actieplan jeugd
Een raadslid stelde op 17 mei 2025 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (14 vragen).
In het kort
14 vragen en wat het college antwoordt
- Kan het college concreet aangeven op welke manier de door JGZ, JONG doet mee, Bert Wienen en Sharon Stellaard geleverde feedback, in het lokale actieplan jeugd verwerkt… → De inzet van het actieplan is om repeterende patronen te doorbreken.
- Kan het college hierbij ook specifiek ingaan op de wijze waarop zij uitwerking gaat geven aan de door de ‘critical friends’ gestelde vragen: a. → b.
- Op welke wijze wordt de gemeenteraad betrokken bij het komen tot een beantwoording van de bovenstaande 3 vragen? → De planning is dat voor de zomer de startnotitie verordening jeugd opgeleverd zal worden (zie beantwoording vraag 14).
- Waarom heeft het college voor deze 2 van de in totaal 9 maatregelen gekozen? → In de overweging voor deze keuze is de snelheid waarin deze acties ingezet kunnen worden en de haalbaarheid leidend geweest.
- Is het college voornemens om (een aantal van) de overige 7 maatregelen in de toekomst ook te nemen? → Op basis van monitoring en evaluatie van de acties wordt beoordeeld of een ingezette actie tot het gewenste resultaat heeft geleid.
- Kan het college (voor zover mogelijk) een timeline geven tot 2030, met een overzicht van welke concrete overige acties uit het actieplan jeugd wanneer opgestart gaan… → Een timeline tot 2030 is niet mogelijk door het dynamische en experimentele karakter van het actieplan.
- Kan het college meer toelichting geven op de actie ‘voorwaarden opstellen voor inzet POH bij huisartsen’, en hierbij ook specifiek ingaan op de juridische… → Huisartsen staan in de jeugdwet benoemd als wettelijke verwijzers.
- Kan het college meer toelichting geven op wat de gemeente in 2025 gaat doen in het kader van de actie ‘investeren in alternatieven voor jeugdvervoer’? → In 2025 onderzoekt het college alternatieve vormen voor jeugdvervoer, zoals de OV- coach en de inzet van een (elektrische) fiets.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 27 mei 2025 Nummer 4302 Onderwerp Raadsbrief beantwoorden schriftelijke vragen fracties D66, CDA, GroenLinks en PvdA
inzake actieplan jeugd Portefeuillehouder Wethouder Keus
1. Aanleiding De fracties D66, CDA, GroenLinks en PvdA hebben schriftelijke vragen ex artikel 32 van het Reglement van orde van de raad van Leidschendam-Voorburg 2021 gesteld inzake actieplan jeugd. In deze raadsbrief worden de schriftelijke vragen beantwoord.
2. Inhoudelijke uiteenzetting Naar aanleiding van de Raadsbrief vervolg actieplan Jeugd van 18 maart 2025, hebben de fracties van D66, CDA, GroenLinks en PvdA de volgende vragen. Bij voorbaat dank voor de beantwoording, welke wij graag meenemen in een debat over de raadsbrief in de commissie Samenleving van 23 juni 2025.
Inhoudelijke review In de inhoudelijke review die heeft plaatsgevonden op het lokale actieplan jeugd, zitten een flink aantal kritieken/feedbackpunten. Deze zijn in het meeste recente jeugddebat door de verantwoordelijke wethouder ook omarmd, met de toezegging dat bekeken zou worden hoe deze feedback in het actieplan jeugd kan ‘landen’. Ook in de meest recente raadsbrief geeft het college aan deze feedback op prijs te stellen, en stelt het college dat de vragen die daarmee worden opgeworpen ‘met partners, ouders en jeugdigen onderzocht moeten worden’. De raadsbrief geeft echter geen nadere informatie over de wijze waarop het college met de feedback omgaat, terwijl zij wel al is begonnen met de uitvoering van het actieplan jeugd.
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Kan het college concreet aangeven op welke manier de door JGZ, JONG doet mee, Bert Wienen en Sharon Stellaard geleverde feedback, in het lokale actieplan jeugd verwerkt gaat worden?
