15 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Kerkrade

26u0006890 Beantwoording vragen fractie CDA (Geanonimiseerd)

Een raadslid stelde op 15 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade (15 vragen).

In het kort

15 vragen en wat het college antwoordt

  • De nota stelt dat omliggende gemeenten eveneens een kilometergrens van 6 kilometer hanteren. o Welke gemeenten betreft dit precies en heeft het college onderzocht welke… → Bij de voorbereiding van de verordening is gekeken naar de situatie in omliggende gemeenten.
  • Is onderzocht of de verhoging van de kilometergrens ertoe kan leiden ouders kiezen voor een school die verder weg ligt, om alsnog voor Leerlingenvervoer in aanmerking te… → dat Het college heeft hier geen afzonderlijk onderzoek naar uitgevoerd.
  • Wanneer de gemeente oordeelt dat een andere school dichterbij ligt en passend is , hoe verhoudt zich dat tot de vrijheid van onderwijs en de vrije schoolkeuze? → Het college onderschrijft het belang van de vrijheid van onderwijs en de vrije schoolkeuze.
  • Is door het college overwogen om , ter waarborging van de vrijheid van onderwijs en de vrije schoolkeuze , een maximale afstand te hanteren waarbinnen ouders vrij kunnen… → Zo nee , is het college bereid een dergelijke bepaling in de verordening op te nemen?
  • Op welke wetenschappelijke onderzoeken baseert het college de stelling dat een verhoging van de kilometergrens de ontwikkeling en zelfredzaamheid van leerlingen ten… → De keuze voor het stimuleren van zelfstandigheid is niet gebaseerd op een specifiek wetenschappelijk onderzoek.
  • Wanneer uit de jaarlijkse evaluatie blijkt dat deze doelstelling niet wordt gehaald , is het college dan bereid de kilometergrens opnieuw te overwegen? → 2 Het college vindt het belangrijk om de effecten van de nieuwe verordening zorgvuldig te volgen.
  • Kan het college de volledige rekensom achter de verwachte besparing van €120. 000 delen? → Bij de huidige populatie gaat het om 47 leerlingen met een gemiddelde ritprijs van €721. , De berekening is als volgt opgebouwd: 47 leerlingen × €721 , gemiddelde ritprijs × 40 schoolweken…
  • Welke andere besparingsscenario’s zijn onderzocht voordat gekozen werd voor het verhogen van de kilometergrens en waarom zijn deze alternatieven afgevallen? → De verordening is niet opgesteld vanuit een besparingsopgave of kostenreductie als primaire doelstelling , er zijn dus geen alternatieven onderzocht.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

De nota stelt dat omliggende gemeenten eveneens een kilometergrens van 6 kilometer hanteren. o Welke gemeenten betreft dit precies en heeft het college onderzocht welke effecten deze keuze daar heeft gehad op leerlingen, ouders en bezwaarprocedures?

Antwoord van het college

Bij de voorbereiding van de verordening is gekeken naar de situatie in omliggende gemeenten. Daarbij is vastgesteld dat onder andere Landgraaf, Brunssum en Voerendaal een afstandsgrens van 6 kilometer hanteren voor het basisonderwijs en het speciaal basisonderwijs. Ook Heerlen hanteert een afstandsgrens van 6 kilometer voor het basisonderwijs. afzonderlijk onderzoek uitgevoerd naar de effecten van deze afstandsgrens op leerlingen, ouders of bezwaarprocedures in deze gemeenten. Wel zijn ervaringen en uitvoeringspraktijken uitgewisseld. Hieruit zijn geen signalen naar voren gekomen die aanleiding geven om af te zien van aansluiting bij deze afstandsgrens. Er is geen

Vraag 2

Is onderzocht of de verhoging van de kilometergrens ertoe kan leiden ouders kiezen voor een school die verder weg ligt, om alsnog voor Leerlingenvervoer in aanmerking te komen?

Antwoord van het college

dat Het college heeft hier geen afzonderlijk onderzoek naar uitgevoerd. Daarbij wordt opgemerkt dat voor Leerlingenvervoer niet de afstand tot de gekozen school bepalend is , maar de afstand tot de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Het kiezen van een verder weg gelegen school leidt daarom niet automatisch tot een aanspraak op Leerlingenvervoer.

Vraag 3

Wanneer de gemeente oordeelt dat een andere school dichterbij ligt en passend is , hoe verhoudt zich dat tot de vrijheid van onderwijs en de vrije schoolkeuze?

