agendapunt 7.1 commissie B&S
Een raadslid stelde op 9 september 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Beantwoording vragen fractie Burgerbelangen inzake agendapunt 7.1 (proeftuin leeromgeving voor basis- en voortgezet onderwijs) commissie B&S 9 september 2025
Vraag 1: Wat is het verschil in werkzaamheden tussen preventiemedewerker en zorgmedewerker?
Antwoord:
Preventiemedewerker: richt zich op vroeg signalering, preventieve inzet in de klas (om te voorkomen dat lichte hulpvragen zich ontwikkelen tot zwaardere zorgvragen) en laagdrempelig contact met leerlingen en ouders. Taken zijn onder andere het voeren van gesprekken, organiseren van themabijeenkomsten en ondersteunen van leerkrachten bij het creëren van een positief pedagogisch klimaat. De preventiemedewerker is ook goed op de hoogte van de bestaande ondersteuningsmogelijkheden rond de school/in de wijk en maakt hier zoveel mogelijk gebruik van.
Zorgmedewerker: biedt begeleiding en interventie bij leerlingen met duidelijke of zwaardere sociaal-emotionele of gedragsproblemen. Dit kan individueel, in kleine groepen of via nauwe samenwerking met externe hulpverlening.
Kortom: de preventiemedewerker versterkt de basis en voorkomt escalatie; de zorgmedewerker pakt de complexere casuïstiek op.
Vraag 2: Is er supervisie op de trajecten door een professional c.q. gedragswetenschapper?
Antwoord:
Op de drie scholen is supervisie en deskundige betrokkenheid geborgd:
Diabolo: overleg met gedrag specialist, intern begeleider en schoolmaatschappelijk werk.
Het Martin Buber: inzet van een HBO-geschoolde jeugd-expert met jeugdhulpexpertise, opschaling naar jeugdconsulent, jeugdarts en multidisciplinair expertiseteam is mogelijk.
De Steltloper: een multidisciplinair ondersteuningsteam (school, zorg, preventie, welzijn) komt periodiek bijeen om te monitoren en bij te sturen.
Bovendien zullen alle preventie- en zorgmedewerkers die op de scholen worden ingezet gekwalificeerde professionals zijn van professionele organisaties. Organisaties waarop ze
ook kunnen terugvallen wanneer desbetreffende medewerkers daar behoefte aan hebben. En de organisaties zien er zoals gebruikelijk erop toe, dat de kwaliteit is geborgd.
Vraag 3: Is er bekend wat de inhoud van de themabijeenkomsten zal zijn?
Antwoord:
Voor De Steltloper zijn de thema’s concreet benoemd: opvoeding, gedrag, hechting, grenzen stellen, emotieregulatie, samenwerking rond gedrag, emoties en taalgebruik.
Deze worden afgestemd op actuele vraagstukken binnen de schoolpopulatie. Op Het Martin Buber zullen de bijeenkomsten nog moeten worden afgestemd op de specifieke wensen en behoeften van de school. Mede ook aan de hand van de ervaringen die de preventie- en zorgmedewerker op de school opdoen. De basisschool De Diabolo heeft niet gevraagd voor themabijeenkomsten.
Vraag 4: Evaluatie; we vinden het belangrijk dat er periodiek, bijvoorbeeld geëvalueerd wordt. Wat is de planning voor evaluatie? Is een halfjaarlijkse terugkoppeling bijvoorbeeld een optie?
Antwoord:
De uitvoering van de pilots wordt gedurende het schooljaar gemonitord op meerdere niveaus. Hierbij wordt gekeken naar zowel de feitelijke inzet van professionals als de ervaren opbrengsten voor leerlingen, ouders, leerkrachten en schoolleiding. Doel is om inzicht te krijgen in de effectiviteit, uitvoerbaarheid en borgingsmogelijkheden van de aanpak.
