23 mei 2023 · artikel 35-vragen · gemeente Loon op Zand

Het Spookslot in de Efteling

Een raadslid stelde op 23 mei 2023 schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand (3 vragen).

In het kort

3 vragen en wat het college antwoordt

  • Zijn de feitelijkheden in bovenstaande aanleiding en bijgevoegde bijlage juist beschreven? → De genoemde feiten kloppen, met uitsluiting van de interpretaties en de algemene verwijzingen die we niet kunnen controleren omdat zij niet specifiek waren.
  • Deelt het college de opvatting dat het geven van rechtsbescherming aan natuurlijke personen en rechtspersonen in onze gemeente een belangrijke democratische waarde is… → Het college deelt de opvatting dat het geven van rechtsbescherming aan natuurlijke personen en rechtspersonen in onze gemeente een belangrijke democratische waarde is die inherent is aan…
  • Op 26 mei 2022 dient Werkgroep Nostalgische Efteling (WNE) een schriftelijk verzoek in om het Spookslot aan te wijzen als gemeentelijk monument. → Anton Pieckplein 1 5171 CV Kaatsheuvel telefoon 0416-289111 IBAN NL95 BNGH 028.50.05.111 Postbus 7 telefax 088-1188623 E-mail: [email protected] 5170 AA Kaatsheuvel We hebben naast…

Overgenomen uit de brief van het college; hieronder staan de volledige vragen en antwoorden.

Aanleiding

De heer Krikken

*2023.11632* 2023.11632

Datum

Verzenddatum

23 mei 2023

Zaakdossiernr. uw kenmerk ZK22.02083

Nvt

uw brief / registratienr /

Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen raadslid Krikken over de sloop van het Spookslot in de Efteling Beste heer Krikken, Op 24 april 2023 heeft u ons vragen gesteld over de sloop van het Spookslot in de Efteling. Met deze brief geven wij u graag antwoord op uw vragen. Onderstaand treft u eerst uw vraag met daaronder ons antwoord.

Vragen en antwoorden

Vraag 1

Zijn de feitelijkheden in bovenstaande aanleiding en bijgevoegde bijlage juist beschreven?

Antwoord van het college

De genoemde feiten kloppen, met uitsluiting van de interpretaties en de algemene verwijzingen die we niet kunnen controleren omdat zij niet specifiek waren.

Vraag 2

Deelt het college de opvatting dat het geven van rechtsbescherming aan natuurlijke personen en rechtspersonen in onze gemeente een belangrijke democratische waarde is die inherent is aan goed bestuur?

Antwoord van het college

Het college deelt de opvatting dat het geven van rechtsbescherming aan natuurlijke personen en rechtspersonen in onze gemeente een belangrijke democratische waarde is die inherent is aan behoorlijk bestuur zoals uitgewerkt in de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Vraag 3

Op 26 mei 2022 dient Werkgroep Nostalgische Efteling (WNE) een schriftelijk verzoek in om het Spookslot aan te wijzen als gemeentelijk monument. Uit de overgelegde Woo informatie blijkt dat WNE volgens ambtelijke oordelen niet geacht wordt te behoren tot de kring der belanghebbenden. Waarschijnlijk geldt hetzelfde voor het verzoek en de verzoeker van poststuk 772. Desalniettemin is WNE nimmer bij beschikking geïnformeerd over de niet ontvankelijkheid in het gedane verzoek. Dat was namelijk uit hoofde van weten regelgeving het enig juiste besluit geweest. Wat zijn de overwegingen geweest van het college om daarover direct bij ontvangst van het gedane verzoek geen besluit te nemen?