Antwoord van het college
De inzet van het actieplan is om repeterende patronen te doorbreken. Dat dit niet eenvoudig is, blijkt ook uit de feedback van Sharon Stellaard. Zij concludeert dat deze patronen terugkomen in de verschillende acties. Vanuit het fundamentele gesprek, gestart in maart 2024, blijft de intentie om het fundamenteel anders te doen in Leidschendam-Voorburg. Hier zijn andere verhalen en beelden bij nodig. Daarom heeft het college een social designbureau gevraagd om mee te denken hoe deze patronen doorbroken kunnen worden. Daarnaast worden er bijeenkomsten
Datum 27 mei 2025 Nummer 4302 Pagina 2/7
georganiseerd om het gesprek met partners te blijven voeren en tot een gezamenlijk beeld en handelingsperspectief te komen. Ook het de door Bert Wienen ingegeven stopstrategie is onderdeel van de aanpak, een andere aanpak betekent ook dat met bepaalde onderdelen gestopt moet worden.
Daarnaast is de feedback meegegeven om niet alleen de focus te leggen op de terugdringen van de kosten, maar juist het versterken van de pedagogische basis aan te pakken. Binnen deze basis is het fundamentele uitgangspunt: ‘Het ligt niet aan het kind, het kind laat in de omgeving waarin hij/zij opgroeit ‘normaal’ gedrag zien’. Daarmee richt het beleid zich op de omgeving van het kind in plaats van op het individu. Ook zijn de groepen ouders/opvoeders het uitgangspunt in de uitvoering van het actieplan. Dit betekent dat de beweging zich focust op de onderlinge afstemming tussen ouders en het versterken van de ontmoeting tussen hen.
Deze uitgangspunten krijgen vorm in de uitwerking van de acties in het actieplan.
Vraag 2
Kan het college hierbij ook specifiek ingaan op de wijze waarop zij uitwerking gaat geven aan de door de ‘critical friends’ gestelde vragen: a. Wat is een pedagogische basis, wat verstaan wij hieronder?
Antwoord van het college
b. Wat voor een gemeente wil deze gemeente zijn voor de jeugdigen en hun ouders?
c. Wat gunnen wij onze kinderen in de gemeente Leidschendam-Voorburg?
Antwoord a, b en c:
Wat een pedagogische basis is en wat dat betekent voor onze gemeente is een zoektocht die samen met ouders, jeugdigen en partners wordt uitgevoerd. Hierbij luisteren we naar ‘critical friend’ Bert Wienen. Zo onderschrijft hij dat er meerdere pedagogische basissen zijn. Hij pleit voor een herwaardering van de pedagogische basis, waarbij de focus ligt op de kwaliteit van relatie tussen kinderen en hun opvoeders.
De echte verandering begint bij het versterken van de onderlinge relaties en het creëren van een gemeenschappelijke visie op opvoeding, waarbij kinderen de kans krijgen om zich te ontwikkelen binnen een ondersteunende gemeenschap.
Er is een alliantie samengesteld van partners die zich in willen zetten voor een stevige pedagogische basis. Daarnaast wordt er in samenwerking met een social design bureau een plan ontwikkeld om samen met ouders en partners in de gemeente in gesprek te gaan en zo met elkaar te ontdekken wat werkt bij het verstevigen van de onderlinge afstemming en verbinding tussen ouders.
Wat voor gemeente willen we zijn en wat deze gemeente de kinderen gunt is een visie die voortkomt uit bovenstaande en wat het college uit gesprekken wil halen met ouders, partners en andere betrokkenen.
Het college wil met partners commitment realiseren op uitganspunten die leidend zijn voor ons handelen. Voorbeelden van uitgangspunten, ingegeven door Bert Wienen, zijn -
Het kind is niet het probleem, het kind laat in de omgeving waarin hij/zij opgroeit ‘normaal’ gedrag niet.
Datum 27 mei 2025 Nummer 4302 Pagina 3/7
-
Ouders als groep zijn het uitgangspunt in de uitvoering van het actieplan
-
Er is vertrouwen in de kracht en kunnen van ouders
-
Vanuit een passende bescheiden invulling van de rol als overheid, levert de gemeente een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen in deze gemeente.
Investeren in de jeugd wordt op deze manier investeren in de toekomst.
Vraag 3
Op welke wijze wordt de gemeenteraad betrokken bij het komen tot een beantwoording van de bovenstaande 3 vragen?
