18 augustus 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Kaag en Braassem

Schriftelijke vragen Groep Mooren RIB OER-traject

Een raadslid stelde op 18 augustus 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

1 SCHRIFTELIJKE VRAGEN Zaaknummer 1025728 Datum indiening vragendinsdag 7 juli 2026 Onderwerp Rib OER-traject A4/N11 Indiener vragen Groep Mooren: Mooren (Thijs) Toelichting Geen Vragen

1. Kan het college aangeven voor welke doeleinden de gronden nu worden gebruikt en voldoet de beslissing van het college aan het beleid wat door de raad is vastgesteld (geen zonneweide op agrarische gronden) De gronden zijn momenteel in bruikleen uitgegeven aan inwoners van de gemeente en worden gebruikt als grasland voor het weiden van schapen en/of paarden.

Het college is van oordeel dat de beslissing in lijn is met het vastgestelde beleid. De Lokale Energiestrategie (LES) noemt expliciet "(braak)liggende terreinen en reststroken, met name op de bedrijven- en agrarische terreinen" als locaties waar kleinschalige initiatieven met zonnepanelen mogelijk zijn. De LES sluit agrarische gronden daarmee niet uit.

Ook uit de Omgevingsvisie volgt niet dat zonnepanelen op agrarische gronden per definitie zijn uitgesloten. De Omgevingsvisie geeft wel aan dat de gemeente terughoudend is met grootschalige zonneparken op landbouwgrond. Tegelijkertijd kiest de gemeente voor maatwerk.

Daarnaast is in het koersdocument opgenomen dat voor zonne-energie geen draagvlak bestaat voor grootschalige zonneweiden en dat de voorkeur uitgaat naar zon op daken, boven parkeerplaatsen en langs infrastructuur. De betreffende locatie is naar voren gekomen bij de inventarisatie van mogelijk kansrijke locaties in het kader van het OER-traject. Daarbij is steeds gekeken naar locaties op of in de nabijheid van de A4 en N11. Het ging daarbij niet uitsluitend om rijksgronden, maar ook om provinciale en gemeentelijke gronden.

Dat de gronden een agrarische bestemming hebben en momenteel als grasland worden gebruikt, betekent daarom niet dat de locatie op voorhand is uitgesloten voor een zonne-energie-initiatief.

Van een algemeen verbod op zonnepanelen op gronden met een agrarische bestemming is in de LES en de Omgevingsvisie geen sprake.

2. Wat is de argumentatie van het college waarom nooit is onderzocht waarom deze gronden niet zijn ingezet voor (tijdelijke) woningbouw?

De beoordeling vond plaats binnen de duurzaamheidsopgave en niet binnen de woningbouwopgave. Voor (tijdelijke) woningbouw zijn afzonderlijke ruimtelijke, planologische en

2 financiële afwegingen noodzakelijk. De geschiktheid van deze gronden voor woningbouw maakte daarom geen onderdeel uit van deze verkenning.

3. Waarom is het college van mening dat deze gronden voldoen aan het OER traject (langs de A4/N11) met de wetenschap dat er nog een sloot, weg en een stuk land ertussen ligt voordat je bij de beoogde bestemming bent Het college is van mening dat deze locatie aansluit bij de uitgangspunten van zowel het OER-traject als de LES. Zoals in de beantwoording van vraag 1 is toegelicht, is de locatie naar voren gekomen bij de inventarisatie van mogelijk kansrijke locaties in het kader van het OER-traject.

Daarbij is gekeken naar locaties die grenzen aan of liggen in de nabijheid van de A4 en N11.

Daarbij zijn zowel het OER-traject als de LES gericht op het bundelen van energieopwekking bij bestaande infrastructurele structuren om de ruimtelijke impact op het landschap te beperken.

Deze benadering sluit tevens aan bij het koersdocument, waarin zon op daken, boven parkeerplaatsen en langs infrastructuur als voorkeursrichting wordt genoemd.

4. Met deze locatie voor opwek energie, houdt dit in dat nu iedere grondeigenaar de mogelijkheid moet kunnen krijgen om langs de provinciale wegen of A4 zonneweides te kunnen plaatsen?

Nee. De beoordeling van zonne-opwek vindt per locatie plaats. Dat een initiatief op één locatie passend wordt geacht, betekent niet dat alle grondeigenaren langs de A4 of provinciale wegen automatisch dezelfde mogelijkheid hebben. Iedere aanvraag wordt afzonderlijk getoetst aan de geldende beleidskaders en de specifieke kenmerken van de locatie. Daarbij speelt niet alleen de gemeente een rol, maar ook de provincie, die vanuit haar eigen ruimtelijke en landschappelijke beleidskaders een afweging maakt.

5. Wat kan het financiële risico zijn voor de gemeente en wat zijn de kosten voor de gemeente bij dit project?

Voor het projectbesluit worden, op basis van de huidige scope, kosten geraamd van circa € 5.300 tot € 10.600 voor de gemeente. Deze kosten worden alleen gemaakt als een ontwikkelaar daadwerkelijk inschrijft. Daarnaast wordt onderzocht of een koepel energiecoöperatie kan worden opgericht. Indien dit gebeurt, kan de gemeentelijke bijdrage maximaal circa € 20.000 bedragen. Tegenover de kosten staan mogelijke opbrengsten, zoals grondvergoedingen en financiële voordelen voor de omgeving via lokaal eigendom.

6. Hoe denkt het college nu nog een zorgvuldig participatie traject te kunnen starten nu blijkt dat omwonenden en belanghebbende het via de media hebben moeten vernemen?

Het college erkent dat betrokkenen, met uitzondering van de inwoners met wie een bruikleenovereenkomst is gesloten, via de media kennis hebben kunnen nemen van het besluit.

Tegelijkertijd is met het collegebesluit nog niet bepaald dat op deze locatie daadwerkelijk een zonnepark wordt gerealiseerd. Het gaat om het beschikbaar stellen van gronden binnen een regionaal traject, waarbij nog onzeker is of een initiatiefnemer zich voor deze locatie zal melden.

Mocht dat het geval zijn, dan worden omwonenden en andere belanghebbenden betrokken bij de verdere uitwerking van het initiatief.

Bekijk de brief: Beantwoording Schriftelijke vragen Groep Mooren RIB OER-traject

Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Kaag en Braassem

Alle artikel 35-vragen in Kaag en Braassem