Antwoord van het college

Anton Pieckplein 1 5171 CV Kaatsheuvel

telefoon

0416-289111

IBAN NL95 BNGH 028.50.05.111

Postbus 7

telefax

088-1188623

E-mail: [email protected]

5170 AA

Kaatsheuvel

We hebben naast bovengenoemde aanvragers ook een aanvraag ontvangen van ‘Het Cuypersgenootschap’ voor een monumentale aanvraag. De WNE is zowel telefonisch als per e-mailbericht ingelicht over het feit dat zij geen belanghebbende is. Wij hebben de WNE tevens uitgelegd welke stappen zij kan ondernemen om als belanghebbende te worden aangemerkt. Als alternatief hebben wij de WNE geboden de WNE in contact te brengen met het Cuypersgenootschap, zodat zij als gezamenlijke partij de inhoud van hun aanvraag kon samenvoegen. Dit hebben wij tevens aangeboden aan de andere aanvrager, niet belanghebbende zijnde. Het doel van een officiële beschikking waarin het college aangeeft iemand niet als belanghebbende aan te merken is het bieden van rechtsbescherming tegen een besluit op de ontvankelijkheidstoets. Op voorhand was bekend dat het college een besluit ging nemen over de monumentale aanvraag van het spookslot. Hiertegen kan een belanghebbende ook zienswijzen indienen en in bezwaar en beroep gaan, waarbij vervolgens ook een ontvankelijkheidstoets plaatsvindt. Dit in acht nemende zijn wij van mening dat er voldoende rechtsbescherming is geboden aan de WNE.

Het lijkt er naar uit te zien dat niet ontvankelijkheid in het verzoek verregaande ambtshalve medewerking niet in de weg staat. Zolang daaraan machtigingen ten grondslag liggen van een andere belanghebbende is dat uit te leggen, maar het zicht daarop vertroebelt al gauw. Is dat het collegebeleid? Zo nee, wat dan wel?

Wij hebben als gemeente aangeboden de partijen, die een aanvraag hebben ingediend, met elkaar in contact te brengen. Dit hebben wij gedaan omdat we van mening zijn dat op deze manier, in een gecombineerde aanvraag, alle inhoudelijke punten naar voren kunnen worden gebracht en kunnen worden betrokken in de aanvraag. Als gemeente willen we graag dienstverlenend zijn. Dat is ons beleid als college.

4. Uit het overzicht in de bijlage blijkt dat de doorlooptijd tussen de sloopmelding (24-012022) en definitieve besluitvorming op 17 januari 2013 een jaar bedraagt. De sloopmelding speelt een centrale rol in het dossier, omdat het voornemen tot sloop de aanleiding was tot het indienen van de monumentale aanvraag (Bron: College antwoord vraag 9 vragenbrief 030922). Op 2 september stelt het college dat de gebondenheid aan de juridische besluitvormingsprocedure tot het aanwijzen van een gemeentelijk monument tot geen andere keuze leidde dan om te komen tot een directe afwijzing (Bron: college antwoord vraag 10 vragenbrief 03092022). Deze redenering kon bijna niet anders, omdat kostbare tijd verstreken is. In de nog aankomende tijdspanne kon nauwelijks meer tijdige en voldoende aandacht worden gegeven aan een proces, waarin de gemeente zich zelf heeft gemanoeuvreerd in een eigen ontstane dilemma: een gemandateerd sloopbesluit, waarvan het college zich moeilijk (ook juridisch) kon distantiëren en een aanvrager met een complex verzoek, waarvan zowel de vakinhoudelijke en de juridische inhoud door eigen experts onvoldoende werd doorgrond. Beide zaken staan qua belang haaks op elkaar. Dit vereist vanaf het prille begin een zorgvuldig proces. Uit de Woo informatie blijkt dat de intensiteit van analyse zich groepeert in de periode eind augustus 2022. Het gebrek aan een “voor beschermende” werking op basis van de Erfgoed verordening is niet relevant om rechtsbescherming te bieden als gemeente.

Het gaat om het zorgvuldig afwegen van alle belangen. Een ambtelijke analyse leert (Bron: Woo info) dat het dossier op 31 augustus nog niet rijp was voor een zorgvuldige besluitvorming. Het college heeft bij herhaling uitgesproken dat de aanpak meest zorgvuldig is gedaan. Waaruit blijkt dat u vanaf het begin van dit proces de zorgvuldigheid in acht heeft genomen en dat u op 2 september wel zorgvuldig kon besluiten?

Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij graag terug naar het antwoord van 4 2

oktober 2022 op vraag veertien van uw eerder ingediende schriftelijke vragen, zie ook hieronder:

We hebben de procedure van artikel drie van de Erfgoedverordening gevolgd. We hebben tevens extern deskundig advies ingewonnen bij de schouw, de hoorzitting en de inhoudelijke beoordeling. Daarnaast hebben we alle belanghebbenden de mogelijkheid gegeven gehoord te worden alvorens het besluit zal worden genomen door het college.

Indien een monumentale aanvraag wordt ingediend na aankondiging van de sloop van een object, zal er altijd een (tijds)druk aanwezig zijn. Daarnaast zijn we gebonden aan de termijnen voor besluitvorming zoals opgenomen in artikel drie van de Erfgoedverordening.

Doorgaans bieden deze termijnen voldoende gelegenheid om tot een besluit te komen.

Alle stakeholders waren op de hoogte van de tijdsdruk, omdat de melding van de Efteling dat het object zou worden gesloopt de directe aanleiding was om de monumentale aanvraag in te dienen. De aanvraag was hiermee reactief op het nieuwsbericht van de Efteling over de voorgenomen sloop. We vonden het daarom ook belangrijk een besluit te nemen, voordat de Efteling ging starten met de sloop van het object.

Aanvullend op vorenstaande: het klopt dat de doorlooptijd van de monumentale aanvraag langer duurt en in het meest wenselijke geval eerder en sneller wordt behandeld. We hebben voor een aantal weken gewacht op aanvullende stukken, namelijk de redengevende omschrijving. Daarnaast is er zeer beperkte ambtelijke capaciteit op het gebied van erfgoed.

5. In uw RIB van 17 januari 2023 licht u het besluit van 2 september 2022 nader toe. U geeft aan alle belangen zorgvuldig te hebben afgewogen en tegelijkertijd onder grote tijdsdruk te staan om het nieuwe advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) te wegen, gelet op de voorgenomen sloop.

a) Bent u nog steeds van mening dat u de zorgvuldigheid in grote mate in acht hebt genomen? Zo ja, waaruit blijkt die zorgvuldigheid dan, nu alle relevante informatie van CRK en ambtelijk advies u pas bereiken binnen enkele etmalen voor uw besluitvormingsmoment?

Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij graag terug naar vraag vier.

We zijn van mening dat we zorgvuldigheid in acht hebben genomen. De voorgenomen sloop is inderdaad een factor geweest die voor tijdsdruk heeft gezorgd. De aanvrager, het Cuypersgenootschap, hebben wij vanaf het begin op de hoogte gesteld van het risico van het indienen van een monumentale aanvraag wanneer een sloop al bekend is. De aanvrager was zich bewust van dit risico en zag de aanvraag vooralsnog als laatste poging.

b) Op 30-8-2022 kwam het CRK met het advies een externe deskundige in te schakelen, omdat voor een verantwoorde waardering van het erfgoed een integrale afweging van alle aspecten belangrijk is. Hoe heeft het college die afweging laten doorklinken in het besluit en uit welke aspecten bestond die integrale afweging, waarvoor externe expertise benodigd is?

Het nieuwe CRK advies wijkt af van het eerste CRK advies. De CRK mag adviseren over de cultuurhistorische waarde van een object. Zij nemen verder geen integrale beleidsoverwegingen/belangenafwegingen mee in hun advisering. Naast een cultuurhistorische waardestelling, betrekken wij ook andere overwegingen mee in de besluitvorming. Bijvoorbeeld dat de eigenaar vanuit financiële en bedrijfsoverwegingen 3

het niet eens is met de aanvraag en dat de staat van het gebouw bijvoorbeeld in zeer slechte staat verkeerde zoals onderzocht en uiteengezet in een expertiserapport. Dit blijkt ook uit het (voorgenomen) besluit dat wij als college ter inzage hebben gelegd voor het indienen van zienswijzen en van bezwaar. In casu hebben wij tijdens de schouw van het Spookslot ook een externe adviseur op het gebied van cultuurhistorie meegenomen van het Monumentenhuis. Uiteindelijk is er via deze weg ook een inhoudelijke overweging op het gebied van cultuurhistorie in de inhoud meegenomen.

c) Uit de Woo-informatie blijkt dat doorgaans een CRK advies zwaar weegt. Klopt het dat het dat het advies nu geheel is geëcarteerd, omdat deze looproute onwenselijk was voor het college vanwege de eigen kennis dat de sloop onherroepelijk was en de afweging is gemaakt dat de belanghebbende toch niet zou kiezen voor de kostbare privaatrechtelijke weg?

