14 december 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Huizen

keuzes FTE inzet duurzaamheid en besteding van CDOKE gelden.pdf

Een raadslid (VVD) stelde op 14 december 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Huizen (4 vragen).

In het kort

4 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoe ziet u de scheiding tussen duurzame warmte en duurzame opwekking? → Het onderscheid is in het rapport van Over Morgen zelf aangebracht.
  • Waarom is er gekozen voor een forse verhoging van het aantal FTE op duurzame warmte? → Voor duurzame warmte is in het Klimaatakkoord een regisserende rol voor gemeenten neergelegd.
  • Waarom is de verhoging van het aantal FTE voor circulaire economie, wat een breder terrein bestrijkt binnen duurzaamheid, zo beperkt gehouden, terwijl dit een invalshoek… → De conclusie hierover van Over Morgen, die ik u bij de beantwoording van de vorige vraag heb voorgelezen, geeft hierop het inhoudelijke antwoord.
  • Waarom bent u van mening dat de CDOKE gelden niet kunnen worden ingezet onder de pijler circulariteit? → Zoals gezegd heeft de vraag van de VVD-fractie ons ertoe gebracht dit nader te willen bekijken, na consultatie van de RvO.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Beantwoording schriftelijke raadsvragen VVD-fractie over de inzet van de CDOKE gelden ten behoeve van de formatie van personeel voor het realiseren van duurzaamheid Op 12 december 2023 ontving het college schriftelijke raadsvragen van 11 december van mw. Van Kempen van de VVD-fractie over de inzet van de Rijksmiddelen voor klimaatbeleid, de zogeheten CDOKE-gelden, ten behoeve van de formatie van personeel voor het realiseren van duurzaamheid.

Mevrouw Van Kempen verzoekt hierin om een mondelinge beantwoording.

Het college is blij met de vragen van de VVD-fractie, omdat deze attenderen op een mogelijk bredere bestedingsmogelijkheid voor de inzet van de klimaatgelden dan tot nog toe door het college voor mogelijk werd gehouden.

Als antwoord op enkele veel gestelde vragen op de landelijke website over de klimaatgelden staat inderdaad dat deze zogenoemde CDOKE-middelen mogen worden ingezet voor onder andere circulaire economie. Bij die antwoorden op de landelijke website wordt overigens bevestigd dat onderwerpen als biodiversiteit en klimaatadaptatie buiten de regeling vallen, iets waar we als college ook van zijn uitgegaan bij de verstrekte mededeling aan de commissie.

Het college was wel verrast door de informatie op de landelijke website, omdat in de rapporten die afgelopen jaren zijn opgesteld over de gemeentelijke inzet bij de uitvoering van het Klimaatakkoord nauwelijks wordt ingegaan op de circulaire economie.

Het gaat hierbij steeds over de warmtetransitie in de gebouwde omgeving, de duurzame opwekking van elektriciteit en duurzame mobiliteit.

Dit zijn ook de thema’s waar momenteel volop wordt ingezet door het Rijk door middel van subsidies, specifieke uitkeringen, bijvoorbeeld voor de aanpak van energiearmoede door energiebesparing, woningisolatie, aardgasvrij maken van wijken, uitrol van laadpalen en dergelijke.

Voor de circulaire economie is er op dit moment nauwelijks tot geen sprake van landelijke beleidskaders en een ondersteunend instrumentarium voor gemeenten.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoe ziet u de scheiding tussen duurzame warmte en duurzame opwekking?

Antwoord van het college

Het onderscheid is in het rapport van Over Morgen zelf aangebracht. Hoofdstuk 3 gaat over duurzame warmte, hoofdstuk 4 over duurzame opwek.

Die onderverdeling sluit ook aan bij landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidskaders.

Vrij vertaald betreft duurzame warmte alle activiteiten die gericht zijn op besparen, isoleren en aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen. Hiervoor heeft de gemeenteraad de Warmtevisie vastgesteld.

Duurzame opwekking gaat over het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie, waarvoor de Regionale Energie Strategie is vastgesteld. Voor Huizen (en Gooi en Vechtstreek) betekent dit het zorgen voor meer lokale opwekking van zonne-energie.

Vraag 2

Waarom is er gekozen voor een forse verhoging van het aantal FTE op duurzame warmte?

Antwoord van het college

Voor duurzame warmte is in het Klimaatakkoord een regisserende rol voor gemeenten neergelegd. Dit is een rol die gemeenten nooit eerder hebben gehad. Gemeenten zijn verantwoordelijk gesteld om de warmtetransitie (naar aardgasvrij en klimaatneutraal) in het eigen dorp of de eigen stad zo goed mogelijk te organiseren. Met bewoners, bedrijven, netbeheerders, de energiecoöperatie, woningcorporaties en dergelijke. De forse inzet van middelen vanuit het Rijk is hiervoor bedoeld en dat vertalen we ook naar Huizen.