De evaluatie bestaat uit een combinatie van:
•
Procesmonitoring, waarbij wordt gekeken naar de mate waarin de geplande inzet (uren, activiteiten) gerealiseerd is
•
Kwalitatieve evaluatie, waarbij ervaringen van betrokkenen centraal staan (interviews, observaties, ouderfeedback)
•
Effectevaluatie, waarin wordt gekeken naar zichtbare veranderingen in gedrag, sociaal-emotioneel functioneren, ouderbetrokkenheid en schoolklimaat
•
Financiële verantwoording, inclusief vergelijking van de inzet met mogelijk vermeden zorgkosten of doorverwijzingen
De evaluatie wordt periodiek besproken met het multidisciplinaire ondersteuningsteam van de school en gebruikt voor tussentijdse bijsturing. Daarnaast worden de uitkomsten vertaald naar aanbevelingen voor een eventuele structurele borging of opschaling van de aanpak.
Per kwartaal zal een tussenevaluatie plaats vinden. Een halfjaarlijkse terugkoppeling is mogelijk.
Vraag 5: Stel de pilot is succesvol en voor volgende jaren is er behoefte aan bredere uitrol, is daar dan al een voorziening voor in de begroting hiervoor?
Antwoord:
Nee. Alsdan zal daarvoor ruimte in de begroting moeten worden gemaakt.
Vraag 6: Is er een inschatting gemaakt wat investeren aan de voorkant kan besparen aan de achterkant, oftewel zorgtrajecten op latere leeftijd?
Antwoord:
Het Martin Buber heeft een berekening gemaakt:
Zonder extra investering zouden 55 kinderen een individueel arrangement jeugdhulp nodig hebben (gemiddeld € 5.714 per kind = ca. € 314.000).
Voor minimaal 25 kinderen kan dat worden voorkomen, wat ruim € 140.000 bespaart.
Bij De Diabolo zijn het afgelopen schooljaar voor 12 leerlingen individuele zorgtrajecten voorkomen. Een potentiële besparing van ongeveer € 38.000.
De aanvraag van de basisschool De Steltloper bevat geen onderbouwing van een financiële besparing.
We moeten ons hier realiseren dat “besparingen aan de achterkant” veelal pas op middellange tot lange termijn zichtbaar zullen zijn als het om preventie gaat. Het effect van vroeg signalering en preventieve ondersteuning laat zich niet direct vertalen in een directe kostenbesparing, maar uit zich geleidelijk in minder doorverwijzingen naar gespecialiseerde zorg, minder schooluitval, andere groepsdynamiek in de klas en een afname van multi-problematiek binnen gezinnen. En het kan nooit met zekerheid worden vastgesteld of door de inzet van een zorgmedewerker op de school een jeugdhulptraject daadwerkelijk is voorkomen. We gaan daar wel van uit.
De baten zijn bovendien niet alleen financieel van aard, maar ook maatschappelijk en sociaal: kinderen met hulpvragen worden eerder en beter ondersteund op de scholen, kunnen zich daardoor beter ontwikkelen, hebben een passende plek op school en vallen daardoor minder uit. Zodat ze eindelijk zelfstandig als volwassenen kansrijk kunnen
meedoen en van betekenis kunnen zijn voor de samenleving. Ouders worden eerder en effectiever ondersteund en leerkrachten ervaren minder handelingsverlegenheid en werkdruk. Dit alles vertaalt zich op de lange termijn toch ook weer in financieel rendement.
Vraag 7: Er wordt regionaal beleid gevormd over dit thema. Wij hebben na dit jaar twee jaar ervaring. Worden die ervaringen gedeeld richting de makers van het regionale beleid zodat zij hier hun voordeel mee kunnen doen?
Natuurlijk.
Bekijk de brief: Beantwoording vragen fractie Burgerbelangen inzake agendapunt 7.1 commissie B&S
Bron: raadsinformatie van de gemeente Kerkrade (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.