Antwoord van het college

Het college onderschrijft het belang van de vrijheid van onderwijs en de vrije schoolkeuze. Ouders behouden te allen tijde de vrijheid om een school te kiezen die aansluit bij hun wensen en overtuigingen. De wettelijke regeling voor Leerlingenvervoer maakt echter onderscheid tussen schoolkeuze en aanspraak op vervoer. Voor de beoordeling van een aanvraag wordt uitgegaan van de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Dit uitgangspunt volgt rechtstreeks uit de onderwijswetgeving en wordt landelijk toegepast.

Vraag 4

Is door het college overwogen om , ter waarborging van de vrijheid van onderwijs en de vrije schoolkeuze , een maximale afstand te hanteren waarbinnen ouders vrij kunnen kiezen voor een passende school zonder gevolgen voor de aanspraak op Leerlingenvervoer?

Antwoord van het college

Zo nee , is het college bereid een dergelijke bepaling in de verordening op te nemen? Het college heeft een dergelijke bepaling niet overwogen. De wettelijke regeling van het Leerlingenvervoer gaat uit van vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Het opnemen van een aanvullende afstandsregeling zou afwijken van deze wetgeving en kan leiden tot ongelijke behandeling van vergelijkbare situaties. Het college ziet daarom geen aanleiding om een dergelijke bepaling in de verordening op te nemen.

Vraag 5

Op welke wetenschappelijke onderzoeken baseert het college de stelling dat een verhoging van de kilometergrens de ontwikkeling en zelfredzaamheid van leerlingen ten goede komt en op welke wijze wordt gemeten of deze beoogde toename van zelfredzaamheid daadwerkelijk wordt bereikt?

Antwoord van het college

De keuze voor het stimuleren van zelfstandigheid is niet gebaseerd op een specifiek wetenschappelijk onderzoek. Deze keuze sluit aan bij de uitgangspunten van de VNG-modelverordening , de ervaringen van andere gemeenten en het bredere maatschappelijke streven om , waar mogelijk , de zelfredzaamheid en participatie van kinderen te bevorderen. Het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan is bedoeld om samen met ouders , leerling en school te verkennen welke ontwikkelmogelijkheden aanwezig zijn. Het is nadrukkelijk geen verplicht traject richting zelfstandig reizen.

Vraag 6

Wanneer uit de jaarlijkse evaluatie blijkt dat deze doelstelling niet wordt gehaald , is het college dan bereid de kilometergrens opnieuw te overwegen?

Antwoord van het college

2 Het college vindt het belangrijk om de effecten van de nieuwe verordening zorgvuldig te volgen. De jaarlijkse evaluatie biedt de mogelijkheid om te beoordelen of de beoogde doelstellingen worden bereikt en of zich in de praktijk knelpunten voordoen. Indien uit evaluaties blijkt dat onderdelen van de verordening ongewenste effecten hebben , kan het college bezien of aanpassing van beleid of regelgeving wenselijk is. Op voorhand loopt het college echter niet vooruit op mogelijke toekomstige wijzigingen.

Vraag 7

Kan het college de volledige rekensom achter de verwachte besparing van €120. 000 delen?

Antwoord van het college

Bij de huidige populatie gaat het om 47 leerlingen met een gemiddelde ritprijs van €721. , De berekening is als volgt opgebouwd: 47 leerlingen × €721 , gemiddelde ritprijs × 40 schoolweken × 5 dagen per week × 2 (heen- en terugreis) = €135. 548. Van dit bedrag is vervolgens 10% in mindering gebracht als marge voor onzekerheden. Hierbij is rekening gehouden met factoren zoals leerlingen die mogelijk niet (volledig) zelfstandig kunnen reizen.

Vraag 8

Welke andere besparingsscenario’s zijn onderzocht voordat gekozen werd voor het verhogen van de kilometergrens en waarom zijn deze alternatieven afgevallen?

