20 januari 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Gouda

Ruimte voor Sporten, Spelen en Bewegen

Een raadslid stelde op 20 januari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Gouda (9 vragen).

In het kort

9 vragen en wat het college antwoordt

  • Erkent het college het RIVM-advies om 25% van de openbare ruimte in te zetten voor lopen, fietsen, sport en spel? → Is het college bereid dit als lokale richtnorm op te nemen in de Omgevingsvisie/programma’s?
  • Kan het college aangeven wat de huidige Goudse stand is: welk percentage van de openbare ruimte is nu functioneel ingericht voor bewegen? → Op dit moment is een integraal, actueel cijfer waarin alle relevante onderdelen als één percentage zijn samengevoegd niet beschikbaar.
  • Hoe verhoudt dit percentage zich per wijk, en in welke wijken wijkt dit het meest af van de door het RIVM geadviseerde 25%? → Zie antwoord op vraag 2.
  • Welke functies of vormen van ruimtegebruik nemen volgens het college relatief veel openbare ruimte in beslag, ten koste van sport-, speel- en beweegruimte? → Waar liggen volgens het college kansrijke locaties om te starten om meer vormen van bewegen te realiseren?
  • Welke maatschappelijke winst ziet het college in het omvormen van een deel van de openbare ruimte tot plekken voor sport en bewegen? → Het college ziet maatschappelijke winst in het bevorderen van gezondheid, sociale samenhang en gelijke kansen door sport en bewegen toegankelijk te maken in de openbare ruimte.
  • Welke snelle, ‘zachte’ ingrepen kan het college in 2026 al realiseren? → Ook in 2026 wordt bij projecten in de openbare ruimte gezocht naar een goede verdeling van de ruimte voor een beweegvriendelijke omgeving waaronder wandelen, fietsen en groen.
  • Op welke wijze gaat het college de uitkomsten van de Goudse Kinderstembus vertalen naar concreet beleid en inrichting van de openbare ruimte? → Hiervoor wordt het vastgestelde speel- en groenbeleid gevolgd.
  • Hanteert het college bij verdichting het principe “meer inwoners - hoger aandeel beweegruimte” zoals RIVM adviseert? → Hoe wordt dit afgedwongen bij gebiedsontwikkeling?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

beantwoording schriftelijke vragen Fractie van GroenLinks, Partij van de Arbeid en CDA

Bezoekadres Huis van de Stad, Burgemeester Jamesplein 1 Postadres Postbus 1086, 2800 BB Gouda

afdeling

uw kenmerk

gouda

RBA

-

10 februari 2026

contactpersoon

zaaknummer

A.C. van der Wal

1648357

onderwerp

Beantwoording schriftelijke vragen van Groenlinks, PvdA en CDA over Ruimte voor sporten, spelen en bewegen.

Geachte fractie, Op 20 januari 2026 heeft u schriftelijke vragen gesteld over het onderwerp: Ruimte voor sporten, spelen en bewegen. Onderstaand de beantwoording van de vragen.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Erkent het college het RIVM-advies om 25% van de openbare ruimte in te zetten voor lopen, fietsen, sport en spel?

Antwoord van het college

Is het college bereid dit als lokale richtnorm op te nemen in de Omgevingsvisie/programma’s?

Het college is bezig deze vuistregel voor een gezonde leefomgeving te bestuderen. Omdat deze vuistregel pas zeer recent is gepubliceerd, is nog niet bekend wat toepassing voor Gouda zou betekenen. Het advies lijkt aan te sluiten bij opgave 4 (paragraaf 5.4: gezonde mensen door een gezonde en veilige leefomgeving) uit de Omgevingsvisie om te werken aan een gezonde leefomgeving en meer ruimte om bewegen te organiseren. Tegelijkertijd schetst de Omgevingsvisie de schaarse beschikbare ruimte in Gouda (paragraaf 6.4) als een belangrijke ruimtelijke uitdaging die vraagt om integrale keuzes. Daarbij moeten verschillende ruimtelijke opgaven in samenhang worden bekeken, zoals wonen, bereikbaarheid, een gezonde en veilige leefomgeving, klimaatadaptatie, hittestress en waterberging

Vraag 2

Kan het college aangeven wat de huidige Goudse stand is: welk percentage van de openbare ruimte is nu functioneel ingericht voor bewegen?