Antwoord van het college
De planning is dat voor de zomer de startnotitie verordening jeugd opgeleverd zal worden (zie beantwoording vraag 14). Deze zal met de Raad gedeeld worden. De beantwoording van bovenstaande vragen zullen hier onderdeel van zijn.
Financiële review In de financiële review geven de onderzoekers 9 mogelijke aanvullende maatregelen tot besparen.
In de raadsbrief geeft het college aan met 2 van deze aanvullende mogelijkheden (inzet toetsmedewerker in de toegang & onderzoek naar toepassing van een budgetplafond) te willen starten in 2025.
Vraag 4
Waarom heeft het college voor deze 2 van de in totaal 9 maatregelen gekozen?
Antwoord van het college
In de overweging voor deze keuze is de snelheid waarin deze acties ingezet kunnen worden en de haalbaarheid leidend geweest.
Vraag 5
Is het college voornemens om (een aantal van) de overige 7 maatregelen in de toekomst ook te nemen? Waarom wel/niet? En zo ja, welke?
Antwoord van het college
Op basis van monitoring en evaluatie van de acties wordt beoordeeld of een ingezette actie tot het gewenste resultaat heeft geleid. Op basis van deze beoordeling wordt de betreffende actie voortgezet, afgerond of gestopt. Op dat moment wordt bepaald welke van de overige dan wel nieuwe acties opgepakt wordt. Het actieplan is hiermee geen statisch product en stelt het college in staat om in 2026 bij te sturen op basis van ervaringen en monitoring ten aanzien van de inhoud en budget.
Uitvoering Actieplan in 2025 In het lokale actieplan jeugd wordt een groot aantal acties voorgesteld. In de recente raadsbrief schrijft het college aan de uitvoering van een 8-tal acties te werken in 2025.
Vraag 6
Kan het college (voor zover mogelijk) een timeline geven tot 2030, met een overzicht van welke concrete overige acties uit het actieplan jeugd wanneer opgestart gaan Datum 27 mei 2025 Nummer 4302 Pagina 4/7 worden? (NB dit betreft dus een uitsplitsing van de ‘hoofdacties’ zoals weergegeven in de financiële tabel aan het einde van iedere actielijn in het Actieplan Jeugd)
Antwoord van het college
Een timeline tot 2030 is niet mogelijk door het dynamische en experimentele karakter van het actieplan. Op basis van monitoring en evaluatie van de acties wordt beoordeeld of een ingezette actie tot het gewenste resultaat heeft geleid.
Het college rapporteert regelmatig richting de raad en geeft hiermee inzicht in de voortgang van het actieplan.
Ten aanzien van een aantal specifieke acties voor 2025 zoals vermeld in de raadsbrief, de volgende vragen:
Vraag 7
Kan het college meer toelichting geven op de actie ‘voorwaarden opstellen voor inzet POH bij huisartsen’, en hierbij ook specifiek ingaan op de juridische (on)mogelijkheden voor de gemeente om zich te begeven in dit onderdeel van het zorgdomein?
Antwoord van het college
Huisartsen staan in de jeugdwet benoemd als wettelijke verwijzers. Gemeente subsidieert de POHer en is een lokale keuze om deze in te zetten bij huisartsen.
Het college is in gesprek met de huisartsen over het gezamenlijk belang om het voor ouders en kinderen beter te doen. In gezamenlijkheid met de huisartsen wordt onderzocht of het mogelijk is om binnen de wettelijke kaders afspraken te maken over welke type verwijzingen via de huisarts kunnen gaan en welke bij voorkeur door de gemeentelijke toegang worden opgepakt. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een medische vraag kan dit beter door de huisarts beantwoord worden.
Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van sociaal/financiële problemen kan het antwoord beter gegeven worden door een consulent van de gemeente.
Op deze manier draagt het college bij aan de opdracht die gemeenten vanuit het Rijk hebben gekregen vanuit de Hervormingsagenda met betrekking tot de samenwerking tussen gemeenten en huisartsen.
Vraag 8
Kan het college meer toelichting geven op wat de gemeente in 2025 gaat doen in het kader van de actie ‘investeren in alternatieven voor jeugdvervoer’? En hoe verhouden deze acties zich tot de nieuwe verordening leerlingenvervoer?
