vragen LA
Een raadslid stelde op 11 juni 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade (9 vragen).
In het kort
9 vragen en wat het college antwoordt
- De VNG benadrukt dat de raad onder de Omgevingswet juist nadrukkelijk verantwoordelijk is voor kaderstelling, sturing en monitoring, terwijl het college uitvoert. • Kan… → Bij veel ontwikkelingen moet in een vroeg stadium worden beoordeeld of de ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben.
- De Omgevingswet vraagt expliciet om een bewuste inrichting van de rolverdeling tussen raad en college. • Waar blijkt uit dat deze mandatering een bewuste en inhoudelijke… → Zoals aangegeven in antwoord op vraag 1 is een merbeoordelingsbesluit in de meeste gevallen een formaliteit omdat op voorhand duidelijk is dat geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten…
- De VNG geeft aan dat de raad “gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols houdt”. • Hoe kan de raad deze rol nog effectief invullen wanneer… → Zie ook de beantwoording bij vraag 1 en 2.
- Onder de Omgevingswet is participatie een essentieel onderdeel van besluitvorming en wordt van gemeenten verwacht dat inwoners actief worden betrokken. [raadsleden.nl] •… → Antwoord Zie eerdere antwoorden.
- Acht het college het risico aanwezig dat door deze mandatering politiek en maatschappelijk gevoelige dossiers buiten het zicht van de raad blijven? • Zo nee, waarop… → Nee, zie eerdere antwoorden.
- Het college lijkt de mandatering te rechtvaardigen vanuit efficiencyoverwegingen. • Is het college het met de fractie eens dat efficiency op zichzelf onvoldoende reden… → Zie eerdere antwoorden.
- Kan het college concreet aangeven welke problemen zich voordoen als deze bevoegdheid bij de raad blijft? • Hoe vaak heeft dit daadwerkelijk tot knelpunten geleid? → Zie het antwoord op vraag 6.
- De Omgevingswet biedt ruimte om gericht af te bakenen wanneer de raad wél betrokken is (bijvoorbeeld via adviesrecht of uitzonderingscategorieën). • Waarom is niet… → • Op welke wijze wordt geborgd dat de raad tijdig kan ingrijpen wanneer blijkt dat onder mandaat genomen besluiten politieke of maatschappelijke impact hebben?
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Vragen Lokaal Alternatief betreffende Agendapunt 7.2: Ontwerpbesluit mandaat- en machtigingsbesluit in verband met het nemen van merbeoordelingsbesluiten
Onze fractie constateert dat met dit voorstel bevoegdheden worden gemandateerd aan het college, terwijl de Omgevingswet en de duiding van de VNG in haar artikel (https://vng.nl/artikelen/raadgever-omgevingswet-rolverdeling-gemeenteraad-encollege-van-b-en-w ) uitgaan van een duidelijke rolverdeling waarin de raad kaders stelt, stuurt en actief betrokken blijft bij relevante afwegingen in de fysieke leefomgeving.
Tegen deze achtergrond roept het voorstel fundamentele vragen op over de positie van de raad, democratische controle en participatie.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
De VNG benadrukt dat de raad onder de Omgevingswet juist nadrukkelijk verantwoordelijk is voor kaderstelling, sturing en monitoring, terwijl het college uitvoert. • Kan het college toelichten waarom er desondanks voor wordt gekozen om deze bevoegdheid via mandaat naar zich toe te trekken? • In hoeverre is dit voorstel in lijn met de bedoeling van de wetgever om de raad nadrukkelijker in positie te brengen?
