5 april 2024 · artikel 35-vragen · gemeente Leidschendam-Voorburg

werkzaamheden Vlietland

Een raadslid stelde op 5 april 2024 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • In het Sterrebos is uiteindelijk de natuur onherstelbare schade aangedaan voor bouwplannen die nooit van start zijn gegaan. → Zo nee, waarom niet?
  • Wat is grond voorbelasten? → Waarvoor en waar moet dat gebeuren?
  • De wethouder stelt dat het college hier niet tegen in beroep kan gaan omdat de werkzaamheden vallen onder het geldende bestemmingsplan. → Welke vergunningen heeft DLR op dit moment in bezit, welke acties kan DLR op dit moment uitvoeren?

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

In het Sterrebos is uiteindelijk de natuur onherstelbare schade aangedaan voor bouwplannen die nooit van start zijn gegaan. Is het college zich wel goed bewust van de risico’s van deze werkzaamheden voor de natuur in Vlietland Noord, zeker nu net het broedseizoen is begonnen voor vogels en de paddentrek voor amfibieën. Kan het college garanderen dat de natuur geen schade wordt aangedaan. Zo ja, hoe houden zij hier toezicht op?

Antwoord van het college

Zo nee, waarom niet? Het college hecht waarde aan het voeren van de discussie over de plannen voor Vlietland op basis van juiste en realistische informatie. De vergelijking tussen enerzijds Vlietland Noord en anderzijds het Sterrebos bij Holtum of een oerbos doet volgens het college geen recht aan de feitelijke situatie. Het Sterrebos bij Holtum is eind 18e eeuw ontstaan als een hakhoutbos en jachtgebied bij een monumentale buitenplaats. Dit bos is onderdeel van een rijksmonumentaal complex bestaande uit een kasteel met parkaanleg, poortgebouw en bruggen. De aanwezigheid van het hakhoutbos met zichtlaan is bij de aanwijzing van dit complex als rijksmonument een van de elementen geweest die Datum 9 april 2024 Nummer 3752 Pagina 2/4 bepalend zijn voor de monumentale waarde daarvan. Vlietland is een aangelegd recreatiegebied, waar eind jaren ‘70/begin jaren ’80 rond een voormalige zandwinningslocatie bomen zijn aangeplant met als enig doel het recreatieve gebruik van het gebied te faciliteren. Het college acht een vergelijking tussen beide locaties niet passend. De aard, geschiedenis en kwaliteit verschillen daarvoor te wezenlijk van elkaar. Overigens voldoen noch het Sterrebos, noch Vlietland Noord aan de gebruikelijke definitie van een oerbos: een bos dat van oudsher bestaat zonder invloed van menselijke activiteit. Immers, zowel het Sterrebos als het recreatiegebied Vlietland Noord zijn juist slechts door menselijk handelen ontstaan en niet van oudsher bestaand. Dit gezegd hebbende, het college is zich bewust dat iedere activiteit de kans met zich meebrengt dat de natuur beschadigd wordt. Echter, toezicht en handhaving vanuit de natuurwetgeving zijn de bevoegdheden van de provincie die deze taken heeft belegd bij de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). De ODH is daarmee verantwoordelijk voor het afgeven van de natuurvergunning (of ontheffing) en voor controle op de juiste naleving daarvan. Dat neemt niet weg dat het college zich er ter dege van bewust is dat werkzaamheden in een gebied als Vlietland Noord gevolgen kunnen hebben voor de natuur. DLR zal zich te allen tijde moeten houden aan de geldende natuurbeschermingswetgeving. Dat wettelijk kader bepaalt welke werkzaamheden in welke periode mogen plaatsvinden en of de gevolgen daarvan al of niet aanvaardbaar zijn. Vergunningverlening, toezicht en handhaving op dat vlak vindt plaats door de ODH namens het bevoegde gezag, gedeputeerde staten van Zuid-Holland. Het college heeft op dit gebied geen bevoegdheden en kan dan ook geen garanties geven of toezicht houden.

Vraag 2

Wat is grond voorbelasten?

