11 mei 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Leidschendam-Voorburg

4712 Raadsbrief Beantwoorden vragen fractie VOLT Haags afvalcluster en Vlietzone

Een raadslid stelde op 11 mei 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Inhoudelijke uiteenzetting Vraag 1: Is het college bekend met het collegebesluit RIS325011 van Den Haag en het artikel van Omroep West genaamd “Afvalbedrijven krijgen… → Antwoord op vraag 1: Ja Vraag 2: Op welke manier duidt de wethouder deze maatregelen in het kader van ontwikkelingen in de Vlietzone en de ambitie voor een “groene corridor” en het brede…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Datum 21 april 2026 Nummer 4712 Onderwerp Raadsbrief Beantwoorden raadsvragen fractie VOLT over Haags afvalcluster en Vlietzone Portefeuillehouder Wethouder Belt

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Inhoudelijke uiteenzetting Vraag 1: Is het college bekend met het collegebesluit RIS325011 van Den Haag en het artikel van Omroep West genaamd “Afvalbedrijven krijgen nieuwe plek om duizenden woningen mogelijk te maken”1 van 20 maart jl.?

Antwoord van het college

Antwoord op vraag 1:

Ja Vraag 2:

Op welke manier duidt de wethouder deze maatregelen in het kader van ontwikkelingen in de Vlietzone en de ambitie voor een “groene corridor” en het brede Gebiedsprogramma Haagse Vlietzone?

Antwoord op vraag 3:

Zie hiervoor raadsbrief 4734 voor een reactie van het college van Leidschendam-Voorburg.

Voor de bepaling van het standpunt van het college zijn twee ontwikkelingen uit de afgelopen jaren van belang geweest:

A. De ondertekening van het Woon-werkakkoord onder leiding van de provincie;

B. De totstandkoming van het Toekomstbeeld Vlietzone onder leiding van de provincie.

Woon-werkakkoord Om te zorgen dat er voldoende ruimte is voor industrie en bedrijvigheid, heeft de provincie met regio-gemeenten het Woon-werkakkoord afgesloten. Alle partijen committeren zich daarmee aan afspraken hoe de deelnemende partijen omgaan met het vinden van ruimte voor bedrijven.

Datum 21 april 2026 Nummer 4712 Pagina 2/4

Hiermee heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg ingestemd met een uitbreiding van het bedrijventerrein Westvlietweg III door de gemeente Den Haag.

Door deel te nemen aan het Woon-werkakkoord trok de provincie de reactieve aanwijzing op het bestemmingsplan Vliethaven, waarbij een bedrijventerrein werd gewijzigd in een woongebied, in de gemeente Leidschendam-Voorburg in.

Toekomstbeeld Vlietzone Sinds 2019 werkt de gemeente samen met de provincie, de twee betrokken waterschappen (Rijnland en Delfland) en de andere gemeenten in de Vlietzone (Rijswijk, Den Haag en Leiden) aan een toekomstbeeld van de Vlietzone.

Bij de totstandkoming van het toekomstbeeld is steeds gezegd dat er sprake moet zijn van een balans tussen de verschillende functies in het gebied. Het college van Leidschendam-Voorburg heeft dan ook gesteld dat zij niet principieel afwijzend staat tegen een uitbreiding van het bedrijventerrein. Daaraan verbond het college wel enkele voorwaarden/ wensen:

a. In eerste instantie moet worden gekeken naar verdichting van het bestaande bedrijventerrein waarbij bedrijven of functies die niet horen op een bedrijventerrein worden uitgeplaatst;

b. Uitbreiding van het bedrijventerrein is alleen mogelijk indien die uitbreiding naar achter

c.

plaatsvindt, richting de oksel van het Prins Claus-plein en dus niet richting Huize Dorrepaal/ Park Leeuwenbergh;

Een uitbreiding van het bedrijventerrein kan alleen als er een andere ontsluitingsroute komt

waardoor de Westvlietweg kan worden afgewaardeerd tot een fietsstraat/ auto te gast-straat.

Dit vergroot de veiligheid voor de vele fietsers en versterkt meteen de recreatieve verbinding in het gebied;

d. De huidige milieucategorie mag niet worden opgehoogd;

e. Er moet sprake zijn van een ‘Vlietwaardige’ ontwikkeling. Zware of gezichtsbepalende industrie (zoals een insteekhaven of grote overslag) past hierdoor niet.

Vraag 3:

In de toelichting bij het collegebesluit van het college van Den Haag is opgenomen dat het besluit met o.a. de buurgemeenten is besproken en dat de buurgemeenten zich kunnen vinden in deze voorkeursvariant en deze ondersteunen. Is het college akkoord gegaan met het Haagse besluit over de verplaatsing van onderdelen van het afvalcluster naar Bedrijventerrein Westvlietweg? Zo ja, onder welke voorwaarden? Zo nee, welke bezwaren zijn kenbaar gemaakt aan Den Haag en de provincie?

Antwoord op vraag 3:

Het college is door Den Haag meegenomen in hun voornemen binnen de eigen (Haagse) gemeentegrenzen het Haags afvalcluster te verhuizen. Het college verwijst naar de brief vanuit Den Haag die is bijgesloten bij raadsbrief 4734 waarin een reactie van het college van Leidschendam-Voorburg wordt gevraagd.