Antwoord van het college
Bij veel ontwikkelingen moet in een vroeg stadium worden beoordeeld of de ontwikkeling aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. Bij grote projecten kan een directe verplichting bestaan om een milieueffectrapport op te stellen. Voor andere, kleinere projecten moet worden beoordeeld of aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Kan dat niet worden uitgesloten, dan kan worden besloten dat milieueffectrapport moet worden opgesteld. Dat komt in Kerkrade zelden voor. Ter illustratie een milieueffectrapport is bijvoorbeeld verplicht bij:
•
•
•
•
ontgrondingsprojecten; de aanleg van windparken hoogovenbedrijven papierfabrieken
•
•
•
de aanleg van auto(snel)wegen de aanleg van binnenvaarthavens en luchthavens de aanleg van industrieterreinen
Voor woningbouwprojecten en andere relatief kleinschalige stedelijke ontwikkelingsprojecten moet een besluit worden genomen over het wel of niet opstellen van een milieueffectrapport. Het nemen van een merbeoordelingsbesluit is in het overgrote deel van de gevallen een formaliteit omdat op voorhand duidelijk is dat er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Het besluit ziet niet op kaderstelling, maar op uitvoering in de vorm van voorbereidende handelingen / besluiten. De kaders worden vastgelegd in o.a. de omgevingsvisie en het omgevingsplan en die worden door de gemeenteraad vastgesteld en daarbij wegen milieuaspecten nog steeds volwaardig mee.
Wanneer overigens aanzienlijke milieueffecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten zal worden besloten dat een milieueffectrapport moet worden opgesteld.
Over dat rapport zal vervolgens een besluit moeten worden genomen door de gemeenteraad. Dat besluit wordt met voorliggend besluit niet gemandateerd.
Overigens blijft de gemeenteraad als mandaatgever ook bevoegd de gemandateerde bevoegdheid zelf uit te oefenen en kan mandaat te allen tijde worden ingetrokken, zo volgt uit de Algemene wet bestuursrecht.
Vraag 2
De Omgevingswet vraagt expliciet om een bewuste inrichting van de rolverdeling tussen raad en college. • Waar blijkt uit dat deze mandatering een bewuste en inhoudelijke keuze is en niet primair een organisatorische of efficiencygedreven oplossing?
Antwoord van het college
Zoals aangegeven in antwoord op vraag 1 is een merbeoordelingsbesluit in de meeste gevallen een formaliteit omdat op voorhand duidelijk is dat geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Is het dat niet en het houdt het besluit in dat wél een milieueffectrapport moeten worden opgesteld omdat aanzienlijke milieueffecten niet kunnen worden uitgesloten dan is het besluit over dat rapport aan de raad.
Daarmee is de keuze voor mandatering een bewuste keuze met als doel efficiëntie en tijdwinst bij de voorbereiding van wijzigingen van het omgevingsplan.
Wijzigingen van het omgevingsplan worden – met uitzondering van door de raad bepaalde gevallen, als opgenoemd in het delegatiebesluit d.d. 29 september 2021 (21Rb057) – ook vastgesteld door de raad. Daarmee stelt de raad nog steeds de kaders vast.
Vraag 3
De VNG geeft aan dat de raad “gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols houdt”. • Hoe kan de raad deze rol nog effectief invullen wanneer beslissingen onder mandaat genomen? • Erkent het college dat met dit voorstel het risico ontstaat dat de raad feitelijk pas achteraf kennisneemt van relevante besluiten, in plaats van vooraf te kunnen sturen?
Antwoord van het college
Zie ook de beantwoording bij vraag 1 en 2. Het uiteindelijke besluit tot het wel of niet vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan is aan de raad, behoudens door de raad vastgestelde gevallen. Wanneer aanzienlijke milieueffecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is een milieueffectrapport nodig en daarover beslist de raad in dat geval ook.
Vraag 4
Onder de Omgevingswet is participatie een essentieel onderdeel van besluitvorming en wordt van gemeenten verwacht dat inwoners actief worden betrokken. [raadsleden.nl] • Hoe wordt geborgd dat bij gemandateerde m.e.r.-beoordelingen signalen uit de samenleving en participatietrajecten nog zichtbaar en bespreekbaar blijven voor de raad?
Antwoord van het college
Antwoord Zie eerdere antwoorden. Participatie vindt plaats in het kader van een voorgenomen wijziging van het omgevingsplan voor bijvoorbeeld een nieuwe ontwikkeling. Een merbeoordelingsbesluit vraagt niet om een eigen participatieproces omdat het ziet op dezelfde ontwikkeling. Wanneer een ontwerpwijziging van het omgevingsplan ter inzage worden gelegd kunnen zienswijzen worden ingediend en die kunnen ook betrekking hebben op het merbeoordelingsbesluit. Die zienswijzen worden samen met het voorstel tot vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan aangeboden aan de raad.