Antwoord van het college

De verordening is niet opgesteld vanuit een besparingsopgave of kostenreductie als primaire doelstelling , er zijn dus geen alternatieven onderzocht. Wel zijn er de afgelopen jaren al een paar maatregelen genomen. Voor de Mgr. Hanssenschool zijn er geen losse taxibusjes meer ingezet maar een touringcar. En voor andere routes is er in het verleden al gekeken naar optimalisatie van de route(s) en opstapplekken. De wijziging van de kilometergrens vloeit voort uit de beleidsmatige keuze om meer nadruk te leggen op de zelfredzaamheid van leerlingen binnen het Leerlingenvervoer. De verordening richt zich daarmee op het herijken van de toegang tot Leerlingenvervoer , in plaats van het doorvoeren van financiële optimalisaties binnen het bestaande systeem. Vanuit die beleidsgrondslag zijn alternatieve besparingsmaatregelen niet als vertrekpunt of afwegingskader meegenomen.

Vraag 9

Overwegende de in de nota genoemde onzekerheid omtrent brandstofprijzen , is onderzocht of verduurzaming van het wagenpark of het gebruik van elektrische voertuigen op langere termijn kosteneffectiever kan zijn dan het beperken van het aantal leerlingen dat aanspraak kan maken op leerlingenvervoer?

Antwoord van het college

De verordening is niet opgesteld vanuit een kostenbesparend oogpunt of vanuit de afweging tussen verduurzaming van het wagenpark en het beperken van aanspraken op Leerlingenvervoer. Het betreft twee afzonderlijke beleidsvraagstukken die niet aan elkaar gekoppeld zijn in de totstandkoming van deze verordening. 3 De nieuwe verordening richt zich uitsluitend op de voorwaarden waaronder leerlingen in aanmerking komen voor Leerlingenvervoer. Vraagstukken rondom verduurzaming van vervoersmiddelen maken geen onderdeel uit van deze verordening , maar vallen binnen de contractering en bedrijfsvoering van vervoerders.

Vraag 10

De nota vermeldt overleg met de AMO , maar niet met ouders. Waarom zijn ouders en oudervertegenwoordigers niet rechtstreeks betrokken bij de totstandkoming van deze verordening?

Antwoord van het college

Bij de voorbereiding van de verordening is gebruikgemaakt van de VNGmodelverordening , zijn ervaringen van andere gemeenten betrokken en is advies gevraagd aan de Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning (AMO). Er heeft geen afzonderlijk participatietraject met ouders of oudervertegenwoordigers plaatsgevonden. Het college heeft ervoor gekozen om aan te sluiten bij de gebruikelijke procedure voor het opstellen van een verordening , waarbij advies wordt gevraagd aan de daarvoor aangewezen adviesorganen. Daarnaast zijn signalen uit de uitvoeringspraktijk , waaronder schooldirecties voor speciaal onderwijs in Kerkrade , betrokken bij de voorbereiding van de verordening.

Vraag 11

De nota erkent dat gezinnen met beperkte draagkracht of een beperkt netwerk praktische problemen kunnen ondervinden ten gevolge van de nieuwe verordening. o Hoe verwacht het college deze gezinnen concreet te ondersteunen en welke criteria hanteert het college om te bepalen wanneer een gezin onvoldoende mogelijkheden heeft om zelf vervoer of begeleiding te organiseren?

Antwoord van het college

Het uitgangspunt van de wetgeving rondom Leerlingenvervoer is dat ouders verantwoordelijk zijn voor het organiseren van het schoolbezoek van hun kind. Dat geldt ook voor ouders van leerlingen die niet in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening. Het college realiseert zich tegelijkertijd dat gezinnen verschillen in hun mogelijkheden om vervoer te organiseren. Daarom wordt bij aanvragen voor Leerlingenvervoer gekeken naar de individuele situatie van de leerling en waar relevant de omstandigheden van het gezin. Wanneer ouders aangeven dat sprake is van bijzondere omstandigheden die van invloed zijn op de mogelijkheden om het vervoer te organiseren , worden deze betrokken bij de beoordeling. Het is daarbij in eerste instantie aan ouders om dergelijke omstandigheden kenbaar te maken. Vervolgens beoordeelt de gemeente zorgvuldig of deze omstandigheden aanleiding geven om af te wijken van de standaarduitgangspunten en maatwerk toe te passen. 4 Het uitgangspunt blijft dat iedere aanvraag individueel wordt beoordeeld en dat geen standaardoplossing wordt toegepast wanneer de situatie van een leerling daarom vraagt.

Vraag 12

Hoeveel loosmeldingen hebben zich in de afgelopen vijf jaar voorgedaan?

