnieuw is er de bewust gekozen rol voor de gemeente. Die rol is niet die van bestuurder van Goudasfalt. Vraag 13 Waarom is sinds de aangenomen motie van juni 2024 geen structurele, periodieke informatievoorziening aan de raad tot stand gekomen over Stichting GoudAsfalt, ondanks het expliciete verzoek daartoe? Antwoord: Goudasfalt heeft een jaarverslag op hun website gepubliceerd maar zonder financiële gegevens1. De gemeente heeft op haar beurt geen gronden om een structurele, periodieke informatievoorziening aan de raad te eisen van stichting GOUDasfalt. Vraag 14 Welke acties heeft het college sinds juni 2024 ondernomen om het bestuur van Stichting GoudAsfalt aan te spreken op deze informatieplicht richting de raad? Antwoord: Bestuurlijke gesprekken, ambtelijk contact met zowel de stichting als huurders en mediation. Vraag 15 Is het college bereid om nu alsnog invulling te geven aan deze motie, en zo ja: o op welke termijn, o met welke frequentie, o en met welke minimale inhoud? Antwoord: zie vraag 16 1 https://www.goudasfalt.nl/organisatie/stichting/ pagina 3 Vraag 16 Is het college bereid om, gelet op de samenloop van: o bestuurlijke kwetsbaarheid, o signalen van gebrek aan vertrouwen, o mogelijke druk op ondernemers, o en het uitblijven van informatievoorziening aan de raad, o met als mogelijk gevolg stagnatie van ontwikkeling van het initiatief een onafhankelijke beoordeling te laten uitvoeren naar maatschappelijk succespotentieel, exclusiviteit, governance en naleving van het vereiste van goed huisvaderschap van, respectievelijk door Stichting GoudAsfalt? Antwoord: Deze vraag roept op tot bestuurlijk ingrijpen in een zelfstandige stichting die niet meer dan een pachtovereenkomst heeft met de gemeente. De pachtovereenkomst maakt dit ingrijpen niet mogelijk. Het college deelt zeker de zorgen van de raad, laat deze ook zeker blijken bij stichting GOUDasfalt maar heeft niet de gevraagde harde instrumenten in handen om in te grijpen. De gemeente heeft eerder de keuze gemaakt, GOUDasfalt veel zelfstandigheid te geven. De erfpachtovereenkomst is in lijn met die insteek. Dit is participatie op één van de hoogste treden van de participatieladder. Dit geeft vrijheid en verantwoordelijkheid voor vooral stichting GOUDasfalt. Als de raad de invulling van de vrijheid en verantwoordelijkheid niet juist vindt, dan zou de participatie eerst terug moeten naar een andere trede. Zo werkt participatie echter niet. Het loslaten en eigen verantwoordelijkheid geven, is niet terug te draaien als de uitkomsten niet zijn wat de wens is. Ter vergelijking, als het rijk treinkaartjes te duur vindt, dan kan zij de NS niet verplichten de prijzen te verlagen. De NS is een zelfstandig bedrijf en geen (semi)overheidsinstantie. In het erfpachtcontract staan afspraken over eventuele koop van het terrein van de gemeente aan de stichting. Mocht deze vraag in beeld komen, dan zijn er wel mogelijke sturingsopties voor de gemeente. Het is vooral aan het bestuur van GOUDasfalt en hun huurders, vrijwilligers e.d. om tot minder botsingen en betere samenwerking te komen, tot een nieuw bestuur of andere oplossingen. Wij vertrouwen erop u met deze antwoorden voldoende te hebben geïnformeerd. Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester, drs. R.C. Bakker mr. drs. P. Verhoeve Geschatte ambtelijke capaciteit: 3 uur. pagina 4

Bekijk de brief: 26-05 Beantwoording schriftelijke vragen van GV en VVD inzake Ontwikkelingen Goudasfalt

Bron: raadsinformatie van de gemeente Gouda (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Gouda

Alle artikel 35-vragen in Gouda