Antwoord van het college
In 2025 onderzoekt het college alternatieve vormen voor jeugdvervoer, zoals de OV- coach en de inzet van een (elektrische) fiets. Doel is om jeugdigen die aanspraak maken op jeugdvervoer, waar mogelijk, meer zelfstandig of met hulp van hun omgeving naar de jeugdhulpinstelling te laten gaan.
Dit draagt bij aan hun zelfredzaamheid en kan in sommige gevallen een passend alternatief zijn.
Deze aanpak sluit aan bij de koers van de nieuwe verordening leerlingenvervoer, waar soortgelijke initiatieven worden onderzocht.
Datum 27 mei 2025 Nummer 4302 Pagina 5/7
Vraag 9
Kan het college meer toelichting geven op wat de gemeente in 2025 gaat doen in het kader van de actie ‘inclusief onderwijs’?
Antwoord van het college
•
Het college brengt de zorgbehoeften en zorgstructuren van een aantal scholen in 2025 in kaart en maakt a.d.h.v. deze analyse samen met de scholen en samenwerkingspartners in 2025 een inclusief plan waarin staat wat er nodig is om de school en omgeving inclusiever te maken. Inclusiever houdt in dat de school toegankelijker is voor vrijwel alle kinderen in de wijk ongeacht ondersteuningsbehoefte. Inclusief onderwijs betekent ook het versterken van de pedagogische basis waar alle leerlingen profijt van hebben. Afhankelijk van de analyse en het inclusieve plan is de verwachting dat de eerste acties in 2025 kunnen starten. Inclusie is een voortdurend proces. Het is een verschuiving naar context gericht werken en staat ook in relatie tot de hervormingsagenda Jeugd.
•
Op dit moment wordt er een ontbrekend aanbod geconstateerd voor peuters waarvoor Voorschoolse Educatie geen passende plek is, maar wel op een andere manier ondersteuning nodig is. Die peuters komen op dit moment thuis te zitten en raken uit het zicht van de gemeente en (zorg/onderwijs)partners.
Daarom wil het college met partners een tafelgesprek organiseren om hierover met elkaar in gesprek en samen op zoek naar een oplossing te gaan. Het streven is om dit voor de zomervakantie 2025 te organiseren.
•
Er wordt in 2025 een plan gemaakt om Leerplicht en Doorstroompunt preventiever te laten werken om zodoende schoolaanwezigheid en het behalen van een startkwalificatie bij kinderen en jongeren te vergroten. De verwachting is dat er in 2025 uitbreiding in fte is van het Leerplicht en Doorstroompunt-team zodat er preventiever gewerkt kan worden.
Vraag 10
Kan het college, in aanvulling op vraag 9, toelichten wat ‘(het in kaart brengen van) zorgstructuren’ inhoudt? (zie ook pagina 34 van het actieplan Jeugd)
Antwoord van het college
De zorgstructuur op een school is alle ondersteuning die op school ingezet kan worden voor een leerling (individueel of collectief) ongeacht of deze gefinancierd wordt vanuit de school (het schoolbestuur), het samenwerkingsverband of de gemeente (in de vorm van subsidies).
Het in kaart brengen van zorgstructuren (en zorgbehoeften) houdt in: -
Data analyse – hoe divers is de leerlingpopulatie, leerlingvolgsystemen, verzuim, thuiszitters?
-
Interviews - met scholen, ouders, samenwerkingspartners
-
Financiën – welke partners investeren wat in de schoolondersteuning (schoolbesturen, samenwerkingsverband en gemeente)
-
Aanwezige documenten bekijken - zoals schoolonderteuningsprofielen
Datum 27 mei 2025 Nummer 4302 Pagina 6/7
Op deze manier wordt een helder beeld geschetst van de zorgbehoefte van de doelgroep kinderen die in de wijk op school zit en de doelgroep kinderen die niet in de wijk naar school toe kan omdat de zorgbehoefte te zwaar is.
Op basis van dit beeld wordt vervolgens een vertaling gemaakt van wat er nodig is om kinderen in de wijk op school een inclusieve leeromgeving te bieden.
Aanvullende maatregelen De door het college aangekondigde aanvullen de maatregelen kunnen, eenmaal geïmplementeerd, ervoor zorgen dat er soms (tijdelijk) een ‘nee’ verkocht moet worden op de hulpvraag van een kind/jongere, danwel vanuit inhoudelijke, danwel vanuit financiële redenen. Dit neemt het probleem/de behoefte aan hulp echter niet weg, ook als deze hulpvraag strikt genomen niet in de jeugdhulp thuishoort.
10. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat een kind/jongere in dit soort gevallen niet tussen wal en schip raken?
Antwoord:
Het college zal kinderen in de gemeente niet tussen wal en schip laten vallen.
De inzet van actie plan is gericht op de groep kinderen die lichte vormen van ondersteuning ontvangen en waarbij de vraag gesteld kan worden of inzet van jeugdhulp de oplossing is van het probleem. Als het uitgangspunt is dat het kind normaal gedrag laat zien in de omgeving waarin het opgroeit, moet de ondersteuning ook hierop gericht zijn en de focus verlegd worden naar bijvoorbeeld de ouders. Daarnaast zijn er situaties waarin kinderen jeugdhulp ontvangen, terwijl er bijvoorbeeld sprake is van maatschappelijke druk of druk vanuit het onderwijs. In het kader van baat het niet, schaadt het wel, kan het juist schadelijk zijn voor kinderen om jeugdhulp in te zetten en daarnaast de omgeving niet te beïnvloeden.
Prognose jeugdzorgkosten 2024 Het college geeft aan dat 1,5 miljoen euro aan jeugdzorgkosten zijn gerealiseerd en 840.000 euro aan voordelen/besparingen. Dit levert per saldo een kostenstijging op van 660.000 euro. Als oorzaak wordt onder andere het woonplaatsbeginsel genoemd:
Vraag 11
Waarom kunnen de kosten die de gemeente maakt tijdens een onrechtmatige inschrijving niet (altijd) verhaald worden?
Antwoord van het college
Wanneer een jongere verhuist naar een andere gemeente moeten de ouders/verzorgers of de jongere zich op het adres in de nieuwe gemeente laten inschrijven. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ouders/verzorgers of de jongere. Voor de beoordeling van wie verantwoordelijk is voor de kosten van de jeugdhulp is de inschrijving in het BRP leidend afhankelijk van het type jeugdhulp.
Wanneer de inschrijving op het nieuwe adres niet wordt gedaan dan blijven de kosten voor de “oude” gemeente. Verrekening met terugwerkende kracht met de nieuwe gemeente is in die gevallen niet mogelijk.
Datum 27 mei 2025 Nummer 4302 Pagina 7/7
Ook wordt de langer wordende looptijd van de trajecten met verblijf en hoog-specialistische zorg benoemd:
Vraag 12
Hoe schat het college de kans in dat de realisatie van deze kosten in 2025 (en de jaren daarna) ook hoger zullen uitvallen dan aanvankelijk voorzien?
Antwoord van het college
Deze kans is aannemelijk omdat dit om de zwaarste zorgvorm gaat die we kennen. Er is sprake van 24 uur begeleiding en het uitstroomperspectief is er vooralsnog niet vanwege de complexiteit van de problematiek. Het gaat om een beperk aantal trajecten met zeer hoge kosten.
Vraag 13
Worden er momenteel maatregelen genomen om de duur van deze trajecten te verkorten? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Antwoord van het college
Er wordt gekeken naar andere alternatieven en afbouw van zorg wanneer dat mogelijk is Jeugdverordening Het college heeft aangegeven schriftelijk terug te kom op de planning en het proces voor de jeugdverordening. In de raadsbrief is hier geen verder informatie over opgenomen.
Vraag 14
Kan het college informatie geven over de planning en het proces voor de jeugdverordening?
Antwoord van het college
Het proces rondom de jeugdverordening volgt de stappen zoals vastgelegd in de participatieverordening. Dat betekent dat het traject gelijkloopt met dat van een beleidsnota: eerst een startnotitie, daarna een ontwerp en inspraak, gevolgd door besluitvorming door de raad. De planning is dat het college voor de zomer met een startnotitie komt, waarin ook de verdere planning wordt opgenomen.
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan secretaris
M.W. Vroom burgemeester
Bijlage behorende bij deze raadsbrief: 4302
Schriftelijke vragen nav Raadsbrief Jeugd van 18 maart 2025 - D66 CDA GL PvdA
Bron: raadsinformatie van de gemeente Leidschendam-Voorburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.