1 september 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Leidschendam-Voorburg

aanvraag aanlegvergunning Vlietland Noord

Een raadslid stelde op 1 september 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (10 vragen).

In het kort

10 vragen en wat het college antwoordt

  • Hoe verhoudt deze aanvraag voorbereidende werkzaamheden op basis van het bestemmingsplan 2005 zich tot de lopende voorgenomen bestemmingswijziging? → Zowel de verwezenlijking van het nu nog geldende bestemmingsplan uit 2005 als de eventuele verwezenlijking van het in voorbereiding zijnde, maar nog niet vastgestelde nieuwe bestemmingsplan…
  • Betekent dit dat een wijziging van het bestemmingsplan niet meer aan de orde is? → Nee.
  • Zo nee, wanneer denkt het college het gewijzigde bestemmingsplan aan de raad ter goedkeuring voor te leggen? → Op dit moment wordt nog gewerkt aan de laatste aanpassingen van het bestemmingsplan “Doorontwikkeling Vlietland Noord”.
  • Is het juist dat er nu sprake is van een onvolledige aanvraag en dat de behandelingstermijn van 8 weken pas ingaat als alle onderliggende stukken zijn ingeleverd? → De stelling qua aanvang van de behandelingstermijn is niet geheel juist.
  • Gaat het college gebruik maken van de mogelijkheid tot 6 weken verlenging? → Gezien het feit, dat uit een toets van de voorgenomen werkzaamheden aan het geldende bestemmingsplan blijkt dat deze niet omgevingsvergunningplichtig zijn (zie ook onder 2.2), is verlenging…
  • Is het college bereid een principebesluit over de verlening van een omgevingsvergunning vooraf met de raad te delen? → Dit in het licht van de gevoeligheid van het onderwerp, zowel bij de raad als bij de inwoners.
  • Heeft het college de mogelijkheid om deze aanvraag aan te houden totdat er een besluit is genomen over de wijziging van het bestemmingsplan? → En zo ja, is het college bereid dat te doen?
  • Moeten er bomen gekapt worden, zo ja hoeveel? → Bestaande bomen zijn op de tekeningen, die deel uitmaken van de vergunningaanvraag en waarvan een overzichtstekening als bijlage bij deze raadsbrief is gevoegd, aangegeven.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Datum 29 augustus 2023 Nummer 3491 Onderwerp Raadsbrief beantwoording schriftelijke vragen fractie PvdA inzake aanvraag

aanlegvergunning Vlietland Noord Portefeuillehouder Wethouder Bremer

1. Aanleiding De fractie PvdA heeft het college op 4 augustus 2023, op grond van artikel 32 van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad Leidschendam-Voorburg, een aantal schriftelijke vragen gesteld over een bij het college ingediende aanvraag om omgevingsvergunning voor het uitvoeren van voorbereidende (grond)werkzaamheden in Vlietland Noord, een zogenoemde aanlegvergunning.

Door middel van deze raadsbrief beantwoordt het college de vragen van de fractie PvdA.

2. Inhoudelijke uiteenzetting 2.1 Inleiding Op 21 juli 2023 heeft ontwikkelaar Dutch Lake Residence (DLR) bij het college een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het uitvoeren van voorbereidende (grond)werkzaamheden in Vlietland Noord, een zogenoemde aanlegvergunning. De aanvraag is ingediend op basis van het vigerende onherroepelijke bestemmingsplan “Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg / Beheersgebied Vlietland noordoost 2005”. De fractie PvdA heeft het college, op grond van artikel 32 van het ‘Reglement van Orde voor de gemeenteraad Leidschendam-Voorburg’, vragen gesteld over de aanvraag om een aanlegvergunning voor voorbereidende werkzaamheden in Vlietland Noord. Hierna worden de betreffende vragen en de beantwoording daarvan door het college weergegeven. 2.2 Voorbereidende werkzaamheden vergunningplichtig of vergunningvrij?

Zoals aangegeven onder 2.1 heeft DLR op 21 juli 2023 een aanvraag ingediend om omgevingsvergunning (aanlegvergunning) voor het uitvoeren van voorbereidende werkzaamheden (voorbelasten gronden en ontgraven watergang) in het gebied Vlietland Noord. Deze aanvraag is door het college in behandeling genomen.

Inmiddels is een eerste beoordeling van de aanvraag uitgevoerd waarbij de beoogde werkzaamheden zijn getoetst aan het geldende bestemmingsplan “Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg / Beheersgebied Vlietland noordoost 2005”. Uit deze toets komt naar voren dat op grond van dit bestemmingsplan noch voor het voorbelasten, noch voor het ontgraven van de watergang een aanlegvergunning vereist is. De betreffende werkzaamheden zijn in overeenstemming met de geldende bestemmingen en vallen niet onder het aanlegvergunningenstelsel dat in dit bestemmingsplan is opgenomen.…

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Hoe verhoudt deze aanvraag voorbereidende werkzaamheden op basis van het bestemmingsplan 2005 zich tot de lopende voorgenomen bestemmingswijziging?

