vrijstelling van leerplicht onder de regel Artikel 5 onder B
Een raadslid stelde op 18 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem (5 vragen).
In het kort
5 vragen en wat het college antwoordt
- Hoe houdt de gemeente in de praktijk zicht op hoe het met deze kinderen gaat, zowel qua leren als hun ontwikkeling? → De wettelijke bepalingen zijn hierin leidend.
- Hoe vaak is er contact met deze gezinnen? → Vindt het college dat dat voldoende is om goed zicht te houden? 1 De betreffende ouders moeten jaarlijks een aanvraag indienen.
- In hoeveel gevallen zijn er de afgelopen jaren zorgen geweest over kinderen met een vrijstelling? → Wat voor soort zorgen waren dat en wat is er toen gedaan?
- Om hoeveel kinderen gaat dit in de periode van september 2025 t/m juli 2026? → Op dit moment hebben 6 kinderen vrijstelling (uit 3 gezinnen).
- Bestaat het risico dat kinderen met een vrijstelling uit beeld raken? → Zo ja, hoe probeert de gemeente dat te voorkomen?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
SCHRIFTELIJKE VRAGEN
Zaaknummer
1009884
Datum indiening vragen
maandag 8 juni 2026
Onderwerp
vrijstelling van leerplicht onder de regel Artikel 5 onder B
Indiener vragen
PRO – Dias (Julian)
Toelichting Naar aanleiding van een uitzending van het programma BOOS en de behandeling van de begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen in de Visie en Adviescommissie van 27 mei 2026 heeft PRO enkele vragen opgesteld voor het college.
Uit de uitzending van BOOS hebben wij begrepen dat de gemeente verantwoordelijk is voor de vrijstelling van leerplicht onder de regel Artikel 5 onder B van de Leerplichtwet. Dat komt er kort op neer dat ouders hun kinderen thuishouden omdat ze in de omgeving geen school kunnen vinden die bij hun levensvisie\overtuiging past en daarom thuisonderwijs willen geven.
En die vrijstelling lijkt vrij gemakkelijk afgegeven te worden en wordt niet verder gecontroleerd en\of opgevolgd.
Vragen
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Hoe houdt de gemeente in de praktijk zicht op hoe het met deze kinderen gaat, zowel qua leren als hun ontwikkeling?
Antwoord van het college
De wettelijke bepalingen zijn hierin leidend.
Bureau Leerrecht (onderdeel van Holland Rijnland) voert namens onze gemeente(n) de uitvoering van de leerplichtwet uit. In de grondwet is de vrijheid van onderwijs stevig verankerd. Naast openbaar onderwijs is het zodoende mogelijk om bijzonder onderwijs te kunnen volgen, op basis van geloofsen levensovertuiging. Sommige ouders vinden op basis van hun godsdienst of levensbeschouwing dat er toch geen goede school is die bij hun opvattingen past. Bijvoorbeeld Holistische ouders. Of bijvoorbeeld ouders die een specifieke geloofsovertuiging aanhangen waarvoor geen aparte school is.
Deze ouders kunnen vanaf het moment dat hun kind naar school zou moeten, vrijstelling vragen, op voorwaarde dat ze thuisonderwijs geven. Omdat de vrijheid van onderwijs belangrijk is, hoeven ouders weinig verantwoording af te leggen hierover. Bureau leerrecht kan dan ook alleen minimaal handhaven of er een vorm van thuisonderwijs is en kan de ontwikkeling op zich zelf niet monitoren.
Vraag 2
Hoe vaak is er contact met deze gezinnen?
Antwoord van het college
Vindt het college dat dat voldoende is om goed zicht te houden?
1
De betreffende ouders moeten jaarlijks een aanvraag indienen. Bureau Leerrecht volgt de wettelijke bepalingen, niet meer en niet minder.
Vraag 3
In hoeveel gevallen zijn er de afgelopen jaren zorgen geweest over kinderen met een vrijstelling?
Antwoord van het college
Wat voor soort zorgen waren dat en wat is er toen gedaan?
Vraag 4
Om hoeveel kinderen gaat dit in de periode van september 2025 t/m juli 2026?
Antwoord van het college
Op dit moment hebben 6 kinderen vrijstelling (uit 3 gezinnen). Er zijn geen (indirecte) signalen van zorg bij ons bekend.
Vraag 5
Bestaat het risico dat kinderen met een vrijstelling uit beeld raken?
Antwoord van het college
Zo ja, hoe probeert de gemeente dat te voorkomen?
Uiteraard is er een risico dat kinderen die niet het regulier onderwijs volgen uit beeld raken.
Daarom is er al jaren discussie over het wetsartikel 5 onder b.
Onlangs heeft de Hoge raad voor het eerst de uitspraak gedaan dat het openbaar onderwijs toegankelijk is voor iedereen, van welke overtuiging dan ook. Dat betekent dat aanvragen op basis van artikel 5 lid b voortaan afgewezen kunnen/moeten worden, als er binnen 6 km een openbare school is. Dat betekent een ommekeer in de behandeling van aanvragen voor een vrijstelling. Naar aanleiding van deze uitspraak zal het Bureau Leerrecht dan ook geen nieuwe vrijstellingen meer verlenen.
Uit praktische overwegingen is het voorstel om degenen die al langer een vrijstelling hebben nog één overgangsschooljaar te geven om school te zoeken.
2
Bron: raadsinformatie van de gemeente Kaag en Braassem (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.