Nee. Het advies is niet geëcarteerd, omdat deze looproute onwenselijk was. In het kader van de procedure uit de Erfgoedverordening is het onderdeel om de CRK om advies te vragen. Wij hebben advies opgevraagd aan de CRK. De CRK heeft echter kort voor besluitvorming haar advies opgeschort bij een nader inzicht en een nieuw advies uitgebracht. Op basis van de Erfgoedverordening kan vervolgens In spoedeisende belangen van een adviesaanvraag aan de CRK worden afgeweken.

Gelet op de aanstaande sloop vonden we het belangrijk een uitspraak te doen over de monumentale aanwijzing van het Spookslot, om belanghebbenden zo veel als mogelijk rechtsbescherming te bieden en de kans te geven rechtsmiddelen in te zetten.

Daarnaast verwijzen we graag terug naar sub b waarin we de andere overwegingen voor besluitvorming hebben uiteengezet.

d) In hoeverre en in welke mate heeft uw college overwogen om gezien de tijdspanne, het advies van de CRK en het ambtelijk advies toepassing te geven aan een van de van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur? Zo ja, welke beginsel is overwogen met welk doel? Zo nee is het college niet van mening dat deze afweging behoort tot het proces van zorgvuldigheid waarover het college steeds rept?

Bij besluitvorming door het college zijn wettelijke regels en ongeschreven recht van toepassing. Het ongeschreven recht zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Deze begrippen worden altijd meegewogen in besluitvorming. Wij sommen op:

Wij hebben rekening gehouden met het proces van voorbereiding en besluitvorming, hierbij horende zorgvuldige voorbereiding, fair-play beginsel en het verbod van détournement de procedure. Daarnaast hebben wij in onze besluitvorming ingebed de motivering en inrichting van besluiten, bedoelende een draagkrachtige en kenbare motivering, rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel, verbod van détournement de pouvoir, materiële zorgvuldigheid en het evenredigheidsbeginsel.

De toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, hebben uiteindelijk tot de besluitvorming geleid zoals bekend in het voorgenomen besluit en het uiteindelijke besluit dat beide voor de duur van zes weken ter inzage heeft gelegen. 4

e) Is het CRK naar het oordeel van het college voldoende geëquipeerd om het aan haar toevertrouwde advieswerk naar behoren uit te voeren? Zo ja, waarom was in casu dan extern advies nodig? Zo nee, is politieke interventie van de zijde van de raad nodig ? Kan het CRK hierover de raad ook zelf informeren?

Ja, in casu was er sprake van een zeer specialistisch vraagstuk. Dit is de reden dat de CRK uiteindelijk heeft gevraagd om een aanvullend onderzoek. De CRK is een adviesorgaan wat geen directe contacten heeft met de gemeenteraad, voor nu zien wij geen aanleiding vanuit de CRK om de raar hierover te informeren.

6. Het is opvallend dat in uw persbericht van 2 september 2022 het afwijzingsbesluit wordt toegelicht mede aan de hand van inhoudelijke punten op basis van het Cuypersgenootschap. In uw RIB van 17 januari 2023 komt dit nauwelijks meer terug. In dat bericht worden vooral het eigendomsrecht en de bedrijfsvoering van De Efteling als doorslaggevend gezien. Er heeft dus een wending plaatsgevonden. Een verwijzing naar niet geciteerde jurisprudentie moet deze motivering meer robuustheid geven. Deze motivatie is feitelijk van aard geworden. Het wordt allengs apert dat het college nauwelijks ruimte had om tot een ander oordeel te geraken. Het gewijzigd CRK advies was een stain-de-weg geworden. Waarom heeft het college zich niet direct van deze motivatie / beredenering bediend, nu duidelijk was dat de sloopmelding door het mandaat onherroepelijk was en de wil niet aanwezig was om de monumentale status enigszins serieus in ogenschouw te nemen ?