Antwoord van het college

Zowel de verwezenlijking van het nu nog geldende bestemmingsplan uit 2005 als de eventuele verwezenlijking van het in voorbereiding zijnde, maar nog niet vastgestelde nieuwe bestemmingsplan vergt voorbereidende (grond)werkzaamheden. Het staat een initiatiefnemer vrij om zelf te bepalen op welk moment hij de voor het uitvoeren van die werkzaamheden vereiste vergunningen aanvraagt. DLR heeft ervoor gekozen nu een aanvraag om omgevingsvergunning onder het regime van het huidige bestemmingsplan in te dienen. Het college moet die aanvraag conform de daarvoor geldende wettelijke bepalingen behandelen.

Een en ander heeft geen gevolgen voor de lopende voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan.

Vraag 2

Betekent dit dat een wijziging van het bestemmingsplan niet meer aan de orde is?

Antwoord van het college

Nee. Zie ook het antwoord op vraag 1.

Vraag 3

Zo nee, wanneer denkt het college het gewijzigde bestemmingsplan aan de raad ter goedkeuring voor te leggen?

Antwoord van het college

Op dit moment wordt nog gewerkt aan de laatste aanpassingen van het bestemmingsplan “Doorontwikkeling Vlietland Noord”. Deze volgen onder meer uit de zienswijze van gedeputeerde staten van Zuid-Holland en uit de gewijzigde normen op het vlak van stikstofdepositie, onder meer als gevolg van de Porthos-uitspraak van de Raad van State. Het college verwacht dat het gewijzigde bestemmingsplan eind Q4 van 2023 of begin Q1 van 2024 ter vaststelling aan de raad kan worden aangeboden.

Vraag 4

Is het juist dat er nu sprake is van een onvolledige aanvraag en dat de behandelingstermijn van 8 weken pas ingaat als alle onderliggende stukken zijn ingeleverd?

Antwoord van het college

De stelling qua aanvang van de behandelingstermijn is niet geheel juist. De termijn van 8 weken begint te lopen op het moment dat een aanvraag is ingediend. Constateert het college dat een aanvraag onvolledig is, dan zal het college verzoeken om aanvulling. Vanaf dat aanvullingsverzoek wordt de termijn opgeschort totdat ofwel de gevraagde aanvulling is ingediend ofwel de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Daarna loopt de termijn van 8 weken weer door.

Verwezen wordt verder naar het ontbreken van een vergunningplicht voor de voorgenomen werkzaamheden, zie onder 2.2 en het antwoord op vraag 5.

Vraag 5

Gaat het college gebruik maken van de mogelijkheid tot 6 weken verlenging?

Antwoord van het college

Gezien het feit, dat uit een toets van de voorgenomen werkzaamheden aan het geldende bestemmingsplan blijkt dat deze niet omgevingsvergunningplichtig zijn (zie ook onder 2.2), is verlenging van de behandeltermijn niet aan de orde.

Datum 29 augustus 2023 Nummer 3491 Pagina 3/4

Vraag 6

Is het college bereid een principebesluit over de verlening van een omgevingsvergunning vooraf met de raad te delen?

Antwoord van het college

Dit in het licht van de gevoeligheid van het onderwerp, zowel bij de raad als bij de inwoners.

Zie in de eerste plaats het antwoord op vraag 5. Aangezien de voorgenomen werkzaamheden op grond van het geldende bestemmingsplan niet omgevingsvergunningplichtig zijn is het vooraf voorleggen van een principebesluit aan de raad in dit geval niet aan de orde. Het college zal DLR berichten dat de voorgenomen werkzaamheden op grond van het geldende bestemmingsplan aanlegvergunningvrij zijn en dat de aanvraag met deze constatering als afgehandeld wordt beschouwd. Een formeel besluit op de aanvraag moet daarom achterwege blijven.

Zelfs al zou overigens wel sprake zijn van omgevingsvergunningplichtige werkzaamheden, dan nog is de nu ingediende aanvraag om omgevingsvergunning voor de voorbereidende werkzaamheden volledig in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat de aanvraag op grond van het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de reguliere procedure moet doorlopen, waarvoor in beginsel een afhandeltermijn van 8 weken geldt. Deze termijn kan alleen verlengd worden als (a) de aanvraag onvolledig is en aanvulling wordt gevraagd en/of als (b) het college gebruik maakt van de mogelijkheid de termijn met 6 weken te verlengen. Verdere verlenging is niet mogelijk omdat hier sprake is van zogenaamde ‘fatale termijnen’. Overschrijding van de wettelijke termijn zou leiden tot het van rechtswege ontstaan van een aangevraagde omgevingsvergunning. Er is dan ook noch ruimte in de termijn, noch een juridische grondslag om vooraf een principebesluit voor te leggen aan de raad. De wetgever heeft hierin bij de reguliere Wabo-procedure niet voorzien.

Vraag 7

Heeft het college de mogelijkheid om deze aanvraag aan te houden totdat er een besluit is genomen over de wijziging van het bestemmingsplan?

Antwoord van het college

En zo ja, is het college bereid dat te doen? Dat zou een integrale behandeling ten goede komen.

