12 juni 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Kerkrade

vragen fractie Burgerbelangen bij de jaarrekening 2025

Een raadslid stelde op 12 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade.

Brief van het college

Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.

Vragen fractie Burgerbelangen Vraag 34: Op bladzijde 11 van de begroting staat een plus van € 189.000 van de BSGW. Is hiervan ook een gedeelte teruggestort naar de egalisatiereserve afval en de voorziening riolen?

Antwoord:

Nee.

Op basis van het resultaat 2025 heeft BsGW in totaal 4,266M teruggestort aan de deelnemers. Het aandeel van Kerkrade hierin bedroeg 189K. De voornaamste oorzaak voor het positieve resultaat is het achterblijven van de post bezwaar en beroep woz/ozb (3,416M). Daarnaast waren er extra opbrengsten door incidentele opdrachten/projecten (548K). Het restant zit in lagere afschrijvingen dan begroot a.g.v. SaaS-oplossingen en lagere personeelslasten samenhangend met onderbesteding in de flexibele schil (o.a. bezwaar/beroep). De grote meevallers staan dus niet of niet direct in relatie tot afval/riool.

Het restant ziet op het totale dienstenpakket ten behoeve van alle deelnemers. Het zou kunnen zijn dat een (klein) deel hiervan, en dát deel vervolgens weer naar rato van aandeel gemeente Kerkrade (circa 4%) toe te rekenen valt aan afval/riool.

Exacte berekeningen zijn niet te maken overigens, omdat op dat detailniveau de kosten niet worden geregistreerd door BsGW.

Verder nemen wij ook nog specifiek maatwerk af. Tot slot wordt opgemerkt dat in de Begroting 2023 voor het laatst een verhoogde bijdrage BsGW naar rato is toegerekend naar afval en riool. In de Begroting 2024 t/m de Begroting 2027 zijn de kosten voor BsGW wel gestegen door indexeringen en cao’s. Dus ook kosten welke deels toe te rekenen zouden zijn geweest naar afval en riool. Maar deze kostenstijgingen werden meer dan goedgemaakt door meevallers op andere vlakken bij BsGW, waardoor in die jaren geen sprake was van een verhoogde bijdrage en dus ook geen extra toerekening heeft plaatsgevonden. In deze totale context is er van deze meevaller niets teruggestort naar de egalisatiereserve afval en de voorziening riolen.

Vraag 35: Op pagina 11 van de begroting is een meevaller van € 1.099.000 als bijdrage “realisatiestimulans woningbouw” in beeld gebracht. Van wie is dat bedrag ontvangen of van wie moet dat nog worden ontvangen?

Antwoord:

Met de Realisatiestimulans krijgen gemeenten een vast bedrag van het Rijk voor iedere betaalbare woning waarvan volgens de BAG de bouw is gestart (en nog een aantal voorwaarden), te weten € 7.000 per woning.

De bijdrage wordt uitgekeerd op basis van de SiSa-verantwoording, in dit geval die van 2025. De commissie BBV heeft bij deze specifieke regeling een uitspraak gedaan dat we dit in 2025 al moeten verwerken, ook al komt de toekenning pas in 2026 (op basis van de Sisa-verantwoording 2025). Het is daarmee een beloning achteraf.

Vraag 36: Middels een * wordt aangegeven dat via de algehele resultaatsbestemming bedrag wordt gelabeld voor een woonfonds.

Dan bedraagt het saldo van de rekening toch € 147.000?

Antwoord:

Nee. De volledige tekst luidt: “Dit bedrag komt vooralsnog via de algehele resultaatbestemming in de reserve exploitatie terecht. In 2026 zal nog een besluit worden voorgelegd om dit bedrag in te zetten voor woningbouw. In dit kader wordt bijvoorbeeld gedacht aan het instellen van een woonfonds.” De toevoeging aan de reserve exploitatie is de bestendige gedragslijn conform het doel van deze reserve. Er is nu nog geen rechtmatige grondslag om een dergelijk bedrag al op het resultaat (na bestemming) 2025 te minderen, een dergelijke besteding waarbij mogelijk zelfs een nieuw fonds wordt gevormd vraagt om een (separaat) raadsbesluit. Conform de met de raad gemaakte afspraken. Vandaar dat een nader besluit de raad later in 2026 nog zal worden voorgelegd.

6

Vraag 37: Op blz. 11 staat dat een bedrag van € 2.232.000 in de voorziening wethouderspensioenen is gestort terwijl op blz. 184 staat dat er een bedrag van € 2.314.000 in de voorziening is gestort? Welk bedrag is correct?

Antwoord:

Inderdaad is de toename van de voorziening in totaliteit € 2.314, maar hiervan is € 82 regulier (via inhouding premie salarisadministratie). Zoals op pagina 11 staat is aanvullend € 2.232 gestort (verplicht), welke niet geraamd was.

Bekijk de brief: beantwoording vragen fractie Burgerbelangen bij de jaarrekening 2025

Bron: raadsinformatie van de gemeente Kerkrade (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Kerkrade

Alle artikel 35-vragen in Kerkrade