Antwoord van het college

Waarvoor en waar moet dat gebeuren? Wat houdt het precies in? Voorbelasten is onderdeel van het bouwrijp maken van de grond en een regulier onderdeel van het bouwproces. Door zand/ grond of andere zware materialen op de bouwgrond te plaatsen wordt de grond samengedrukt. Dit voorkomt dat de grond nog gaat zetten (verder samendrukt onder druk van gewicht van weg/ bebouwing) nadat er gebouwd is. Zetting na de bouw/ aanleg van panden of wegen zorgt voor verzakkingen, scheuren of, in het ergste geval, instorting. Het is daarmee van groot belang dat de grond gezet is (en daarmee stabiel) voordat begonnen wordt aan de aanleg van wegen en bouw van huizen of andersoortige panden. Voor de werkzaamheden in Vlietland is voorzien dat de grond die nodig is voor het voorbelasten van de bouwgrond afkomstig is van de graafwerkzaamheden van de nieuwe watergangen. Op die manier worden verkeersbewegingen beperkt doordat grond in het gebied blijft en niet hoeft te worden aangevoerd of afgevoerd. Datum 9 april 2024 Nummer 3752 Pagina 3/4

Vraag 3

De wethouder stelt dat het college hier niet tegen in beroep kan gaan omdat de werkzaamheden vallen onder het geldende bestemmingsplan. Kan het college aangeven tot hoeverre dit kan gaan?

Antwoord van het college

Welke vergunningen heeft DLR op dit moment in bezit, welke acties kan DLR op dit moment uitvoeren? Welke vergunningen heeft DLR nog nodig voor eventuele verdere werkzaamheden? Kortom: in hoeverre kan DLR onder het huidige bestemmingsplan doorgaan met de natuur te beschadigen ten faveure van een nieuw te komen bestemmingsplan? Zoals het college herhaaldelijk heeft toegelicht kan het college DLR niet beletten werkzaamheden uit te voeren zolang deze in overeenstemming zijn met een door de gemeenteraad zelf vastgesteld en na toetsing door de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onherroepelijk geworden bestemmingsplan. In dit geval het huidige bestemmingsplan “Vlietland noordoost 2005”. Voor grondwerkzaamheden zoals die waarmee DLR onlangs is gestart is, zoals het college eerder in de raadsbrief 3491 uiteengezet heeft, op grond van het onherroepelijke huidige bestemmingsplan geen vergunning nodig. Wil DLR volgens dat huidige bestemmingsplan de recreatiewoningen (deels grondgebonden en deels gestapeld) en overige voorzieningen gaan realiseren, dan heeft DLR daar een omgevingsvergunning van het college en een door de ODH te verlenen natuurvergunning of -ontheffing nodig. DLR zal daarbij ook, met een AERIUS-berekening, inzichtelijk moeten maken dat de door de uitvoering van het plan veroorzaakte stikstofemissie de wettelijke normen niet overschrijdt. De ODH heeft, zowel als het gaat om de natuurbeschermingswetgeving als de stikstofdepositie, een controlerende en toezichthoudende taak. Uitvoering van het door DLR gewenste nieuwe bestemmingsplan, dus met uitsluitend grondgebonden recreatiewoningen, is op dit moment niet aan de orde. Dat kan pas nadat dit nieuwe bestemmingsplan door de raad is vastgesteld en vervolgens in werking is getreden. Ook daarvoor geldt vervolgens dat DLR op basis van dat nieuwe bestemmingsplan “Doorontwikkeling Vlietland Noord” en de natuurbeschermingswetgeving de benodigde vergunningen en/of ontheffingen bij het college en bij de ODH zal moeten aanvragen. Dat neemt niet weg dat een deel van de grondwerkzaamheden, die passen binnen het huidige onherroepelijke bestemmingsplan en op grond daarvan zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd, feitelijk ten dienste kunnen staan van zowel het realiseren van het huidige als het nieuwe bestemmingsplan. Zolang die werkzaamheden naar aard en omvang voldoen aan het huidige bestemmingsplan kan het college de uitvoering daarvan, zoals hier toegelicht, niet beletten. Ten slotte wijst het college nog op het volgende. Tijdens de commissievergadering van 30 januari 2024 heeft de portefeuillehouder een toezegging gedaan aan de SP om te komen met een overzicht van vergunningen die door verschillende overheden voor verschillende werkzaamheden in en om Vlietland zijn afgegeven of die nog moeten worden aangevraagd voorafgaand aan de Datum 9 april 2024 Nummer 3752 Pagina 4/4 uitvoering van werkzaamheden. Dit overzicht is op 6 maart 2024 aan de raad gestuurd. Dit overzicht stuurt het college nogmaals mee als bijlage bij deze raadsbrief. burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg, R.J. den Haan secretaris M.W. Vroom burgemeester Bijlage behorende bij deze raadsbrief: 3752 Bijlage 1 Afwikkeling toezegging 1059 vergunningen Vlietland

Bekijk de brief: 3752 Raadsbrief Beantwoorden vragen GL over werkzaamheden Vlietland

Bron: raadsinformatie van de gemeente Leidschendam-Voorburg (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Leidschendam-Voorburg

Alle artikel 35-vragen in Leidschendam-Voorburg