Antwoord van het college

Op dit moment is een integraal, actueel cijfer waarin alle relevante onderdelen als één percentage zijn samengevoegd niet beschikbaar. Voor informatie over het ruimtegebruik in gemeente Gouda verwijst het college de raad naar de Omgevingsvisie.

Vraag 3

Hoe verhoudt dit percentage zich per wijk, en in welke wijken wijkt dit het meest af van de door het RIVM geadviseerde 25%?

Antwoord van het college

Zie antwoord op vraag 2.

Vraag 4

Welke functies of vormen van ruimtegebruik nemen volgens het college relatief veel openbare ruimte in beslag, ten koste van sport-, speel- en beweegruimte?

Antwoord van het college

Waar liggen volgens het college kansrijke locaties om te starten om meer vormen van bewegen te realiseren?

Vaak blijkt dat door de ruimte voor de auto te verkleinen en de fietser en voetganger prioriteit te geven, sneller aan de vuistregels kan worden voldaan (RIVM1). In gemeente Gouda is hier nog geen onderzoek naar gedaan.

Er zijn geen cijfers bekend over de manier waarop de bewoners de publieke en private ruimte gebruiken. Het is ook niet inzichtelijk of deze vormen van ruimtegebruik ten koste gaan van sport-, speel- en beweegruimte. Net als binnen gemeente Gouda signaleert de provincie ZuidHolland in haar Omgevingsbeleid dat schaarse ruimte vraagt om integrale keuzes. Daarbij worden verschillende ruimtelijke opgaven in samenhang bekeken, zoals wonen, bereikbaarheid, een gezonde en veilige leefomgeving, klimaatadaptatie, hittestress en waterberging. Ruimte voor de auto is daarin een van de aspecten die zorgvuldig moet worden afgewogen ten opzichte van genoemde opgaven. Kansrijke locaties voor wandelen en fietsen zijn o.a. opgenomen in het Verkeerscirculatieplan.

Vraag 5

Welke maatschappelijke winst ziet het college in het omvormen van een deel van de openbare ruimte tot plekken voor sport en bewegen?

Antwoord van het college

Het college ziet maatschappelijke winst in het bevorderen van gezondheid, sociale samenhang en gelijke kansen door sport en bewegen toegankelijk te maken in de openbare ruimte. Deze plekken stimuleren een actieve leefstijl, versterken ontmoetingen in de wijk, vergroten de leefbaarheid en bieden verschillende doelgroepen een positieve en preventieve vrijetijdsbesteding. Het streven naar een beweegvriendelijke en sportieve openbare ruimte is dan ook in verschillende beleidsstukken opgenomen (Nota Ruimte voor sport in Gouda 2021, GALA 2023, Visie Sport & Bewegen 2024). Dankzij de extra middelen die er sinds 2022 voor beschikbaar zijn gesteld, zijn op verschillende plekken in de stad openbare beweegfaciliteiten gerealiseerd. Bewegen en wonen in het groen vergroten bovenstaande maatschappelijke winst, zoals ook beschreven in het Programma Groen Gouda (2024).

Deze inzet sluit aan op de bredere visie dat mobiliteit geen doel op zichzelf is, maar bijdraagt aan verschillende ruimtelijke opgaven, zoals een gezonde leefomgeving, een aantrekkelijke stad en een sterke sociale structuur. Een autoluwere openbare ruimte met minder verkeersdrukte maakt het mogelijk om meer klimaatadaptief groen, speelplekken en kwalitatief hoogwaardige verblijfsruimtes te realiseren. Dit leidt tot een gezondere leefomgeving waarin mensen worden gestimuleerd om meer buiten te zijn en actief te bewegen.