Voor beantwoording van deze vraag gaan wij in op de feitelijkheden en niet op de veronderstellingen/meningen. Het klopt tot zoverre dat de inhoud van het voorgenomen besluit anders is dan de inhoud van het besluit. De redenen hiervoor zijn tweeledig. Ten tijde van het voorgenomen besluit bestond het Spookslot nog. Een monumentale aanvraag kan op basis van de Erfgoedverordening alleen worden gedaan voor een bestaande zaak.

Ten tijde van het uiteindelijke besluit, bestond het Spookslot niet meer en is het daarmee ook geen zaak. We hebben besloten vooralsnog een besluit te nemen, omdat we in het kader van het volgen van een juiste procedure de procedure zorgvuldig wilden afronden.

Aangezien het Spookslot inmiddels was gesloopt en dus geen zaak meer was, konden we er echter niet omheen om toch enigszins af te wijken van het eerste besluit. We willen u echter verwijzen naar het besluit, waarin we aangeven dat alle inhoudelijke standpunten van het ontwerpbesluit vooralsnog gelden, maar juridisch/feitelijk minder relevant zijn omdat het Spookslot is gesloopt. Er heeft in die zin dus geen inhoudelijke andere wending plaatsgevonden. Echter zijn de accenten in de besluitvorming anders komen te liggen omdat het spookslot is gesloopt.

7. In het tijdvak van dit traject zijn maar liefst drie portefeuillehouders verantwoordelijk geweest voor erfgoed kwesties en voor dit project in het bijzonder. De coördinatie van het juridisch advies en het vakinhoudelijk advies (CRK) waren niet gestroomlijnd. Op basis van de Woo informatie valt duidelijk op te maken dat er iets mis gegaan in de relatie 5

tussen de wijze waarop bestuurlijke coördinatie van dit proces heeft plaatsgevonden en de wijze van besluitvorming. Dit had kunnen worden voorkomen met overdrachtsdossiers.

Kan het college bevestigen dat herhaling definitief wordt voorkomen?

Bij beantwoording van deze vraag zullen wij ingaan op de feitelijkheden en niet op de veronderstellingen. Er heeft intern coördinatie plaatsgevonden van zowel het juridisch als het vakinhoudelijk advies. Dit is terug te zien in het uiteindelijke besluit dat ter inzage is gelegd door ons als college. Het college kan de door u gevraagde bevestiging niet geven, omdat wij ons niet herkennen in de aanname die u doet. Er heeft een warme overdracht plaatsgevonden in de dossiers en alle adviezen zijn gecoördineerd.

8. Ten slotte bevestigt het college in zijn antwoord op vraag 13 van onze vragenbrief van 13 september 2022 dat de data en/of agenda van de CRK niet worden gepubliceerd. Het college zou dit aan de orde stellen bij het CRK. Er is inmiddels een half jaar verstreken en belangstellenden hebben nog geen publicaties gezien. Wanneer worden bijeenkomsten en de agenda gepubliceerd zoals het hoort?

Wij gaan nogmaals aan de slag met deze oproep en streven ernaar op korte termijn de agenda van de CRK vergaderingen te publiceren.

Wilt u bij eventuele vervolg correspondentie over deze zaak steeds het zaaknummer ZK22.02083 vermelden?

Bekijk de brief: [2023.11632] Beantwoording schriftelijke vragen raadslid Krikken over Het Spookslot in de Efteling

Bron: raadsinformatie van de gemeente Loon op Zand (Open Raadsinformatie). De vragen en antwoorden zijn automatisch uit de brief gelezen; het origineel is leidend.

Meer vragen aan het college van Loon op Zand

Alle artikel 35-vragen in Loon op Zand