21 april 2026 · artikel 35-vragen · gemeente Leidschendam-Voorburg

Voorburg Noord

Een raadslid stelde op 21 april 2026 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (1 vragen).

In het kort

1 vragen en wat het college antwoordt

  • Inhoudelijke uiteenzetting Vraag 1: Waarom heeft de raad van Leidschendam-Voorburg pas anderhalve maand later dan de Haagse raad een concept van de… → Het college van Leidschendam-Voorburg achtte het niet passend om een conceptvaststellingsovereenkomst met de raad te delen zolang deze ambtelijk nog niet volledig was afgestemd.

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Datum 21 april 2026 Nummer 4747 Onderwerp Raadsbrief Beantwoorden schriftelijke vragen fractie Aandacht-LV Geheimhouding

vaststellingsovereenkomst met Den Haag inzake Voorburg Noord Portefeuillehouder Wethouder Van Eekelen

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Inhoudelijke uiteenzetting Vraag 1: Waarom heeft de raad van Leidschendam-Voorburg pas anderhalve maand later dan de Haagse raad een concept van de vaststellingsovereenkomst ontvangen? Waarom heeft de Haagse raad wel mogelijkheid tot inspraak/besluitvorming op dit stuk gekregen, maar heeft de raad van Leidschendam-Voorburg die gelegenheid niet gehad?

Antwoord van het college

Het college van Leidschendam-Voorburg achtte het niet passend om een conceptvaststellingsovereenkomst met de raad te delen zolang deze ambtelijk nog niet volledig was afgestemd. Als het college gelijktijdig met het college van Den Haag het concept met de raad van Leidschendam-Voorburg had gedeeld, zou dit een versie zijn geweest waar het college nog niet volledig achter kon staan. Het college hecht eraan om de raad te informeren op basis van zorgvuldig afgestemde en bestuurlijk gedragen stukken, om zo onduidelijkheid en voortijdige discussie op basis van onvolledige informatie te voorkomen. Zodra de inhoudelijke afstemming was afgerond en er sprake was van een gedragen concept, heeft het college deze versie met de raad gedeeld, opdat de raad hiervan – vooruitlopend op besluitvorming – kennis kon nemen.

In Den Haag is een vroege conceptversie van de overeenkomst puur ter kennisname naar de raad gestuurd. Dit is gedaan omdat het informatie betrof die relevant kon zijn voor het nemen van het raadsbesluit over het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Anna van Hannoverstraat 4 (‘SoZa’). De vaststellingsovereenkomst is niet besproken in de raad; de raad heeft geen invloed gehad op de inhoud van de vaststellingsovereenkomst.

Vraag 2: Op basis van welke wettelijke grondslag en belangenafweging heeft het college besloten het definitieve concept van de vaststellingsovereenkomst over het tegengaan van parkeeroverlast

Datum 21 april 2026 Nummer 4747 Pagina 2/4

in Voorburg-Noord in zijn geheel als geheim aan te merken en onder geheimhouding met de raad te delen?

Antwoord: Bij dit besluit speelde mee dat de gemeente Den Haag de verplichting tot geheimhouding had gelegd op de conceptversie van de vaststellingsovereenkomst. Gelet op het gezamenlijke karakter van de te maken afspraken in de overeenkomst en het belang van bestuurlijke verhoudingen, heeft het college ervoor gekozen deze lijn te volgen. Het college kan op grond van een belang genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid (Woo) een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van stukken die aan de raad worden voorgelegd (artikel 87 Gemeentewet). Een van die belangen is het goed functioneren van bestuursorganen. In de concept vaststellingsovereenkomst stonden financiële en bestuurlijke afspraken die nog niet ten uitvoer waren gebracht en welke de onderhandelingspositie van de gemeente kunnen schaden bij het aangaan van toekomstige samenwerkingen met een marktpartij dan wel andere gemeente.

Bij de besluitvorming over de definitieve vaststellingsovereenkomst heeft het college daar ook de verplichting tot geheimhouding opgelegd en daarbij aangegeven in samenspraak met de gemeente Den Haag en VORM Ontwikkeling B.V. de mogelijkheden tot opheffing van de geheimhouding te willen verkennen. Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd dat financiële gegevens uitgezonderd blijven, om de onderhandelingspositie van de gemeente en haar contractspartijen te waarborgen.

Vraag 3: Welke concrete belangen maken volgens het college dat openbaarmaking van deze overeenkomst niet mogelijk zou zijn?