Vraag 5
Acht het college het risico aanwezig dat door deze mandatering politiek en maatschappelijk gevoelige dossiers buiten het zicht van de raad blijven? • Zo nee, waarop baseert het college dit vertrouwen?
Antwoord van het college
Nee, zie eerdere antwoorden. De uiteindelijke besluitvorming over het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan blijft aan de gemeenteraad, behoudens in door de gemeenteraad eerder aangewezen gevallen.
Vraag 6
Het college lijkt de mandatering te rechtvaardigen vanuit efficiencyoverwegingen. • Is het college het met de fractie eens dat efficiency op zichzelf onvoldoende reden is om democratische betrokkenheid van de raad te beperken? • Welke inhoudelijke noodzaak maakt deze keuze volgens het college onvermijdelijk?
Antwoord van het college
Zie eerdere antwoorden. De uiteindelijke besluitvorming van o.a. het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan is aan de gemeenteraad. Indien steeds voor inzage van een ontwerpwijziging een merbeoordelingsbesluit van de raad nodig is, maakt dat de doorlooptijd van de procedure voor een wijziging van het omgevingsplan aanzienlijk langer. Bovendien is het nemen van een merbeoordelingsbesluit in het overgrote deel van de gevallen een formaliteit. Is het dat niet en is een milieueffectrapport noodzakelijk, dan besluit de raad vervolgens over dat rapport.
Vraag 7
Kan het college concreet aangeven welke problemen zich voordoen als deze bevoegdheid bij de raad blijft? • Hoe vaak heeft dit daadwerkelijk tot knelpunten geleid?
Antwoord van het college
Zie het antwoord op vraag 6. Dit zorgt voor een langere doorlooptijd van procedures.
Knelpunten hebben zich nog niet voorgedaan, maar willen we juist voorkomen. Voor de invoering van de Omgevingswet was bij wet geregeld dat merbeoordelingsbesluiten door het college mochten worden genomen. Dit lijkt overigens niet bewust te zijn geschrapt bij de invoering van de Omgevingswet.
Daarom willen we de praktijk van vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet graag voortzetten.
Vraag 8
De Omgevingswet biedt ruimte om gericht af te bakenen wanneer de raad wél betrokken is (bijvoorbeeld via adviesrecht of uitzonderingscategorieën). • Waarom is niet gekozen voor een meer gebalanceerde variant, waarbij de raad betrokken blijft bij gevoelige of afwijkende gevallen?
Antwoord van het college
•
Op welke wijze wordt geborgd dat de raad tijdig kan ingrijpen wanneer blijkt dat onder mandaat genomen besluiten politieke of maatschappelijke impact hebben?
Antwoord Zoals de beantwoording van de voorgaande vragen blijkt, is het uiteindelijke besluit om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen aan de gemeenteraad.
Wanneer aanzienlijke milieueffecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is besluitvorming over het vervolgens op te stellen milieueffectrapport ook aan de gemeenteraad. Ook kan de raad het voorliggende mandaat aan het college altijd weer intrekken.
Vraag 9
Is het college bereid te erkennen dat dit voorstel ertoe kan leiden dat de raad op afstand wordt gezet bij besluiten die juist raken aan de fysieke leefomgeving, belangen van inwoners en maatschappelijke afwegingen?
Antwoord van het college
Nee, zoals blijkt uit de antwoorden op voorgaande vragen is dat niet geval.
Onze kernvraag is dan ook: “Waarom wijken we lokaal af van een stelsel dat juist bedoeld is om de raad sterker te positioneren?
Antwoord:
Nee, zoals blijkt uit de antwoorden op voorgaande vragen is dat niet het geval.
Volledigheidshalve wordt ook opgemerkt dat diverse andere gemeenten al vergelijkbare besluiten hebben genomen, waaronder de gemeenten Heerlen en Maastricht.
Bekijk de brief: beantwoording vragen LA
Bron: raadsinformatie van de gemeente Kerkrade (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.