We zijn al enige jaren aan het werk met het betrekken van partijen en in te zetten op energiebesparing en isolatie, maar de vraag gaat zich aandienen op welke wijze en met welk tempo buurten en wijken de volgende stap gaan zetten, namelijk naar aardgasvrij.

Wij merken bij inwoners en samenwerkingspartners ook een toenemende behoefte aan meer gemeentelijke regie en uitvoeringskracht om hiervoor wijkaanpakken te ontwikkelen en een duidelijk toekomstperspectief naar aardgasvrij vast te stellen.

Dit vraagt om de extra gemeentelijke inzet die nu wordt voorgesteld, inclusief de uitbreiding van expertise (bijvoorbeeld over warmtenetten en aquathermie), een hoge mate van participatie van bewoners bij het opstellen van wijkuitvoeringsplannen, en uiteindelijk ook van uw raad een besluit dat wordt vastgelegd in het Omgevingsplan wanneer een wijk geen aardgas meer zal hebben.

In de inleiding bij de vragen wordt gesteld dat bij een aantal wijkrenovaties al ‘holistisch’ wordt gewerkt en meekoppelkansen worden benut. Dat is te optimistisch gesteld. Bij de genoemde renovaties heeft de warmtetransitie geen rol van betekenis gespeeld.

Het gaat er juist om dat die koppelkansen wél worden gepakt, zeker als er sprake zou zijn van collectieve warmtesystemen. Die extra inzet om meekoppelen is juist nodig.

De extra inzet op duurzame opwekking is nodig om als Huizen naar vermogen bij te dragen aan de doelen voor duurzame opwek uit de Regionale Energie Strategie.

Dit zorgt voor meer tempo bij de realisatie van zon op dak bij bedrijven, in de huursector, bij woningeigenaren en op parkeerplaatsen.

Deze extra inzet (1,0 fte) is wel aanmerkelijk lager dan voor duurzame warmte, omdat het in Huizen niet gaat om grootschalige locaties voor hernieuwbare energie (zoals het geval is bij zonneweiden en windturbines).

In de inleiding bij de vragen wordt verder gesteld dat het college de inzet niet conform de gepresenteerde verhouding van adviesbureau Over Morgen verhoogt.

Dat lijkt getalsmatig misschien zo, maar het is goed om te benadrukken dat het college het advies van Over Morgen op dit punt juist volledig volgt.

In hoofdstuk 8 (Vervolgstappen) van de rapportage is hierover het volgende opgenomen:

Op dit moment hebben projecten duurzame warmte, duurzame opwek en duurzame mobiliteit meer directe impact op de route naar een klimaatneutraal Huizen in 2050 dan de projecten op thema’s klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulaire economie. Tegelijkertijd is op de eerste thema’s de meeste kennis voorhanden, zijn de technieken verder doorontwikkeld en is het dus gemakkelijker ‘aanhaken’ en snelheid maken. Specifiek gaat het om de projecten zonnepanelen, isoleren van woningen, verduurzaming van gemeentelijk vastgoed en realiseren van laadpalen in de gemeente. Zodra deze projecten ‘op stoom’ zijn is er wellicht meer zicht op mogelijkheden om de FTE-capaciteit uit te breiden en nieuwe projecten op te pakken.

Vraag 3

Waarom is de verhoging van het aantal FTE voor circulaire economie, wat een breder terrein bestrijkt binnen duurzaamheid, zo beperkt gehouden, terwijl dit een invalshoek is binnen duurzaamheid waarin de gemeente Huizen de komende jaren een forse opgave heeft te gaan, gekeken naar de diverse nieuwbouw, verbouw van scholen, verbouw van gemeentepanden?

Antwoord van het college

De conclusie hierover van Over Morgen, die ik u bij de beantwoording van de vorige vraag heb voorgelezen, geeft hierop het inhoudelijke antwoord. Het college heeft die conclusie zoals gezegd gevolgd.

In tegenstelling tot de energietransitie, met name de warmtetransitie, is er voor het thema circulaire economie zoals gezegd op dit moment weinig duidelijkheid over wat van gemeenten wordt verwacht. Er is in elk geval nog geen regierol neergelegd zoals voor de warmtetransitie.

Een aantal (met name grotere) gemeenten hebben het initiatief genomen door zelf in kaart te brengen waar lokaal de mogelijkheden liggen.

Dit zou ook, zoals in het collegeakkoord staat, de eerste stap voor Huizen zijn.

De rapportage van Over Morgen vormt hiervoor bruikbare input.

De ophoging van de formatie van 0,3 naar 0,8 fte voor circulaire economie (u heeft het in de inleiding bij uw vragen abusievelijk over van 0,3 naar 0,5 fte) is vooral gericht op dit lokale beleid en het in gang zetten van de eerste stappen op dit gebied.

Het nu al fors inzetten op circulaire economie zou dus een stap te vroeg zijn, omdat er nog geen lokaal beleid is vastgesteld.

Hierbij heeft inderdaad meegespeeld dat in de optiek van het college er geen ruimte was vanuit de CDOKE-gelden om hierop te versterken.