Zie in de eerste plaats het antwoord op vraag 5. Aangezien de voorgenomen werkzaamheden op grond van het geldende bestemmingsplan niet omgevingsvergunningplichtig zijn is het aanhouden van de aanvraag in dit geval niet aan de orde.

Het college heeft overigens, zelfs al zou het wel gaan om omgevingsvergunningplichtige werkzaamheden, geen wettelijke mogelijkheid om deze aanvraag aan te houden totdat er een besluit genomen is over de wijziging van het bestemmingsplan. Zie ook het antwoord op vraag

6. Overschrijden van de wettelijke termijnen zou leiden tot het van rechtswege ontstaan van een aangevraagde omgevingsvergunning.

Vraag 8

Moeten er bomen gekapt worden, zo ja hoeveel?

Antwoord van het college

Bestaande bomen zijn op de tekeningen, die deel uitmaken van de vergunningaanvraag en waarvan een overzichtstekening als bijlage bij deze raadsbrief is gevoegd, aangegeven. Uit deze tekeningen blijkt dat voor zowel het voorbelasten als het ontgraven van een watergang, waarop deze aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft, geen bomen hoeven te worden gekapt.

Vraag 9

Moet er beplanting verwijderd worden, zo ja welke?

Antwoord van het college

Voor het voorbelasten hoeft geen beplanting van betekenis te worden verwijderd. Het ontgraven van de watergang zal wel leiden tot het in beperkte mate verwijderen van enige

Datum 29 augustus 2023 Nummer 3491 Pagina 4/4

beplanting. Dit blijkt ook uit de tekeningen die deel uitmaken van de vergunningaanvraag. Het zal daarbij gaan om maximaal circa 315 m2 aan struiken en planten, waarvan de waarde zowel ecologisch als botanisch naar verwachting beperkt is. Overigens zal juist dit aspect uiteraard nadrukkelijk aan de orde komen indien voor de werkzaamheden een ontheffing en/of vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig is en de aanvraag daartoe door de Omgevingsdienst Haaglanden wordt getoetst.

Vraag 10

Is de vrije toegankelijkheid van Vlietland voor dagrecreanten tijdens de uitvoering van de voorbereidende werkzaamheden gegarandeerd?

Antwoord van het college

De voorbereidende werkzaamheden (voorbelasten van een strook grond en ontgraven van een watergang) vinden plaats in een tweetal relatief kleine, afgebakende delen van Vlietland Noord. Op de vrije toegankelijkheid van het recreatiegebied in het algemeen zullen deze werkzaamheden geen invloed hebben. Wel is onvermijdelijk dat de specifieke locaties, waar de betreffende werkzaamheden plaatsvinden, in verband met de veiligheid en het voorkomen van schade e.d. tijdens de uitvoering geheel of deels afgesloten zullen worden.

Verwezen wordt verder naar het antwoord op vraag 5. De beoogde werkzaamheden zijn niet aanlegvergunningplichtig. Maar zelfs al zou dat wel het geval zijn, dan is het volgende van belang. Het geldende aanlegvergunningenstelsel, de daarmee te beschermen belangen en de bij een aanvraag om omgevingsvergunning te hanteren criteria, zijn door de raad vastgelegd in het geldende bestemmingsplan. Het waarborgen van de vrije toegankelijkheid van Vlietland voor dagrecreanten is door de raad niet in het aanlegvergunningenstelsel in het bestemmingsplan opgenomen als te beschermen belang dan wel toetsingscriterium. Het college kan daarom de vrije toegankelijkheid van het gebied niet door middel van aan een omgevingsvergunning te verbinden voorschriften afdwingen. Ook andere publiekrechtelijke middelen om dit te bereiken heeft het college niet.

De gemeente Leidschendam-Voorburg is verder geen eigenaar van recreatiegebied Vlietland.

Dit betekent dat het college ook geen mogelijkheid heeft om vanuit een privaatrechtelijke positie aan DLR eisen te stellen omtrent de vrije toegankelijkheid van Vlietland voor dagrecreanten tijdens de uitvoering van voorbereidende werkzaamheden. 2.4 Nader informeren raad Het college heeft gemerkt dat er bij de raad nog veel vragen leven over zowel de inhoudelijke thema’s rond Vlietland Noord, als over het proces dat de komende maanden zal worden doorlopen voordat er een voorstel voor besluitvorming aan de raad kan worden voorgelegd. Het is belangrijk dat er op deze punten duidelijkheid komt, dat komt het te voeren debat ten goede. Het college zal de raad daarom binnenkort door middel van een raadsbrief nader informeren over relevante procesmatige en inhoudelijke zaken ten aanzien van Vlietland Noord. burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,

R.J. den Haan secretaris

M.W. Vroom burgemeester

Bijlage behorende bij deze raadsbrief: 3491 – Tekening vergunningaanvraag

Bekijk de brief: 3491 - Raadsbrief beantwoording schriftelijke vragen fractie PvdA inzake aanvraag aanlegvergunning Vlietland Noord

Bron: raadsinformatie van de gemeente Leidschendam-Voorburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Leidschendam-Voorburg

Alle artikel 35-vragen in Leidschendam-Voorburg