Antwoord van het college

In de afgelopen vijf jaar hebben zich de volgende aantallen loosmeldingen voorgedaan: Juni 2021 – juni 2022: 1. 372 loosmeldingen Juni 2022 – juni 2023: 1. 776 loosmeldingen Juni 2023 – juni 2024: 2. 254 loosmeldingen • • Juni 2024 – juni 2025: 1. 804 loosmeldingen Juni 2025 – juni 2026: 885 loosmeldingen • Hieruit blijkt dat het aantal loosmeldingen in de periode 2023–2024 een piek heeft bereikt , waarna in het daaropvolgende jaar een daling is ingezet. In de meest recente periode (2025–2026) is een verdere afname • • zichtbaar.

Vraag 13

Hoe vaak verwacht het college gebruik te maken van de bevoegdheden genoemd in artikel 25 lid 3 sub d en e?

Antwoord van het college

Op basis van de huidige uitvoeringspraktijk verwachten wij het gebruik van de bevoegdheden genoemd in artikel 25 lid 3 sub d en e beperkt. Tot op heden zijn er nog geen waarschuwingsbrieven verstuurd en is er ook nog geen aanleiding geweest om een ontzegging van deelname aan het Leerlingenvervoer op te leggen. In de meeste gevallen betreft het eenmalige loosmeldingen , bijvoorbeeld doordat een leerling ziek wordt opgehaald zonder dat dit tijdig wordt doorgegeven. In situaties met meerdere loosmeldingen wordt eerst contact opgenomen met ouders om de situatie te bespreken en hen te wijzen op de juiste meldprocedure (via de TVM-app of telefonisch). Door deze preventieve aanpak wordt in de praktijk vaak al bijgestuurd voordat formele maatregelen nodig zijn. Daarom is de verwachting dat de inzet van deze bevoegdheden slechts incidenteel en in uitzonderlijke gevallen zal plaatsvinden , en mogelijk in het geheel niet nodig blijkt binnen een schooljaar.

Vraag 14

Welke mogelijkheden bestaan er voor ouders om aannemelijk te maken dat er sprake is van ziekte , overmacht of een crisissituatie?

Antwoord van het college

Het college erkent dat zich situaties kunnen voordoen waarin ouders tijdelijk of structureel niet in staat zijn om het vervoer van hun kind zelf te organiseren , bijvoorbeeld als gevolg van ziekte , overmacht of een crisissituatie. In dergelijke gevallen kunnen ouders dit bij de aanvraag of gedurende de looptijd van de voorziening kenbaar maken en onderbouwen met relevante informatie. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit een toelichting van ouders zelf , aangevuld met medische of andere relevante informatie wanneer dat noodzakelijk is voor een zorgvuldige beoordeling. Het college beoordeelt vervolgens per situatie of deze omstandigheden aanleiding geven om af te wijken van de standaarduitgangspunten en 5 een passende vervoersvoorziening toe te kennen. Daarbij staat belang van het kind en de feitelijke uitvoerbaarheid van het het schoolbezoek altijd centraal.

Vraag 15

Hoe wordt voorkomen dat leerlingen de dupe worden van fouten , misverstanden of nalatigheid van ouders?

Antwoord van het college

Het uitgangspunt van de regeling Leerlingenvervoer is dat ouders verantwoordelijk zijn voor het schoolbezoek en de dagelijkse organisatie daarvan , waaronder het vervoer van en naar school wanneer geen aanspraak bestaat op een voorziening Leerlingenvervoer. Wanneer een leerling op grond van de verordening recht heeft op Leerlingenvervoer , wordt dit op een zorgvuldige en structurele wijze georganiseerd. Het college ziet erop toe dat de uitvoering van toegekende voorzieningen correct plaatsvindt en dat leerlingen niet de dupe worden van uitvoeringsproblemen. Indien zich in de praktijk knelpunten voordoen , zoals misverstanden of incidentele fouten in de planning of uitvoering van het vervoer , wordt altijd gekeken naar een passende oplossing binnen de uitvoeringspraktijk. Het belang van de leerling staat daarbij voorop. Tegelijkertijd geldt dat situaties waarin geen recht bestaat op Leerlingenvervoer onder de verantwoordelijkheid van ouders vallen , zoals dat ook geldt voor andere vormen van schoolbezoek. Hopende u hiermee voldoende te hebben ingelicht.

Bekijk de brief: 26u0006890 Beantwoording vragen fractie CDA (Geanonimiseerd)

Bron: raadsinformatie van de gemeente Kerkrade (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Kerkrade

Alle artikel 35-vragen in Kerkrade