Om die reden is de extra inzet voor circulaire economie van 0,5 fte gedekt uit de hiervoor beschikbaar gestelde ruimte in het collegeprogramma 2022-2026.

Vraag 4

Waarom bent u van mening dat de CDOKE gelden niet kunnen worden ingezet onder de pijler circulariteit?

Antwoord van het college

Zoals gezegd heeft de vraag van de VVD-fractie ons ertoe gebracht dit nader te willen bekijken, na consultatie van de RvO.

Als inderdaad blijkt dat die mogelijkheden ruimer mogen worden geïnterpreteerd dan aanvankelijk gedacht, dan is het college bereid om de huidige inzet voor circulaire economie (0,3 fte) verder op te hogen van 0,5 fte naar maximaal 1,0 fte extra, om wat meer balans in de inzet op het totale programma te krijgen.

De toekomstige inzet op circulaire economie wordt dan maximaal 1,3 fte (in plaats van nu 0,8 fte).

Deze extra wordt dan in mindering gebracht op de warmtetransitie (die daalt van toekomstig 5,1 fte naar 4,6 fte).

Indien het college hiertoe besluit, dan informeren we vanzelfsprekend de commissie Fysiek Domein hierover.

Tot slot nog de kanttekening, dat bij het aantrekken van nieuwe medewerkers steeds wordt gezocht naar een logische functie(omvang).

Dit geldt overigens voor alle functies en fte’s die in de mededeling zijn genoemd. De praktijk kan dus altijd iets afwijken van de genoemde aantallen fte’s in de tabellen.

Aan: College en Bestuur van de gemeente Huizen Van: Ria van Kempen Betreft: Schriftelijke raadsvragen over de inzet van de CDOKE gelden ten behoeve van de formatie van personeel voor het realiseren van duurzaamheid Datum 11 december, 2023 Geacht college, Tijdens de commissievergadering fysiek domein van 29 november en 4 december jl., is een inzet matrix gepresenteerd ten behoeve van personeelsuitbreiding met behulp van CDOKE gelden. De keuzes in deze matrix roepen vragen op en de in de commissie fysiek domein gestelde antwoorden met betrekking tot de inzet van CDOKE gelden ook.

De afgelopen jaren is door de gemeente Huizen ingezet op verduurzaming onder warmte, isolatie en stookgedrag. Daarbij worden steeds meer projecten gedraaid die een holistische aanpak en meekoppelkansen laten zien. Mooie voorbeelden hiervoor zijn o.a. de riolering aan de Van Hogendorplaan, Dr. Jan Schoutenlaan en de voorgenomen renovatie van de wijk Stad en Lande. Ook is er aandacht voor bouwen met materiaalpaspoorten etc.. De komende jaren worden projecten in de gemeente Huizen op een holistische wijze opgepakt en worden meekoppelkansen bekeken en ingezet.

Gekeken naar de twee belangrijkste onderdelen in de voorgenomen formatie, laat de keuze van het college een personeelsverhoging zien die niet conform de verhouding van het adviesbureau is ingedeeld. Hierbij kunnen twee onderdelen als belangrijkste pijler onder de personeelsinzet worden gezien. Dit zijn duurzame warmte en circulaire economie. Een derde pijler duurzame opwekking, ligt dicht bij duurzame warmte.

De verhoging van het personeel onder duurzame warmte wordt verhoogd van 1,1 naar 4 fte (advies 6 fte.) en de verhoging van het personeel onder circulaire economie wordt verhoogd van 0,3 naar 0,5 (advies 4,9 fte). De verhoging van het personeel onder duurzame opwekking wordt verhoogd van 1,1 naar 2,1 (advies 4,4 fte.).

Uw antwoord tijdens de commissie fysiek domein ‘CDOKE gelden kunnen niet worden ingezet voor circulariteit’, willen we hierbij ter discussie stellen (zie bijlage printscreen van de officiële overheidspublicatie) en hierop graag uw reactie. 1. 2. 3.

4.

Hoe ziet u de scheiding tussen duurzame warmte en duurzame opwekking?

Waarom is er gekozen voor een forste verhoging van het aantal FTE op duurzame warmte?

En waarom is de verhoging van het aantal FTE voor circulaire economie, wat een breder terrein bestrijkt binnen duurzaamheid, zo beperkt gehouden, terwijl dit een invalshoek is binnen duurzaamheid waarin de gemeente Huizen de komende jaren een forse opgave heeft te gaan, gekeken naar de diverse nieuwbouw, verbouw van scholen, verbouw van gemeentepanden?

Waarom bent u van mening dat de CDOKE gelden niet kunnen worden ingezet onder de pijler circulariteit?

Graag een mondelinge beantwoording van deze vragen tijdens de raadsvergadering van 14 december a.s..

Bekijk de brief: Beantwoording Raadsvragen mevrouw Van Kempen (VVD) over keuzes FTE inzet duurzaamheid en besteding van CDOKE gelden.pdf

Bron: raadsinformatie van de gemeente Huizen (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Huizen

Alle artikel 35-vragen in Huizen