Datum 21 april 2026 Nummer 4712 Pagina 3/4

Het is van belang te weten dat het college altijd tegen een insteekhaven en/of afvaloverslagcentrale is geweest en heeft dat ook in ieder gremium ingebracht. Zo was het niet ‘landen’ van een insteekhaven/ overslagcentrale een harde voorwaarde om mee te werken aan de komst van Dunea in de Leidschendammerhout.

De alternatieve ontsluiting van het bedrijventerrein blijft ook een keiharde voorwaarde. Zonder die alternatieve ontsluiting zorgt de komst van de benoemde onderdelen van het Haagse afvalcluster voor een onveilige en niet-werkbare situatie op de Westvlietweg.

Vraag 4:

Op welk moment was het college van plan om de raad te informeren over haar steun voor of afwijzing van deze voorkeursvariant?

Antwoord op vraag 4:

Het college van Den Haag heeft op 13 april 2026 een officiële brief met de voorkeursvariant verstuurd aan het college. Voorafgaand hieraan hebben verkennende gesprekken plaatsgevonden over de Haagse plannen met betrekking tot het afvalcluster. Hier is de raad over meegenomen in de gesprekken over Dunea.

In de brief wordt een reactie van het college van Leidschendam-Voorburg gevraagd. Zie hiervoor raadsbrief 4734 Informeren raad over college-reactie op voorkeursvariant Haags afvalcluster.

Vraag 5:

Hoe beoordeelt het college de haalbaarheid van de door Den Haag voorgestelde ‘nieuwe ontsluiting parallel aan de A4’ voor Bedrijventerrein Westvlietweg? Is dit voldoende zeker/gewaarborgd? Is dit voldoende om verkeersdruk en milieueff ecten voor LV te voorkomen en waar baseert het college dit op, of ziet het college risico’s voor met name Voorburg-West?

Antwoord op vraag 5:

Het college is niet betrokken bij gesprekken tussen de gemeente Den Haag en andere betrokken actoren, waaronder Rijkswaterstaat. Het college is dan ook niet in staat een oordeel te vormen over de haalbaarheid van de voorgestelde alternatieve ontsluitingsweg.

Wel is duidelijk, en dat blijkt ook uit de Haagse raadsbrief van 20 maart 2026, die de komst van een deel van het Haags afvalcluster alleen mogelijk is als de nieuwe ontsluitingsroute wordt gerealiseerd. In de brief meldt het college van Den Haag hierover “De realisatie van een nieuwe ontsluiting van het bedrijventerrein parallel langs de A4 is daarmee voorwaardelijk om de huidige ontsluiting van het bedrijventerrein via de Westvlietweg af te kunnen waarderen en om de te verplaatsen functies van het afvalcluster naar het bedrijventerrein Westvlietweg goed te kunnen ontsluiten naar de andere onderdelen van het afvalcluster”.

In onze brief aan de gemeente Den Haag hebben wij aandacht gevraagd voor de milieueffecten.

Ook heeft het college in dezelfde brief gevraagd om een uitgebreider onderzoek naar een parallelle ontsluiting langs de A12 in plaats van langs de A4. Juist omdat het college meent dat deze ontsluiting minder belastend is voor de aanwezige natuurwaarden in het gebied.

Datum 21 april 2026 Nummer 4712 Pagina 4/4

Vraag 6:

Het college heeft toegezegd dat bewoners actief worden betrokken bij de plannen voor Bedrijventerrein Westvlietweg. Welke participatievormen gaat het college inzetten, en hoe wordt gewaarborgd dat de input daadwerkelijk leidt tot aanpassingen in de plannen? Wordt hiervoor een tijdspad en budget gereserveerd?

Antwoord op vraag 6:

Dit is niet aan het college van Leidschendam-Voorburg. Het bedrijventerrein ligt in de gemeente Den Haag en die is hier bevoegd gezag. Het vaststellen van een gebiedsvisie is dan ook een bevoegdheid van de Haagse raad. Het organiseren van participatie voorafgaand aan het opstellen van de gebiedsvisie is daarmee een Haagse aangelegenheid. Wel heeft het college van Leidschendam-Voorburg meermalen aan Haagse collega’s aangegeven dat zij graag ziet dat Den Haag ook in gesprek gaat met inwoners of organisaties uit Leidschendam-Voorburg.

Dat is tot op heden ook gebeurd.

Vraag 7:

De provincie Zuid-Holland heeft aangegeven dat een tweede grote voorziening (naast drinkwater van Dunea, wat er ook komt) in de Vlietzone ongewenst is. Deelt het college deze visie? Zo ja, hoe wordt hiermee omgegaan in de verdere afstemming met Den Haag?

Antwoord op vraag 7:

Ja, het college deelt deze mening en wijst erop dat dit ook de mening van de provincie is. Vandaar ook dat het college tijdens de gesprekken met Dunea (en andere overheden en organisaties) als harde voorwaarde heeft gesteld dat er in de Vlietzone alleen plek is voor de Dunea-faciliteiten als een zeer impactvolle afvaloverslagcentrale met insteekhaven niet in de Vlietzone zouden komen.

burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,

R.J. den Haan secretaris

M.W. Vroom burgemeester

Bekijk de brief: 4712 Raadsbrief Beantwoorden vragen fractie VOLT Haags afvalcluster en Vlietzone

Bron: raadsinformatie van de gemeente Leidschendam-Voorburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Leidschendam-Voorburg

Alle artikel 35-vragen in Leidschendam-Voorburg