Vraag 6

Welke snelle, ‘zachte’ ingrepen kan het college in 2026 al realiseren?

Antwoord van het college

Ook in 2026 wordt bij projecten in de openbare ruimte gezocht naar een goede verdeling van de ruimte voor een beweegvriendelijke omgeving waaronder wandelen, fietsen en groen. In Westergouwe wordt gewerkt aan een nieuwe buitensportplek en ook elders in de stad worden diverse al bestaande sport- en speellocaties geüpgraded. Verder komt er in 2026 een fietscampagne waarbij het doel is kinderen met of zonder ouders vaker de fiets te laten pakken naar school.

Vraag 7

Op welke wijze gaat het college de uitkomsten van de Goudse Kinderstembus vertalen naar concreet beleid en inrichting van de openbare ruimte?

Antwoord van het college

Hiervoor wordt het vastgestelde speel- en groenbeleid gevolgd.

Vraag 8

Hanteert het college bij verdichting het principe “meer inwoners - hoger aandeel beweegruimte” zoals RIVM adviseert?

Antwoord van het college

Hoe wordt dit afgedwongen bij gebiedsontwikkeling?

Het college onderschrijft dat verdichting gepaard moet gaan met de inzet op beweegruimte.

Zo schrijft het speelbeleid voor dat er een extra speelplek moet worden gerealiseerd bij een bepaalde toename van het aantal kinderen. Bij bouwontwikkelingen geldt ook de 15% groennorm in het kader van de Structuurvisie Groen. Deze groennorm bij ontwikkelprojecten zorgt ervoor dat bij verdichting structureel nieuw openbaar toegankelijk groen wordt toegevoegd. Verder wordt er bij gebiedsontwikkelingen t.b.v. van een gezonde fysieke leefomgeving aangestuurd om zoveel mogelijk aan te sluiten op goede (nieuwe) voet- en fietspadverbindingen, om bewegen zoveel mogelijk te stimuleren. 1 Het RIVM‑rapport “Een gezonde inrichting van de openbare ruimte: vuistregels voor Bewegen, Groen en

Ontmoeten”

pagina 2

Het college schuwt daarnaast niet om actief extra ruimte voor groen en bewegen te creëren.

Een recent voorbeeld is de keuze om het schoolgebouw aan de Jan Luykenstraat te slopen en de locatie om te vormen tot een park. Deze nieuwe groene koele verblijfsplek nodigt uit tot spelen, sporten, wandelen en ontmoeten.

Verder heeft het college als doel om in 2026, in lijn met het Omgevingsprogramma Parkeren, de parkeernormen te herzien. Op deze manier kan het parkeerbeleid niet alleen zorgen voor een efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte, maar ook bijdragen aan doelen vanuit andere beleidsvelden, zoals klimaatadaptatie, gezondheid, leefbaarheid en sociale verbinding.

Vraag 9

Ziet het college mogelijkheden om naast beweegnormen ook de 3-30-300-groennorm toe te passen, en hoe worden deze normen in samenhang gebruikt?

Antwoord van het college

Groen ondersteunt bewegen. In samenspraak met de raad is in het Programma Groen Gouda een lokale variant van de 3-30-300 regel vastgesteld voor gemeente Gouda.

Wij vertrouwen erop u met deze antwoorden voldoende te hebben geïnformeerd.

Burgemeester en wethouders van Gouda, de secretaris, de burgemeester,

drs. R.C. Bakker

mr. drs. P. Verhoeve

Geschatte ambtelijke capaciteit: 4 uur.

pagina 3

Bekijk de brief: 26-04 Beantwoording schriftelijke vragen GL, PvdA, CDA inzake Ruimte voor Sporten, Spelen en Bewegen

Bron: raadsinformatie van de gemeente Gouda (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Gouda

Alle artikel 35-vragen in Gouda