4672 Raadsbrief Beantwoorden schriftelijke vragen CDA fractie ontwikkelingen Vlietzone
Een raadslid stelde op 17 maart 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg.
Brief van het college
Deze brief is niet in losse vragen en antwoorden uit te lezen. Hieronder staat de tekst; het origineel staat via de link.
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 17 maart 2026 Nummer 4672 Onderwerp Raadsbrief Beantwoorden schriftelijke vragen CDA-fractie inzake ontwikkelingen Vlietzone Portefeuillehouder Wethouder Belt
1. Aanleiding Het college heeft schriftelijke politieke vragen ontvangen van fractie CDA inzake ontwikkelingen Vlietzone. De vragen zijn als bijlage bij deze raadsbrief gevoegd. De vragen zullen onder punt 2 Inhoudelijke uiteenzetting worden beantwoord.
2. Inhoudelijke uiteenzetting Vraag 1:
Is het College op de hoogte van deze in het artikel genoemde ’stand van zaken’ over de Vlietzone.
Antwoord op vraag 1:
Het college is bekend met de plannen van Den Haag om een uitbreiding van het bedrijventerrein toe te staan. Het college van Leidschendam-Voorburg heeft hierover, vanaf de start van de gesprekken over een toekomstbeeld op de Vlietzone in 2019, gezegd dat voor LeidschendamVoorburg een uitbreiding van het bedrijventerrein enkel mogelijk is onder de volgende voorwaarden:
a. Als eerste kijken naar mogelijkheden voor indichting op het bestaande bedrijventerrein;
b. Alleen een uitbreiding naar de achterkant, richting de oksel van het Prins Clausplein;
c. Alleen een uitbreiding als er een alternatieve ontsluitingsweg komt waardoor ruimte komt om de Westvlietweg af te waarderen (tot fietsstraat);
d. Geen ruimte voor bedrijven in een hoge milieucategorie (4 of hoger);
e. Versterking van de ruimtelijke kwaliteit staat voorop;
f. De komst van een (watergebonden) afvaloverslagcentrale is niet passend in de Vlietzone (niet Vlietwaardig).
Deze punten zijn ook opgenomen in de zienswijze van het college op de Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Zie hiervoor raadsbrief 4427 Zienswijze op NRD Vlietzone Den Haag.
Vraag 2:
Is het college door het college van B&W van de gemeente Den Haag vooraf benaderd over de besluiten over de Vlietzone? Zo ja, wat is daarop de zienswijze van het college geweest? Zo nee, hoe beoordeelt het college de besluitvorming door het college van Den Haag en is het bereid het college van Den Haag hier alsnog op aan te spreken?
Datum 17 maart 2026 Nummer 4672 Pagina 2/3
Antwoord op vraag 2:
In de NRD is de mogelijkheid van een uitbreiding van het bedrijventerrein meegenomen. Hierop heeft het college gereageerd. Zie ook het antwoord op vraag 1.
Het college is in gesprek met het college van de gemeente Den Haag over de Vlietzone. Zie hiervoor ook raadsbrief 4564 Wensen en bedenkingen Voorkeurslocatie waterinname Dunea.
Vraag 3 Dienen onze inwoners weer bevreesd te zijn voor een ‘Windmolenbesluit’ door ‘Den Haag’?
Antwoord op vraag 3:
Nee, het college is veelvuldig in overleg met het college van Den Haag dat bedrijven die grote overlast (geluid, geur, verkeersbewegingen) kunnen veroorzaken niet in de directe nabijheid van de gemeentegrenzen worden geplaatst. Daarnaast worden duidelijke mitigerende maatregelen voorgesteld door zowel de gemeente Den Haag als de gemeente Leidschendam-Voorburg, zoals een andere ontsluiting van het bedrijventerrein.
Vraag 4:
Zo ja in hoeverre loopt Leidschendam-Voorburg dan het risico op een zelfde scenario voor de grote infrastructurele project aan de randen van onze gemeente zoals de Binckhorst en bij het station Laan van NOI?
Antwoord op vraag 4:
Aangezien vraag 3 met ‘nee’ is beantwoord, is deze vraag niet van toepassing.
Vraag 5:
Kan het College aangeven dat ze in gelijke mate betrokken wordt door het Haagse college en is bij de ontwikkelingen in de Vlietzone?
Antwoord op vraag 5:
Ja. Over de ontwikkelingen in de Vlietzone vindt veelvuldig bestuurlijk overleg plaats.
Vraag 6:
Is het College het met het CDA eens dat voor dit soort majeure ontwikkelingen, al liggen ze feitelijk over de grens maar wel in het zicht en met effecten op de leefbaarheid in met name Voorburg, van onze inwoners, samenspraak met de gemeenteraad meer dan alleen bestuurlijke plicht is?
Antwoord op vraag 6:
Ja. Het college betrekt daarom de raad op een tijdige en passende wijze.
Datum 17 maart 2026 Nummer 4672 Pagina 3/3
Vraag 7:
Heeft of gaat het college de griffie - in voorbereiding op de informatieoverdracht en het inwerken van de nieuwe raad na de verkiezingen van 18 maart- voorzien van voldoende gegevens om een informatiesessie over ontwikkelingen aan ‘de buitenranden’ van Leidschendam-Voorburg te kunnen verzorgen.
Antwoord op vraag 7:
Uiteraard. Het college hecht er groot belang aan om (nieuwe) raadsleden maximaal te informeren over ontwikkelingen die invloed hebben op de gemeente en daarmee op de inwoners van Leidschendam-Voorburg. Dit onderwerp zal dan ook behandeld worden in het startprogramma wat de ambtelijke organisatie voorbereid. Zo zal er samen met de griffie op dinsdag 21 april 2026 een themavond georganiseerd worden over de regio.
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan secretaris
M.W. Vroom burgemeester
Bijlage behorende bij deze raadsbrief: 4672 Schriftelijke politieke vragen van fractie CDA inzake ontwikkelingen Vlietzone
Bron: raadsinformatie van de gemeente Leidschendam-Voorburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.