Antwoord: Zie beantwoording vraag 2.

Vraag 4: Welke onderdelen of passages van de overeenkomst zijn volgens het college zodanig vertrouwelijk dat openbaarmaking daarvan niet mogelijk zou zijn?

Antwoord: Zie beantwoording vraag 2.

Vraag 5: In hoeverre is beoordeeld of (delen van) de overeenkomst openbaar gemaakt kunnen worden door uitsluitend vertrouwelijke of bedrijfsgevoelige informatie te lakken?

Antwoord: Zowel de gemeente Den Haag als VORM Ontwikkeling B.V. hebben inmiddels kenbaar gemaakt mee te willen werken aan de opheffing van geheimhouding (met uitzondering van de financiële gegevens). De gemeente Leidschendam-Voorburg pleit in het kader van transparantie ook voor openbaarmaking van de overeenkomst, zo snel als dat mogelijk is.

Vraag 6: Klopt het dat de gemeenteraad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet bevoegd is om door het college opgelegde geheimhouding op stukken op te heffen? Zo ja, welke procedure en voorwaarden gelden daarvoor in dit geval?

Datum 21 april 2026 Nummer 4747 Pagina 3/4

Antwoord: Ja, dat klopt in dit geval. Op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet is de gemeenteraad bevoegd om door het college opgelegde verplichting tot geheimhouding op de aan de raad verstrekte concept-vaststellingsovereenkomst op te heffen. Als dit document niet aan de raad zou zijn verstrekt, dan had het college deze bevoegdheid.

De raad kan de verplichting tot geheimhouding opheffen door het nemen van een besluit, waarbij wordt beoordeeld of de gronden voor geheimhouding nog aanwezig zijn, mede in het licht van de belangen zoals genoemd in de Wet open overheid. De raad kan daarbij besluiten tot volledige of gedeeltelijke opheffing. In dit geval ligt het, gelet op het gezamenlijke karakter van de overeenkomst, in de rede dat opheffing gelijktijdig plaatsvindt met de opheffing bij de gemeente Den Haag.

Vraag 7: Is het college (in het licht van de voorgaande vragen) bereid zelf de geheimhouding op te heffen?

a. Zo ja, op welke termijn wordt een openbare versie van de overeenkomst aan de raad en inwoners beschikbaar gesteld, waarin uitsluitend strikt noodzakelijke passages zijn gelakt?

b. Zo nee, waarom niet?

Antwoord: Ja, het college is hiertoe bereid. Nu de concept vaststellingsovereenkomst onder geheimhouding met de raad is gedeeld, ligt de bevoegdheid tot opheffing van die geheimhouding echter niet bij het college maar bij de raad. Zie het antwoord op vraag 6.

Het college is voornemens, na besluitvorming door beide raden, een openbare versie van de definitieve vaststellingsovereenkomst beschikbaar te stellen, waarbij uitsluitend die passages worden gelakt die noodzakelijk zijn ter bescherming van onder meer financiële belangen en de onderhandelingspositie van de betrokken partijen. Gelet op het gezamenlijke karakter met de wederpartij geldt dit ook voor de gemeente Den Haag. Ook de raad van Den Haag is bevoegd de verplichting tot geheimhouding op de aldaar verstrekte stukken op te heffen. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer de raad van Den Haag hierover zal besluiten. Om die reden kan nog geen concrete datum worden genoemd. De verwachting is dat dit in Den Haag pas na het zomerreces zal plaatsvinden.

Nadat bekend is wanneer de raad van Den Haag hierover kan besluiten, zal uw raad een raadsvoorstel ontvangen met het voorstel om de verplichting tot geheimhouding op de concept vaststellingsovereenkomst op te heffen.

burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,

R.J. den Haan secretaris

M.W. Vroom burgemeester

Datum 21 april 2026 Nummer 4747 Pagina 4/4

Bijlage behorende bij deze raadsbrief: 4747 Schriftelijke vragen Geheimhouding vaststellingsovereenkomst met Den Haag inzake Voorburg Noord

Bekijk de brief: 4747 Raadsbrief Beantwoorden schriftelijke vragen Aandacht-LV Geheimhouding vaststellingsovereenkomst met Den Haag inzake Voorburg Noord

Bron: raadsinformatie van de gemeente Leidschendam-Voorburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Leidschendam-Voorburg

Alle artikel 35-vragen in Leidschendam-Voorburg