doorstroomlocatie
Een raadslid stelde op 24 februari 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (1 vragen).
In het kort
1 vragen en wat het college antwoordt
- Inhoudelijke uiteenzetting Vraag 1: Heeft het college kennisgenomen van de Zembla-uitzending Het Woonexperiment, en welke lessen neemt het college hieruit mee voor de… → Antwoord 1: Het college heeft kennisgenomen van deze uitzending.
Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.
Aanleiding
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 13 februari 2026 Nummer 4653 Onderwerp Raadsbrief Beantwoording schriftelijke vragen Aandacht-LV inzake doorstroomlocatie Portefeuillehouder Wethouder Bremer
Vragen en antwoorden
Vraag 1
Inhoudelijke uiteenzetting Vraag 1: Heeft het college kennisgenomen van de Zembla-uitzending Het Woonexperiment, en welke lessen neemt het college hieruit mee voor de opvanglocaties in onze gemeente?
Antwoord van het college
Antwoord 1: Het college heeft kennisgenomen van deze uitzending. Het college heeft in het licht van het verhoogde toezicht door de Provincie besloten om de tijdelijke woonlocatie uitsluitend ter beschikking te stellen aan vergunninghouders.
Vraag 2: Is het college, na deze uitzending, nog steeds voornemens studenten op deze locatie te huisvesten?
Antwoord 2: zie beantwoording vraag 1.
Vraag 3: Op welke punten wijkt de aanpak in Leidschendam-Voorburg af van vergelijkbare projecten die in andere gemeenten problematisch zijn gebleken?
Antwoord 3: Het college heeft gekozen voor een tijdelijke woonlocatie voor vergunninghouders.
Daarmee richt het college zich uitsluitend op deze doelgroep.
Vraag 4: Is er een risicoanalyse uitgevoerd op het gebied van sociale veiligheid binnen de locatie, de veiligheid van omwonenden en mogelijke spanningen tussen bewonersgroepen? Kan deze analyse met de raad worden gedeeld? Zo nee, waarom niet?
Datum 13 februari 2026 Nummer 4653 Pagina 2/3
a. In het document “4577 Bijlage 2 Etfal beoordeling (rapport)” wordt zeer summier ingegaan op de sociale veiligheid. In paragraaf 8.2 staat “Eén van de punten die in het kader van ETFAL van belang is, is de sociale veiligheid” en in hoofdstuk 10 staat “sociale veiligheid is ook een aspect dat is meegewogen”.
Welke concrete stappen worden genomen om de (sociale) veiligheid van alle bewoners én van omwonenden te borgen?
Antwoord 4 en 4a: Het college heeft geen risicoanalyse uitgevoerd. Het college is bekend met mogelijk dynamieken tussen diverse bewonersgroepen en anticipeert daarop door zich door een extern specialist te laten adviseren. Daarnaast heeft het college ervaring opgedaan met de opvang van Oekraïners. Het samenwonen op een locatie levert altijd spanningen op zoals dat ook in een woonwijk kan voorkomen. Het college heeft om deze redenen het voornemen om sociaal beheer met kennis van de toekomstige bewoners aan te stellen.
Vraag 5: Hoe worden signalen van bewoners, omwonenden en professionals structureel en laagdrempelig opgehaald en wie is eindverantwoordelijk voor opvolging wanneer signalen zich opstapelen, ook wanneer er nog geen sprake is van acute escalatie?
Antwoord 5: Het eerste aanspreekpunt van de woonlocatie komt in handen bij de nog aan te stellen sociaal beheerder. Daarnaast is de gemeente via de gebruikelijke kanalen bereikbaar: telefonisch en via [email protected]. Het college is gestart met een klankbordgroep en zal deze voortzetten om signalen en ervaringen op te halen.
Vraag 6: Wie draagt hierin de eindverantwoordelijkheid, zodat de geuite zorgen niet tussen organisaties of loketten blijven hangen?
Antwoord 6: Het college is eindverantwoordelijke voor de locatie en maakt voorafgaand aan de opening afspraken met relevante partners om eventuele meldingen goed te monitoren en te administreren om maatregelen te kunnen nemen als dat nodig is.
Vraag 7: Welke structurele begeleiding en welk toezicht zijn op deze locaties aanwezig, en hoe wordt geborgd dat dit voldoende is?
Antwoord 7: Het college voorziet in dagelijks sociaal beheer voor de woonlocatie. Daarnaast is er in de uren dat er geen sociaal beheer aanwezig is een portier (beveiliging) op locatie. De bewoners zijn inburgeringsplichtig en gaan overdag naar school en worden toegeleid naar werk. Vanuit vluchtelingenwerk is maatschappelijke begeleiding beschikbaar.
Vraag 8: Wordt vooraf beoordeeld of bewoners geschikt zijn voor gemengd wonen, en wat gebeurt er wanneer achteraf blijkt dat dit voor henzelf of hun omgeving niet veilig of passend is?
Antwoord 8: COA koppelt statushouders aan de gemeente die ze vervolgens huisvesting biedt in de tijdelijke woonlocatie. Deze bewoners verblijven in de regel al jaren in AZC-locaties en zijn derhalve gewend aan gemengd wonen.
Datum 13 februari 2026 Nummer 4653 Pagina 3/3
Vraag 9: Wanneer wordt vastgesteld dat een situatie niet langer verantwoord is, wie neemt dan het besluit en is verplaatsing van bewoners ook daadwerkelijk mogelijk?
Antwoord 9: Het college anticipeert hierop door vooraf scenario’s uit te werken in geval het nodig is om in te grijpen. Bewoners zullen in de huurovereenkomst en huisregels worden gewezen op hun rechten en plichten en daaraan gehouden worden.
Vraag 10: Hoe en hoe vaak worden deze locaties geëvalueerd, en worden de uitkomsten gedeeld met de raad en omwonenden?
Antwoord 10: Het college is voornemens te evalueren door het onderhouden van contact met de klankbordgroep. De verslagen van de klankbordgroep worden gepubliceerd op www.lv.nl/statushouders
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan secretaris
M.W. Vroom burgemeester
Bijlage behorende bij deze raadsbrief: 697 Schriftelijke vragen fractie Aandacht-LV inzake lessen en borging veilige opvang
Bron: raadsinformatie van de gemeente Leidschendam-Voorburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.